pijl omhoog

De Torá-rol

De torá

Tora is de Hebreeuwse aanduiding van de eerste vijf bijbelboeken, Genesis t/m Deuteronomium. Deze vormen het hart van het Jodendom. De bijzondere betekenis van de tora komt uit in de inrichting van de synagoge. Midden in de ruimte bevindt zich de biemá, de verhoging waarop men staat om de tora te lezen. En tegen de oostelijke muur (de synagoge is ‘georiënteerd’ op Jeruzalem!) bevindt zich de ‘heilige arke’, een kast waarin de tora-rollen worden bewaard.

Over die ‘ark’ en de manier waarop de tora daarin wordt bewaard, en over het lezen van de rol hoop ik een volgende keer wat te schrijven. Op veel manieren komt bij een en ander naar voren van hoe grote betekenis en waarde de tora is. Dat is ook al te zien aan de rol zelf en de manier waarop die geschreven wordt. Daar wil ik nu nader op ingaan.

De vervaardiging van de rol

Bij de tora-lezing in de synagoge wordt altijd gebruik gemaakt van een handgeschreven rol. ‘Streng en trouw is het oude eerwaardige karakter bewaard’ (Rabbijn S.Ph. de Vries).

De rol is gemaakt van perkament, dat bereid is uit bepaalde delen van de huid van reine, kosjere, dieren. Met bijzondere zorg: er moet bij het bereiden met zoveel woorden verklaard worden dat dit gebeurt voor een sèfr tora.


Vóór het schrijven worden dunne hulplijntjes in het perkament gekrast.

Twee verticale om te zorgen dat de regels recht onder elkaar en gelijk uitgevuld kunnen worden geschreven.

In het Hebreeuws kun je woorden niet afkorten. Om ook de einden van de regels (de linkerkant in het Hebreeuws!) recht onder elkaar te krijgen kunnen bepaalde letters breed uitgerekt worden, maar het is de kunst daar toch zo weinig mogelijk gebruik van te maken en zo gelijkmatig mogelijk te schrijven.

Er worden ook horizontale lijnen gemaakt. De letters komen daar niet op, maar net onder. De kolommen kunnen 40 tot 60 regels hoog zijn. Vanaf het begin van de 19e eeuw is een standaard patroon met 248 kolommen van 42 regels gebruikelijk geworden. Voor twee gedeelten - liederen - is precies voorgeschreven hoe ze ingedeeld en over regels verdeeld moeten worden: voor Ex. 15:1-19 en Dt. 32:1-43.


Het schrijven gebeurt met een ganzen- of kalkoenenveer, waarvan de punt zo bijgesneden wordt dat je er makkelijk brede (horizontale) en smalle (verticale) lijnen, zoals die voor de Hebreeuwse letters gewenst zijn, mee kunt maken.

De inkt moet aan een aantal eisen voldoen. De letters moeten goed zwart worden en blijven. Ze moeten tamelijk dik op het perkament komen te liggen, maar er mogen geen stukjes afspringen. Ze moeten wel gecorrigeerd kunnen worden, bijgewerkt of vervangen. De schrijvers maken doorgaans de inkt zelf, vaak op een eigen manier. Er worden in elk geval galnoten, arabisch gom en kopersulfaatkristallen gebruikt. Eventueel ook azijn of alcohol.


Voor de sofeer (schrijver) zijn dagelijks werk gaat doen, neemt hij een ritueel bad. Voor hij begint met schrijven test hij de pen en de inkt door het woord ‘Amalek’ te schrijven en weg te krassen (vgl. Dt. 25:19). Vervolgens verklaart hij dat hij nu heilig werk gaat doen. Hij leest dan een zin hardop en begint te schrijven. Voor hij de naam van God schrijft spreekt hij uit dat hij nu de heilige naam van God gaat schrijven.


Alleen de eigenlijke, oorspronkelijk tekst wordt geschreven. Dus alleen de medeklinkers. Geen versieringen (behalve evt. kleine ‘kroontjes’ op bepaalde letters). En geen hoofdstuknummers e.d. (tussen de bijbelboeken worden vier regels opengelaten, en tussen de parasjot (een parasja is de sectie die op een bepaalde sabbat gelezen wordt) een ruimte van zo’n negen letters.


Het overschrijven van hele tora neemt een aantal maanden in beslag. Als het klaar is worden de vellen perkament (± 40) aan elkaar genaaid met de pezen van reine dieren.

Het geheel wordt aan houten stokken bevestigd. Die worden genoemd: atsee chayiem, letterlijk: ‘levensbomen’. Want: ‘een boom des levens is zij (de tora) voor wie haar vasthouden’ (Spr. 3:18).

In oriëntaalse en sommige sefardische gemeenschappen wordt gebruik gemaakt van een tiq, een speciale houten of metalen houder. Dat is een rechtopstaande cylinder, die je kunt openklappen; dan heb je meteen de tekst voor je.

Het bezit van een rol

Het geldt als een gebod voor joden een sèfr tora te bezitten, waarbij het een bijzondere verdienste is als je hem zelf geschreven hebt (op grond van Dt. 31:19, ‘schrijf dit lied op’ - waarbij ‘dit lied’ dus wordt betrokken op de hele tora). Het gebod zelf een rol te schrijven kan vervuld worden door minstens één letter te schrijven of corrigeren. Zo is het gebruik ontstaan dat de sofeer van de woorden in de eerste en laatste passages van de tora alleen de buitenste lijntjes neerzet, die dan naderhand in een speciale ceremonie (siyyoem hattora, de completering van de tora) door anderen worden ingekleurd.

Eventuele fouten

Over het algemeen kunnen fouten verbeterd worden. De inkt is immers met een mesje en puimsteen te verwijderen. Maar een vergissing bij het schrijven van één van de namen van God kan niet gecorrigeerd worden, want de naam van God mag niet uitgewist worden.

Als tijdens de lezing in de synagoge een fout wordt ontdekt wordt uit een andere rol verder gelezen. De rol waarin een fout ontdekt is moet eerst verbeterd worden, binnen 30 dagen, voor er weer uit gelezen mag worden.

De heiligheid van de sèfr tora

Een tora-rol moet met bijzondere eerbied behandeld worden. Er mag geen andere (bijbel)boekrol bovenop worden gelegd. Iedereen gaat staan als de arke opengaat. Ook als de tora-rol wordt gedragen; het is gebruikelijk als de rol langsgedragen wordt voor te buigen of hem te kussen. Als een rol op de grond valt, zal een gemeente een dag vasten.

Je mag het perkament niet met de handen aanraken. Bij het lezen worden de woorden aangewezen met een jad, een stok met aan de punt een klein handje (‘jatje’). Je mag een sèfr tora alleen verkopen als je geld nodig hebt voor een huwelijk, voor studie of het vrijkopen van gevangenen.


Een sèfr tora is een bijzonder kostbaar bezit. Letterlijk! Maar vooral ook in figuurlijke zin, als heilig bezit van onovertroffen waarde!

ds. Aart Brons
Vrede over Israël jrg. 42 nr. 3 (juni 1998)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel