jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5772

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
8
sjevat

 

woensdag
2
9
sjevat

 

donderdag
3
10
sjevat

 

vrijdag
4
11
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
5
12
sjevat

zondag
6
13
sjevat

 

maandag
7
14
sjevat

 

dinsdag
8
15
sjevat

 

woensdag
9
16
sjevat

 

donderdag
10
17
sjevat

 

vrijdag
11
18
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
12
19
sjevat

zondag
13
20
sjevat

 

maandag
14
21
sjevat

 

dinsdag
15
22
sjevat

 

woensdag
16
23
sjevat

 

donderdag
17
24
sjevat

 

vrijdag
18
25
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
19
26
sjevat

zondag
20
27
sjevat

 

maandag
21
28
sjevat

 

dinsdag
22
29
sjevat

Aswoensdag

woensdag
23
30
sjevat

 

donderdag
24
1
adar

 

vrijdag
25
2
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá
26
3
adar

zondag
27
4
adar

 

maandag
28
5
adar

 

dinsdag
29
6
adar

 

woensdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.