jaar maand maand jaar


adar / nisan 5780

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
5
adar

zondag
2
6
adar

 

maandag
3
7
adar

 

dinsdag
4
8
adar

 

woensdag
5
9
adar

 

donderdag
6
10
adar

 

vrijdag
7
11
adar

 

zaterdag
תצוה
Ex. 27:20-30:10
Ezech. 43:10-27
tetsavè
8
12
adar

zondag
9
13
adar

 

maandag
10
14
adar

 

dinsdag
11
15
adar

 

woensdag
12
16
adar

 

donderdag
13
17
adar

 

vrijdag
14
18
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
15
19
adar

zondag
16
20
adar

 

maandag
17
21
adar

 

dinsdag
18
22
adar

 

woensdag
19
23
adar

 

donderdag
20
24
adar

 

vrijdag
21
25
adar

 

zaterdag
ויקהל
Ex. 35:1-38:20
1Kon. 7:40-50
פקודי
Ex. 38:21-40:38
1Kon. 7:51-8:21
wajakheel & pekoedé
22
26
adar

zondag
23
27
adar

 

maandag
24
28
adar

 

dinsdag
25
29
adar

 

woensdag
26
1
nisan

 

donderdag
27
2
nisan

 

vrijdag
28
3
nisan

 

zaterdag
ויקרא
Lev. 1:1-5:26
Jes. 43:21-44:23
wajikrá
29
4
nisan

zondag
30
5
nisan

 

maandag
31
6
nisan

 

dinsdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.