pijl omhoog

Het CIS

gesprek met drs. M. van Kampen en ds H. Biesma


In het vorige nummer van ‘Vrede over Israël’ hebt u kunnen lezen dat een nieuw Centrum voor Israël-studies (CIS) is opgericht. Daarin werken samen de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), de Christelijke Hoge­school Ede (CHE) en ons deputaat­schap ‘Kerk en Israël’.

Op 17 mei ontmoette ik in de Christelijke Hogeschool de directeur van het CIS, drs. M. van Campen, en de voorzitter van ons deputaat­schap, ds. H. Biesma. We spraken over de het CIS, en over de ‘post Jeruzalem’. Ook over de visie op Israël - maar helaas laat de ruimte in ons blad nu niet toe ook dat weer te geven. Wellicht kan ik daar in een volgend nummer nog wat van doorgeven.

Totstandkoming en Doelstelling

Hoe is het gekomen tot de oprichting van het CIS?


HB: In het voorjaar van 2001 was er een ontmoeting met vertegenwoor­digers van Israël-instanties uit diverse kerken. Toen bleek al dat er met de GZB een grote mate van overeenstemming was. Kort daarna kwam Van Campen met de mededeling dat de GZB en de CHE erover dachten iets op te zetten, en of wij daaraan mee zouden willen doen. We hebben toen meteen gezegd: graag!


MvC: We hebben toen hier twee ochtenden vergaderd, niet meer! Inhoudelijk bleken we volledig op één lijn te zitten. Dat mag je ook echt als geschenk zien.


HB: Ja, we zijn tot een verassend grote mate van eenstemmigheid - en meer: een eenheid van gevoelen - gekomen. Of eigenlijk: we hebben bij elkaar een gelijke visie op Israël ontdekt.


MvC: Vanuit de voorgesprekken zijn we gekomen tot een formulering van doelstelling.

Het woord ontmoeting is een sleutelwoord geworden. Daarbij gaat het ons om een ontmoeting met héél Israël. Daarmee zijn dan toch wel een paar knopen doorgehakt. We willen heel graag een ontmoeting met het religieuze jodendom, in alle schakeringen, maar ook met het seculiere jodendom. En ook met het Messiasbelijdende jodendom. Dat is bepaald niet zonder valkuilen en spanningsvelden, maar we willen toch graag over die breedte bezig zijn.

Aan het sleutelwoord ‘ontmoeting’ hebben we een drietal afgeleide kernwoorden toegevoegd.

  1. We hebben de overtuiging dat het een luisterende ontmoeting dient te zijn. Vanuit de gedachte dat aan Israël de Schriften zijn toevertrouwd - dat is geen verleden tijd, maar: ‘hunner zíjn de verbonden en de belofte’ (Rom. 9:4) - mogen we er ook van uitgaan dat Israël ons wat te zeggen heeft, vanuit haar omgang met de Schriften, al zoveel eeuwen lang.
  2. Het gaat ook om een dienende ontmoeting. Paulus roept niet voor niets op Israël tot jaloersheid te verwekken. Ik ben diep onder de indruk van de opmerking van Pinchas Lapide, die zei: ‘Jullie christenen hebben van alles en nog wat geprobeerd om ons joden te bekeren: zending, gedwongen doop, afgedwongen godsdienstgesprekken, waarbij de uitkomst van te voren al vaststond... Maar die ene methode die jullie eigen Paulus jullie adviseert, het ‘tot jaloersheid verwekken’, daar zijn jullie nog nooit in geslaagd!’ Het is ontzettend aangrijpend als je dat uit joodse mond hoort.
  3. Het gaat ook om een getuigende relatie. Daarmee wordt ook een wissel omgehaald. Een vrijblijvende verhouding met Israël ambiëren we niet. Het heeft mij ook heel veel pijn gedaan dat in een kerkelijk blad die suggestie wel zwart op wit is neergeschreven, alsof wij toch in een soort twee-wegen-leer zouden vervallen. Van onze kant zullen wij Jezus als Messias graag ter sprake brengen.

Werkwijze

MvC: Er is een bestuur dat bestaat uit zes personen, en waarin ook ik, als directeur van het CIS, een plaats heb. Daaraan toegevoegd is een beraadsgroep: mensen - vanuit de drie participanten - die zich in het verleden hebben bezig gehouden met Israël. Vanuit die beraadsgroep functioneert er een soort denktank voor het bestuur. We vragen ook van de leden van de beraadsgroep dat zij participeren in één van de werkgroepen. Dat is weer een volgende stap: werkgroepen die zich met een deeltaak van het CIS bezig houden.


HB: De werkgroepen richten zich op wat wij binnen het CIS als kernactiviteiten hebben aangegeven. We hebben diverse doelen en doelgroepen: universiteiten, predikanten, Israëlcommissies, contacten met Jezus als Messias belijdende Joden, de presentie in Israël, contacten met andere Israëlorganen, en publicaties. We hebben in een kleiner comité wat prioriteiten aangegeven. De doelgroep van plaatselijke Israëlcommissies vinden wij erg belangrijk, en onze presentie in Israël. En het verzorgen van publicaties: de eerste stappen zijn gezet om een eigen reeks op te zetten.


MvC: Vanuit de CHE willen we stagiaires inzetten, hier en ook in Israël. Misschien in een combinatie van studeren en stagelopen. Er zijn best een aantal mogelijkheden. Je kunt denken aan instituten (zoals het David Hartman-instituut), waar ze studie op het gebied van de joods-christelijke ontmoeting kunnen verrichten, en tegelijkertijd dan bv. in een Messiasbelijdende gemeente of een bepaalde organisatie stage kunnen lopen.

We kunnen vermelden dat we hier net onze eerste stagiaire hebben aangenomen, die aan het werk gaat om het Messiasbelijdende jodendom hier in Nederland in kaart te brengen. Er zijn ruim 15 Messiasbelijdende Joodse groeperingen die heel divers zijn.

De ‘Post Jeruzalem’

HB: Bij mijn weten is de werkgroep ‘post Jeruzalem’ de eerste werkgroep die reeds heeft vergaderd en plannen gemaakt - gisteren.

De ‘post Jeruzalem’ heeft een duidelijke urgentie. Dat heeft het in onze kerken ook, gezien de uitspraken van de laatste Generale Synode - waar ik erg dankbaar voor ben! Op het moment dat je ermee bezig gaat moet je je goed realiseren: waarom zet je iemand in Jeruzalem neer? Is dat om solidariteit te betuigen met Israël in deze situatie? Dat zou kunnen; je zegt daarmee: ‘wij laten jullie niet in de steek’. Maar dat is niet de eigenlijke bedoeling. Het gaat om de ontmoeting en daarin om de drie punten die van Campen in het begin noemde, van luisteren, dienen en getuigen.

Je moet wel een grote mate van zorgvuldigheid betrachten bij het zoeken naar iemand en het selecteren van kandidaten. Ze moeten wel stressbestendig zijn, en ook bereid zijn om bij wijze van spreken ook een gasmasker in de kamer te hebben liggen, voor het geval dat. Dus dan vraag je nogal wat van zo iemand. Ik weet niet of je dat nu van iemand of een gezin mag vragen.


MvC: We gaan het wel vragen...


HB: We geven het in overweging; dan ligt de beslissing ook bij de mensen zelf. Hoe goed en nodig ik het ook vind om die post in Jeruzalem te bezetten - liever vandaag dan morgen! -; je moet je realiseren dat je mogelijk iemand aan bijzonder gevaar blootstelt. Dat betekent voor mij niet: niet doen. Maar het is wel een punt van overwegen.


MvC: Intussen zijn we al intensief bezig toch iemand te krijgen. Ik deel de aarzelingen van Biesma, maar het verlangen daar iemand te hebben is ook een aspect. Juist nu, omdat er zoveel gebeurt waar je niet goed achter kunt kijken. Laat er nieuws uit de eerste hand komen. Een luisterpost-functie: wat gebeurt er nu echt; in de straten; hoe beleven mensen het daar; wat kunnen we nu wel en niet geloven van wat er in de kranten staat? - en hoe zit het nu ook met allerlei ontmoetingsplekken, met de fora die er in het verleden waren voor ontmoeting tussen Arabische mensen en Palestijnse mensen en Joodse mensen, met christelijke mensen? Hoe gaat het daarmee nu; wat kan er minder of juist meer dan vroeger?

Als het een beetje meezit, hopen we toch dit jaar te komen tot een open sollicitatieprocedure. Wij hebben met een maand alles klaar voor een advertentie. Dus: het zoeken naar een persoon, én naar een plek, niet te vergeten, is volop gaande. Ook het zoeken naar een plek heeft volop aandacht, en er dienen zich ook wel mogelijkheden aan, dus...


HB: Dat moet je ook wel doen, dat ben je aan je voornemen verplicht. Als je wilt wachten tot de situatie wat vreedzamer is geworden, hoelang moet je dan nog wachten? En als je dán pas een procedure op gaat zetten dan ben je zo weer een tijd verder. Dus het moet wel doorgaan en dan moet je t.z.t., in ogenschouw nemend de actuele situatie, dán moet je je afvragen of op dat moment uitzending verantwoord is.


MvC: Belangrijk is ook de visie en het vertrouwen van degene die zich aanmeldt; dat speelt er ook een grote rol in!


HB: Natuurlijk, het zou ook best kunnen zijn dat wij als zendende instanties aarzelingen hebben, maar dat er iemand staat te trappelen van ongeduld om er heen te gaan.


MvC: Ik ken mensen, die nu in Israël zijn en er niet over piekeren om weg te gaan; ze weten zich door Gods engelen beschermd, schreven ze. Dus - dat is ook een persoonlijke zaak. Wat niet wegneemt dat wij ook onze verantwoordelijkheden daarin hebben. We hopen en bidden toch dat die weg gebaand wordt.

Het zal dan een uitzending worden in het kader van het CIS, via de weg van de kerken. Dat zou prima een christelijke gereformeerde predikant kunnen zijn, die ook het hervormd-gereformeerde deel van onze kerken bedient.


HB: En omgekeerd is het ook mogelijk - zoals ook in ons zendingswerk al wel gebeurt.

We zien uit naar openingen en wegen en bidden dat de Here ons die spoedig wijzen zal. Laat het vooral ook een zaak van gebed mogen zijn - ook in de kerken!

ds. Aart Brons
Vrede over Israël jrg. 46 nr. 3 (juni 2002)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel