jaar maand maand jaar


tevet / sjevat 5768

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
23
tevet

 

dinsdag
2
24
tevet

 

woensdag
3
25
tevet

 

donderdag
4
26
tevet

 

vrijdag
5
27
tevet

 

zaterdag
וארא
Ex. 6:2-9:35
Ezech. 28:25-29:21
wa’erá
6
28
tevet

 

zondag
7
29
tevet

 

maandag
8
1
sjevat

 

dinsdag
9
2
sjevat

 

woensdag
10
3
sjevat

 

donderdag
11
4
sjevat

 

vrijdag
12
5
sjevat

 

zaterdag
13
6
sjevat

 

zondag
14
7
sjevat

 

maandag
15
8
sjevat

 

dinsdag
16
9
sjevat

 

woensdag
17
10
sjevat

 

donderdag
18
11
sjevat

 

vrijdag
19
12
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
20
13
sjevat

zondag
21
14
sjevat

 

maandag
22
15
sjevat

 

dinsdag
23
16
sjevat

 

woensdag
24
17
sjevat

 

donderdag
25
18
sjevat

 

vrijdag
26
19
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
27
20
sjevat

zondag
28
21
sjevat

 

maandag
29
22
sjevat

 

dinsdag
30
23
sjevat

 

woensdag
31
24
sjevat

 

donderdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.