Joodse datum

14 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.



Rondom de tora-rol


In het juni-nummer ‘van Vrede over Israël’ schreef ik iets over de tora-rol, zoals die in de synagoge gebruikt wordt: de tekst van de vijf boeken van Mozes, met de hand geschreven op perkament. In dat artikel ging het met name over de rol zelf. In dit artikel wil ik wat vertellen over de ‘versierselen’ die erbij horen.

De bomen des levens

De rol perkament is aan twee houten stokken bevestigd. Anders dan bv. de rol van Ester, die op Poerim gelezen wordt: daarbij wordt één stok gebruikt - en daaraan kun je zien dat die vergeleken bij de tora van ondergeschikt belang is. Bij de tora-rol zijn twee stokken nodig. Vanwege de lengte van de rol zou hij anders onhandelbaar zijn. En nu kun je de rol zo opbergen dat je bij de volgende lezing direct weer het goede gedeelte voor je hebt (de tora wordt immers elk jaar weer helemaal van voor naar achter gelezen; dus elke week wordt de rol om de rechter stok weer wat dikker).

De stokken worden ‘levensbomen’ genoemd, met een zinspeling op Spreuken 3:18, waar van de wijsheid wordt gezegd: ‘een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden zijn gelukkig te prijzen.’

De rimmoniem

Het woord rimmoniem betekent letterlijk ‘granaatappels’. Het is ook de aanduiding van de versieringen aan de boveneinden van de ‘levensbomen’, kennelijk oorspronkelijk in (of met) de vorm van granaatappels, maar nu meestal in de vorm van een zilveren torentje met een aantal klokjes, die als de tora wordt gedragen gaan klingelen en de gewijde aandacht vragen.

De kroon van de tora

Het is gebruikelijk geworden om over de rimmoniem heen nog een kroon op de tora te zetten. Meestal heeft deze echt de vorm van een koningskroon, maar er zijn ook meer abstracte ontwerpen. Waarschijnlijk werd oorspronkelijk de kroon gebruikt bij het feest van simchat tora, de vreugde der wet, en de rimmoniem de rest van het jaar.

De mantel

Bij de Askenazische Joden is het gebruikelijk dat de tora-rol nadat er uit gelezen is in een ‘mantel’ van zijde of fluweel wordt gedaan. Aan de bovenkant daarvan zitten twee openingen, voor de ‘levensbomen’; aan de onderkant is hij open, zodat hij over de rol heengeschoven kan worden. Op deze mantel zijn rijkelijk versierd, met motieven als de tempelzuilen ‘Jachin en Boaz’ (1 Kon. 7:15-22), leeuwen, kronen, granaatappelen, en verschillende voorwerpen die hoorden bij de tempeldienst.

De rol wordt rechtop in de weggezet. Vaak wordt een ‘borstplaat’ of ‘schild’ aan de rol gehangen. Het is een zilveren plaat, ook weer met versieringen als Mozes en Aäron, de tien geboden of de zevenarmige kandelaar. Daarop zijn ook aanduidingen als ‘Jom kippoer’, ‘Sjawoe'ot’ te vinden - waarmee dan aangegeven wordt dat de betreffende rol op resp. Grote Verzoendag of Wekenfeest gebruikt kan worden (voor de speciale gedeelten die dan worden gelezen; het zou lastig zijn als je daarvoor heen en weer moet gaan ‘rollen’).


Bij de Sefardische en Oriëntaalse Joden wordt de tora-rol in een zgn. tiq bewaard: een houten of metalen houder, in de vorm van een rechtopstaande cilinder, die je kunt openklappen. In elk van beide helften is een ‘levensboom’ ondergebracht; je ziet de rimmoniem er ook bovenuit steken. Deze kast wordt doorgaans ook rijkelijk versierd, met name met zilverbeslag.

De ‘heilige arke’

De rollen - elke synagoge heeft normaliter meerdere rollen - worden bewaard in de ‘heilige arke’: een ingebouwde of losse kast aan de oostkant, de kant van Jeruzalem.

De vorm en stijl van de arke wisselt met de tijden en plaatsen, maar gewoonlijk vind je er in elk geval een verwijzing naar de twee tafelen met de tien geboden op terug, en teksten als ‘Ik stel mij de HERE altijd voor ogen’ of ‘Weet voor wiens aangezicht gij staat’.

De naam verwijst naar de ‘ark des verbonds’, waarin de stenen tafelen met de verbondswoorden waren opgeborgen, die in de tabernakel en tempel achter het voorhangsel stond. In de synagoge hangt er doorgaans ook een ‘voorhangsel’ voor, de paróchèt, en brandt er bij de arke altijd een lampje, de ner tamied. Ook deze elementen herinneren aan het bijbelse heiligdom.

Het ‘voorhangsel’

Niet overal wordt een voorhangsel gebruikt. Waar dat wel gebeurt zijn er vaak verschillende ‘voorhangsels’: voor door de week, voor de Sabbat, en voor de diverse feesten. Ze zijn vaak uitbundig versierd, met borduurwerk met figuren (ook hierop vind je vaak de zuilen ‘Jachin en Boaz’) en tekst. Bij het Wekenfeest en Vreugde der wet passen de tien geboden; op Nieuwjaar en Grote Verzoendag is de kleur wit, als teken van reinheid, en wordt de sjofar, de ramshoorn, als versiering gebruikt.

Net als bij andere van de genoemde voorwerpen geldt ook van het voorhangsel dat het vaak een schenking is van een persoon, familie of vereniging. In Oost-Europa werden vroeger wel ‘voorhangsels’ gemaakt met stukjes van kleding, die bij belangrijke gelegenheden gedragen is; een gewoonte die terug schijnt te komen in sommige Amerikaanse synagogen.

Bruid en Koningin

De tora wordt als Bruid en Koningin opgevat, en dat is te zien in heel de ‘aankleding’. In alle onderdelen spreekt het bijzondere respect van de gemeente, en weerspiegelt zich de schoonheid en heerlijkheid van dit voor de Joden allerbijzonderste geschenk van de HERE.