jaar maand maand jaar


adar / nisan 5786

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
12
adar

zondag
2
13
adar

 

maandag
3
14
adar

 

dinsdag
4
15
adar

 

woensdag
5
16
adar

 

donderdag
6
17
adar

 

vrijdag
7
18
adar

 

zaterdag
כי תשא
Ex. 30:11-34:35
1Kon. 18:1-39
ki tiessà
8
19
adar

zondag
9
20
adar

 

maandag
10
21
adar

 

dinsdag
11
22
adar

 

woensdag
12
23
adar

 

donderdag
13
24
adar

 

vrijdag
14
25
adar

 

zaterdag
ויקהל
Ex. 35:1-38:20
1Kon. 7:40-50
פקודי
Ex. 38:21-40:38
1Kon. 7:51-8:21
wajakheel & pekoedé
15
26
adar

zondag
16
27
adar

 

maandag
17
28
adar

 

dinsdag
18
29
adar

 

woensdag
19
1
nisan

 

donderdag
20
2
nisan

 

vrijdag
21
3
nisan

 

zaterdag
ויקרא
Lev. 1:1-5:26
Jes. 43:21-44:23
wajikrá
22
4
nisan

zondag
23
5
nisan

 

maandag
24
6
nisan

 

dinsdag
25
7
nisan

 

woensdag
26
8
nisan

 

donderdag
27
9
nisan

 

vrijdag
28
10
nisan

 

zaterdag
29
11
nisan

Palmpasen

zondag
30
12
nisan

 

maandag
31
13
nisan

 

dinsdag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.