Joodse datum

6 elloel 5778

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


פֶּסַח

Pesach


Pesach (פֶּסַח), het joodse Paasfeest, is het feest van de uittocht uit Egypte. Over de instelling ervan lezen we in Exodus 12.

Het eerste paasmaal werd gegeten in de laatste nacht in Egypte, de nacht waarin de eerstgeborenen van Egypte werden gedood. Maar waar het bloed van een lam aan de deurposten gestreken was ging de plaag voorbij. Het vlees van het lam werd gegeten, met ongezuurd brood en bittere kruiden (Ex. 12:8).


Pesach duurt zeven (buiten Israël acht) dagen. Het hoogtepunt is de bijzondere maaltijd op de eerste avond, de zgn. séder-maaltijd.


Séder (סֵדֶר) betekent ‘orde’; het is de term voor de (orde van de) maaltijd, die verloopt volgens vaste lijnen, of, in engere zin, voor de schotel midden op de ‘séder-tafel’, met de speciale ingrediënten die een symbolische betekenis hebben.


Séder-schotel


Op de séder-schotel horen de volgende ingrediënten:

  • Zróa (זְרוֹעַ) : een botje met een beetje vlees eraan, apart gebraden, als symbool voor het paaslam.
  • Beetsa (בֵּיצָה) : een ei, als symbool voor de maaltijd die bij het paaslam gegeten werd.
  • Maróór (מָרוֹר) : bittere kruiden (mierikswortel of chèrèt (zie hieronder), soms ook radijs), ter herinnering aan de bitterheid van het leven in Egypte.
  • Chazèrèt (חֲזֶרֶת) : ook een ‘bitter kruid’. Het is als het jong is zoet, met zachte bla­deren. Later wordt het hard en bitter. Dat maakt het heel passend als maroor, bitter kruid: ‘zoals chazèrèt eerst zoet is en later bitter, zo was de houding van de Egyptenaren tegenover onze vaderen.’
  • Charósèt (חֲרוֹסֶת) : een mengsel van wijn, vruchten (bv. appels, noten, amandelen, vijgen, dadels, granaatappels) en specerijen (bv. gember, kaneel). De kleur doet denken aan klei (chèrès). Dus charoset doet eraan denken dat de Israëlieten als slaven stenen moesten bakken.
  • Karpas (כָּרְפַּס) : radijs of peterselie - een teken van de lente, de vruchtbaarheid en van hoop voor de toekomst. Het wordt in zout water (symbool voor de tranen van Israël) gedoopt.

Matses - ongezuurde broden


Bij het Paasfeest hoort de matsa (מַצָּה), het ongezuurde brood. In Exodus 12:15 staat:

Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten; dadelijk op de eerste dag zult gij het zuurdeeg uit uw huizen verwijderen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, zo iemand zal uit Israël worden uitgeroeid.


De ongezuurde broden doen denken aan de laatste maaltijd in Egypte, waarbij er geen tijd was om het brood te laten door­zuren (Ex. 12:39). In Deut. 16:3 wordt het genoemd: ‘brood der verdrukking’ of ‘brood der ellende’.


Paasfeest was ook een oogstfeest; daarbij past dat er een heel nieuw begin gemaakt wordt, dus geen vermenging van het oude brood/zuurdeeg met de nieuwe oogst.


Zoals uit de hierboven geciteerde tekst (Ex. 12:15) blijkt, mag er geen zuurdeeg (chamééts) (חָמֵץ) gebruikt worden. Ja meer: er mag zelfs niets meer van in huis zijn, zelfs niets meer ‘in uw gehele gebied’ (Deut. 16:4). Het hele huis wordt gekoosjerd, koosjer (rein, zuiver) gemaakt. Een zeer grondi­ge ‘grote schoonmaak’! Er moet een heel nieuw begin worden gemaakt. Er mag dus nergens ook maar een kruimel brood of koek o.i.d. blijven liggen. Ook alle kook- en eetgerei moet koosjer zijn. Vaak gebruikt men een speciaal paasservies voor deze gelegenheid.


Het is gewoonte geworden om tien stukjes chamééts te verstoppen door het hele huis, die de kinderen dan op moeten zoeken. Paulus zinspeelt op dit ‘koosjeren’ in verband met Pesach in 1 Kor. 5:7v:

Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt im­mers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: Christus. Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slecht­heid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid!


Bij het Paasmaal, de sedermaaltijd, liggen drie matsót op tafel, elk bedekt met een servet - of alledrie in een speciale hoes gedaan.

Deze lijkt op een soort sloop, is aan één kant open en heeft van binnen drie van elkaar gescheiden lagen. Op het exemplaar uit onze judaica-koffer staat: ‘ter ere van het feest van de ongezuurde broden’. Er staat ook een afbeelding van drie matses op.


De middelste matse wordt op een gegeven moment gebroken en van het kleinste deel wordt gegeten. Het grootste stuk is de afikoman (אֲפִיקוֹמָן). Dat deel wordt in een ser­vet of handdoek gewikkeld. De kinderen mogen proberen de afikoman weg te ne­men, zonder dat degene die de maaltijd leidt (en die evt. zelf probeert de afiko­man te ‘verstoppen’) dat merkt.


De afikoman wordt aan het eind van de maaltijd gegeten. Het werd na de ver­woesting van de tempel gezien als een symbo­lische heenwijzing naar het paas­lam. (Daarvoor was het laatste dat gegeten werd een deel van het paaslam)


Het brood, dat Jezus brak bij het laatste Avondmaal zal een matse geweest zijn.