pijl omhoog

Marc Chagall 1887 - 1985

Een joodse schilder

Ooit deed Marc Chagall de uitspraak: ‘Als ik geen Jood was geweest, zou ik geen kunstenaar zijn geworden’.

Dit mag een heel merkwaardige uitspraak worden genoemd. Want Chagall werd geboren in het wit-russische stadje Vitebsk, in een arm chassidische milieu. Het chassidisme is een religieuze sociale beweging in het oost-europese jodendom in het midden van de 18e eeuw, waarbij het zwaartepunt niet zozeer lag op de studie van de tora (dat is de door God geopenbaarde wil), maar vooral op de beleving ervan. Men hechtte grote waarde aan het gebed, aan de toewijding waarmee men de geboden vervulde, aan de vreugde van het dienen van God en aan de plaats van de rebbe (geestelijk leider) als een soort middelaar tussen God en de joodse gemeenschap. In het chassidisme kende men vele stromingen. In een dergelijk milieu - en dat maakt de uitspraak van Chagall zo merkwaardig - was voor beeldende kunst nauwelijks plaats. Muziek kon men waarderen, en ook tot op zekere hoogte de dans, maar dat gold niet voor schilderkunst en beeldhouwwerk en andere uitingen van vormgevende kunst.

Chagall vertelt in het boek ‘Mijn Leven’ (1922) dat hij als kind niet wist wat een kunstenaar was. Ook beschrijft hij in zijn biografie hoe hij voor het eerst met de mogelijkheid in aanraking kwam om zelf tekeningen te maken: ‘Tot 1906 had ik in mijn hele leven in Vitebsk nog geen enkel schilderij of tekening gezien. Op een dag zag ik op school een van mijn klasgenoten een afbeelding uit een tijdschrift natekenen... Met stomheid geslagen zat ik naar hem te kijken. Het kwam me voor als een visioen, een soort openbaring in zwart-wit. Ik vroeg hem hoe je dat moest doen. Domkop, antwoordde hij, loop naar de bibliotheek, zoek een plaatje uit dat je bevalt en teken het na. Zo ben ik schilder geworden.’


Het is in bepaalde chassidische stromingen niet gebruikelijk mensen af te beelden. Het gebod zegt dat er geen gesneden beeld van God gemaakt mag worden. Een vraag daarbij is: mag er wel een beeld gemaakt worden van een mens? De mens wordt in de bijbel immers beeld van God genoemd? Er zijn stromingen in het chassidisme, die menen dat het gebod inderdaad ook de afbeelding van mensen verbiedt. In die stromingen is er geen ruimte voor schilderkunst, voor beeldhouwwerk, voor het fotograferen van mensen.

In de stroming waarin Chagall geboren werd was een beeld maken van mensen niet verboden, maar het werd ook niet erg gewaardeerd. Aangrijpend heeft een andere joodse kunstenaar, Chaim Potok, over deze problematiek geschreven in de roman ‘Mijn naam is Asjer Lev’. Dit boek speelt in de Verenigde Staten in een chassidische milieu van Brooklyn (New York), waar een joodse jongen tot de ontdekking komt dat hij de gave van tekenen en schilderen heeft. Als hij de weg van zijn gave wil volgen brengt dit hem in een heftig conflict met zijn milieu. Een conflict dat zijn hoogtepunt bereikt als Asjer ertoe komt een kruisiging te schilderen.


In Vitebsk wordt Marc Chagall op 7 juli 1887 geboren. Hij is de oudste in een gezin van negen kinderen. Zijn naam is dan nog niet Marc Chagall, maar Moshe Segal.

Zijn vader werkt voor weinig geld in de vishandel. Op vele schilderijen van Chagall is een vis te zien, teken van leven.

Het stadje Vitebsk telt ongeveer 50.000 inwoners, waarvan de helft joods is. Aan zijn ouderlijk huis en aan zijn geboortestad heeft hij altijd goede herinneringen bewaard. Op talloze schilderijen keert ergens het stadje Vitebsk terug. Soms groot en robuust op de voorgrond, soms klein in een hoekje, soms ook omgekeerd geschilderd ergens bovenaan het schilderij. Dit is een typische trek voor het werk van Chagall. Hij verenigt werelden. Ook als hij al tientallen jaren weg is uit Vitebsk, uit het chassidische leven, uit de armoede van zijn kindertijd keert toch die wereld telkens weer terug. Of beter gezegd: ze gaat mee, waar Chagall ook gaat.

En dat geldt niet alleen voor het ouderlijk huis en de geboorteplaats, maar ook voor de dreiging van het anti-semitisme (die in het Rusland van die dagen rauwe werkelijkheid was), voor de muziek van zijn oom die viool speelde, voor de bijbelse verhalen die hij als kind hoorde, voor de voorstelling van de hemel.

Chagall heeft in Parijs gewoond, in de Verenigde Staten, in de Provence. Waar hij ook woonde, de beelden van zijn jeugd dragen de motieven van zijn kunstenaarschap.

Over zijn jeugd heeft hij gezegd: ‘Ondanks alle moeilijkheden in onze wereld heb ik de liefde waarmee ik opgegroeid ben in mijn binnenste nooit opgegeven, net zo min als de belofte die in de liefde voor de mens besloten ligt. In ons leven is er, net als op het palet van de schilder, maar één kleur die het leven en de kunst zin geeft, de kleur van de liefde.’

Zijn levensloop

Enkele momenten uit zijn leven hebben we al aangestipt. In het kort lichten we er nog een paar jaartallen uit.

Als hij 20 jaar oud is vertrekt hij naar St. Petersburg in de hoop daar een opleiding tot schilder te kunnen volgen. Zijn ouders zijn niet enthousiast, maar steunen hem wel. Maar St. Petersburg biedt hem niet wat hij ervan verwacht.

Hij zet zijn zinnen op Parijs, waar vele russische kunstenaars en intellectuelen hun toevlucht hebben gezocht. In 1910 lukt het hem de reis naar Frankrijk te maken. In de mondaine wereldstad wordt hij overweldigd door wat hij op straat ziet. Het zijn niet de schilderscholen of de salons die hem helpen zijn talent te ontwikkelen, maar het zijn de mensen op straat, de boeren, de marktkooplui, en de Parijse straten, de pleinen en de gebouwen. En vooral: zijn herinneringen aan de wereld die hij heeft achtergelaten. Hier en daar is in zijn schilderijen uit die tijd de invloed van één of andere artistieke stroming merkbaar, maar verder dan een aanraking komt het niet. Chagall heeft zijn eigen stijl, zijn eigen wereld.

In 1914 als de eerste successen een feit zijn en Chagall geëxposeerd heeft in Parijs en in Berlijn keert hij terug naar zijn geboortestad om daar Bella Rosenberg te trouwen. Zijn bedoeling is om spoedig naar Parijs terug te keren, waar hij al zijn doeken heeft achtergelaten. Maar van een terugkeer komt niets terecht, want de Eerste Wereldoorlog is een feit geworden.

Dus gaat Chagall in Rusland aan het werk. En ook daar wordt zijn kunstenaarschap erkend. Hij exposeert in Moskou en St. Petersburg. Inmiddels is de bolsjewistische revolutie uitgebroken. Vele joodse burgers hebben aan het tot stand komen van de revolutie meegewerkt. Nog veel meer Joden juichen haar toe. Ook Chagall. Het einde van het tijdperk van feodalisme, armoede, rechteloosheid lokt.

De werken van Chagall oogsten lof tot in de hoogste kringen. Chagall krijgt zelfs een hoge betrekking in zijn geboortestreek: commissaris van de beeldende kunst. Maar de vreugde is van korte duur. Al snel vindt men dat de kunst van Chagall te ver af staat van het arbeidersproletariaat. Men herkent geen Marx, laat staan Lenin in zijn schilderijen. Het wordt al snel duidelijk dat er in het proletarische Rusland geen plaats is voor een lichtvoetige, dromende kunstenaar als Chagall.

In 1922 verlaat hij zijn geboorteland, waar hij pas in 1973 weer voet aan de grond zet. Na zijn vertrek vestigt hij zich met vrouw en dochter Ida in Parijs. Frankrijk wordt zijn tweede vaderland. Zijn naam wordt nu overal bekend, zelfs in de Verenigde Staten. Grote opdrachten vallen hem ten deel.

Maar dan breekt de tweede golf van waanzin aan die in de 20ste eeuw over de wereld zal trekken. In Duitsland grijpen de nazi’s de macht. Voor de Joden breekt een tijd aan van onbeschrijflijke angst en wanhoop. Wie de schilderijen van Chagall uit die tijd bekijkt ziet dat hij het wist. De kleuren worden donkerder, de penseelstreken dikker.

Witte kruisiging

Hij schildert ‘de witte kruisiging’. De joodse Jezus met gebedsmantel als lendendoek hangend aan het kruis in een baan van hemels licht. Met om hem heen een brandende synagoge, een russische stadje in de vlammen, een Jood op de vlucht, een weggesmeten tora-rol, een bange moeder met kind, oprukkende bolsjewieken en nazi’s, en de aartsvaders die wenen samen met Rachel. Het is geen christelijk schilderij. Maar voor Chagall was het ook meer dan een joods schilderij. Hij schreef eens: ‘Als een schilder Jood is en het leven uittekent, hoe zou hij dan joodse elementen uit zijn werk kunnen weren! Als hij goed is, biedt zijn schilderij nog veel meer. Het joodse element is er dan wel in, maar afgezien daarvan zal zijn kunst een universele betekenis hebben.’ In het schilderen van de gekruisigde Jezus te midden van de ellende van Europa in de twintiger en dertiger jaren vindt hij de taal waarmee hij uitdrukking kan geven aan het lijden.

In Duitsland komt Chagall onder vuur te liggen. De nazi’s laten merken dat zij van zijn kunst niet gediend zijn. En als dan Frankrijk in het oorlogsgeweld wordt betrokken is er geen andere mogelijkheid voor Chagall dan te vluchten.

Op 23 juni 1941 komt hij in New York aan. De schok van de gebeurtenissen maakt het onmogelijk om aan het werk te gaan. De kunstenaar die men genoemd heeft: ‘de wereldburger die kind is gebleven’, ‘de clown’, ‘de eenzame ziener’, ‘de reiziger tussen werelden’ is lamgeslagen. Als hij na lange tijd toch weer begint is er geen evenwicht in zijn schilderijen. De muziek is er uit. Het is nacht. En dat wordt nog erger als zijn vrouw Bella in 1944 overlijdt.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog blijft Chagall nog een paar jaar in de Verenigde Staten. Maar Frankrijk trekt. Tenslotte vestigt hij zich weer in zijn tweede vaderland. Begin jaren vijftig woont en werkt hij in het zuiden van Frankrijk.

Naast het schilderen begint hij zich ook te bekwamen in de beeldhouwkunst, in het maken van keramiek, in het ontwerpen van gobelins (wandtapijten) en vooral in de kunst van het brandschilderen van ramen. Zijn faam is wereldwijd. Hij voltooit opdrachten uit Tokyo, Jeruzalem (de Knesset; Hadassah-ziekenhuis), Parijs, Stockholm, New York (VN-gebouw), Mainz, Frankfurt, Zurich, Metz en vele andere plaatsen. Speciale vermelding verdient de plaats Nice in het zuiden van Frankrijk, waar hij in 1969 de eerste steen legt van het Musée National Message Biblique Marc Chagall.

Voor wie in de zomertijd de vakantie doorbrengt in het zuiden van Frankrijk en in de gelegenheid is Nice aan te doen is het misschien een tip om een bezoek te brengen aan dit museum, dat te vinden is aan de Avenue Docteur Menard. Het is zeer de moeite waard. Er hangen daar twaalf grote doeken van Chagall met taferelen uit Genesis en Exodus. Ook hangen er enkele werken gebaseerd op het boek Hooglied. En voorts is er een muziekzaal met indrukwekkende gebrandschilderde ramen, voorstellende ‘de schepping van de wereld’.

We memoreren nog dat Chagall is overleden op 28 maart 1985 in Saint-Paul-de-Vence. Hij had die dag gewerkt, zoals hij - ondanks zijn 97 jaren - nog elke dag deed.

Hij laat kleuren zingen

Schilderijen van Chagall moet je in het echt zien. Dat geldt ook voor zijn gebrandschilderde ramen. Hoe goed reproducties soms ook zijn, ze kunnen wat de kleuren betreft niet in de buurt komen van de originelen. Iemand heeft van hem gezegd dat Chagall één van de weinige kunstenaars is die verstand heeft van kleuren. En een ander zei: ‘Hij laat de kleuren zingen’.

Een paar voorbeelden van zijn werk drukken we bij dit artikel af. De verleiding is groot om alleen bijbelse of expliciet joodse taferelen te kiezen. Toch willen we ook een schilderij laten zien dat uit een vroege periode stamt (1911) en dat over het dagelijks leven gaat.

Ik en het dorp

Allereerst het schilderij ‘Ik en het dorp’. In dit schilderij wil Chagall een totaalbeeld van het leven geven. Zo vinden we er de primaire kleuren: rood, blauw, geel en groen. Maar ook de primaire vormen: cirkel, driehoek, rechthoek. Verder: mens en dier, man en vrouw, natuur (bloeiende tak) en cultuur (stad), hemel en aarde. En alles heeft verbinding met elkaar, gaat in elkaar over, is op elkaar betrokken. Dit is de beleving van eenheid van leven, zoals Chagall zich in Parijs herinnert hoe het leven was in zijn dorp Vitebsk. Een dergelijk schilderij maakt duidelijk dat Chagall er niet naar streefde in zijn schilderijen de werkelijkheid als een foto weer te geven. Hij wilde de werkelijkheid niet afbeelden, maar verbeelden. Hij laat zijn innerlijk spreken.

Gele kruisiging

Een tweede schilderij is ‘de gele kruisiging’ (1942). Op een aantal elementen hebben we al gewezen, toen we het schilderij ‘de witte kruisiging’ noemden. Nu wijzen we nog op de ladder, die op vele schilderijen voorkomt en het beeld is van de verbinding van hemel en aarde. Het is een herinnering aan de droom van Jakob, waarin hij de ladder zag die naar de hemel reikte waarop engelen op en neer gingen. Je vraagt je af of die ladder op het schilderij nu wordt opgericht of juist weggehaald. Omdat het een vrome Jood is die de ladder vasthoudt en omdat het bovenste gedeelte van het schilderij hoop uitstraalt denk ik dat de ladder een positief element is. Verder heeft Chagall Jezus hier afgebeeld met aangelegde gebedsriemen; we zien dat op zijn linkerarm en ook op het doosje met de heilige teksten op zijn voorhoofd. Opmerkelijk aan Jezus is ook de aureool rondom zijn hoofd. Het is alsof Jezus hier afgebeeld is als op een icoon. Heel opvallend is ook de geopende groene boekrol, met daaronder een engel die op de bazuin blaast en een brandende kaars vasthoudt. Zoals gezegd: Chagall houdt eraan vast dat er hoop is midden in de chaos en ellende.

De stam Benjamin

Een derde afbeelding betreft het gebrandschilderde raam in de synagoge van het Hadassah-ziekenhuis in Jeruzalem dat gewijd is aan de stam Benjamin. Chagall ontwierp twaalf ramen, voor elke zoon van Jakob één. Hij baseerde zich op de teksten uit Genesis 49 en Deuteronomium 33. Ook liet hij zich in de kleuren leiden door wat in Exodus 28 verteld wordt over het borstschild van de hogepriester met de twaalf stenen, ieder met een eigen kleur.

Opmerkelijk in al de ramen is dat er geen enkele afbeelding van een mens voorkomt. Chagall houdt zich daarbij aan de regel dat in een synagoge geen afbeelding van een mens zal voorkomen. Dat men Chagall vroeg om dit project te doen had alles te maken met zijn liefde voor de bijbel. Ooit zei hij: ‘De bijbel heeft mij van jongsaf aan geboeid. Ik vond hem altijd de grootste bron van de poëzie van alle tijden. Steeds heb ik gespeurd naar zijn weerspiegeling in het leven en in de natuur. De bijbel is als het ware een weerklank van de natuur en ik heb geprobeerd dit geheim door te geven...’ Op het raam van Benjamin zijn de woorden van toepassing, die Jakob sprak: ‘Benjamin is een verscheurende wolf; in de morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit..’ En Mozes zei: ‘De beminde des HEREN, die veilig bij Hem wonen zal, Hij beschermt hem te allen tijde.’

Duidelijk is in het raam de wolf te zien, die buit voor zich heeft. Verder is opmerkelijk dat de naam in het hebreeuws verdeeld is over het linker- en rechtergedeelte van het raam. Dit wijst op het verdeelde land, namelijk aan beide zijde van de Jordaan. Het grote kleurrijke middenstuk is een schild: een uitbeelding van de bescherming die Benjamin van de HERE ontvangt. De rijkdom van deze stam komt uit in de symbolen aan de randen: een glanzende stad, een bos bloemen, dieren, bomen. Benjamin, de jongste, en toch - denkend aan Saul en Jonathan - koninklijk!

Overigens zegt men dat Chagall, toen hij bij de opening van de synagoge zag hoe de ramen niet alleen opééngepropt aan de vier zijden aangebracht waren, maar ook hoe een royale lichtinval - die voor gebrandschilderde ramen nodig is - belemmerd werd, omdat de synagoge staat ingeklemd tussen andere gebouwen, in huilen is uitgebarsten.


Graag zou ik een afbeelding hebben laten zien van één van de schilderijen uit het museum in Nice. Daarvoor ontbreekt me echter een goede reproductie. Daarom als vierde een schilderij getiteld ‘Exodus’ (1952-1966).

Exodus

Chagall vertelt hier het verhaal van de uittocht. We zien over de hele breedte van het schilderij het joodse volk uit de duisternis komen. Ze zwaaien. Moeders dansen met hun kinderen. We zien rechts onderaan Mozes staan met de twee stenen tafelen. Links bovenaan zien we water, waar mensen doorheen trekken. Maar we ontdekken ook dat het in dit schilderij niet alleen gaat om de uittocht uit Egypte. Want er varen schepen en mensen dreigen in het water om te komen. Ook zien we links onderaan een brandend stadje. Het zijn beelden uit de geschiedenis van het volk Israël. De schepen symboliseren de pogingen van Joden om over zee te vluchten uit het levensgevaarlijke Europa. Heel bekend is de geschiedenis met het schip ‘Exodus’, dat vol vluchtelingen probeerde Palestina te bereiken, maar niet werd toegelaten. Een ramp. En het brandende stadje vertelt het verhaal van de pogroms in het oostelijk deel van Europa. Maar ze zijn op weg naar huis. Na 1948, de stichting van de joodse staat, kan dat gezegd worden. De exodus naar Israël is realiteit.

En... Jezus gaat mee. Het is de tijd van de ‘Heimholung Jesu’, het thuishalen van Jezus. In bepaalde joodse kringen is men tot het inzicht gekomen dat Jezus niet aan de christenen toebehoort (althans niet alleen aan de christenen), maar aan de Joden. Hij is een Jood, die ook joods verstaan moet worden. Of dat laatste door Chagall ook zo gezien wordt lijkt me de vraag. In ieder geval is de afgebeelde Jezus de lijdende Jezus, die bij zijn volk hoort dat ook zoveel lijden te dragen heeft gekregen. En deze Jezus is voor hem een symbool van hoop.

Schilder van de innerlijke wereld

Het aantal werken van Chagall is ontelbaar. Er moeten we tienduizenden litho’s, etsen, tekeningen, voorstudies, schilderijen, vazen, beelden, ramen enz. zijn. Veel werken bevatten taferelen uit het dagelijks leven. Om iets te noemen: het circus was een geliefd thema voor Chagall, en niet te vergeten de liefdesparen. Maar daarnaast duiken telkens weer afbeeldingen op die verwijzen naar de bijbel, zowel Oude als Nieuwe Testament, en naar het joodse volk.

Als kunstenaar is Chagall uniek. Hij hoort niet thuis in een bepaalde stroming. En hij heeft ook geen stroming op gang gebracht. Hij is een eenling gebleven, die zijn eigen ideeën had. Als mens was hij nogal ijdel en erg gehecht aan erkenning.


Hoe is zijn veel omvattend werk te typeren? Vaak worden dan de woorden als poëzie, magie, surrealisme gebruikt. Zelfs valt nogal eens het woord mystiek. Het leven heeft voor Chagall een onzichtbare zijde, die je niet met het weergeven van een plaatje (realistische afbeelding) kunt laten zien. Er is een mystieke gedachtenwereld, die alleen maar weer te geven is met kleuren, met verhalen, met verbeelding, met in elkaar overlopende scènes. Het is de wereld van de liefde en de verwondering. Voor Chagall is de innerlijke wereld even werkelijk als de zichtbare wereld. Voor hem is het verleden ook even werkelijk als het heden. En dat is wellicht ook een typisch joodse trek in zijn werk. Hij is een verteller, een schilder van de gedachtenis. Alle dingen komen samen en zijn op elkaar betrokken.

We eindigen met een uitspraak van Chagall zelf, gedaan in zijn boek ‘Mijn Leven’: ‘Het wezenlijke is de kunst, de schilderkunst, een schilderkunst die geheel anders is dan wat iedereen er van maakt. Maar welke? Zal God of iemand anders mij de kracht geven om in mijn doeken mijn adem te blazen, de adem van het gebed en de rouw, het gebed om de verlossing en de wedergeboorte?’

ds. Rien Vrijhof
Vrede over Israël jrg. 45 nr. 1 (feb. 2001)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel