jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5768

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
25
sjevat

 

vrijdag
2
26
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
3
27
sjevat

zondag
4
28
sjevat

 

maandag
5
29
sjevat

 

dinsdag
6
30
sjevat

Aswoensdag

woensdag
7
1
adar

 

donderdag
8
2
adar

 

vrijdag
9
3
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá
10
4
adar

zondag
11
5
adar

 

maandag
12
6
adar

 

dinsdag
13
7
adar

 

woensdag
14
8
adar

 

donderdag
15
9
adar

 

vrijdag
16
10
adar

 

zaterdag
תצוה
Ex. 27:20-30:10
Ezech. 43:10-27
tetsavè
17
11
adar

zondag
18
12
adar

 

maandag
19
13
adar

 

dinsdag
20
14
adar

 

woensdag
21
15
adar

 

donderdag
22
16
adar

 

vrijdag
23
17
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
24
18
adar

zondag
25
19
adar

 

maandag
26
20
adar

 

dinsdag
27
21
adar

 

woensdag
28
22
adar

 

donderdag
29
23
adar

 

vrijdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.