jaar maand maand jaar


tevet / sjevat 5774

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
29
tevet

 

woensdag
2
1
sjevat

 

donderdag
3
2
sjevat

 

vrijdag
4
3
sjevat

 

zaterdag
5
4
sjevat

 

zondag
6
5
sjevat

 

maandag
7
6
sjevat

 

dinsdag
8
7
sjevat

 

woensdag
9
8
sjevat

 

donderdag
10
9
sjevat

 

vrijdag
11
10
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
12
11
sjevat

 

zondag
13
12
sjevat

 

maandag
14
13
sjevat

 

dinsdag
15
14
sjevat

 

woensdag
16
15
sjevat

 

donderdag
17
16
sjevat

 

vrijdag
18
17
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
19
18
sjevat

 

zondag
20
19
sjevat

 

maandag
21
20
sjevat

 

dinsdag
22
21
sjevat

 

woensdag
23
22
sjevat

 

donderdag
24
23
sjevat

 

vrijdag
25
24
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
26
25
sjevat

 

zondag
27
26
sjevat

 

maandag
28
27
sjevat

 

dinsdag
29
28
sjevat

 

woensdag
30
29
sjevat

 

donderdag
31
30
sjevat

 

vrijdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.