jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5780

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
6
sjevat

 

zaterdag
2
7
sjevat

 

zondag
3
8
sjevat

 

maandag
4
9
sjevat

 

dinsdag
5
10
sjevat

 

woensdag
6
11
sjevat

 

donderdag
7
12
sjevat

 

vrijdag
8
13
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
9
14
sjevat

zondag
10
15
sjevat

 

maandag
11
16
sjevat

 

dinsdag
12
17
sjevat

 

woensdag
13
18
sjevat

 

donderdag
14
19
sjevat

 

vrijdag
15
20
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
16
21
sjevat

zondag
17
22
sjevat

 

maandag
18
23
sjevat

 

dinsdag
19
24
sjevat

 

woensdag
20
25
sjevat

 

donderdag
21
26
sjevat

 

vrijdag
22
27
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
23
28
sjevat

zondag
24
29
sjevat

 

maandag
25
30
sjevat

 

dinsdag
26
1
adar

Aswoensdag

woensdag
27
2
adar

 

donderdag
28
3
adar

 

vrijdag
29
4
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.