|
Jeruzalems woordenboek In ‘Jeruzalems woordenboek’ beschrijft ds. Kees Jan Rodenburg,
|
|||
|
deel 12: Matslema ![]() deel 11: Kriestmas ![]() deel 10: Mankal ![]() deel 9: Tikva ![]() deel 8: Bait haMidrasj ![]() deel 7: Katom ![]() deel 6: Apifior ![]() deel 5: Hitnatkoet ![]() deel 4: Bamba ![]() deel 3: Antisjemjoet ![]() deel 2: Oelpan ![]() deel 1: Saflanoet ![]() |
AntisjemjoetHet woord antisjemjoet, antisemitisme, hoort bij de eerste woorden van m’n Jeruzalems woordenboek. In het dagelijks leven is het nadrukkelijk aanwezig, in kranten, op radio en televisie, op straat. Het woord heeft de lading van een alarmsignaal. Oppassen, verstaan wat zich afspeelt, niet naïef zijn, doorzien! De grens van het toelaatbare is nabij of al overschreden! De emoties achter het woord zijn sterk. In mijn oelpan-klas kwam uiteraard ook het juridische proces in Den Haag over het veiligheidshek/muur ter sprake en verschillende medeleerlingen konden met moeite hun emoties de baas. Een wat stille, vriendelijke man, documentaire-maker van beroep, begon te praten en kon niet meer ophouden te vertellen over zijn waarnemingen. Het gesprek verstomde nadat iemand de vraag stelde waar niemand een zinvol antwoord op kon geven: hoe kan het dat Europa, vijftig tot zestig jaar na de Holocaust, het zich permitteert om over Israël een oordeel te vellen? Gezien de geschiedenis van het Joodse volk is gevoeligheid voor antisemitisme begrijpelijk en zelfs noodzakelijk. Het voortbestaan van het volk is immers de eeuwen door in het geding geweest en dat maakt alert. Soms heb ik het gevoel dat al te makkelijk de term antisemitisme gebruikt wordt, vooral als er sprake is van kritiek op de politiek van Israël. Door dat direct het label ‘antisemitisme’ te geven wordt elke discussie onmogelijk gemaakt. Tegen de wereldvolken wordt eigenlijk gezegd ‘je bent voor ons of je bent tegen ons’. Gelukkig wordt er binnen Israël wél gediscussieerd en gaat het niet alleen over politiek.
Na een aantal weken verschenen tegengeluiden, overigens ook van Joden. We roepen antisemitisme op door onze overspannen reacties op de film, stelde iemand. Een ander ging nog verder: discussies over de film moeten we overlaten aan christenen; het is een interne aangelegenheid. En weer een ander riep mede-Joden op om nu eens eindelijk Jezus te zien als een lid van de familie; je hoeft niet in hem te geloven om trots te zijn op wie hij was, betoogde zij. De grenzen rond het begrip antisjemjoet zijn vaag en bewegelijk. Wat is de betekenis ervan eigenlijk? Tijdens een van de vele congressen over het onderwerp stelde Professor Zimmermann van de Hebreeuwse Universiteit dat er geen semitisch volk bestaat, er zijn alleen semitische talen. Antisemitisme gaat dus uit van een verkeerde vooronderstelling. Eigenlijk, zei hij, is er sprake van antisemitisme zodra over Joden gesproken wordt als zouden zij een groep vormen. Zijn verhaal was vérgaand, want het maakt het moeilijk over het Joodse volk te spreken. Aan de andere kant komt er zo wel onderscheid tussen wat in het Engels ‘the Jewish world’ heet en de staat Israël, en dat lijkt me heilzaam. Daarnaast moet ik ook het signaal van Joodse kant ter harte nemen, dat de nieuwste vorm van antisemitisme is: een anti-Israëlische opstelling. Alles wat de staat Israël doet is uit den boze en Joden worden vereenzelvigd met de politiek van de staat Israël. Dat is niet slechts een gevaar, het is realiteit en kan grote gevolgen hebben. Zowel het Joodse volk, de staat Israël als de Palestijnen zijn erbij gebaat dat deze gedachte wordt ontkracht. Dat kan alleen door de huidige situatie te zien tegen de achtergrond van de geschiedenis, door goed te analyseren wat op een concreet moment gebeurt en vooral door te luisteren naar verhalen over en weer. Dat vraagt openheid om vooroordelen opzij te zetten en naar elkaar te luisteren. |
|||