jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5781

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
19
sjevat

 

maandag
2
20
sjevat

 

dinsdag
3
21
sjevat

 

woensdag
4
22
sjevat

 

donderdag
5
23
sjevat

 

vrijdag
6
24
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
7
25
sjevat

zondag
8
26
sjevat

 

maandag
9
27
sjevat

 

dinsdag
10
28
sjevat

 

woensdag
11
29
sjevat

 

donderdag
12
30
sjevat

 

vrijdag
13
1
adar

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
14
2
adar

zondag
15
3
adar

 

maandag
16
4
adar

 

dinsdag
17
5
adar

Aswoensdag

woensdag
18
6
adar

 

donderdag
19
7
adar

 

vrijdag
20
8
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá
21
9
adar

zondag
22
10
adar

 

maandag
23
11
adar

 

dinsdag
24
12
adar

 

woensdag
25
13
adar

 

donderdag
26
14
adar

 

vrijdag
27
15
adar

 

zaterdag
תצוה
Ex. 27:20-30:10
Ezech. 43:10-27
tetsavè
28
16
adar

zondag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.