jaar maand maand jaar


elloel 5766/ tisjri 5767

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
8
elloel

 

vrijdag
2
9
elloel

 

zaterdag
כי־תצא
Deut. 21:10-25:19
Jes. 54:1-10
ki teetsée
3
10
elloel

 

zondag
4
11
elloel

 

maandag
5
12
elloel

 

dinsdag
6
13
elloel

 

woensdag
7
14
elloel

 

donderdag
8
15
elloel

 

vrijdag
9
16
elloel

 

zaterdag
כי־תבוא
Deut. 26:1-29:8
Jes. 60:1-22
ki tavó
10
17
elloel

 

zondag
11
18
elloel

 

maandag
12
19
elloel

 

dinsdag
13
20
elloel

 

woensdag
14
21
elloel

 

donderdag
15
22
elloel

 

vrijdag
16
23
elloel

 

zaterdag
נצבים
Deut. 29:9-30:20
Jes. 61:10-63:9
וילך
Deut. 31:1-30
Jes. 55:6-56:8
nitsavíem & wajéleech
17
24
elloel

 

zondag
18
25
elloel

 

maandag
19
26
elloel

 

dinsdag
20
27
elloel

 

woensdag
21
28
elloel

 

donderdag
22
29
elloel

 

vrijdag
23
1
tisjri

 

zaterdag
ראש השנה
Gen. 21:1-34
1 Sam. 1:1-2:10
ROSJ HASJANA 1
24
2
tisjri

 

zondag
25
3
tisjri

 

maandag
26
4
tisjri

 

dinsdag
27
5
tisjri

 

woensdag
28
6
tisjri

 

donderdag
29
7
tisjri

 

vrijdag
30
8
tisjri

 

zaterdag
האזינו
Deut. 32:1-52
2Sam. 22:1-51
ha’azínoe

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.