jaar maand maand jaar


adar / nisan 5785

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
1
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá
2
2
adar

zondag
3
3
adar

 

maandag
4
4
adar

 

dinsdag
5
5
adar

Aswoensdag

woensdag
6
6
adar

 

donderdag
7
7
adar

 

vrijdag
8
8
adar

 

zaterdag
תצוה
Ex. 27:20-30:10
Ezech. 43:10-27
tetsavè
9
9
adar

zondag
10
10
adar

 

maandag
11
11
adar

 

dinsdag
12
12
adar

 

woensdag
13
13
adar

 

donderdag
14
14
adar

 

vrijdag
15
15
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
16
16
adar

zondag
17
17
adar

 

maandag
18
18
adar

 

dinsdag
19
19
adar

 

woensdag
20
20
adar

 

donderdag
21
21
adar

 

vrijdag
22
22
adar

 

zaterdag
ויקהל
Ex. 35:1-38:20
1Kon. 7:40-50
wajakheel
23
23
adar

zondag
24
24
adar

 

maandag
25
25
adar

 

dinsdag
26
26
adar

 

woensdag
27
27
adar

 

donderdag
28
28
adar

 

vrijdag
29
29
adar

 

zaterdag
פקודי
Ex. 38:21-40:38
1Kon. 7:51-8:21
pekoedé
30
1
nisan

zondag
31
2
nisan

 

maandag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.