jaar maand maand jaar


adar / nisan 5773

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
19
adar

 

vrijdag
2
20
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
3
21
adar

zondag
4
22
adar

 

maandag
5
23
adar

 

dinsdag
6
24
adar

 

woensdag
7
25
adar

 

donderdag
8
26
adar

 

vrijdag
9
27
adar

 

zaterdag
ויקהל
Ex. 35:1-38:20
1Kon. 7:40-50
פקודי
Ex. 38:21-40:38
1Kon. 7:51-8:21
wajakheel & pekoedé
10
28
adar

zondag
11
29
adar

 

maandag
12
1
nisan

 

dinsdag
13
2
nisan

 

woensdag
14
3
nisan

 

donderdag
15
4
nisan

 

vrijdag
16
5
nisan

 

zaterdag
ויקרא
Lev. 1:1-5:26
Jes. 43:21-44:23
wajikrá
17
6
nisan

zondag
18
7
nisan

 

maandag
19
8
nisan

 

dinsdag
20
9
nisan

 

woensdag
21
10
nisan

 

donderdag
22
11
nisan

 

vrijdag
23
12
nisan

 

zaterdag
24
13
nisan

Palmpasen

zondag
25
14
nisan

 

maandag
26
15
nisan

 

dinsdag
27
16
nisan

 

woensdag
28
17
nisan

 

donderdag
29
18
nisan

Goede vrijdag

vrijdag
30
19
nisan

 

zaterdag
31
20
nisan

Pasen

zondag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.