Joodse datum

19 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


zie ook deel 1

Dagboek - van hemelvaart tot hellevaart (II)

Dinsdag 3 juni 2003, Warschau

Het centrum van Warschau, dat we op dinsdagmorgen bezochten, is een verhaal apart.

In 1939 werd de stad op last van de nazi’s verdeeld in drie secties. De zuidelijke sectie, de mooiste van de drie, bestemden zij voor zichzelf. In het centrum mochten de arische Polen blijven wonen. Het meest noordelijke deel werd toegewezen aan de Joden. Men is toen direct begonnen met de bouw van een gettomuur. Over het getto straks meer.

Maar na een opstand kwam er een bevel uit Berlijn – namelijk van Hitler hoogst persoonlijk – dat de hele stad verwoest moest worden. En dat hebben de Duitse troepen toen ook gedaan. Zeer systematisch, blok voor blok, straat voor straat. Slechts een toren bleef overeind staan: een uitkijkpost van de Waffen SS. Van daaruit moet te zien zijn geweest, hoe de Russische troepen zich al samentrokken aan de Weichsel...

Na de oorlog is in slechts acht jaar tijd de hele stad herbouwd, het oude centrum in de oorspronkelijke, middeleeuwse stijl. Een bewijs van de uitzonderlijke veerkracht van het Poolse volk.


Wie over videoapparatuur beschikt, zou de film ‘The Pianist’ van Roman Polanski eens moeten bekijken. Deze geeft een – volgens ingewijden – zeer realistisch beeld van de verschrikkingen van het getto in Warschau.

Vanaf 1940 werden er 400.000 Joden bijeen gedreven. Omdat de Duitsers het getto te groot vonden om te bewaken, werd het vervolgens ook nog eens verkleind! In het voorjaar van 1943 waren al 300.000 Joden gedeporteerd naar de concentratiekampen Treblinka en Auschwitz. Tienduizenden stierven van honger, ziekte en uitputting.

Op een gegeven moment waren de 70.000 sterksten nog over. En die zijn toen in opstand gekomen. De opstand is bloedig neergeslagen, nadat op 19 april de Duitse troepen het getto binnengetrokken waren. De overwinning moest een cadeau worden voor de Führer, die op 20 april verjaarde. Dat pakte anders uit, want de rebellen hielden moedig stand tot in de maand mei.


Twee monumenten herinneren aan het heroïsche en tegelijk tragische van de opstand.

Een groot monument met taferelen uit de strijd. Een monument overigens, gebouwd met stenen die Hitler had willen gebruiken voor een monument na zijn totaaloverwinning.

Maar zeker zoveel indruk maakt een gedenkplaat in de vorm van een putdeksel. De opstandelingen maakten namelijk gebruik van kilometerslange onderaardse gangen, onder de gettomuur door naar het ‘vrije’, Arische deel van Warschau. Totdat die gangen werden ontdekt en de SS-ers bij de uitgang met mitrailleurs stonden te wachten...

Wat nu nog herinnert aan het getto is vijftig meter straat en tien meter muur. De Israëlische ex-president Chaim Herzog nam één steen uit de muur mee om die een plaats te geven in het Yad Vashem-museum te Jeruzalem.


Ook in Warschau was en is trouwens te zien, dat haat en onrecht niet het laatste woord zullen hebben. De gids vertelt van een rk-kerk aan de rand van het getto. Door gaten in de muur heen hebben nonnen zeker 500 Joodse kinderen gered.

Of neem Janusz Korczak. Hij was een niet-joodse Pool, die de leiding had over een weeshuis voor Joodse kinderen, dat in het getto gelegen was. Tijdens de deportaties boden de Duitsers hem de vrijheid aan. Maar toen de Duitsers weigerden ‘zijn’ kinderen vrij te laten, is hij bij ze gebleven. Tot in de gaskamer. En tot het laatst toe is hij de kinderen blijven vertellen, hoe goed het leven in de wereld is. Het leven met God.


We bezichtigden de oude synagoge (1902). In de oorlog deed deze dienst als paardenstal. Nu gelukkig weer als Godshuis, zij het dat de samenkomsten op sabbat soms niet door kunnen gaan, omdat het vereiste tiental mannen niet gehaald wordt. Eens leefden in Warschau 400.000 Joden...


Veel van de Joden, die nu weer in Polen wonen, hangen de orthodoxie aan. Dat zou verwondering kunnen wekken, gezien het verborgen antisemitisme, dat altijd nog in de Poolse samenleving aanwezig is. Een geassimileerd (aangepast), ‘anoniem’ Jodendom geeft dan minder problemen. En daar is op zichzelf ook wel sprake van. Zo bestaat er momenteel in Warschau een Joods toneelgezelschap, waarvan de spelers bijna allemaal niet-joods zijn!

Maar er is dus toch ook bij velen een sterk hechten aan de orthodoxie. Het overwegende gevoelen is dan: de assimilatie heeft ons in het verleden niet behoed voor vervolgingen. En we hebben al zoveel vaderen van onze godsdienst verloren, neem ons niet ook nog de godsdienst van onze vaderen af.


De middag van deze dinsdag hadden we vrij. Het eerste (en laatste!) vrije dagdeel op onze reis. Een verademing. Sommigen kochten soevenirs of schreven een kaart naar huis. Dat heb ik natuurlijk ook wel gedaan. Maar ik heb ook heerlijk vanaf een terras een uurtje naar mensen zitten kijken.


Woensdag 4 juni
brachten we helemaal door in de bus: een lange reis van Warschau naar Berlijn, het volgende doel van onze reis.

Donderdag 5 juni 2003, Berlijn

’s Morgens een bezoek aan het Bonhoefferhuis. Eigenlijk het huis van vader en moeder Bonhoeffer. In de ruimte, waar vader Bonhoeffer – die neuroloog was – patiënten ontving, is nu een fototentoonstelling ingericht over de familie en met name leven en werk van zoon Dietrich. Op de bovenverdieping is een kamer ingericht als diens werkkamer.


De betekenis van Dietrich Bonhoeffer kan alleen maar worden verstaan tegen de achtergrond van de ontwikkeling in de Duitse Evangelische Kirche.

In de periode zo tussen 1880 en 1933 was het kerkelijk leven in Duitsland verstard tot een soort staatschristendom (de Deutsche Christen). Bijbelse begrippen als ‘zonde’ en ‘genade’, ‘geloof’ en ‘navolging’ werden niet meer werkelijk beleefd maar als voorgeschreven waarheden aangenomen. In zo’n situatie krijgen vanouds afgoden een bijzondere kans.

Op 30 januari 1933 stichtte Hitler zijn Derde Rijk, een griezelige mengeling van een als god aanbeden Führer, (aanvankelijk) groeiende materiële welvaart, grote parades en partijbijeenkomsten, slagzinnen en symbolen, die het (zogenaamd) meest zuivere Germaanse ras, het bloed, de staat en de bodem verheerlijkten. De Bijbelse waarheid werd daaraan aangepast. Zo zou Jezus de zoon zijn van Maria en een in Galilea gelegerde Germaans-romeinse soldaat. Jezus zou zo van oorsprong een Ariër zijn... De keerzijde was een genadeloze onderdrukking van ‘vreemde, minderwaardige elementen’ (lees met name: de Joden). De Duitse Kerk leek weerloos, toen er een ‘Hitler-kerk’ werd gesticht met een ‘Rijksbisschop’ aan het hoofd. Maar er kwam een reactie.


Dietrich Bonhoeffer werd op 4 februari 1906 geboren, ging theologie studeren en verbleef tijdens zijn studie o.a. bij de Zwitserse theoloog Karl Barth, die grote indruk op hem maakte en invloed heeft gehad op zijn denken.

Kerngedachte van Barth was, dat er een onoverbrugbare kloof gaapt tussen de mens en God, die alleen door Christus gedicht kon worden en ook werkelijk gedicht werd. Maar elke vergoddelijking van de mens is uit den boze.

Al in 1933, twee dagen na de machtsovername door Hitler schrijft Bonhoeffer: ‘Aus dem Führer wird ein Verführer, wenn dieser sich dazu hinreissen lässt, sichselbst verherrlichen zu lassen ... Führer und Amt, die sichselbst vergotten, spotten Gottes und müssen zerbrechen’ (Een leider wordt een verleider, als hij ertoe komt zichzelf te laten verheerlijken ... Leider en staatsleiding die zichzelf vergoddelijken, spotten met God en móeten wel ten val komen). Bonhoeffer wilde de God van de Bijbel en de Christus van het Evangelie in alle eerlijkheid en radicaliteit volgen.


Vanaf het begin heeft Bonhoeffer het opgenomen voor zijn Joodse stad- en volksgenoten. Samen met een aantal andere predikanten gaf hij zijn verzet gestalte door de oprichting van een ‘Pfarrernotbund’ (noodverbond van predikanten), de ‘Bekennende Kirche’ (de belijdende kerk, namelijk van Jezus Christus als enige Heer) en een ‘Predigerseminar’ (predikanten opleiding) waar een diepe vriendschap ontstond met een van zijn leerlingen, Eberhardt Betghe, die later ook Bonhoeffers biograaf werd. Bonhoeffer onderhield ook veel internationale contacten.

Uiteraard hebben de nazi’s geprobeerd hem monddood te maken. Vanaf 1936 mocht hij niet meer doceren, vanaf 1940 niet meer spreken in het openbaar, vanaf 1941 niet meer publiceren. Intussen raakte Bonhoeffer steeds actiever bij het verzet betrokken. Zo heeft hij Joden geholpen naar Zwitserland te ontkomen en heeft hij (na een worsteling met zijn geweten) meegedaan aan het beramen van de overigens mislukte moordaanslag op Hitler (20 juli 1944).


Bonhoeffer zelf was intussen (april 1943) gearresteerd en gevangengezet. Via het concentratiekamp Buchenwald kwam hij in het KZ Flossenbürg terecht, waar hij zonder enige vorm van proces of veroordeling op 9 april 1945 door SS-beulen werd opgehangen. Op persoonlijk bevel van Hitler. Terwijl in de verte de kanonnen van de geallieerden al te horen waren... Zijn laatste woorden, tegen een Britse medegevangene, waren: ‘Dit is het einde – maar voor mij een nieuw begin’.


Wie kennis zou willen maken met leven en werk van Dietrich Bonhoeffer leze de roman ‘De beker der gramschap’ van Mary Glasener. Bekende vertaalde boeken van Bonhoeffer zelf zijn: ‘Navolging’, ‘Leven met elkander’, ‘Brevier’ e.a.


De middag begon met een rondleiding door de voormalig Joodse wijk in Berlijn. In de Rosenstrasse staat een monument ter nagedachtenis aan het zogenaamde vrouwenprotest. Na een razzia hebben Joodse vrouwen daar dagenlang gepost. En geroepen: geef ons onze mannen terug! Tot de autoriteiten het zat werden en ze hun zin gaven. Er moeten er zelfs zijn teruggehaald uit Auschwitz! Ik moest denken aan die weduwe en de onrechtvaardige rechter, waarover de Here Jezus vertelde.


Langs de synagoge, die in 1714 werd gebouwd, in 1945 gebombardeerd, na de oorlog hersteld maar nu tegen aanslagen beschermd moet worden met enorme blokken beton en voortdurende politiebewaking. Hetzelfde zie je bij de Joodse school, die er weer is voor de kinderen van de ruim 20.000 Joden, die nu weer in Berlijn wonen.

Het herlevend antisemitisme werd ook duidelijk bij het graf van Mozes Mendelsohn (inderdaad, de opa van). Deze Mendelsohn wordt wel genoemd de vader van ‘de Joodse emancipatie’. Hij dacht diep na over overtuigd Jood-zijn en tegelijk je bijdrage leveren aan de samenleving, waarvan je deel uitmaakt. Maar zijn grafzerk moet elke paar weken schoongemaakt vanwege de hakenkruisen, die erop gespoten worden.

Ook hier weer een monument, dat herinnert aan de wegvoering van duizenden Joden. In 1933 woonden er 172.000 Joden in Berlijn. Daarvan zijn er 60.000 gedeporteerd, de meeste anderen vluchtten naar andere Europese landen en de Verenigde Staten.

De gids wees ons op koperen plaatjes tussen de stoeptegels. Voor € 80 kun je er een laten aanbrengen met de tekst: Hier woonde... en dan de naam van een Joodse burger, zijn geboorte en sterfdatum. De laatste meestal ergens in de jaren ’40...


De dag werd afgesloten met een bezoek aan het Joodshistorisch museum van Berlijn. Alleen al vanuit architectonisch oogpunt een bezienswaardigheid. Het gebouw is ontworpen door de Amerikaanse architect Liebeskind, die ook het winnende ontwerp indiende voor de herbouw van het WTC-gebouw in New York. Het Joodshistorisch museum is gebouwd in de vorm van een bliksemschicht. Dit om de bezoeker eraan te herinneren, hoe vaak en hoe dodelijk de bliksem is ingeslagen in het Joodse volksbestaan.


We kregen een rondleiding en die zal vast ook erg boeiend zijn geweest. Uw verslaggever heeft er helaas niet meer zoveel van opgenomen. Het was die dag in Berlijn verzengend warm. En als je dan al vanaf ’s morgens vroeg aan de wandel bent geweest... Toen er een enorme bui losbrak, zaten wij helaas al weer in de bus.

Vrijdag 6 juni 2003

Naar huis! Na nog getrakteerd te zijn op een enorme omweg voor een warme hap draaiden we om 18.45 uur dankbaar en wel de parkeerplaats van de Rijnhal te Arnhem op. In totaal legden we per bus 3150 km af. En lopend ook nog heel wat kilometers. Maar het was de moeite ruimschoots waard.

Van Hemelvaart tot hellevaart?

Op een diepingrijpende wijze zijn we vanaf Hemelvaart 2003 negen dagen lang geconfronteerd met het onnoemelijk lijden van het Europese Jodendom in de Tweede Wereldoorlog. In die zin: ja.

Toch kon de zegen van de Hemelvaart niet meer worden weggenomen. Voor ons niet. Maar ook voor het Joodse volk niet. Want, mét alle overblijvende vragen over Gods hand in de geschiedenis: Christus regeert! En het volk Israël is er nog altijd.

Van Hemelvaart tot hellevaart? Tijdens een van de dagsluitingen sprak de voorzitter van het deputaatschap, ds. H.Biesma, een zin, die mij bijbleef: ‘Christus’ hemelvaart betekent voor Zijn volgelingen een aardevaart.’

Maar wat zullen wij dan zeggen? Als wij zien op het lijden, en bedenken hoe vaak het de Joden onder de christennaam is aangedaan, leggen wij met Job de hand op de mond. Maar als wij zien op de Christus zelf, zullen met dezelfde Job zeggen: ‘Ik weet dat mijn Verlosser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden’.


Er is van deze reis een indrukwekkende diareportage gemaakt. Ongetwijfeld is een van de deelnemende deputaten graag bereid deze op een Israëlavond in uw gemeente te komen vertonen.