Joodse datum

16 adar sjeni 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.

Info over het artikel


Land voor Vrede. Twee Joodse visies op de ontmanteling van Joods nederzettingen

door
drs.ir. C. van der Spek

download het artikel

in
Vrede over Israël, jg.49 nr.4

inhoud | download het nummer


Land voor Vrede

De ontmanteling van Joodse nederzettingen. Twee Joodse visies


De ontmanteling van alle Joodse nederzettingen in de Gaza-strook en vier dorpjes van de Westoever, gepland in de tweede helft van augustus, doet in Israël heel veel stof opwaaien. Totaal zullen ruim 8.000 kolonisten moeten verhuizen, hetzij naar Israël, hetzij naar andere nederzettingen op de Westoever. De discussies zijn fel en de demonstraties tegen deze gedwongen verhuizing worden grimmiger.


In de Figaro van 7 juni j.l. werd het standpunt van ultra-orthodoxe Joden belicht. Het ontruimingsprogramma van Sharon is gericht tegen het Joodse volk. Het land is van ons. Dat staat geschreven in de Tora. Daarbij doet het er niet toe wie hier het eerst was. ‘Het is niet zonder grond om te geloven in een Goddelijk ingrijpen, teneinde het onzalige ontmantelingplan van Sharon te stoppen’, zeggen de ultra-orthodoxen, ‘en dat kon wel eens gebeuren bij de komst van de Messias.’


Zoals staat in de Tenach beloofde God het land Kanaän aan de Israëlieten. De Gaza-strook en de Westoever behoren tot dat beloofde land. Een zogenaamde Din Tora - een rabbijnse wettelijke beslissing - verbiedt het overdragen van delen van Eretz Israël aan niet-Joden.


Volgens de politie vormen deze ultra-orthodoxe Joden maar een kleine minderheid van 15% onder de kolonisten en maar 2% van de totale Joodse bevolking van Israël. De Israëlische journalist Akiva Eldar vindt het onbegrijpelijk, dat een bevolkingsgroep van niet meer dan 2% het voor elkaar krijgt om besluiten tot overdracht van bezette gebieden te blokkeren.


De kolonisten, die alle Palestijnse gebieden claimen, doen dit, ondanks de wetenschap dat bij annexatie daarvan de Joden binnen tien jaar een minderheid zullen vormen in eigen land. Die wetenschap brengt juist seculiere Joden tot het standpunt voorstander te zijn van een verzelfstandiging van het grootste deel van de bezette gebieden en ook zij beroepen zich op de Tora.


Zo laat Mordechai Cogan (historicus, verbonden aan de afdeling Joodse Geschiedenis van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem) in het dagblad Ha'aretz in dezelfde junimaand een heel ander geluid horen. Hij schrijft:

De Tora schetst twee kaarten van Israël. Eén kaart spreekt in algemene termen van een land dat zich uitstrekt van de rivier van Egypte tot aan de Eufraat (Gen. 15:18). Een tweede kaart schetst de precieze grenzen van het land Kanaän (Numeri 34 en Ezechiël 47).


De westgrens van het beloofde land werd aldus gevormd door de kust van de Middellandse Zee, vanaf de Wadi El-Arish tot aan de berg Hor, vermoedelijk een berg ten noorden van Djebel in Libanon. Die kuststrook is nimmer in handen geweest van Israël. In het zuiden waren er de Filistijnse koninkrijken Gaza, Ashkelon, Ashdod en Ekron en daar waren geen Joodse nederzettingen. In het noorden werd de kuststrook beheerst door de Foenicische koninkrijken Tyrus en Sidon. Vermoedelijk was daar wel sprake van een Israëlische presentie. Om zijn schulden af te lossen betaalde koning Salomo aan Hiram, koning van Tyrus, met de overdracht van 20 steden in het land van Galilea. (1 Kon. 9:11-13). Heel West Galilea, vanaf Acco tot aan Rosh HaNikra, werd overgedragen aan de Foeniciërs, en dat met de bevolking die daar woonde.

Dit staat in de Tenach zonder enige kritiek van de kroniekenschrijver, en de verklaring daarvoor is duidelijk: Er is geen verbod in de Tora tot overdracht van gebieden aan iemand die geen lid is van het Israëlische volk. Het bezit van gebieden in Eretz Israël door het Joodse volk hangt altijd af van de politieke en militaire omstandigheden van het moment.


Laten we hopen en bidden, dat het inzicht mag doorbreken, dat de vrede ook wat mag kosten.




Literatuur: