Rapportage aan de generale synode van de Chr. Geref. Kerken 2013


Bezinning

3.3. Onderzoek ‘Israëlzondag’

De generale synode 2013 gaf deputaten opdracht te onderzoeken welk draagvlak er bestaat voor het instellen van een vaste Israëlzondag in onze kerken. Deputaten hebben aan dit verzoek willen voldoen door het uitzetten van een digitale enquête, die verstuurd werd naar alle scribae. Dit vond plaats begin september 2015.

In totaal werden 181 adressen aangeschreven. Van deze 181 adressen reageerden 139 gemeentes, een score van 77 procent. De enquête geeft een ‘vervuiling’ van ongeveer 20 procent ( i.v.m. onvolledig ingevulde formulieren). De adequate reacties bedragen dan ook een percentage van 61 procent van het totaal van 181 adressen.

3.3.1. Analyse - draagvlak

Uit onderzoek van de cijfers blijkt dat er in een derde deel van de gemeentes op dit moment reeds een Israëlzondag bestaat. In deze gemeentes wordt voor het overgrote deel die zondag ook gewaardeerd. Slechts 3 procent geeft aan wel een Israëlzondag te hebben, maar niet direct de meerwaarde daarvan te zien.

Van de gemeentes die geen Israëlzondag hebben zegt 19 procent dat zij daar ook geen meerwaarde in zien. Terwijl 21 procent aangeeft die wel te zien.

Wanneer het gaat over draagvlak blijkt dat er in onze kerken bij 56 procent van de gemeentes een duidelijke, positieve houding bestaat tegenover een vaste Israëlzondag. Van resterende 44 procent is 19 procent beslist afwijzend. Bij analyse van de reden waarom men negatief is, blijken er vooral twee soorten bezwaren te leven:

  1. er wordt op gewezen dat er veel en vaak voor Israël wordt gebeden; aangezien dit gebeurt, wordt er geen meerwaarde gezien in een aparte Israëlzondag;
  2. er wordt op gewezen dat er al zoveel thematische zondagen bestaan; daar heeft men moeite mee en daarom ziet men geen meerwaarde in een Israëlzondag.

3.3.2. Analyse - tijdstip

Wat betreft het tijdstip waarop een Israëlzondag wordt gehouden geeft een derde deel aan op of rond de 1e zondag van oktober deze te houden. Afgezet tegen de 35 procent respondenten die aangeeft een Israëlzondag op dit moment te kennen, kan worden geconcludeerd dat deze vrijwel altijd op de 1e zondag van oktober plaatsvindt. Deze datum heeft dus een sterke voorkeur, mocht er tot een landelijke Israëlzondag worden besloten.

3.3.3. Analyse - vorm en inhoud

Van alle respondenten geeft meer dan 60 procent aan als belangrijkste doel van een Israëlzondag te zien het gebed voor Israël en het bewust maken van de gemeente dat er een blijvende verbondenheid bestaat met het Joodse volk.

Wat betreft de vorm waarin er materiaal wordt aangeboden voor Israëlzondag zijn er vier speerpunten: foldermateriaal (46 %), preekschets (25 %), beamerpresentatie t.b.v. de collecte (23 %) en kindermateriaal (20 %).

3.3.4. Voorstel aan de generale synode 2016

De generale gynode 2013 besloot ‘3 deputaten de opdracht te geven om te onderzoeken of er voldoende draagvlak in de kerken is voor een Israëlzondag en daarop de volgende generale synode verslag van te doen en te komen met voorstellen ter zake.’

Wat betreft het draagvlak constateren deputaten dat er een ruim draagvlak bestaat voor een jaarlijkse Israëlzondag. Het heeft deputaten bevestigd in de mening, dat het zin heeft om (via het Centrum voor Israëlstudies) te blijven inzetten op het ontwikkelen van materiaal voor zo’n zondag.

Tegelijk blijkt er een aanzienlijke minderheid te zijn die bezwaren heeft tegen een landelijke Israëlzondag naar analogie van de hulpverleningszondag. Deze bezwaren zijn vooral praktisch van aard. Anderzijds blijkt er ook een deel van de kerken te zijn, die de aandacht voor Israël in de eredienst wil beperken tot het gebed voor Israël. Deze laatste groep zou wellicht gebaat zijn met hulp bij het ontwikkelen van een bredere visie op de verhouding van de kerk tot Israël.

Het is deputaten opgevallen dat er geen inhoudelijke bezwaren zijn genoemd tegen aandacht voor Israël op een eventueel in te stellen Israëlzondag. Dat geeft ruimte om in vrijheid af te wegen of een vaste Israëlzondag meerwaarde heeft.


Een dergelijk besluit kan overkomen als het opdringen van iets, waar ongeveer een vijfde deel van de kerken niet direct op zit te wachten. Het is niet onze bedoeling dat rondom het onderwerp ‘Israël’ enige vorm van dwang zal gaan heersen.

Deputaten realiseren zich echter ook dat het instellen van een vaste Israëlzondag heel goed zou kunnen helpen bij het breder agenderen van het onderwerp ‘kerk en Israël’ in de plaatselijke gemeentes. Wanneer we als kerken immers een vaste datum daarvoor zouden prikken, zijn gemeentes ook aan te spreken op hun aandacht hiervoor.

Deputaten achten dit van belang, temeer daar zij bij hun rondgang geluiden opvangen van ontwikkelingen die te karakteriseren zijn als een toenemende vervreemding van Israël.


Als datum lijkt de eerste zondag van oktober goed geschikt. In deze periode vallen de grote Joodse feesten: Nieuwjaar, Grote Verzoendag en Loofhuttenfeest. Daarnaast blijkt dat vele gemeentes inmiddels al decennia lang de eerste zondag van oktober als Israëlzondag aanhouden. Daarmee zouden we ook aansluiten bij het gebruik in de PKN en in andere kerkgenootschappen. Ook het Centrum voor Israëlstudies houdt deze datum aan.


Deputaten stellen de generale synode dan ook voor om de kerken aan te bevelen op de eerste zondag van oktober in het bijzonder aandacht te geven aan de blijvende verbondenheid met Israël, ten einde in de plaatselijke kerken bewustwording te kweken en/of deze te versterken.

Deputaten verzoeken de synode daarbij uit te spreken dat het aanbeveling verdient om op deze zondag de jaarlijkse Israëlcollecte te houden, die ten goede komt aan het werk onder Israël vanuit onze kerken.

Indien de synode deze voorstellen overneemt, is het van belang art. 21 K.O. aan te passen, waar gesproken wordt over de paascollecte voor het werk van deputaten kerk en Israël. Wij stellen voor het artikel dan als volgt aan te passen: ‘De jaarlijkse collecte voor deputaten kerk en Israël zal bij voorkeur gehouden worden op Israëlzondag.’