Joodse datum

14 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


Bij de Synagoge van Arnhem


Al bijna 800 jaar wonen er Joden in de stad Arnhem en directe omgeving. Hun aantal is door de eeuwen heen toegenomen en afgenomen. Het beeld van de afgelopen twee eeuwen laat zien, dat er in het begin van de 19e eeuw ruim 300 Joden in Arnhem woonden. Honderd jaar later zijn dat er 1271. Nog weer 50 jaar later, wanneer de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden, telt de stad nog maar 327 Joden (gemeten in 1951). De laatste (mij bekende) telling dateert van 1998 en noemt een aantal van 70.


De positie van de Joden was in Arnhem niet anders dan in andere steden en dorpen in ons land. Tot de Franse tijd had men geen politieke rechten, mocht men geen lid zijn van een gilde, kreeg men geen overheidssteun, moest men de doden ver buiten de stadsmuren begraven, moest men in privé-huizen samenkomen om de gods­dienst­oefeningen te houden. Men was tweederangs burger. Dat veranderde door de wet van 1796: de gelijkberechtiging van Joden werd toen een feit.


Een gevolg van de nieuwe wet was, dat de Joden voortaan openlijk konden samen­komen in synagogen die niet meer ergens achteraf hoefden te staan. In Arnhem leidde dat in 1799 tot de verbouw van drie huizen tot één synagoge. Vijftig jaar later was deze synagoge te klein geworden om plaats te bieden aan het groeiende aantal Joden. De synagoge werd afgebroken, waarbij de heilige Ark - bewaarplaats van de Tora-rollen - verhuisde naar Elburg (zie vorig nummer van dit blad).

De nieuwe synagoge, die in 1853 in gebruik werd genomen, werd gebouwd op de plek waar de beroemde joodse rechtsgeleerde Jonas Daniël Meijer was geboren. Hij speelde een grote rol in de emancipatie van de Joden in ons land. Nog altijd staat de synagoge op die plek, aan de Pastoorstraat.


De betekenis van Arnhem nam voor de Joden nog toe doordat de zetel van het Opper­rabbinaat in 1881 verplaatst werd van Nijmegen naar de Gelderse hoofdstad. Arnhem werd tevens de hoofdplaats van het synagogaal ressort. Er was in de stad een uitgebreid Joods gemeenschapsleven ontstaan met aandacht voor Tora-studie, armenzorg, een joodse school, een tehuis voor Joodse bejaarden en een tehuis voor Joodse militairen.


De synagoge aan de Pastoorstraat is ontworpen door de stadsarchitect H.J. Heuvelink. Het is een opvallend robuust gebouw, dat een geheel eigen karakter uitstraalt. Op de gevel aan de noordzijde staan in het Hebreeuws de woorden uit Jesaja 56:7 ‘Want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.’


Twee keer is er een ingrijpende restauratie geweest: in 1953 en 2003. Velen uit de Arnhemse gemeenschap hebben zich voor het herstel van de synagoge ingezet. Op 8 oktober 2003 werd het gebouw overgedragen aan het Nederlands Israëlitische Kerkgenootschap. Bij die plechtigheid was ook koningin Beatrix aanwezig.


De Joodse gemeenschap in Arnhem is nooit erg groot geweest, maar ze is er nog altijd, al 8 eeuwen lang. De synagoge van Arnhem is het symbool van die Joodse presentie in verleden en heden.