Joodse datum

19 adar 5779

ֹBijbeltekst

Giften

U kunt ons op verschillende manieren financieel steunen.


Wij hebben een ANBI-status, waar­door giften fiscaal aftrek­baar zijn.


תְּפִלִּין

Tefillíen - Gebedsriemen


De tefillíen (תְּפִלִּין, vgl. tefillá = gebed) worden gedragen bij het ochtend- en evt. bij het middag-gebed, maar niet op sabbat en feestdagen. Het gaat om twee kleine, zwartgelakte doosjes of ‘huisjes’ van leer, met daaraan lange leren riemen. Eén doosje wordt daarmee op het voorhoofd, het andere op een arm gebonden.


Daarmee wordt heel letterlijk gedaan aan wat geboden is in de tora (Deut.11:18):

Gij zult deze mijn woorden in uw hart en in uw ziel leggen;
gij zult ze tot een teken op uw hand binden
en zij zullen een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.


Dergelijke woorden staan in vier gedeelten: Ex. 13:1-10, Ex. 13:11-16, Deut. 6:4-9 en Deut. 11:13-21. Deze perikopen worden op strookjes perkament geschreven.


In de tefillíen voor op de arm (de tefillíen sjèl jad) staan de vier gedeelten op één rolletje perkament. Het ene stukje perkament correspondeert met het ene zintuig van de hand: de tastzin.

In het doosje voor op het hoofd (de tefillien sjèl roosj) staan de gedeelten op vier aparte strookjes, die elk in een eigen vakje zitten. Het viertal verwijst naar de vier zintuigen van het hoofd: zien, horen, ruiken en proeven.


Je kunt niet in de doosjes kijken, maar wel van buitenaf bij de tefillien sjèl roosj zien dat die vier afdelingen heeft.

Op dat doosje is ook een ש Sjin (een letter die lijkt op onze w) te vinden, van שַׁדַּי Sjadaj = de Almachtige. (Diezelfde letter vind je ook terug op de mezoeza, het kokertje dat aan de deurposten wordt bevestigd.)

De andere twee letters van Sjadaj zijn, zo zegt men, terug te vinden in de knopen in de gebedsriemen; de dálet in de knoop die op het achterhoofd komt, terwijl je een jod kunt zien in het uiteinde van de riem, of in de knoop op de arm. Degene die zo de tefillien draagt is getekend door de Naam van de Almachtige.


De tefillien worden omgebonden nadat men zich in de talliet, de gebedsmantel, heeft gehuld. Men staat bij het om- en afdoen. Eerst wordt die voor de arm op de linkerbovenarm gebonden - dicht bij het hart, en zo, dat het doosje naar het hart is toegewend. De riem wordt tussen elleboog en pols zeven keer rond de arm gewonden, en dan rond de vingers, die dan het uiteinde vasthouden. Daarna komt de tefillien op het hoofd.


Bij het aanleggen van de tefillien wordt gezegd:

Gezegend Gij, Eeuwige, onze God, Koning der wereld,
die ons geheiligd hebt door uw geboden
en ons bevolen hebt de tefillien aan te leggen.


Bij het omwikkelen van de vinger met de tefillien wordt Hosea 2:18v geciteerd:

Ik verloof u voor eeuwig aan Mij;
Ik verloof u aan Mij met gerechtigheid en recht,
maar tevens met genade en barmhartigheid;
Ik verloof u aan Mij met trouw,
en gij zult de Eeuwige kennen!


In het Nieuwe Testament wordt één keer gesproken over de gebedsriemen: in Matt.23:5, waar Jezus zegt:

Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen,
want zij maken hun gebedsriemen breed,
en hun kwasten groot.

Die tekst maakt duidelijk dat ook toen al gebedsriemen aangelegd werden. Jezus zelf zal dat ook hebben gedaan.



zie ook een artikel in ‘Vrede over Israël’: De Tefillien