Joodse datum

14 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.

Info over het artikel


‘Wij zien mensen voor ons die wij persoonlijk kennen’ - Interview met ds. Van den Boogert

door
ds. A. Brons

in
Vrede over Israël, jg.44 nr.5

‘Wij zien mensen voor ons die wij persoonlijk kennen’


Ds. Van den Boogert en zijn vrouw zijn nu alweer een paar maanden terug in Nederland.

Er is een einde gekomen aan een periode van heel bijzonder werk. Het was wel heel ander werk dan dat wat de doorsnee-predikant doet. Het gaan naar Israël moet een enorme omschakeling betekend hebben. Maar een hele omschakeling moet dan toch ook het beëindigen van dat werk en het repatriëren zijn.

Ondertussen zijn nu de spanningen in Israël weer hoog opgelopen. Het vredesproces is weer verstoord. Er wordt weer heel veel bloed vergoten. Jeruzalem is weer volop brandpunt en brandhaard.

In een interview met drs. C.J. van den Boogert willen we nog eens terugzien op de tijd dat hij in Jeruzalem werkte en horen hoe hij aankijkt tegen wat daar nu gebeurt.

Jullie zijn weer terug in Nederland. Dat is wel weer wennen? Ervaar je dan een soort ‘culture shock’?

Inderdaad, sinds begin september wonen we weer in Nederland. In een land waar het levensritme niet bepaald wordt door de sabbat (ook niet door de zondag) en waar God uit het publieke leven is verdwenen. Misschien maakt dat wel, wat jij de ‘culture shock’ noemt, uit.

In Israël speelt, zowel aan de Joodse als aan de Arabische kant, de godsdienst in het leven van alledag een grote rol en is die niet naar het domein van het privéleven verbannen.

Het denken vanuit Tora en Talmoed over hoe het leven thuis en in de maatschappij gestalte mag krijgen, heeft ons erg geboeid.

Dat missen we. Zeker nu we wel in Nederland wonen, maar nog geen werkplek gevonden hebben. We zijn dus wel terug in Nederland, maar nog niet op onze bestemming.

In Israël is het de laatste tijd bijzonder onrustig. Zijn jullie blij dat jullie weer in Nederland zijn? Of is het in die situatie toch ook juist wel moeilijk?

De geweldsuitbarsting in Israël vervult ons met afschuw. Wij zien namelijk mensen van vlees en bloed voor ons, mensen die we persoonlijk kennen - zowel aan de Joodse als aan de Arabische kant.

Opnieuw moet er, terwijl het vredesproces kans van slagen leek te gaan hebben, bloed vloeien.

Vanuit contacten met o.a. Jemima in Bet Jala, het tehuis voor gehandicapte Arabische kinderen dat door Nederlanders geleid wordt, hoorden we dat het echt menens is. Gelukkig gaat het hen goed, maar het legt een grote druk op het leven.

Dat vernemen we ook van joodse vrienden.

Hebben jullie dit aan zien komen?

Ja en neen! We hoopten dat het vredesproces zou doorzetten en we waren betrokken bij allerlei kringen van Joodse en Arabische mensen die met elkaar in gesprek waren. Want hoe je het ook wendt of keert, men zal het land samen moeten bewonen.

Hoe kijk je aan tegen de berichtgeving in Nederland?

Die is ronduit eenzijdig. Men kiest voor de ‘underdog’, in dit geval de Palestijnen, en men laat zich leiden door beelden van stenengooiende kinderen tegenover militairen. Echter, zo onschuldig is dat stenen gooien van kinderen niet. Bovendien worden er bijvoorbeeld vanuit Bet Jala ook beschietingen uitgevoerd door Palestijnen, op de wijk Gilo, aan de rand van Jeruzalem. Een aantal joodse mensen moest geëvacueerd worden omdat hun huizen daardoor beschadigd werden.

Mijns inziens is ook de stelling dat het bezoek van Likoedleider Arik Sharon aan het tempelplein deze opstand veroorzaakt heeft onterecht. Hij heeft er, psychologisch gezien, niet verstandig aan gedaan, daarheen te gaan. Toch is het onterecht dat men dit van Arabische zijde aangegrepen heeft om deze geweldsgolf te laten beginnen. En dat juist nu de bespreking over de status van Jeruzalem aan de orde was gesteld en Barak blijkbaar aardig wat concessies gedaan had.

Moet Jeruzalem de eeuwige ongedeelde hoofdstad van Israël zijn? Is daar in de profeten wat over te lezen?

Hier komen we bij de kern van het probleem, namelijk Jeruzalem als teken van Gods trouw aan Israël en, we zeggen het er maar gelijk bij, aan de volken, dus ook de Palestijnen.

De profeten spreken inderdaad heel concreet over Jeruzalem en dat zal men moeten laten staan.

In christelijke kring zijn we geneigd al de concrete beloften van God aan het volk Israël en over het land te vergeestelijken. Die zouden er na Christus allemaal niet meer toe doen. Daarbij spelen we dan het hemelse Jeruzalem uit tegen het aardse.

Dat is echter ten onrechte. Hier staat de trouw van God zelf op het spel.

Welnu, om de doordenking daarvan gaat het, bijbels gesproken. Dan wordt ook duidelijk hoe principieel het onderwerp Jeruzalem is en tevens hoe belangrijk het is dat er eerlijk met de bijbelse traditie wordt omgegaan.


Zo wordt Moria, de plaats waar de binding van Isaäk door Abraham plaats vond, in verband gebracht met Jeruzalem. In islamitische kring heet het echter dat Ismaël aldaar gebonden werd. Dàt is één van de punten waarmee de tempelberg als plek voor de Al Aksa Moskee wordt verdedigd. Trouwens, in Arabisch wetenschappelijke kring wordt bovendien stelselmatig ontkend dat er ooit een tempel van de God van Israël gestaan heeft. Zo zien we hoe principieel het vraagstuk Jeruzalem is. Niets minder dan de betekenis van de verkiezing van Israël staat hier op het spel.


Internationalisering van de stad, zoals ook door Nederlandse kerken bepleit wordt, is mijns inziens dan ook uit den boze.

Of we daarmee de term Jeruzalem als ‘de eeuwige en ongedeelde hoofdstad van Israël’ voor onze rekening nemen is een andere vraag.

In de huidige bedeling, dus voor de (weder)komst van de Messias, blijft onderling overleg over zulke kwesties noodzakelijk. Maar dan wel tussen de twee betrokken volken, rond de conferentietafel, niet op het slagveld.

Wat mis je, nu je weer in Nederland bent, het meest van wat je in Israël had of deed?

De ontmoeting met het levende Jodendom in al z’n schakeringen - dus ook met Messiasbelijdende Joden - rond Schrift en traditie.

Psalm 103 drukt dit prachtig uit in vers 18. Daar gaat over Gods goedertierenheid ‘over hen die zijn verbond onderhouden, en aan zijn bevelen denken om die te doen’. Met dat laatste probeerden we bezig te zijn: ‘met zijn bevelen om die te doen’.


Over de ontmoetingen die je in Israël had - Het ging met name om de ontmoeting met het levende Jodendom, zoals je die daar kunt hebben als christen, of beter: als christenen - want je kunt hierbij stellig niet in je eentje opereren.

Kun je eerst iets vertellen over de contacten met andere christenen - en daarna over de ontmoeting met het Jodendom?

De contacten in Jeruzalem waren zeer interkerkelijk. Er bestaan twee oecumenische kringen.

Allereerst de Ecumenical Circle of Friends. Deze kring beslaat een breed spectrum van de wereldkerk zoals deze in Israël vertegenwoordigd is. Hier werden afgevaardigden van o.a. de Grieks-Orthodoxe, Armenische, Koptische, Ethiopische, Katholieke, Anglicaanse, Lutherse, Evangelische kerken ontmoet.

Daarnaast bestaat er nog een interkerkelijke kring van voorgangers uit de protestantse kerken die elke maand in de vroege morgen bijeenkomen. Vanwege het vroege uur van samenkomst wordt deze kring het ‘pastores ontbijt’ genoemd.

In de laatstgenoemde kring draaien ook een aantal voorgangers van Messiasbelijdende Joden mee.


De oecumenische contacten waren voor ons in menigerlei opzicht van groot belang.

Allereerst omdat je elkaar als christelijke minderheid, levend tussen de twee andere monotheïstische godsdiensten, het Jodendom en de Islam, best wel nodig hebt. We hielden elkaar zo op de hoogte van gebeurtenissen in de plaatselijke gemeenten, van conferenties, studiebijeenkomsten, vieringen en nodigden elkaar daarbij uit.

Vervolgens kwamen uit deze ontmoetingen met voorgangers ook ontmoetingen met gemeenteleden uit de diverse kerken voort.

Daarnaast informeerden we elkaar over de relatie met de Israëlische overheid.

Enkele belangrijke zaken die gespeeld hebben en waarin we als christenen veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, waren de kwestie van de anti-missiewet en de verstrekking van visa en verblijfsvergunningen voor vrijwilligers. In beide gevallen kon door het gezamenlijk contact met de overheid en gunstig resultaat worden bereikt.


Persoonlijk heb je eveneens een gemeente nodig waarin je als christen kunt leven. Omdat wij als Nederlanders geen eigen kerk hebben in Israël, hadden wij ons als lid aangesloten bij de Duitssprekende Lutherse gemeente in Jeruzalem. Dat was onze thuisgemeente, waar we meedraaiden en bij veel dingen werden ingeschakeld.

Beide oecumenische kringen fungeerden tevens als plaatsen van vorming, bemoediging en gebed.

Kortom, door deze oecumenische contacten kregen we ingang bij zowel de kerken uit het buitenland, de Arabische gemeenten en de Messiasbelijdende gemeenten.


Het boeiende daarbij was dat we enerzijds ons konden laten verrijken door de rijke geschakeerdheid van de christelijke traditie. We leerden wat beter verstaan dat pas samen met alle heiligen de volheid van het heil beleefd kan worden.

Anderzijds ontdekten we ook op een nieuwe manier de waarde van onze eigen traditie.

Hoewel er nog steeds kerken zijn die menen dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen, neemt het merendeel van de kerken tegenwoordig deel aan de ontmoeting met Israël. Daarom dienden de interkerkelijke ontmoetingen, naast de contacten die door mijn voorgangers waren opgebouwd, tevens als mogelijkheid om met Joden in contact te komen.

Kun je nu ook iets vertellen over de contacten met Joden?

Daar lag ongetwijfeld de kern van ons werk. In de loop der jaren hebben zich kringen gevormd waar Joden en christenen met elkaar in gesprek zijn. Prof. Boertien is bij de vorming van deze kringen een van de initiatiefnemers geweest.

Deze gesprekken vinden op allerlei niveaus plaats, tussen geestelijken zoals predikanten, priesters en rabbijnen, tussen academici zoals theologen werkzaam aan universiteiten en studiecentra, maar ook tussen gewone gemeenteleden.

Aan joodse zijde wordt daaraan door mensen uit zowel orthodoxe als liberale kringen deelgenomen. De gesprekken vonden voornamelijk op drie gespreksterreinen plaats: de theologie, het antisemitisme, en de staat Israël.

Om eens een voorbeeld op het terrein van de theologie te nemen. Wij als christenen gaan er als vanzelfsprekend vanuit dat Jezus de Messias is. We vinden het dikwijls maar kortzichtig dat Joden dat niet voetsstoots van ons aannemen. Daarmee geven we aan Joden dikwijls geen enkele ruimte tot zelfverstaan. Samen teksten uit het Oude zowel als uit het Nieuwe Testament lezen waarbij zowel het zelfverstaan van Joden als dat van christenen gerespecteerd wordt, is belangrijk. Slechts op deze wijze, dus vanuit een fundamenteel respect voor de ander, kan de diepste overtuiging aan beide zijden worden uitgesproken.

Zo’n gesprek wordt in Israël zelf, als er ook van Arabische zijde aan wordt deelgenomen, mede bepaald door de politieke en etnische situatie.

Vonden er ook ontmoetingen met Messiasbelijdende Joden plaats?

Jazeker! Deze groep van Joden die geloven dat Jezus de Messias is, is dikwijls ontstaan rond een voorganger uit de heidenchristelijke kerken.

Vandaag de dag wordt men zich steeds meer bewust van z’n Jood-zijn. Hier komt opnieuw het zelfverstaan naar voren.

Dat brengt voor deze groep nieuwe vragen mee. Bijvoorbeeld vragen rond de betekenis van de Tora, de Wet van Mozes, gaan hen steeds meer bezighouden. Dus de doordenking van zaken die ook in Handelingen 15 spelen komt weer naar voren. Zo vraagt men zich af: moet er een christelijke halacha, een gezaghebbende manier van leven naar de geboden, ontwikkeld worden?

In de gemeente die het dichtst tegen de synagoge aanleunt heeft men een verklaring van het boek Handelingen uitgegeven en is men met de uitgave van een verklaring van Romeinen aan de gang.


Veel van de contacten met deze groepering cirkelden rond de vraag van het zelfverstaan. Immers, door de eeuwen heen is aan deze groepering door de kerk nauwelijks ruimte gegeven om zich zelfstandig te ontwikkelen, om het joods-eigene een plek te geven.

De ontwikkeling daarvan kan voor de kerk uit de volken, op basis van de eenheid in Christus, van eminent belang zijn.

Kun je nog wat vertellen over de diverse andere werkzaamheden?

Bijna elke zondag ging ik voor in een Nederlandstalige dienst in de Schotse kerk. Deze diensten zijn ooit opgezet door m’n Hervormde collega ds. Geert Cohen Stuart voor de groepen Nederlandse toeristen die in het voor- en najaar Israël bevolken.

Verder worden deze diensten ook belegd voor de wisselende groep vrijwilligers die voor kortere of langere tijd in Israël komt werken. De vrijwilligers werden door ons ook pastoraal begeleid, terwijl we elke maand een studie en ontmoetingsavond voor hen bij ons aan huis organiseerden.

Met de christelijke nederzetting in Galilea, Nes Ammim, werden door ons ook contacten onderhouden. Een paar keer per jaar ging ik in de kerkdiensten, die daar op sabbat worden gehouden, voor.

Naast het werk voor Nederlandse vrijwilligers waren we ook nog betrokken bij het werk onder christelijke studenten uit allerlei landen. Zij werden o.a. wegwijs gemaakt in de bonte wereld van het Jodendom en van de christelijke kerken.

Elk jaar kwamen we naar Nederland voor een tournee door onze kerken om iets te vertellen over het Israëlwerk.

In veel gemeenten heb je zo iets kunnen vertellen over je werk, of gesproken over diverse onderwerpen op dit terrein. Kun - en wil - je dat ook nu nog doen?

Ja, nu we weer in Nederland zijn en we nog niet verbonden zijn aan een nieuwe gemeente, is er de ruimte om over het Israëlwerk of over een specifiek onderwerp dat met Israël te maken heeft het een en ander te vertellen. Van verschillende kanten heb ik daartoe verzoeken ontvangen.

Verder ben ik wat aan het studeren op het vraagstuk van de wet voor gelovigen uit de Joden en uit de volkeren aan de hand van het boek Handelingen.

We wonen nu tijdelijk in ’s-Gravendeel, onze eerste gemeente, waar we de pastorie hebben betrokken en genieten van de ontmoetingen met oud-gemeenteleden.

Hoe moet het werk in Israël verdergaan?

Met betrekking tot het werk in Israël hopen we van harte dat er gauw weer een nieuwe predikant benoemd kan worden, zodat we als kerken niet vervreemden van het volk van het verbond.


Bij deze wens sluiten wij ons van harte aan. Evenzeer hopen we dat ds. Van den Boogert spoedig weer op een nieuw werkterrein aan de slag kan gaan.

We wensen hem en zijn vrouw en gezin van harte dat zij Gods zegen en leiding mogen ervaren in deze tijd van wel in Nederland terug, maar nog niet ‘op de bestemming’ zijn.