Joodse datum

14 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


Het jodendom als vraag aan de kerk

Kerk en Israël, vragen en antwoorden

Het jodendom en de kerk - dat zijn de twee groepen mensen waarover het meestal gaat in dit blad ‘Vrede over Israël’. De kerk, dat is makkelijk, dat zijn ‘wij’, degenen die geloven in Jezus als de Christus, de Gezalfde van de God van Israël. En het jodendom is die andere godsdienst; het zijn de mensen die dezelfde God dienen, maar niet op dezelfde manier.


Beide godsdiensten hebben veel met elkaar te maken, ze zijn elkaar zeer nabij en toch zijn ze van elkander duidelijk gescheiden. Die scheiding is ontstaan door verschillen in geloof, er kwamen allerlei moeilijkheden bij door groeiende opvattingen, tradities en gewoonten, en men groeide steeds verder uit elkaar door een lange geschiedenis van meningsverschillen, problemen en vervolgingen.

Niettemin is er altijd contact gebleven tussen joden en christenen. Vaak leefden ze met elkaar en was een zekere wisselwerking niet te vermijden. Soms werd er ook gezocht naar meer. Op een bepaalde manier zijn joden voor christenen en ook christenen voor joden interessant: veel is bekend, men kán met elkaar spreken en elkaar verstaan, en toch heeft het de spanning van het vreemde. Er zijn gesprekken geweest tussen joden en christenen, vragen en antwoorden.


Wanneer het over spreken en over de joden gaat, denken we daarbij, vaak onwillekeurig, vooral aan het spreken van de kerk tot Israël. En een veelheid van bekende woorden dient zich aan: zending, getuigenis, verkondigen van het Evangelie.

Maar er is meer aan de hand: altijd is er meer aan de hand geweest en voor onze tijd geldt beslist hetzelfde. Christenen vroegen ook dingen aan joden - we kunnen denken aan de vertaling en de uitleg van die boeken, waarin joden meestal zoveel beter thuis zijn dan christenen, en die wij het ‘Oude Testament’ noemen. En joden antwoordden - en spraken - en vroegen ook.

Wat is een vraag waard?

Niet in iedere tijd was de vorm van gesprek, van vragen en antwoorden, dezelfde.

Er waren perioden, dat de kerk het alleenrecht opeiste op het spreken en het vragen - en dat het jodendom hoogstens antwoorden mocht geven - maar dan wel het antwoord, dat christenen graag wilden horen.

Er zijn ook tijden geweest, waarin open gesproken kon worden, maar waarbij de joden toch wat voorzichtig bleven, en bepaalde vragen maar liever voor zich hielden. Ze waren meestal in de minderheid.

In onze tijd, vooral na de Tweede Wereldoorlog, met alle rampen die zich in die tijd over het joodse volk voltrokken hebben, komen de joodse vragen met grotere nadruk op ons af. Dat kunnen vragen zijn om duidelijkheid: hoe het dan precies zit met het christelijk geloof. Maar kritische vragen horen er zeker ook bij.


Hoe gaan we daar dan mee om? Het antwoord op die vraag hangt voor een groot deel af van onze gedachten over de waarde van dergelijke vragen en antwoorden - en van onze overtuiging aangaande het joodse volk.

Er zijn vragen, waarvan je al van te voren weet, dat ze nooit de moeite kunnen zijn. Er zijn mensen, die enkel kritisch kunnen vragen, zonder wezenlijke interesse in de zaak, waarom het gaat. Je hoort wel eens, dat sommige journalisten zo kunnen vragen. Domme vragen zijn er ook. Niet veel, veel minder in elk geval dan de vragenstellers zelf vaak denken, maar ze zijn er.

Maar wanneer Israël vraagt aan de kerk? Wanneer Israël vraagt, dat als volk van God onze reisgenoot is in deze tijd? Wanneer joden vragen - niet zomaar een keer, maar in feite al heel lang en altijd weer dezelfde vragen - is er dan niet iets bijzonders aan de hand, waarnaar in ieder geval met aandacht en ernst geluisterd dient te worden?

Israël vraagt vanuit het eigen geloof en vanuit het eigen lezen van en omgaan met het Oude Testament. Dat betekent niet, dat het dan zonder meer gelijk heeft, maar wel, dat het om belangrijke vragen gaat, waarbij het ons als kerk zeker niet schaden kan, wanneer we ons er grondig mee bezig houden.

Een oud artikel

De titel boven dit artikel, ‘Het jodendom als vraag aan de kerk’, wordt de titel voor een serie artikelen, waarin we over zulke joodse vragen willen nadenken.

Maar welke vragen nemen we dan? Hoe vinden we de belangrijkste en meest representatieve joodse vragen?

We zijn niet de eersten, die schrijven over dit onderwerp. Al in de dertiger jaren, nog vóór het modern werd om naar joden te luisteren, ontstond een artikel van dr. K.H. Miskotte, dat hierover gaat. De titel daarvan hebben we overgenomen voor deze serie in ‘Vrede over Israël’.

Het artikel ontstond uit een avond over dit onderwerp, gehouden in de toenmalige gemeente van Miskotte, in Haarlem. Het werd gedrukt en later herdrukt, vertaald en bewerkt, en heeft zo een hele geschiedenis achter zich, hetgeen al iets zegt over de betekenis ervan.

Miskotte was een theoloog in de Nederlandse Hervormde Kerk, die meerdere malen over Israël, het jodendom, geschreven heeft. Het grootste werk was zijn proefschrift, ‘Het wezen der joodsche religie’, waarop hij in december 1932 promoveerde. Het was een uitvoerige studie, waarin een hele rij joodse denkers uitvoerig beschreven werd. Daarmee wilde Miskotte een beeld geven van het joodse denken in die tijd, en tevens de vraag beantwoorden, wat nu het bepalende, het wezenlijke was in dit denken. Miskotte komt dan tot een conclusie, dat het allemaal draait om de verhouding tussen God en de mens. Kort gezegd: in het jodendom neemt de mens een veel belangrijker plaats in dan in het christendom. Miskotte vergelijkt de beide godsdiensten en beoordeelt in dat verband ook de bijbelse, met name de oud-testamentische, gegevens, en komt uiteindelijk tot een hard oordeel over het jodendom.

De vraag achter de vragen

Niettemin is hij blijven denken over het zeer vele dat hij gelezen en bestudeerd had, en het genoemde artikel ‘Het jodendom als vraag aan de kerk’ is een vrucht daarvan. Het kennis nemen van joods gedachtengoed en het dan veroordelen daarvan, het er niet mee eens zijn en daaraan uiting geven, is één ding. Maar dat betekent niet, dat er niet nog meer over te zeggen is. Miskotte nam veel uit dat joodse denken mee en verwerkte het, hoorde er de vragen in, die daarmee aan de kerk gesteld werden.


Het gaat daarbij om door joden geformuleerde vragen, maar de titel van het artikel doet nog aan iets anders denken. Het gaat niet slechts om ‘Joodse vragen aan de kerk’ of om ‘het jodendom als vragensteller tegenover de kerk’. Het jodendom wordt zelf ‘vraag’ genoemd. Dat wijst op nog een andere vragensteller. Een paar maal in het artikel wijst Miskotte erop, dat God zelf ons bepaalde vragen stelt door Israël.

Het jodendom is er nog altijd, al die eeuwen door, naast de kerk. Dat is, om het heel voorzichtig te zeggen, geen toeval. Dat er in deze wereld Belgen en Portugezen, moslems en hindoes en nog zovele anderen zijn om met ons te spreken, ons vragen te stellen en ons op dingen te wijzen, is al geen ‘toeval’, maar zeker geldt dat, wanneer we spreken over het volk van God, dat Hem wil dienen, probeert te leven naar de geboden en vast te houden aan het verbond.

Wanneer we luisteren naar de vragen van het jodendom, is het goed, niet te vergeten dat het jodendom ook zelf een vraag is, aan ons gesteld.

Zeven vragen op een rij

Miskotte behandelde in zijn artikel zeven vragen aan de kerk. Die zeven vragen komen in de volgende afleveringen van ‘Vrede over Israël’ aan de orde. Ik noem ze vast, om een indruk te geven van wat er dan zoal te lezen valt.

  1. De eerste vraag is meteen een van de moeilijkste en meest kritische vragen: Waarom is de kerk zo rustig. Hoe kan het toch, dat christenen zich zo goed ‘thuis’ voelen in de wereld, terwijl ze toch weten, dat deze werkelijkheid niet de eigenlijke is? Het jodendom is dikwijls veel minder tevreden, heeft - ja, daar zien we het weer - veel meer vragen.
  2. Wat is de plaats van de mens in het plan van God? Het jodendom geeft de mens een veel voornamer positie dan het christendom, en Miskotte heeft dat zelf veroordeeld in zijn boek ‘Het wezen der joodsche religie’. Maar heeft het jodendom helemáál ongelijk? Is het ook niet de wil van God, dat de mens zich werkelijk inzet voor het Evangelie? Toegespitst: Israël vraagt ons, hoe we bidden, wanneer we bidden: als een vrome wens, of als keerzijde van ons handelen?
  3. De derde vraag is voor de hand liggend: tussen jodendom en christendom liggen de verschillen tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Is het voor de kerk niet vaak moeilijk, werkelijk beide testamenten voluit als Woord van God te aanvaarden?
  4. Een kwestie die natuurlijk ook behandeld moet worden, is die van de ‘zending onder de joden’. Voor joden is dat altijd een moeilijke zaak geweest, en na de oorlog is dat zeker nog sterker geworden. Het gaat niet in de eerste plaats om gelijk of ongelijk hebben, maar het is voor joden onbegrijpelijk, dat de kerk, die uit Israël is voortgekomen, zo weinig begrijpt van wat het jodendom eigenlijk ís.
  5. Wij spreken in de kerk over de verlossing in de Here Jezus Christus. Joodse mensen begrijpen niet goed, hoe je in déze wereld kunt spreken over een verlossing, die er al ís. Want verlossing moet je toch zien en merken? Vandaar de vraag: wat bedoelt de kerk eigenlijk met dat woord ‘verlossing’?
  6. De zesde vraag gaat over het antisemitisme. Dat is van alle tijden en plaatsen, maar het is er in de kerk óók, heeft daar vaak een eigen gezicht - en heel eigen gronden. Waar komt die haat onder christenen tegen het joodse volk toch vandaan?
  7. Wat verwacht de kerk? Soms is dat wel duidelijk, maar wanneer we kijken naar de geschiedenis van de kerk, zijn er meerdere perioden aan te wijzen, waarin de kerk nauwelijks nog iets verwachtte. De tevredenheid had de overhand. Vooral hier ziet Miskotte het jodendom als een vraag aan ons, een vraag, die ons door God-zelf gesteld wordt: leven we werkelijk in en vanuit de verwachting van de toekomst van de Here God?


Dat zijn de vragen. Uiteraard komen in de volgende artikelen ook wel antwoorden, of aanzetten daartoe, aan de orde. Maar om een zinvol antwoord te kunnen geven, moet eerst de vraag gehoord worden: het luisteren gaat voorop. Luisteren willen we, met aandacht en concentratie. De vragen zijn het waard.



Volgende artikelen:

  1. Kerk, waarom ben je zo rustig? (G.C. den Hertog)
  2. Kerk, wat is uw gebed? (M.W. Vrijhof)
  3. Het ene Woord van God (C.J. van den Boogert)
  4. De vraag naar de Zending (H.M. van der Vegt)
  5. Wat heet ‘Verlossing’? (H.D. Rietveld)
  6. Anti-semitisme (H. Biesma)
  7. De vraag naar de Verwachting (H.M. van der Vegt)