jaar maand maand jaar


adar / nisan 5767

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
11
adar

 

donderdag
2
12
adar

 

vrijdag
3
13
adar

 

zaterdag
תצוה
Ex. 27:20-30:10
Ezech. 43:10-27
tetsavè
4
14
adar

zondag
5
15
adar

 

maandag
6
16
adar

 

dinsdag
7
17
adar

 

woensdag
8
18
adar

 

donderdag
9
19
adar

 

vrijdag
10
20
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
11
21
adar

zondag
12
22
adar

 

maandag
13
23
adar

 

dinsdag
14
24
adar

 

woensdag
15
25
adar

 

donderdag
16
26
adar

 

vrijdag
17
27
adar

 

zaterdag
ויקהל
Ex. 35:1-38:20
1Kon. 7:40-50
פקודי
Ex. 38:21-40:38
1Kon. 7:51-8:21
wajakheel & pekoedé
18
28
adar

zondag
19
29
adar

 

maandag
20
1
nisan

 

dinsdag
21
2
nisan

 

woensdag
22
3
nisan

 

donderdag
23
4
nisan

 

vrijdag
24
5
nisan

 

zaterdag
ויקרא
Lev. 1:1-5:26
Jes. 43:21-44:23
wajikrá
25
6
nisan

zondag
26
7
nisan

 

maandag
27
8
nisan

 

dinsdag
28
9
nisan

 

woensdag
29
10
nisan

 

donderdag
30
11
nisan

 

vrijdag
31
12
nisan

 

zaterdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.