Joodse datum

14 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


Vrede over Israël, jrg. 50 no. 3
Van de redactie


In het derde nummer van Jaargang 50 houden we ons bezig met vragen rond de ‘identiteit’ van het volk Israël.


In de Schriftstudie stelt ds. H.D. Rietveld de vraag aan de orde wat de apostel Paulus in Galaten 6:16 bedoeld kan hebben met de uitdrukking ‘het Israël Gods’. Dat blijkt een moeilijk te beantwoorden vraag. Bij het raadplegen van Bijbelverklaringen worden sterk uiteenlopende antwoorden gegeven.

Als er in het Oude Testament over Israël gesproken wordt, kan daar alleen maar het historische volk Israël mee bedoeld zijn. Maar Galaten is een brief uit het Nieuwe Testament. De vraag komt op of de naam Israël na de komst van Christus nog wel (alleen) op het historische volk Israël betrekking heeft. Duidelijk is dat de kerk uit de volkeren zich in de loop der eeuwen dikwijls de naam Israël heeft toegeëigend. Ten onrechte! Toch is en blijft de uitdrukking voor Schriftuitleggers een struikelblok.

Ds. H.D. Rietveld, die lid is van Deputaten Kerk en Israël, zoekt een weg te vinden in de veelheid van meningen.


De Israëlconsulent, drs. C.J. Rodenburg, schrijft een informatief artikel over Joden die Jezus als de Messias erkennen. Zij hebben ook in Israël gemeenten gesticht. Heel bewust noemt de schrijver het ‘Messiaanse gemeenten’. Hij geeft het artikel de titel mee: ‘Genade en waarheid in kerk en synagoge’.

Ook in zijn bijdrage wordt de identiteitsvraag aan de orde gesteld. Hoe zag en ziet de kerk hen? Hoe oordelen Joden die Jezus niet als Messias erkennen over deze ‘mede’ Joden? En... hoe zien ze zichzelf? Het is een vraag waarop meestal geen eenduidig antwoord wordt gegeven.

Drs. C.J. Rodenburg woont en werkt in Jeruzalem, als werker van het Centrum voor Israëlstudies.


Van mijn hand, drs. C.J. van den Boogert, vindt u een artikel waarin wordt geprobeerd een antwoord te geven op de vraag welke plaats Johannes Calvijn, bij de uitleg van het Oude Testament, aan Israël toekent.

Calvijn leefde stellig in een tijd, waarin Israël als volk van God voor de kerk had afgedaan. Het resultaat is, gezien tegen deze achtergrond, best verrassend te noemen.


Ook in deze uitgave wordt één van de glas-in-loodramen over de zonen van Jakob van de Joodse schilder Marc Chagall besproken. Ditmaal Jozef, de eerstgeboren zoon van Jakob bij zijn vrouw Rachel. In dit nummer staat een afbeelding van het geheel afgedrukt, met enkele opmerkingen erover.



Dit nummer is in zijn geheel beschikbaar als pdf-bestand (maar pas op: 4000k!)