Joodse datum

14 adar 5779

ΦΉBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


Van de Voorzitter


Een tijdlang was er eigenlijk geen ‘bijzondere’ aanleiding om onder bovenstaand kopje iets te schrijven. Het werk mocht ‘gewoon’ doorgaan: dat van deputaten, van het C.I.S. (Centrum voor Israël­studies), de contacten met andere instanties en - niet te vergeten - de inwerkperiode van onze Israëlconsulent ds C.J. Rodenburg. Van zijn hand hebt u al enkele malen wat geschreven impressies in dit blad kunnen lezen.

Nu zijn er toch wel wat bijzondere zaken te melden.

Generale Synode

Op de tweede dag van het Israëlitische Loofhuttenfeest, 1 okt. 2004, kwam op de generale synode ons rapport in bespreking. Of die datum met opzet gekozen was? Het voorbereidend werk voor die bespreking was al door commissie-II gedaan. Ter synode waren het vooral informatie-vragende opmerkingen die werden gemaakt. Het viel ons - br Van Braak, br Rietveld en mij - niet moeilijk daar antwoord op te geven. Persoonlijk vond ik het jammer dat de in het rapport aangeroerde mogelijke punten voor verdere bestudering niet aan de orde kwamen. Er zijn nog voldoende zaken, die het waard zijn om verder uitgediept te worden. Maar ja, waar haalt een deputaat die ook al een volle dagtaak heeft de tijd vandaan om zich uitvoerig met een onderwerp bezig te houden?

Naast de goedkeuring van en de dank voor ons werk kregen we de opdracht om in overleg met de zendende kerken Groningen en Zierikzee (die beide ‘vacant’ zijn) een oplossing te zoeken over hun fungeren als zodanig. Ook is ons gevraagd om na te gaan of en hoe er een band kan ontstaan tussen drs Rodenburg en een gemeente. De in 2001 gegeven goedkeuring-in-principe voor de samenwerking in het C.I.S. is definitief gemaakt.

De synode verlengde de benoeming van de ‘zittende’ deputaten ds H.D. Rietveld (2e secretaris) en H.H. van Braak (nu 1e penning­meester). Een tweetal nieuw-benoemden is ons komen versterken: ds J.G. Schenau als 1e secretaris en F. Voorrips als 2e penningmeester. De 3 jaar geleden benoemde adviseur-ad-hoc (zaken rondom de post Jeruzalem), drs C.J. van den Boogert is nu algemeen adviseur geworden, omdat prof.dr. G.C. den Hertog had gevraagd om niet opnieuw benoemd te worden.

Samenstelling van ons deputaatschap

Daarmee kom ik bij de samenstelling van ons deputaatschap. Daar zijn nogal wat wijzigingen in gekomen.

Mochten we in 2003 ds C.J. Droger verwelkomen, in 2004 viel dat ds J. Groenleer (opnieuw) ten deel: hij werd door de P.S. van het Oosten benoemd in de plaats van ds P.D.J. Buijs. En hem werd ook meteen maar diens functie - 2e voorzitter - toevertrouwd. Ds Buijs heeft op een voortreffelijke en gewaardeerde wijze zijn plaats onder ons gedurende ongeveer 10 jaar ingenomen!

De nieuwbenoemde 1e secretaris heeft de brede taak en het vele werk van ds M.W. Vrijhof overgenomen. Deze is ooit begonnen als 2e penningmeester, maar na 3 jaar zette de synode hem op de post waarop hij 12 jaar met veel nauwkeurigheid en toewijding heeft gediend. Een voornaam werkstuk was de jaarlijkse rapportage aan de P.S.-en. En als er eens wat moeilijke vragen komen, of als bv een ambtenaar in Jeruzalem moet worden bewogen om een visum af te geven, dan wordt de secretaris daarvoor ingezet. Daarnaast is er dan nog het voorbereidende werk voor de vergaderingen van de deputaten én de nasleep daarvan.

Vijftien jaar lang hebben we in br P. Vree een uitermate deskundige en zeer betrokken penningmeester gehad. Hij had volgens de synodale regelingen al eerder moeten aftreden, maar omdat we wegens ziekte van de beoogde opvolger drie jaar geleden met een vacature zaten, werd zijn mandaat verlengd.

Nu zit zijn tijd er écht op - tot zijn en onze spijt. Het werk omvatte voor hem veel meer dan het cijfermatig bezig-zijn; ook inhoudelijk voelde en toonde hij zich zeer betrokken bij de relatie tussen Israël en de kerk. Ook aan het tot stand komen van het C.I.S. heeft hij een geweldig aandeel geleverd.

Bijna 22 jaar geleden kwam - toen nog drs - G.C. den Hertog het deputaatschap binnen als 2e secretaris, dus voornamelijk als vervaardiger van de notulen. Daarna diende hij lang als secretaris. In die functie - ik wees daar bij Vrijhof al op - zit een grote mate van veelzijdigheid. Daardoor kon Den Hertog ook zonder enige moeite worden voorgedragen aan en benoemd door de generale synode als adviseur. In die hoedanigheid is hij ook van grote betekenis geweest.

De laatstgenoemde drie afgetreden broeders hebben elk ook gediend in het brengen van werkbezoeken en het organiseren van studiereizen naar Israël en Polen.

We zijn hen dankbaar voor hun toegewijde inzet. Van de nieuw-benoemde broeders hopen wij dat zij, elk met eigen gaven, dienstbaar mogen zijn in de relatie Kerk en Israël.

Vrede over Israël

Vanaf het eerste nummer van de 44e jaargang van Vrede over Israël (febr. 2000) berustte de redactionele eindverantwoordelijkheid bij ds A. Brons. Hij kon - naast zijn kennis van zaken - ook putten uit een grote eigen schat van fotomateriaal, goed bruikbaar voor de ‘versiering’ van diverse nummers. In de jaarlijkse redactievergadering overlegt de eindredacteur met zijn collega’s over de inhoud van de volgende jaargang. Maar het is wel zíjn taak om bij alle onderwerpen mensen te vinden die ook wat ‘leesbaar’ kunnen schrijven en dan ook op tijd hun kopij inleveren! En dán is het nog ‘passen en meten’ om al die letters op het beschikbare aantal pagina’s te krijgen. Met grote nauwgezetheid heeft br Brons zich van zijn taak gekweten. Eén van zijn grote ‘prestaties’ is geweest dat onder zijn beleid - overigens met hulp van anderen - ons blad een ander aanzien heeft gekregen: meer kleur en een verbeterde lay-out. Uit reacties is gebleken dat velen dit hebben gewaardeerd.

Zijn opvolger, drs C.J. van den Boogert, gunnen we eenzelfde vreugdevolle arbeid!

C.J. Rodenburg

Onze Israëlconsulent, drs C.J. Rodenburg, verblijft momenteel met zijn vrouw en kinderen in ons land. Gedeeltelijk is dat om hier hun vierde kind geboren te laten worden. Maar de tijd daaromheen wordt ook intensief gebruikt om de contacten met zijn ‘zenders’ te verstevigen, om mee te werken aan het symposium in Ede op 27 jan., om een deel van de bezinningsdagen van ons als deputaten mee te maken én om in enkele plaatsen te spreken over: ‘Leven en werken in Jeruzalem - een impressie van één jaar’. Een tiental avonden kan hij beschikbaar zijn, waarvan al vrij gauw zes konden worden ingevuld door de medewerking van onze deputaten. Ik noem hier de data na de verschijning van dit nummer én de plaatsen waar br Rodenburg zal spreken. Achter datum en plaats vermeld ik de organisatoren, die u informatie kunnen geven over locatie en tijd: woensdag 16 febr. Capelle a.d. IJssel (ds C.J. Droger, ds M. van der Sluys); donderdag 17 febr. Veenendaal (br H.H. van Braak); maandag 21 febr. Nijkerk (ds H.D. Rietveld); dinsdag 22 febr. Zwolle (drs C.J. v.d. Boogert). Twee dagen daarna hoopt het gezin Rodenburg terug te kunnen gaan naar Jeruzalem, naar we hopen: met een gezonde baby erbij!

Komt er vrede?

Met enige spanning wordt uitgekeken naar de verkiezing van een opvolger van wijlen Arafat. Ook omdat de kandidaat-met-de-meeste-kansen als enigszins ‘gematigd’ wordt aangemerkt. Of hij, na zijn verkiezing, dat ook waar kan maken is nog af te wachten. Het zou toch wel iets heel moois wezen als de neerwaarts gerichte spiraal van aanslagen en onrust omgebogen kan worden in de richting van een meer vreedzaam samenleven van Israëli’s en Palestijnen. Vraag de God van Israël om de vrede voor Jeruzalem!



Vorige ‘Van de Voorzitter’: 48/1, jan. 2004
Volgende ‘Van de Voorzitter’: 50/4, sept. 2006