Joodse datum

19 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


Uitersten

Een impressie van een Israëlreis


Van 14 t/m 25 juni 2010 was er door het Centrum voor Israël-studies (CIS) een studiereis naar Jordanië en Israël georganiseerd voor predikanten en theologisch geïnteresseerden. Thema van de reis was: ‘Jeruzalem, huis van gebed voor alle volken.’ Kern van de reis was een driedaagse conferentie in Jeruzalem samen met docenten en studenten van het Schechterinstituut. Aan dit instituut zit o.m. een rabbijnenopleiding van zgn. ‘conservatieve’ Joden.

Ontmoetingen

De reis begon in Amman, in Jordanië. Daar ontmoetten we de predikant van de Evangelisch Lutherse kerk daar, ds. Samer Azar, die ons vertelde hoe hij en zijn gemeente, de ‘Good Shepherd Chuch’, in hun context kerk willen zijn.

Na op de Nebo over het land te hebben uitgekeken, passeerden we de Jordaan en de grens van Israël. Daar voegde Kees Jan Rodenburg zich bij ons. In Lavi, een orthodox-joodse kibboets, sprak rabbijn Rubinstein over de spanning tussen de plicht (duty) van het bidden en het spontane gebed.

De volgende pleisterplaats was Nes Ammim, een kibboets die door christenen in 1963 is gesticht. Daar sprak Frans van der Sar met ons over de dialoog tussen Joden, moslims en christenen.


Voor de sabbat kwamen we in Jeruzalem aan. Zaterdagochtend ging de groep uiteen voor een bezoek aan synagogen en gemeenten van Messias belijdende Joden.

Openheid

Op de zondag startte de conferentie samen met docenten en studenten van het Schechterinsituut. Kees Jan Rodenburg had tijdens zijn zevenjarig verblijf in Jeruzalem met hen contacten opgebouwd. Nu liepen zijn werkzaamheden in Israël af. De conferentie was er een hoogtepunt van. Zo oordeelde ook ds. N.M. Tramper, voorzitter van het bestuur van het CIS aan het eind ervan. Naast een viertal lezingen waren er besprekingen in groepjes. Christenen en Joden lazen samen de teksten uit Oude en Nieuwe Testament. Dat is een spannend gebeuren. Immers, wat heb je ermee voor als je dat doet? Wil je de ander tot jouw zienswijze overhalen, bekeren? Of ben je bereid te luisteren? Die bereidheid tot luisteren bleek er over en weer. Aan het eind van de drie dagen zei een van de Joodse gesprekspartners dat ze respect voor elkaar had ervaren. Er was openheid te vertellen waar men zelf voor stond.

Conferentie

De vraagstelling voor de conferentie was hoe binnen het Jodendom de eredienst wordt vormgegeven sinds de verwoesting van de tempel.


In zijn openingslezing leidde prof. David Golinkin ons in in de manieren waarop binnen het Jodendom wordt omgegaan met de verwoesting van de tempel.


Prof. Gerard den Hertog sprak over de vervulling van de oudtestamentische eredienst in het Nieuwe Testament. Ter sprake kwamen Psalm 84, Handelingen 2:41-3:10 en Hebreeën 10:1-18. Vooral het laatste gedeelte werd in de groepjes besproken en riep bij de Joodse gesprekspartners veel vragen op. Hoe kan het dat het offer van één mens in de plaats kan komen voor alle offers? Daarmee zaten we meteen midden in de kern van het christelijk geloof.


Aan het eind van de dag, bij de evaluatie van die dag, vroegen we ons af of de start van de conferentie niet te heftig was. Meteen waren de grote vragen al op tafel gekomen.


De tweede dag had een meer ontspannen karakter en dat was heel goed. Tijdens deze dag was er een moment ingebouwd om liederen uit de twee tradities te zingen. We zongen een lied dat gebaseerd is op Psalm 137: ‘Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong kleve aan mijn verhemelte.’ Maar ook zongen we, naast enkele Psalmen in de berijming van 1967, Psalm 84 in de versie van Psalmen voor nu. De liederen over de tempel sloten goed aan bij de herdenking in het Jodendom op de 9e Av (19 juli) van de verwoesting van de tweede tempel. Het was een mooi moment waarin we enigszins inzicht kregen in de praktijk van het geloof van de twee tradities. Dat kregen wij als deelnemers aan de reis ook tijdens de ochtendwijding op het instituut. We mochten er meelezen uit het gebedenboek, de siddoer.


Op de slotdag van de conferentie spraken dr. Dalia Marx en ds. Niek Tramper.


Dr. Marx maakt deel uit van de reformbeweging. Zij las met ons verschillende teksten uit de Mishna, de Talmoed, het Oude Testament en de siddoer. Boeiend was de bespreking waarin dr. Marx net zo nieuwsgierig bleek naar de opvatting van de hoorders als andersom. Mooi was het om de joodse manier van discussiëren mee te maken, waarin de mening van de ander werd gerespecteerd en de eigen mening ernaast werd gezet.


Ds. Niek Tramper sprak tenslotte over ‘Liturgie thuis’. Aan de hand van Gen. 48:1-16 en Marcus 10:13-16 spraken we in groepjes verder. Op het punt van het door­geven aan een volgende generatie van wat je zelf belangrijk vindt, was er veel herkenning.


In drie dagen tijd zijn we, zo bleek, dichtbij elkaar gekomen. We hebben iets beleefd van verbondenheid met elkaar. We kregen een kans, die je niet zo vaak krijgt, om echt met elkaar in gesprek te zijn.

Bethlehem

Na drie dagen samen opgetrokken te hebben, namen we afscheid van de mensen van het Schechterinstituut en kwamen we in Bethlehem waar we een lezing zouden krijgen van dr. Mitri Raheb. Hij is een van de opstellers van het Kairosdocument. Dit geschrift verscheen in december 2009 en wil opkomen voor de positie van de Palestijnse christenen.1 De lezing van Raheb kwam voor velen rauw op het dak. Dit was een heel ander geluid. Raheb, een nakomeling van Joden die al in het begin van onze jaartelling tot het geloof in Jezus waren gekomen, ziet de Joden die van elders kwamen als bezetters, net als de Romeinen eertijds. Het Jodendom heeft voor hem afgedaan. ‘Thora is over,’ zo zei hij het in het Engels. Raheb had een uur om zijn punt te maken. En binnen een uur komt het niet echt tot dialoog. Daar heb je, zo hadden we ondervonden, op z’n minst een paar dagen voor nodig.

Brugfunctie?

Israël is een land van uitersten. Naast het Jodendom in al zijn schakeringen zijn er de Messiaanse gemeenten, en dus ook de Palestijnse christenen die van Joodse afkomst zijn. Ieder wil en moet gehoord worden. Maar echt naar iedereen luisteren valt niet mee. Het is makkelijker je met één groep te vereenzelvigen en de anderen als ‘vijand’ te zien. Maar toch is dat luisteren een taak waar de kerk toe geroepen is. Misschien dat de kerk, zo vertelde op de laatste dag van de reis Lisa Loden (een Messiasbelijdende Jodin) ons, een brugfunctie kan krijgen.


Dat waren wel bijzondere afsluitende woorden, aan het eind van de reis die het eind van de werkzaamheden van Kees Jan Rodenburg markeerde. Ik denk dat zijn werk van de afgelopen jaren met dat luisteren en trachten een brug te slaan goed getypeerd is. We zouden er als kerken goed aan doen dat luisteren te leren en te beoefenen overal waar we contacten kunnen hebben met de leden van Gods oude volk. Luisteren houdt de bereidheid in te leren. En dan kan er ook plaats komen voor het getuigenis.


Over hoe er binnen de verschillende stromingen binnen het Jodendom wordt gedacht over bekering heeft Kees Jan Rodenburg onlangs een lezenswaardig boekje heeft geschreven: Geen verzoening zonder bekering (Zie V.o.I. 54-2, april 2010). Het geeft een mooi inzicht in de richtingen die er zijn. De conservatieve richting van het Schechterinstituut staat in tussen de reformbeweging en de orthodoxie. Met de orthodoxe stroming wil met vasthouden aan de joodse traditie, maar net als de reformbeweging wil men deze ook aanpassen aan de moderne tijd.



1 Zie het artikel van Kees Jan Rodenburg, Kairos Palestina, in V.o.I. 54-2 (april 2010).