boek: Hebreeuwse woordenHebreeuwse woorden


A - B - C - E - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - R - S - T


WoordVerklaringZie verder
אֲדָר adar 12e maand, febr.-maart; in schrikkeljaren wordt een extra maand adar ingevoegd Dagen
אֲפִיקוֹמָן afikoman Stuk matse dat vóór de sedermaaltijd wordt verborgen; de kinderen moeten het zoeken. Pesach
אַהֲבָה ahᵃva Liefde
עֲמִידָה Amida Lett. ‘het staan’; Hoofdgebed, dat drie keer per dag staande gebeden wordt; ook ‘Achttiengebed’ V.o.I. 37/3
אֲרוֹן (הַקֹּדֶשׁ) aron hakodèsj (De heilige) Arke, de kast waarin de Tora-rollen bewaard worden, in de synagoge tegen de muur aan de kant van Jeruzalem V.o.I. 42/6
אָב av 5e maand, juli-aug., met tisja be’av = de 9e av Dagen
בַּר מִצְוָה bar mitswa Joodse jongen die 13 jaar wordt, ‘religieus meerderjarig’ (lett.: zoon van het gebod) Bar mitswa
בַּת מִצְוָה bat mitswa Joods meisje dat 12 jaar wordt, ‘religieus meerderjarig’ (lett.: dochter van het gebod) Bar mitswa
בְּשָׂמִים bᵉsamiem Geurige kruiden, gebruikt bij de havdala Havdala
בִּימָה biema Verhoogd platform midden in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt gelezen V.o.I. 51/2
בְּרָכָה bᵉracha Zegenspreuk, lofprijzing (lett.: zegen). Meervoud: berachot V.o.I. 44/3
חַלָּה chala Gevlochten brood, dat gebruikt wordt bij de Sjabbat-maaltijd Sjabbat
חָמֵץ chameets Gegist (oftewel ‘gezuurd’) deeg Pesach
חֲנוּכָּה Chᵃnoeka Viering van de herinwijding van de tempel in 165 v.C. Chanoeka
חֲנוּכִּיָה Chᵃnoekia Kandelaar met 8 lichtjes plus 1 (de sjamasj, gebruikt tijdens Chanoeka Chanoeka
חֲרֶדִי charedi Lett. ‘Godvrezend’; strikt orthodox; meervoud charediem = ‘ultra-orthodoxen’ V.o.I. 57/1
חָסִּיד chassied Lett. ‘getrouwe’; aanhanger van het chassidisme; meervoud chassiediem = ‘ultra-orthodoxen’ V.o.I. 57/1
חַזָּן chazan Voorzanger in de synagoge, die de dienst leidt vanaf de biema
חֶשְׁוָן chesjvan 8e maand, okt.-nov.
אֶלוּל elloel 6e maand, aug.-sept. Najaarsfeesten
אֶרֶץ èrèts Land, aarde; met name gebruikt voor het land Israël, èrèts Jisra’eel V.o.I. 45/1
עֶרֶב èrèv Lett. ‘avond’ = de vóór-avond (de dag begint met zonsondergang!)
אֵשֶׁת חַיִל èsjèt chajil Lett. ‘sterke vrouw’; verwijst naar Spreuken 31:10-31, dat bij het sjabbatmaal gelezen wordt
אֶתְרוֹג etroğ Citrusvrucht (lijkt op een citroen, maar is groter) - onderdeel van de loelav Loofhuttenfeest
גְּמָרָה Ğemara Lett. voltooiing; discussies van rabbijnen over de Misjna; in de Talmoed om de Misjna heen geschreven V.o.I. 47/3
גּוֹי ğoj Volk; met name gebruikt voor ‘de volkeren’ buiten Israël, de heidenen. Meervoud: gojiem Verbonden 64/3
הַפְתָּרָה haftara Lezing uit de profeten, die volgt op de parasja, de lezing uit de Tora Lezingen
הַגָּדָה hağada Lett. ‘vertelling’; voor verhalende literatuur; met name ook voor het verhaal bij Pesach; ook: het boekje met de woorden bij de Seder
הֲלָכָה halacha Het normatieve, voorschrijvende deel van de mondelinge Tora V.o.I. 44/4
הַבְדָּלָה havdala Afsluiting/afscheid van Sjabbat of feestdag Havdala
אִיָּר i-jar 2e maand, april-mei Dagen
יַד jad Lett. ‘hand’; ook het aanwijsstokje bij het lezen van de Tora Tora
יָמִים נוֹרָאִם jamiem nora’iem De ‘geduchte dagen’, de tien dagen van Rosj Hasjana t/m Jom Kipoer Najaarsfeesten
יִשְׂרָאֵל Jisraeel Israël V.o.I. 56/4
יֻזְכּור Jizkor Lett. ‘Hij gedenke’; beginwoord en naam van gebed ter herdenking van overledene(n)
יוֹם כִּפּוּר Jom Kipoer Grote Verzoendag Jom Kipoer
יוֹם טוֹב Jom tov Lett. ‘goede dag’; (religieuze) feestdag Dagen
קַבָּלָה kabbala Mystieke joodse leer, vanaf 12e eeuw
קַדִּישׁ Kaddiesj Aramees gebed om de heiliging van Gods naam; komt op meerdere plaatsen en manieren voor in een dienst, o.a. als gebed van rouwdragenden Kaddiesj
כָּשֵׁר kasjeeer Geschikt; ritueel geoorloofd, volgens de spijswetten
כִּפָּה kipa Keppel (ook: jarmoelke) Keppel
כְּתוּבִים Kᵉtoeviem Geschriften - het derde onderdeel van de Tenach
קִדּוּשׁ kidoesj Heiliging; begin van de Sjabbat of feestdag Sjabbat
כִּסְלֵו kislev 9e maand, nov.-dec. Dagen
כֹּהֵן koheen Priester
לוּלָב loelav Boeket met palmtak, mirtetak, wilgetak en etrog; gebruikt bij Soekot Loofhuttenfeest
מַחֲזוֹר machzor Gebedenboek voor een van de feesten
מַצָה matsa Ongezuurd brood, matse. Meervoud: matsot Pesach
מְגִלָּה mᵉğila Rol; voor de feestrollen, m.n. van Ester (megillat Ester) Poeriem
מְנוֹרָה mᵉnora Kandelaar; met name is te denken aan de 7-armige kandelaar, één van de bekendste symbolen van Israël V.o.I. 42/3
מְזוּזָה mᵉzoeza Kokertje aan de deurpost met gedeelten uit de Tora Mezoeza
מִדְרָשׁ midrasj Rabbijnse schriftuitleg (lett.: onderzoek) V.o.I. 54/1
מִקְוָה mikwa Ritueel bad
מִנְחָה mincha In de Bijbel: middagoffer (meel). Nu: middaggebed
מִניָן minjan De tien mannen die nodig zijn voor bepaalde gebeden en de synagogedienst
מִשְׁנָה Misjna Oudste, maatgevend geworden verzameling van halachot, vastgelegd rond 200 na Chr. V.o.I. 47/3
מִצְוָה mitswa Gebod V.o.I. 53/2
מוּסָר moesar Ethiek, moraal; Ethische verhandeling, moralistische rede
נְטילַת־יַדַיִים netilat jadajiem Handen wassen, als ritueel bij (onder andere) de maaltijd Handen wassen
נְבִיאִים nevi’iem Profeten - het tweede onderdeel van de Tenach
נִיסָן nisan 1e maand, maart-april, met Pesach Dagen
עֹמֶר omer Lett. ‘garve’; offer op 2e dag van Pesach; daarna worden de 49 dagen geteld to Sjavoeot Omer-telling
פָּרָשָׁה parasja Lezing uit de Tora, gedeelte voor een week/sjabbat Lezingen
פֶּסַח Pesach Paasfeest - viering van de bevrijding uit Egypte Pesach
פִּרְקֵי אָבוֹת Pirkee Avot Lett. ‘hoofdstukken der vaderen’; Deel van de Misjna, ‘Spreuken der vaderen’
פּוּרִים Poeriem Lotenfeest - viering van de bevrijding d.m.v. Ester Poeriem
רֹאשׁ הַשָּׁנָה Rosj Hasjana Joods Nieuwjaar Rosj Hasjana
סַבְלָנוּת savlanoet Geduld V.o.I. 42/1
סֵדֶר seder Lett. ‘orde’ - nl. van de Pesach-viering, met een maaltijd Pesach
סִדּוּר sidoer Lett. ‘ordening’; het gebedenboek (met de dagelijkse gebeden) V.o.I. 58/4
שִׂמְחַת תּוֹרָה Simchat Tora ‘Vreugde der Wet’ - gevierd op de dag na loofhuttenfeest Tora
סִיוָן sivan 3e maand, mei-juni Dagen
שַׁבָּת Sjabbat Sabbat of Sjabbat; de zevende dag = rustdag Sjabbat
שַׁדַּי Sjadaj Godsnaam, meestal vertaald met ‘de Almachtige’; komt voor op mezoeza en tefilien Mezoeza
שָׁלוֹם sjalom Vrede Psalm 122
שַׁמָּשׁ sjamasj Lett. ‘dienaar’; in het bijzonder het aparte lichtje op een chanoekia, waarmee de andere acht lichtjes worden aangestoken Chanoeka
שָׁבוּעוֹת Sjavoe’ot Wekenfeest - 7 weken na Pesach Wekenfeest
שְׁמַע Sjᵉma Hoor! - ook de naam voor het ‘Hoor Israël’, Deut. 6:4vv
שְׁבָרִים sjᵉvariem Klanken op de sjofar: ‘drie keer kort’ Najaarsfeesten
שְׁבָט sjᵉvat 11e maand, jan.-febr. Dagen
שׁוֹאָה Sjoa ‘Vernietiging’: de massale vernietiging van de Joden tijdens de tweede wereldoorlog V.o.I. 41/1
שׁוֹפָר sjofar (Rams-) hoorn, gebruikt als bazuin Rosj Hasjana
סְלִיחוֹת sᵉlicha Gebeden om vergeving Najaarsfeesten
סֻכּוֹת Soekot Loofhuttenfeest Loofhuttenfeest
סוֹפֵר sofeer Schrijver (van bijbelse teksten)
טַלִּית talliet (Gebeds-) mantel, met aan alle vier de hoeken tsietsiet,‘gedenkkwasten’ Talliet
תַּלְמוּד Talmoed Verzameling van discussies van rabbijnen, tot 400 à 500 na Chr. V.o.I. 47/3
תּמּוּז tammoez 4e maand, juni-juli Dagen
תְּפִלִּין tᵉfilien ‘Gebedsriemen’ - worden aangelegd op de arm en het voorhoofd Tefillien
תְּקִיעָה tekia Klank op de sjofar: lange toon Najaarsfeesten
תַּנַ״ךְ Tᵉnach De Hebreeuwse Bijbel: Wet, profeten en geschriften (Tora, Nevi’iem en Chetoeviem; ‘het Oude Testament’) V.o.I. 54/3
תְּרוּעָה teroea Klank op de sjofar: serie heel korte tonen, ‘stotterend’ Najaarsfeesten
תּשׁוּבָה tᵉsjoeva Bekering, ommekeer V.o.I. 45/2
טֵבֵת tevet 10e maand, dec.-jan. Dagen
תִּשׁעַה בְּאָב tisja be’av Lett. de 9e av; treur- en vastendag vanwege de verwoesting van de Tempel V.o.I. 49/4
תִּשְׁרִי tisjri 7e maand, met Rosj Hasjana, Jom Kipoer en Soekot Najaarsfeesten
תּוֹרָה Tora (Boekrol met) de eerste vijf bijbelboeken. Vaak vertaald met ‘Wet’ - beter is: ‘Onderwijzing’. Tora
צָדִּיק tsadiek Rechtvaardige
צְדָקָה tsᵉdakaa Lett. ‘gerechtigheid’; ook: ‘aalmoes’, ‘barmhartige gift’
צִיצִית tsietsiet ‘Gedenkkwasten’, die aan de hoeken van de talliet zijn gemaakt Talliet