jaar maand maand jaar


elloel 5780/ tisjri 5781

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
12
elloel

 

dinsdag
2
13
elloel

 

woensdag
3
14
elloel

 

donderdag
4
15
elloel

 

vrijdag
5
16
elloel

 

zaterdag
כי־תבוא
Deut. 26:1-29:8
Jes. 60:1-22
ki tavó
6
17
elloel

 

zondag
7
18
elloel

 

maandag
8
19
elloel

 

dinsdag
9
20
elloel

 

woensdag
10
21
elloel

 

donderdag
11
22
elloel

 

vrijdag
12
23
elloel

 

zaterdag
נצבים
Deut. 29:9-30:20
Jes. 61:10-63:9
וילך
Deut. 31:1-30
Jes. 55:6-56:8
nitsavíem & wajéleech
13
24
elloel

 

zondag
14
25
elloel

 

maandag
15
26
elloel

 

dinsdag
16
27
elloel

 

woensdag
17
28
elloel

 

donderdag
18
29
elloel

 

vrijdag
19
1
tisjri

 

zaterdag
ראש השנה
Gen. 21:1-34
1 Sam. 1:1-2:10
ROSJ HASJANA 1
20
2
tisjri

 

zondag
21
3
tisjri

 

maandag
22
4
tisjri

 

dinsdag
23
5
tisjri

 

woensdag
24
6
tisjri

 

donderdag
25
7
tisjri

 

vrijdag
26
8
tisjri

 

zaterdag
האזינו
Deut. 32:1-52
2Sam. 22:1-51
ha’azínoe
27
9
tisjri

 

zondag
28
10
tisjri

 

maandag
29
11
tisjri

 

dinsdag
30
12
tisjri

 

woensdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.