jaar maand maand jaar


nisan / iar 5766

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
3
nisan

 

zaterdag
ויקרא
Lev. 1:1-5:26
Jes. 43:21-44:23
wajikrá
2
4
nisan

zondag
3
5
nisan

 

maandag
4
6
nisan

 

dinsdag
5
7
nisan

 

woensdag
6
8
nisan

 

donderdag
7
9
nisan

 

vrijdag
8
10
nisan

 

zaterdag
9
11
nisan

Palmpasen

zondag
10
12
nisan

 

maandag
11
13
nisan

 

dinsdag
12
14
nisan

 

woensdag
13
15
nisan

 

donderdag
14
16
nisan

Goede vrijdag

vrijdag
15
17
nisan

 

zaterdag
פסח
Ex. 33:12-34:26
Ezech. 36:37-37:14
PESACH sjabbat
16
18
nisan

Pasen

zondag
17
19
nisan

 

maandag
18
20
nisan

 

dinsdag
19
21
nisan

 

woensdag
20
22
nisan

 

donderdag
21
23
nisan

 

vrijdag
22
24
nisan

 

zaterdag
שמיני
Lev. 9:1-11:47
2Sam. 6:1-7:17
sjeminí
23
25
nisan

zondag
24
26
nisan

 

maandag
25
27
nisan

 

dinsdag
26
28
nisan

 

woensdag
27
29
nisan

 

donderdag
28
30
nisan

 

vrijdag
29
1
iar

 

zaterdag
תזריע
Lev. 12:1-13:59
2Kon. 4:42-5:19
מצרה
Lev. 14:1-15:23
2Kon. 7:3-20
tazría & metsorá
30
2
iar

zondag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.