jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5767

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
13
sjevat

 

donderdag
2
14
sjevat

 

vrijdag
3
15
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
4
16
sjevat

•

zondag
5
17
sjevat

 

maandag
6
18
sjevat

 

dinsdag
7
19
sjevat

 

woensdag
8
20
sjevat

 

donderdag
9
21
sjevat

 

vrijdag
10
22
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
11
23
sjevat

•

zondag
12
24
sjevat

 

maandag
13
25
sjevat

 

dinsdag
14
26
sjevat

 

woensdag
15
27
sjevat

 

donderdag
16
28
sjevat

 

vrijdag
17
29
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
18
30
sjevat

•

zondag
19
1
adar

 

maandag
20
2
adar

 

dinsdag
21
3
adar

Aswoensdag

woensdag
22
4
adar

 

donderdag
23
5
adar

 

vrijdag
24
6
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá
25
7
adar

•

zondag
26
8
adar

 

maandag
27
9
adar

 

dinsdag
28
10
adar

 

woensdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.


- geen tekst gevonden -

✖