Joodse datum

14 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.

Info over het artikel


Impressies van een werkbezoek (1)

door
ds. H. Biesma


kopjes:


in
Vrede over Israël, jg.41 nr.6

Impressies van een Werkbezoek


Zaflanoet (= geduld) was het eerste Ivriet-woord dat we van onze Israëlwerker opvingen, toen ons werkbezoek aan hem begon. We - dat zijn dit jaar in de laatste week van mei de secretaris en de voorzitter van deputaten geweest, resp. ds M.W. Vrijhof en ondergetekende. Tijdens het daarop aansluitende seminar heeft penningmeester P. Vree ook nog een (stevige) duit in deze bezoekzak gestopt.


Zaflanoet - als het vliegtuig na een omweg wat later landt dan eerst was aangegeven; als het verkeer rondom en in Jeruzalem een oorverdovend getoeter, allerlei opstoppingen en ‘kruip-door-sluip-door’ toestanden veroorzaakt; als er bij je buren rechtsonder op de 8e etage brand uitbreekt en je niet weet of de 9e etage nog bereikbaar is (tenminste op tijd) voor deputatelijke gasten; en als de wasmachine het begeeft en de gebruiksaanwijzing daarvan vragen oproept en de service-instanties naar elkaar verwijzen zónder zelf iets te doen; en als je je intussen zit af te vragen of de aangezochte sprekers voor het komende seminar zich ook werkelijk aan de afspraak inzake tijd en onderwerp zullen houden.


Zaflanoet - we waren in een oosters land, hoe westers dat ook lijkt.

Bedoeling

Een ‘werkbezoek’ wordt gedaan om zich ter plekke op de hoogte te stellen van de woon- en werkomstandigheden van de uitgezondenen, in dit geval dus ds en mevr. Van den Boogert, sinds juli 1996 woonachtig in Jeruzalem.

Wél wordt regelmatig (gestreefd wordt naar één keer per kwartaal) gerapporteerd, maar je kunt je daar veel meer bij voorstellen als je er zélf geweest bent, diverse plaatsen hebt bezocht en - vooral - kennis hebt gemaakt met personen en instanties, waarmee onze Israëlwerker te maken heeft. Wanneer dergelijke werkbezoeken vrij regelmatig plaatsvinden (en aan het eind dachten we met elkaar dat het zinvol zou zijn dit minimaal eens per twee jaar te doen) blijf je van dichtbij en uit een beetje mede-ervaring op de hoogte hoe het werk zich ontwikkelt.


’t Bezoek was niet zo lang, deze keer. Maar de drie dagen die we daarvoor hadden, zijn ook helemaal en intensief gebruikt om allerlei zaken met elkaar door te nemen. Dat kon van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, omdat we de gastvrijheid genoten in het huis van de fam. Van den Boogert (waar ook nog de drie kinderen waren). En dat is een geschikte woning, de bovenste (9e) etage van een flatgebouw in een joodse wijk in het Zuid-Westen van Jeruzalem (vlakbij het Holy Land Hotel) ofwel (voor liefhebbers van wat anders) bij winkelcentrum en Teddy Kollek-stadion.

Gezin en ervaringen

Wonen in Israël is anders dan in Nederland; er is bv. geen ‘huurbescherming’. Dat betekent dat huurprijs en huurtermijn soms ineens veranderd kunnen worden. Maar de inschatting is dat we ons daar geen zorgen over hoeven te maken. Wonen is ook in die zin anders dat men (hoewel dit ook in Nederland niet is uitgesloten) aardbevingen kan meemaken: al drie keer heeft de fam. Van den Boogert de flat zien en voelen trillen. Dan ook: zaflanoet...

Het was fijn dat alle drie kinderen (Johan, Judith en Pauline) een jaar lang bij hun ouders in Jeruzalem konden zijn - wat verkennend, studerend en contacten leggend.


Om er te wonen en te werken is ook een visum nodig. Op grond van de hem aangeboden positie binnen de ‘Rainbow’-groep zal het verkrijgen van een visum niet zo moeilijk zijn.

Het eerste - en uitdagende - jaar is voor groot deel opgegaan in taalstudie en thuisraken.

Vijf ochtenden per week gingen ze de Ulpan, de taalschool. De eerste beginselen hebben ze onder de knie; er zitten nu vervolg-cursussen aan te komen. Verrassend was hoe reeds op de Ulpan in persoonlijke en groepsgesprekken indringend kon worden doorgepraat over het geloof in Jezus...

En wat het thuisraken betreft: de regeling van allerlei nodige zaken (bank, verzekering, computeraansluitingen - Internet, E-mail) kostte tijd, energie en jawel - zaflanoet. Ook moest tijd gestoken worden in het leggen van contacten met instanties en personen die voor het werk van belang zijn. Het leven en werken daar brengt een zekere mate van eenzaamheid met zich mee: de enige nederlanders (en chr.geref.) predikant, geen eigen gemeente (van waaruit men helpt met behangen, e.d.), geen kerkenraad ter plekke, geen eigen (theologisch) instituut waar georganiseerd en gezamenlijk over theologisch belangrijke onderwerpen kan worden doorgesproken, zeer geringe mogelijkheden om over het werk en ervaringen daarin te kunnen praten. Geen wonder goede verbindingen met Nederland noodzakelijk zijn. En ik voeg daar ook meteen maar aan toe: goede verbindingen vanuit Nederland, waarbij ik vooral doel op voorbede.

In het contact tussen Israël en de kerk’ voelt ds Van den Boogert zich tot nu toe in de eerste plaats: luisterpost. Je moet luisteren om de mensen te leren kennen, luisteren wat hun vragen zijn; luisteren om je eigen - theologische - plaats te kunnen bepalen.

Het werk

‘Wat doet zo’n dominee eigenlijk in Israël’ - dat is een vaak gestelde vraag. En ook best te begrijpen.

Het is ook een zaak, waar werker en deputaten zich meer dan eens mee bezig houden: een goede taakomschring is belangrijk, waarbij tegelijk ook goed dacht moet worden aan wie en in welke omstandigheden zo’n taak wordt opgedragen. Het is ook nog niet zo moeilijk daarover op enige afstand - vanuit Nederland - zinnige en aardige, en natuurlijk ook theologisch onderbouwde en verantwoorde dingen te zeggen en op papier te zetten. En dan stuur je daar iemand naar toe... Niemand zit op hem te wachten... Ook al zijn daar enige plantingen van de kerk des Heren - een eigen (chr. geref.) kerk heb je daar niet... Soms denk ik: we gooien iemand ook zomaar in het diepe...

Toch liggen er vanuit het verleden best wat lijnen, waarbij aan te knopen valt. Daarbij is m.n. te denken aan wat (toen) ds Boertien deed en later ds Van der Vegt. Ruwweg geschetst valt het werk in twee hoofdrichtingen te verdelen.

Contacten naar het jodendom

Er zijn in Israël verschillende ‘platforms’ voor ontmoeting en bezinning op de joods-christelijke relatie.

We troffen het dat in de week van ons werkbezoek ‘Tantur’ het 25-jarig bestaan vierde. Dat is een oecomenisch instituut voor theologische studies, gelegen op de rand van Bethlehem. Daar worden conferenties gehouden; daar kunnen studenten en scholieren een programma van tenminste twee maanden volgen, om zich te verdiepen in het geheimenis van de verlossing, zoals dat geopenbaard is in de Heilige Schrift en zoals dat van oude tijden af door kerken in het heilige land beleden en beleefd is. Men wordt daar onderwezen in de sociale, politieke en godsdienstige situatie in het land en men kan zich daar ook verdiepen in joodse, christelijke en islamitische spiritualiteit. De conferentie, die wij (gedeeltelijk) meemaakten, werd bijgewoond door christenen van allerlei pluimage en door orthodoxe joden; en verschillende mensen die we hier ontmoetten, zagen we later - tijdens het seminar -ook weer.


Belangrijk is de ‘Fraternity’ (opgericht in 1966; een ‘broederschap’ van christelijke theologen) die o.a. ten dienste van het contact met Israël het blad ‘Immanuël’ uitgeeft. Ook wordt vanuit deze instantie studenten-werk aan de Hebreeuwse Universiteit gedaan. Daarin had destijds ds Van der Vegt een werkzaam aandeel; ds Van den Boogert functioneert min of meer als ‘vaste invalkracht’. Het is nuttig om met in Jeruzalem studerenden geregeld contact te hebben.


Op dit moment is de ‘Rainbow’ een belangrijk ontmoetingspunt: joodse en christelijke academici ontmoeten daar elkaar, vaak rondom een jaarprogramma. Het mag best wat eervol genoemd worden dat onze Israëlpredikant gevraagd is het secretariaat van deze organisatie op zich te nemen. Dat betekent: een jaarprogramma opzetten, met één jaarthema, of een thema uitgewerkt in verschillende aspecten. We zijn blij dat ds Van den Boogert op deze wijze betrokken is bij het hart van de joods-christelijke ontmoeting.


Enigszins vergelijkbaar met het ‘OJeC’ in ons land is de Israel Interfaith Association. Het was tot nu toe niet zó eenvoudig voor ds Van den Boogert om daaraan mee te doen, omdat de besprekingen in het Ivriet worden gehouden. Ook hiervoor geldt - naar beide kanten - de reeds eerder vermelde zaflanoet.


Een overkoepelende instelling op het gebied van de vele inter-religieuze en inter-culturele organisaties is de ICCI (Interreligious Coordinating Council in Israël) waaraan momenteel leiding wordt gegeven door de rabbijn Kronish en de (van huis uit chr. geref.) Sidney de Waal.


Naast wat onderling christelijke ontmoetingsmogelijkheden komt de laatste tijd ook meer aandacht voor ontmoeting met Palestijnse christenen; daaronder zijn theologen die zich hoe langer hoe meer profileren. Het laat zich verstaan dat vanuit deze (reeds lang aanwezige) groep een eigen geluid komt, m.n. over de relatie ‘volk-land-staat’. Het is noodzakelijk ook daarnaar te luisteren. Dit temeer omdat het o.a. ook tot de taakomschrijving van ds Van den Boogert behoort zo mogelijk verzoening te bewerken tussen Palestijnse en andere christenen.


Eén van de hoofdrichtingen van het werk is uiteraard het zoeken van contact met joden. En daarbij kunnen we naar twee kanten kijken - door ds Van den Boogert getypeerd als een ‘geestelijke spagaathouding’ -: zowel naar Jezus als de Messias belijdende joden als naar het (orthodoxe) jodendom.

Het is ons duidelijk geworden dat we híer wel de kern van het werk raken, - met alle moeiten die dit met zich meebrengt: al was het alleen al dat je door het contact met de ene groep haast automatisch door de andere groep niet geaccepteerd wordt. Als in eerlijk contact naar beide kanten gewerkt zou kunnen worden, dan vraagt dit wel veel, maar de winst zou kunnen zijn dat je naar beide kanten theologisch verantwoord met dezelfde zaken bezig kunt zijn. Immers, dit raakt uiteindelijk wat in de Schriften zo klaarblijkelijk gesteld wordt met betrekking tot Jezus Christus. In zo’n ‘gesprek’ - niet vanuit een superieure of bet-weterige houding, maar eerlijk luisterend naar elkaar - wordt van beide partijen veel gevraagd; maar zó kunnen dan ook de wezenlijke zaken op tafel komen. ‘In een leven vanuit een ‘twee-wegen-leer’ heb je elkaar in feite niets meer te zeggen’.

En dan zijn er ook nog de vele - soms spontane - contactmogelijkheden als op de sabbat een dienst in de synagoge wordt meegemaakt...


wordt voortgezet,