jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5769

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
7
sjevat

 

zondag
2
8
sjevat

 

maandag
3
9
sjevat

 

dinsdag
4
10
sjevat

 

woensdag
5
11
sjevat

 

donderdag
6
12
sjevat

 

vrijdag
7
13
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
8
14
sjevat

•

zondag
9
15
sjevat

 

maandag
10
16
sjevat

 

dinsdag
11
17
sjevat

 

woensdag
12
18
sjevat

 

donderdag
13
19
sjevat

 

vrijdag
14
20
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
15
21
sjevat

•

zondag
16
22
sjevat

 

maandag
17
23
sjevat

 

dinsdag
18
24
sjevat

 

woensdag
19
25
sjevat

 

donderdag
20
26
sjevat

 

vrijdag
21
27
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
22
28
sjevat

•

zondag
23
29
sjevat

 

maandag
24
30
sjevat

 

dinsdag
25
1
adar

Aswoensdag

woensdag
26
2
adar

 

donderdag
27
3
adar

 

vrijdag
28
4
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.


- geen tekst gevonden -

✖