jaar maand maand jaar


adar / nisan 5778

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
14
adar

 

donderdag
2
15
adar

 

vrijdag
3
16
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
4
17
adar

zondag
5
18
adar

 

maandag
6
19
adar

 

dinsdag
7
20
adar

 

woensdag
8
21
adar

 

donderdag
9
22
adar

 

vrijdag
10
23
adar

 

zaterdag
ויקהל
Ex. 35:1-38:20
1Kon. 7:40-50
פקודי
Ex. 38:21-40:38
1Kon. 7:51-8:21
wajakheel & pekoedé
11
24
adar

zondag
12
25
adar

 

maandag
13
26
adar

 

dinsdag
14
27
adar

 

woensdag
15
28
adar

 

donderdag
16
29
adar

 

vrijdag
17
1
nisan

 

zaterdag
ויקרא
Lev. 1:1-5:26
Jes. 43:21-44:23
wajikrá
18
2
nisan

zondag
19
3
nisan

 

maandag
20
4
nisan

 

dinsdag
21
5
nisan

 

woensdag
22
6
nisan

 

donderdag
23
7
nisan

 

vrijdag
24
8
nisan

 

zaterdag
25
9
nisan

Palmpasen

zondag
26
10
nisan

 

maandag
27
11
nisan

 

dinsdag
28
12
nisan

 

woensdag
29
13
nisan

 

donderdag
30
14
nisan

Goede vrijdag

vrijdag
31
15
nisan

 

zaterdag
פסח
Ex. 33:12-34:26
Ezech. 36:37-37:14
PESACH sjabbat

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.