pijl omhoog

Van Utrecht naar Jeruzalem

Waar kom je terecht?

Op reis

Onder de indruk van het afscheid van zoveel lieve mensen en met een vracht aan bagage vertrokken we op maandag 15 december naar Jeruzalem. Voor het eerst met drie kleine kinderen in een vliegtuig, hoe zou dat gaan? Ze werkten enorm goed mee en de reis verliep dan ook prima. ’s Morgens vroeg ontwaakten we in Utrecht en ’s avonds laat vielen we in slaap in ons nieuwe onderkomen in het centrum van Jeruzalem. Behulpzame kennissen hadden ervoor gezorgd dat we konden slapen op een matras en dat andere dingen als een tafel, stoelen, borden, bestek etc klaarstonden!

Vragen

Regelmatig heb ik de eerste weken gedacht aan een van de vergaderingen die ik de afgelopen maanden bijwoonde. De voorzitter haalde Handelingen 20 aan: Paulus die naar Jeruzalem reisde wist niet wat hem daar zou overkomen. Een herkenbaar gevoel voor ons, ondanks eerdere bezoeken aan het land en de stad!

We zijn hier immers als gezin in een land dat voortdurend in het nieuws is om de problemen die er zijn. Zullen we hier kunnen ‘aarden’, zullen we ons hier ontspannen en veilig kunnen voelen? Hoe zullen de kinderen de overgang doormaken?

We zijn hier ook met een bijzondere taak en opdracht. Zal het ons lukken de ontmoeting tussen de kerk in Nederland en het joodse volk te stimuleren? Hoe zal er op ons gereageerd worden? Welke plek zullen anderen ons, christenen uit Nederland, geven en wat is de plaats die ons, in eigen ogen, past? Zal het mogelijk zijn naast het Oude Testament ook het Nieuwe Testament te openen en lezen, samen met joodse broeders en zusters?

Achter de vraag wat ons hier zal overkomen ligt spanning en nieuwsgierigheid, maar ook vertrouwen. Het vertrouwen dat we hier dienstbaar kunnen zijn aan de Heer onze God, al is nog open op welke manier. Welke wegen zal Hij ons wijzen, de komende jaren? We voelen ons bijzonder afhankelijk van Zijn nabijheid.

Waar begin je?

Een leven opbouwen

Met praktische dingen! Koelkast, bankrekening, dieselolie voor het verwarmingssysteem, telefoon en internet, etc. En snel daarna de aanvraag van een visum, regelen van een school voor de kinderen. We zijn steeds opnieuw verbaasd over het gemak waarmee ze alle veranderingen oppakken! Vol vertrouwen gingen ze met ons mee, en even zo vanzelfsprekend lopen ze hier nu rond, in het nieuwe huis in een andere stad en een ander land.

Ook het onderwijs is hier iets anders dan in Nederland. Kinderen van 3 en 4 jaar gaan vrijwel allemaal naar een soort voor-kleuterschool, de kinderen van 5 en 6 jaar gaan naar een verplichte kleuterschool. Voor Rafaël en Miriam hebben we een plek gevonden op een fijne school met geweldige juffen, die hen enorm helpen om door deze eerste moeilijke periode heen te komen.

Zodra het mogelijk was zijn we zelf begonnen met taalstudie. De talenschool, Oelpan, is een wereld op zich! Leerlingen van alle leeftijden, uit alle landen, achtergronden en sociale klassen zitten bij elkaar om de taal te leren. En dat niet alleen, want de Oelpan is ook een van de plekken waar nieuwe immigranten worden opgevangen en waar gediscussieerd wordt over alles wat leeft in de groep. Van de dagelijkse beslommeringen tot de grote thema’s van het Israël anno 2004.

Contacten leggen

Tegelijkertijd ben ik begonnen met het leggen van contacten. Mijn voeten volgen daarbij het spoor dat de afgelopen decennia is gelegd door mijn hervormde en christelijk gereformeerde voorgangers; de deuren gaan overal voor me open, bij kerken, instellingen, dialooggroepen. Dat is een goed begin! Ik ben zo gelukkig dat ik kan voortbouwen op het werk dat als laatste, tot 2000, is gedaan door ds. C.J. van den Boogert en ook dat ik me kan aansluiten bij anderen die een soortgelijke opdracht hebben. Iemand zei tegen me: ‘jammer dat jullie Nederlanders er de afgelopen jaren niet waren, maar goed dat jullie er nu weer zijn; daarmee laten jullie zien dat de verbondenheid met Israël belangrijk is!’


Makkelijk gaat overigens niet alles. De overgang van Nederland naar Israël is groot en vraagt veel geduld, doorzettingskracht en vertrouwen. Nog geen twee maanden in Israël en we hebben al meerdere aanslagen van dichtbij meegemaakt. Dat is aangrijpend. Opeens leer je zelf mensen kennen die nog dichter bij het vuur waren en ontkwamen. De les dat veiligheid en rust niet vanzelfsprekend zijn leer je hier, tragisch genoeg, versneld. Als je met het ‘Onze Vader’ bidt om datgene wat dagelijks nodig is om van te leven, dan denk je vanzelf ook aan bescherming. Veiligheid is hier dagelijks brood.

Spanning is er dus wel degelijk, maar gelukkig is er ook weer ontspanning. Van veel dingen genieten we. De kinderen vermaken zich volop in de mooie speeltuinen in de buurt, de bewaker van ‘onze’ supermarkt (zoals op veel plaatsen wordt het winkelend publiek ook hier gecontroleerd) maakt grapjes met hen. In februari was er sneeuw en nu, begin maart, is de lente echt doorgebroken. Niet in het minst genieten we van openhartige gesprekken en de vele mogelijkheden om studieavonden te bezoeken en diensten in de synagoge of een Messiasbelijdende gemeente bij te wonen. Daar zullen we gaandeweg steeds meer tijd voor vrij gaan maken, is de bedoeling.

Wat kom je tegen?

Dialoog

Mijn opdracht in Jeruzalem draait om de ontmoeting met het joodse volk in zo breed mogelijke zin. Dat betekent het contact zoeken, relaties leggen, deelnemen aan gespreksgroepen tussen joden en christenen. Ook dat zal steeds meer tijd en aandacht gaan krijgen.

Aan de andere kant merken we dat er nu al belangrijke contacten ontstaan via de school en de Oelpan. Dat is mooi om te merken. De Oelpan-klas is in mijn ogen niets minder dan een dialooggroep. We zitten met zo’n tien joodse en vier christelijke leerlingen bij elkaar; een toevallig ontstane groep van mensen die niet gezocht hebben naar een dialoog maar ook niet om elkaar heen kunnen. Dat maakt de gesprekken authentiek en bijzonder. We praten over van alles en nog wat. Over het verschil tussen een optimistische en een pessimistische levenshouding, over de namen die je je kinderen geeft, over muziek en kunst, over de manier waarop de Israëlische feesten worden gevierd, over het internationaal strafhof in Den Haag. De gemoederen zijn niet zelden verhit, maar er is voortdurend aandacht voor ieders verhaal en inbreng. Af en toe gaat het expliciet over de overeenkomsten en verschillen tussen jodendom en christendom en dat zijn leerzame momenten! Bij een orthodoxe klasgenoot kan ik al mijn vragen over het jodendom kwijt en hij vraagt steevast naar ons wel en wee. Het is bijzonder om te merken dat je in zo’n groep welkom bent en kunt zijn wie je bent.

Antisemitisme

Ik stipte al even aan dat ‘Den Haag’ sterk leeft op de Oelpan. En niet alleen daar, merken we. Veel Israëli’s zijn beducht voor nieuwe vormen van antisemitisme die onder andere in Europa opkomen. Antisemitisme krijgt nu wereldwijd de vorm van een anti-Israëlische houding: wat Israël ook doet of vindt, hoe het ook probeert zich te beschermen tegen de willekeur van terrorisme, deze kleine staat wordt algemeen gezien als agressor en oorzaak van de problemen in het Midden-Oosten. Het proces over het veiligheidshek/-muur wordt algemeen gezien als een teken daarvan.

Maar ook het klassieke antisemitisme kan snel terugkeren van weggeweest, voelen velen. Daarvan is de nieuwe film van Mell Gibson over Jezus sterven het voorbeeld. Vele artikelen in de krant gaan over de vraag hoe het toch kan dat met alle verbeteringen in de relatie tussen joden en christenen, deze film weigert te ontkennen dat joden schuldig zijn aan de dood van Jezus. Waarom grijpt de kerk (waarmee bedoeld wordt de RKK) niet in; het 2e Vaticaans Concilie heeft toch verklaard dat antisemitisme een zonde is?

Poerim

Over enkele dagen begint het Poerimfeest. Vandaag gingen de kinderen al verkleed naar school. Poerim is echt een feest van plezier, (veel) snoep, vrolijke muziek. De dag die was uitgeroepen om de joden om te brengen werd immers de dag van vreugde voor de joden. De ondertoon is natuurlijk bitter. Haman stond destijds op om het hele joodse volk om te brengen en keer op keer staat een nieuwe Haman op. Het boek ‘Esther’ heeft dan ook een open einde. Hoe zal de geschiedenis vervolgen? Maar het joodse volk ziet in de ontmaskering van het kwaad de hand van God en viert dat voluit.

Als christenen vieren we, op enige afstand, het feest mee en herkennen we de trouw van God aan het volk, dat Hij uit vele benauwenissen heeft gered. Maar we voelen ook dat ons een spiegel wordt voorgehouden: hoe verhouden wij ons ten opzichte van het joodse volk?

Reageren

Het is niet eenvoudig om te reageren op de oprechte gevoelens, angsten en vragen, die ik hierboven noemde. Het gevaar dat antisemitisme weer toeneemt en andere vormen aanneemt, ook in Nederland, kunnen we niet naast ons neerleggen. Juist als leden van de Kerk hebben we de opdracht het te ontmaskeren. De geschiedenis verplicht ons de gevoelens van joden uiterst serieus te nemen en erover met elkaar in gesprek te gaan. Terecht werd in een Israëlisch krantenartikel opgemerkt dat juist op Goede Vrijdag, na het lezen van het lijdensevangelie in de kerk, vele pogroms tegen de joden plaatsvonden. Dat is punt van bezinning voor ons christenen: hoe lezen wij de Schrift in de week voor Pasen in blijvende verbondenheid met het joodse volk van toen èn nu.

Tegelijkertijd is, mijns inziens, niet ieder onbehagen bij en/of kritiek op de politiek van de staat Israël blijk van antisemitisme! Een van grootste uitdagingen in deze tijd lijkt me om niet af te glijden in zwart-wit tegenstellingen, in denkbeelden en taalgebruik dat bij een vijandsdenken hoort. Per slot van rekening zijn de conflicten die spelen, conflicten tussen mensen en die moeten, vroeg of laat, samen worden opgelost. Al lijkt het ondenkbaar dat mensen er samen uitkomen en er vrede zal zijn. Toch is dat het visioen van vele profeten èn Johannes op Patmos! Weliswaar als een daad van God zelf, die ook het oordeel over ons inhoudt, maar dat ontslaat ons er niet van nu te zoeken naar gerechtigheid en vrede.

Hoe gaat het verder?

Contact

Onze eerste stappen in Jeruzalem zijn gezet! Over de eerste indrukken, ervaringen en vragen die we tegenkomen heeft u kunnen lezen. Er zal nog veel meer komen en we hopen daarover te blijven schrijven. Ongeveer drie keer per jaar zullen we een algemene nieuwsbrief schrijven over de voortgang van ons werk en over ons persoonlijk wel en wee. U kunt de nieuwsbrief via de mail of per post ontvangen als u zich daarvoor opgeeft bij mij of bij het secretariaat van het Centrum voor Israëlstudies (tel: 0318-696322, Anneke Nellestijn).

Daarnaast zal ik maandelijks een column schrijven voor de website van het CIS over leven, werken en geloven in Jeruzalem (adres: www.che.nl - ‘CHE als kennisinstelling’ aanklikken). In de toekomst zullen er waarschijnlijk nog andere mogelijkheden komen voor een gezamenlijke bezinning rond een thema. Via de site kunt u op de hoogte blijven.

Over ons persoonlijke leven kunt u meer te weten komen via de website met het adres home.wanadoo.nl/alive/rdnbrg/rdnbrg.html. Uiteraard kunt u ook rechtstreeks contact met ons opnemen. Ons adres is: 22 Ibn Gvirol, 92430 Jeruzalem, Israël. Ons emailadres is: rodenb@netvision.net.il

Gebed

Uw meeleven stellen wij bijzonder op prijs. En ook uw gebed. Voor ons persoonlijk en voor Israël.

Er is veel om voor te danken en veel om voor te bidden: de eerste periode die goed is verlopen, het welzijn van onze kinderen, bescherming tegen gevaren, de groei van contacten aan Joodse en Palestijnse kant.

Voor Israël is het gebed om veiligheid essentieel, alsook gebed om wijsheid voor de leiders van het land en de volken die hier wonen. Een ander punt om te gedenken is het gevaar van antisemitisme. Bid dat dit gevaar wordt onderkend en de Kerk haar stem laat horen.

drs. Kees Jan Rodenburg
Vrede over Israël jrg. 48 nr. 2 (apr. 2004)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel