pijl omhoog
Het jodendom als vraag aan de kerk

Wat heet ‘Verlossing’?


De vijfde vraag die Miskotte aan zichzelf als christen en aan de kerk als geloofsgemeenschap van christenen stelt gaat over de feitelijkheid, de reikwijdte en de geldigheid van de verlossing.

Israël weet zich als de uitverkoren knecht des HEEREN gesteld in een wereld die nog onverlost is, maar de kerk zegt dat zij verlost is en dat iedereen die dat gelooft óók verlost is. Wat houdt deze verlossing dan in? Toch niet de verlossing waarvan de profeten gesproken hebben en waarnaar Israëls verwachting uitgaat.

De verlossing die de kerk predikt blijft ook iets strikt persoonlijks. Het concrete leven in de maatschappij komt niet aan bod.

Wat is er van de verlossing te merken?

Het is inderdaad waar dat we als christen toch eerder aan de verlossing van de ziel denken dan aan de verlossing van de wereld.

Datzelfde geldt bijv. voor het woord ‘wedergeboorte’. Toch heeft ook Jezus het woord ‘wedergeboorte’ in brede zin bedoeld toen Hij in Matt. 19:28 sprak over Zijn komst op de troon. Het heil heeft kosmische dimensies.

Paulus heeft het ook vaak over de kosmische betekenis van de betekenis van Christus’ kruis en opstanding (bijv. Kol. 1:20). Maar dit wordt tegelijk betrokken op de persoonlijke verlossing (bijv. Kol. 1:21).

Hoe komt het dat deze twee aspecten in de loop der eeuwen in de kerk zo uiteen gehaald zijn? Piëtistische en politieke theologie zijn vaak elkaars tegenpolen geweest. Heeft het er soms mee te maken dat we als niet-Joden van huis uit meer afstand tot God ervaren en we daarom vooral op de persoonlijke kern van ons bestaan ten opzichte van Hem gefixeerd zijn? Prof. Van Ruler heeft daar indertijd eens op gewezen.

Anderzijds heb ik niet de indruk dat het jodendom een nabijere Godservaring kent, globaal (en voorzichtig) gesproken. Wel beleeft men het aardse leven veel concreter en ‘vanzelfsprekender’ op God betrokken. Zo draagt ook de joodse toekomstverwachting inderdaad veel concretere, aardse trekken. Bezinning in de kerk op de verhouding tussen zowel de persoonlijke als kosmische strekking van de verlossing in Christus blijft nodig.


Blijft de Joodse vraag wat er nu van die door de kerk zo breed opgevatte verlossing in de wereld te merken is. Bekend is het verhaal van die rabbi, die, toen hem verteld werd dat nu de Messias gekomen was, hij uit het raam keek om de proef op de som te nemen en toen uitsprak dat dit niet waar kon zijn omdat de wereld zo te zien nog niet verlost was. Daar hebben we als christenen niet zoveel tegenin te brengen.

De kerk als teken van de verlossing

We kunnen wel zeggen - dat deed Miskotte in een ander geschrift óók - dat het nieuwe van het N.T. is, dat het de verlossing geconcentreerd ziet in de verzoening (zie opnieuw bijv. in Kol. 1:20,21: God de Vader verzoent door het bloed des kruises alle dingen tot Zichzelf). Dat is het eigene van Gods initiatief, dat in geen mensenhart - ook niet in een Joods hart - is opgeklommen (I Kor. 2:9). En nu dit fundament is gelegd, bouwt God daar de tempel van Zijn eeuwige gemeenschap op, met Jood en heiden (Ef. 2:18-22; Op. 20:22).

De zichtbaarheid daarvan moet blijken in de kerk als gemeenschap der heiligen. Wat heeft het de Joden te zeggen dat er in de afgelopen eeuwen een wereldwijde gemeenschap van christenen is gekomen, waarin ook Joden, die Jezus als Messias erkennen een eigen plaats innemen?

Helaas is die gemeenschap door menselijke zonden verscheurd en de Joden-christenen voelen zich in die kerk vaak niet thuis... De kerk heeft zich bijv. in de gestalte van de Romana groot en breed gemaakt; de Roomse kerk vertegenwoordigt in haar ambten het Godsrijk op aarde, naar eigen zeggen. De reformatorische kerken raakten jammerlijk verdeeld. Wat is nu de kerk in joodse ogen?

Hoe kan zo’n kerk duidelijk maken dat zij inderdaad alleen leeft van Gods genade en verlossing in Christus?

Gods verlossing loopt niet volgens menselijke schema’s

Een tweede punt dat Miskotte aansnijdt is dat de verlossing zoals de kerk die predikt in geen geval de verlossing is waarvan de profeten gesproken hebben en waar Israëls verwachting naar uitgaat.

Is dat ook zo? De schrijvers van het N.T. doen juist alle moeite om met aanhalingen uit o.a. de profeten aan te tonen dat de vervulling in Christus ligt!

Toch is volgens het N.T. die verlossing door Jezus Christus alleen te zien met de ogen van het door de Heilige Geest gewerkte geloof. God, Die vele malen en op vele wijzen gesproken heeft door de profeten, heeft ten laatste gesproken door de Zoon (Hebr. 1:1). Inderdaad, nu zien wij nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond (Hebr. 2:8,9).

We hebben hier te maken met het feit dat Gods beloofde verlossing eigenlijk op geen enkel menselijk verwachtingspatroon aansluit; ook niet op een Joods patroon dat door lezing van de profeten gevoed is.

Niet alleen voor de Joden, maar ook voor de kerk is het de vraag: hoe verstaan we de profeten als zij in concrete aardse beelden spreken over de terugkeer naar het beloofde land, de overwinning op alle vijanden, de centrale plaats van Jeruzalem, het gericht over de volken, het koningschap van de Messias over de volken. Hoe letterlijk is dit alles te nemen? Zowel de louter letterlijke als de puur vergeestelijkende interpretatie brengen geen sluitende oplossing voor alle vragen, al neigen we in de kerk tegenwoordig meer naar erkenning van het goed recht van een meer Joodse, aardse verwachting. Het is niet te ontkennen dat al in de vroege kerk chiliastische verwachtingen waren. Uiteindelijk zal toch het hemelse Jeruzalem op aarde neerdalen en wordt deze wereld vernieuwd.

Toch moet het zowel Jood en als christen tot bescheidenheid manen dat wij de profetische verwachtingen niet voldoende concreet kunnen duiden. God geeft Zijn heil nog steeds in de vorm van trapsgewijze vervulde en te vervullen beloften - en daarmee niet naar onze maatstaven en schema’s.

Geen boodschap voor de samenleving?

Het volgende aspect waar Miskotte de vinger bij legt is dat de kerk de verlossing tot de ziel beperkt en daardoor elke radicale kritiek op het bestaande in de maatschappij schuwt.

Miskotte zag in de dertiger jaren waarin hij zijn artikel schreef hoe in Duitsland het Jodenvijandige nazidom opkwam en door de christenen omarmd werd. Slechts een kleine groep van ‘belijdende christenen’ kwam daartegen op. Inmiddels kwamen er na de Tweede Wereldoorlog maatschappijkritische theologieën van de hoop en van de revolutie, meestal van marxistische snit.

Uit de kerkgeschiedenis weten we dat er tijden zijn geweest waarin de kerk ongezond veel invloed had in de staat en dat dit ook het omgekeerde het geval is geweest. Beroemd is de tucht die bisschop Ambrosius van Milaan (4e eeuw) over de keizer uitoefende: Theodosius moest eerst boete doen wegens onnodig bloedvergieten voordat hij aan het Avondmaal kon worden toegelaten. Zo heeft de Reformatie ook een kritische maatschappelijke functie gehad. Schreef Luther niet rechtstreeks aan de adel van de Duitse Natie over hun plichten? Of denken we aan Kuypers worsteling om christelijke politiek te bedrijven, al was het dan niet door de kerk als instituut, maar door de kerk als organisme in de maatschappij.

Ook in onze tijd van algehele verwarring is het belangrijk dat de kerk zich over normen en waarden vanuit het Evangelie uitspreekt. En ook over haar houding ten opzichte van het conflict in het Midden Oosten, waar de Joden zich zo nauw bij betrokken weten. Hebben we een heldere visie op het ontstaan/bestaan van de staat Israël? Tot onze (schrale) troost zij opgemerkt, dat de Joden zelf ook geen eenduidige kijk op deze staat hebben. Een ander concreet punt: het is een goede zaak wanneer we als Joden en christenen gezamenlijk opkomen voor Gods schepping (milieu, dood en leven).


Zo komen er in de ontmoeting met het jodendom op ons als christenen vragen af. Vanuit de christelijke hoop die door de genade Gods in ons is mogen we die vragen proberen te beantwoorden. Weest niet hooggevoelende, maar vrees, zo luidt Paulus’ vermaan. Dan past ons alleen de bedelaarsgestalte van zondaren die slechts door Woord en Geest kunnen leven.

ds. Harry Rietveld
Vrede over Israël jrg. 46 nr. 5 (dec. 2002)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel