pijl omhoog

Bespreking ‘Voorgoed verbonden’ op het OJEC


De totstandkoming van het visiedocument ‘Voorgoed verbonden’ heeft enkele jaren in beslag genomen. In het voorjaar van 2012 is de brochure verschenen. Dit jaar heeft het OJEC er op een van zijn vergaderingen een bespreking aan gewijd. U weet: het OJEC is een overlegorgaan van Joodse en christelijke gespreks­partners. Op basis van gelijkheid nemen vertegenwoordigers van Joodse en christelijke organisaties en kerken hun plaats in aan de ene vergadertafel. Alle partners denken echter niet hetzelfde. Dat is ook niet te verwachten. Maar er is wel het verlangen de ander te kennen en te begrijpen. In de dialoog (gesprek) is luisteren van groot belang. Vanuit die houding poogt het OJEC zich uit te spreken over bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij.

Welwillend en kritisch

Het is spannend om in zo’n overlegorgaan één bepaalde visie te bespreken. Onze kerken hebben zich middels de brochure uitgesproken. En als je je uitspreekt, roept dat tegenspraak op.


Hoe ging de bespreking op het OJEC? Om te beginnen: in alle welwillendheid. Met bereidheid om de ander te verstaan. Maar ook kwamen er vragen. Een vraag was voor wie de brochure geschreven is. Het eerste doel van het visiedocument is niet de dialoog; het is allereerst een stuk voor de kerken. We hopen dat de communicatie met de plaatselijke kerken erdoor bevorderd wordt. Het is verder bedoeld om naar binnen en naar buiten duidelijk te maken waar wij voor staan. Vanuit deze uitgangspunten willen deputaten het gesprek zoeken. Maar dat doe je niet met een brochure in de hand.


De vraag werd gesteld of bij de vaststelling van de tekst op de Generale Synode iemand van Joodse zijde aanwezig was. Dat was niet het geval. U voelt aan zo’n vraag dat er binnen het OJEC gesprekspartners zijn die het eigenlijk ondenkbaar vinden dat je een tekst over een ander opstelt zonder hen. Wellicht iets om eens bij stil te staan.

Pijn en gevoeligheid

Stelling 6 deed pijn. De stelling luidt: ‘Diep verbonden met Israël beleven wij als kerk een smartelijke scheiding: het grootste deel van Israël erkent Jezus Christus niet als de vervulling van de Schriften.’ De vraag kwam op: Sta je dan nog wel op voet van gelijkheid, als je dat zo stelt? Tegelijk werd van Joodse zijde opgemerkt, dat Joden nog altijd gevoelig, zo niet overgevoelig, zijn voor bekeringsdrang. Ook van belang is te beseffen dat Jodendom meer is dan religie; het is net zo goed identiteit en cultuur.


De stelling dat God trouw blijft aan zijn volk riep ook een vraag op. Waar was die trouw van God dan in de jaren 1940-’45? Op zo’n vraag kun je niet veel antwoorden. Toch moeten we die belijdenis overeind houden. Daar staat of valt Israël mee. En daar staat of valt ook de kerk mee.


Het was goed zo’n gesprek te hebben. Het was goed om te horen hoe de visie van onze kerken landt bij de andere gesprekspartners, om te proberen te luisteren met de oren van de ander. Ik denk dat we daar nog veel in moeten oefenen.

drs. Kees de Jong
Vrede over Israël jrg. 58 nr. 5 (dec. 2014)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel