jaar maand maand jaar


tevet / sjevat 5765

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
20
tevet

 

zaterdag
2
21
tevet

 

zondag
3
22
tevet

 

maandag
4
23
tevet

 

dinsdag
5
24
tevet

 

woensdag
6
25
tevet

 

donderdag
7
26
tevet

 

vrijdag
8
27
tevet

 

zaterdag
וארא
Ex. 6:2-9:35
Ezech. 28:25-29:21
wa’erá
9
28
tevet

 

zondag
10
29
tevet

 

maandag
11
1
sjevat

 

dinsdag
12
2
sjevat

 

woensdag
13
3
sjevat

 

donderdag
14
4
sjevat

 

vrijdag
15
5
sjevat

 

zaterdag
16
6
sjevat

 

zondag
17
7
sjevat

 

maandag
18
8
sjevat

 

dinsdag
19
9
sjevat

 

woensdag
20
10
sjevat

 

donderdag
21
11
sjevat

 

vrijdag
22
12
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
23
13
sjevat

zondag
24
14
sjevat

 

maandag
25
15
sjevat

 

dinsdag
26
16
sjevat

 

woensdag
27
17
sjevat

 

donderdag
28
18
sjevat

 

vrijdag
29
19
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
30
20
sjevat

zondag
31
21
sjevat

 

maandag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.