pijl omhoog

Wortel en tak

het werk van deputaten Kerk & Israël *

  • Wat moeten we toch met dat Israël van u? U noemt dat vaak in uw preken, u bidt er in de kerkdiensten geregeld voor. Is dat een hobby van u? - zo vroeg onlangs een gemeentelid aan z’n predikant, lid van ons deputaatschap.
  • Hebben al uw inspanningen om ‘Israël’ op de agenda van de kerk te krijgen en daarop te te houden tot nu toe wat opgeleverd?
  • Welke resultaten zijn van uw pogingen om in Israël gestalte te geven aan het evangelie van Gods verzoening in Christus tot nu toe zichtbaar geworden?
  • Kan uw deputaatschap niet beter opgaan in dat voor bv. de buitenlandse zending?

Deze en nog een heleboel andere vragen van soortgelijke strekking worden nogal eens gesteld, zowel aan ons deputaatschap als aan de predikant die (mede) namens onze kerken in Israël werkt(e). Het zijn vragen die te begrijpen zijn, al is er in de weging daarvan best wel enige variatie aan te brengen. Ze kunnen voortkomen uit oprechte belangstelling en betrokkenheid, ze kunnen ook wel eens het gevolg zijn van onkunde. Naast deze wat praktische vragen hebben we in onze kring ook met heel wat vragen van principiële aard van doen: waarom verrichten we dit werk? wat beogen we daarmee? hoe krijgt dat uitvoering in de praktijk?

Fundamenteel

Eén van de voornaamste drijfveren tot ons werk vinden we in wat Paulus in de bekende hoofdstukken 9-11 van de brief aan de Romeinen schrijft over de verkiezing en de verharding van Israël en over de verwachting voor Israël. In de eeuwenlange worsteling van God om het behoud van zijn volk mogen ook wij onze taak zien: om Israël ‘jaloers’ te maken (Rom. 11:11.14).


Wij, van huis uit heidenen, ‘ooit uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte’ (Ef. 2,12), hebben dank zij Christus tegen onze afkomst en aard in deelgekregen aan de sappige wortel van de olijf en zijn we tussen (niet: in de plaats van!) de edele takken geënt (Rom. 11:17). Zo heeft de Here een onverbrekijke en onopgeefbare verbondenheid gelegd tussen Israël en de kerk. Als we dit niet beseffen, kunnen we onszelf als kerk niet verstaan en ook niet zuiver bestaan.

In deze verbondenheid ervaren we, met Paulus, ook de pijn: ‘de grote smart en het voortdurende hartzeer’ (Rom. 9:2) vanwege de diepe kloof. Immers, juist het hart van de belijdenis van de kerk - Jezus Christus, Zoon van God en Zoon des mensen, uit Israël voortgekomen en aan Israël gegeven als Messias, Heiland der wereld - scheidt ons van Israël.


In deze spanning tussen verbondenheid en vervreemding weten we ons geroepen het contact met Israël te zoeken om, in gezamenlijk onderzoek van de Schriften, te ontdekken hoe daarin van de Christus wordt getuigd en om het evangelie - het woord en de dienst van de verzoening in Christus - bekend te maken. We zijn ons er terdege van bewust dat, gezien bittere ervaringen uit het verleden, Israël niet op deze boodschap zit te wachten. Dat maakt ons niet zwijgzaam, wel behoedzaam.

Op ‘het scherp van de snede’ in de ontmoeting met Israël hebben we ook te maken met theologische spanningen: zowel de ‘vervangings-gedachte’ (de kerk is gekomen in de plaats van Israël) als de ‘twee-wegen-leer’ (een eigen weg voor Israël en de weg van Jezus voor de heidenen) wijzen we af. Ook mogen we niet onze toevlucht nemen tot verjoodsing van de theologie of tot charismatisch gekleurde Israëlvisies. Het niet-meegaan op een van deze vier sporen stelt meteen voor de uitdaging om duidelijk te maken hoe we dan Israël en het contact daarmee wél zien. Dat vraagt doorgaande bezinning.

Voor dit jaar hebben we als hoofdonderwerp van onze bezinning gekozen: hoe lezen wij het Oude Testament? En: wat is het verschil tussen de joodse en de christelijke lezing daarvan? In dat verband hopen we veel profijt te kunnen hebben van het studieproject waarmee drs C.J. Rodenburg, onze Israëlconsulent, bezig is.

Enkele ‘stellingen’

  1. De God, die wij belijden, de Vader van onze Here Jezus Christus, heeft Zich in het O.T. geopenbaard in schepping, verlossing en verbond waarbij Hij Zich met name aan Israël verbonden heeft.
  2. Hoewel de beloften van God mede zijn overgegaan op de ‘heidenen’ betekent dat geenszins dat de Here zijn verbond met Israël heeft opgezegd.
  3. Jezus, die wij belijden als Zoon van God, Hoofd van zijn gemeente en Heer der wereld is niet los van Israël en van het Oude Testament verkrijgbaar.
  4. De kerk-uit-de-heidenen is ingebracht in het ene volk van God dat door Hem geroepen en bijeengebracht is en dat begonnen is met zijn verbond met de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob.

De praktijk

Vanaf 1960 tot 2000 heeft, met enige onderbrekingen, namens onze kerken een predikant in Israël gewerkt. Naast het voorgaan in (nederlandstalige) kerkdiensten was dat werk voornamelijk gericht op het leggen van contacten tussen Joden en christenen, contacten met Joden en joodse instellingen, contacten met christenen en christelijke instellingen, pastoraat aan ‘verstrooiden’ (veelal vrijwilligers, om hen toe te rusten); in de laatste jaren is daar bij gekomen: het leggen van contacten met Jezus-als-Messias-belijdende gemeenten.


Naar onze eigen kerken toe beseffen we steeds meer hoe nodig het is om het besef en de beleving van het ‘geworteld-zijn’ in Israël te verlevendigen en te verdiepen. Dat gebeurt niet alleen in onze rapporten aan PS en GS, maar moet bij het grondvlak beginnen. Daarbij zullen we het zeer toejuichen als (nog meer) plaatselijke kerken overgaan tot het instellen van een ‘Kerk en Israël-commissie’.


In de nu 50e jaargang van ons blad ‘Vrede over Israël’ proberen we diepgravend én helder informatie te geven over wat er in de complexe verhouding tussen kerk en Israël gaande is.

Via onze website www.kerkenisrael.nl zijn allerlei gegevens en artikelen op te sporen. Ook bv. welke deputaten over welk onderwerp een spreekbeurt kunnen houden.

Gebruikmakend van faciliteiten binnen de CHE wordt gewerkt aan het maken van de DVD ten dienste van de catechese.

Jaarlijks ontvangen de predikanten een ‘pakket’ met bv. recente literatuur rondom Israël en een preekschets, terwijl de redactie van ‘Uit de Levensbron’ ons de ruimte heeft geboden rondom de Israëlzondag een preek-voor-leesdiensten te laten verschijnen.

Recente ontwikkeling

Sinds drie jaar bestaat het C.I.S. (Centrum voor Israëlstudies): een samenwerkingsverband tussen

  • ons deputaatschap
  • de Geref. Zendingsbond in de PKN
  • en het Instituut voor Gemeenteopbouw en Theologie (een onderdeel van de Chr. Hogeschool te Ede).

Voor ons was het, na de 40 jaren van ‘zelfstandig’ werken en het hebben van een ‘eigen’ predikant, wel even wennen vanwege de nu door drie partners gedeelde verantwoordelijkheid. Voor wat het werk in eigen land en in Israël (ook de aansturing en begeleiding van de Israël­consulent) betreft, ligt de eind­verant­woordelijkheid bij het CIS-bestuur, waarin elke partner door twee leden vertegenwoordigd is.


Als uitgangspunt zijn drie kernwoorden gekozen: luisteren, dienen en getuigen. Met opzet is voor deze volgorde gekozen - wat niet betekent dat het laatste (het getuigen) het minst belangrijke is. Maar om daartoe te komen, moet eerst - in een houding van aanvaarding en respect - worden nagegaan hoe de ander is en denkt, waarbij we ook bereid zijn tot ootmoedig dienstbetoon. Zo hopen we openheid en ontvankelijkheid te vinden voor wat ons ten diepste beweegt en wat we Israël zo graag gunnen: de gezamenlijke verwondering over en aanbidding van Gods verzoenend werk in Christus.


Het CIS heeft een vijftal werkgroepen:

  • Theologische bezinning
  • Jerusalempost
  • Vorming en Toerusting
  • Publicaties
  • Messias-belijdende Joden

Onder verantwoordelijkheid van het CIS werkt drs C.J. Rodenburg sinds eind 2003 in Jerusalem. Na een periode van inwerken en taalstudie heeft hij al veel ingangen gevonden en contacten kunnen leggen; reeds begint een periode aan te breken waarin prioriteiten moeten worden gesteld. Zijn geregelde nieuwsbrieven zijn aan te vragen via het CIS: Postbus 80 6710 BB Ede; tel. secretariaat 0318-69 63 22; email: cis@che.nl.

Tot slot

Het staat niet aan ons nú al de vruchten van het werk te ‘tellen’. We doen dit werk, uit liefde tot de Here en Israël, biddend dat het gezegend wordt. En dat gebed kan ook niet zonder het ‘werken’ - ook dít werken: dat we zó kerk en gemeente en christen zijn, dat Israël daardoor getroffen en getrokken wordt!

H. Biesma
januari 2006


* Dit artikel is verschenen in ‘De Wekker’ van 17 januari 2006. Helaas is het artikel daar niet in z’n geheel geplaatst. Hier staat het artikel zoals ds. Biesma het bedoeld had.