Hier ziet u hoe de pagina er ongeveer uit komt te zien als u die afdrukt.


normale weergave

print deze pagina


Tora-lezingen per dag

vanaf:

31 oktober 2026 (sjabbat)


naamוַיֵּרָא  (wajerá)
parasjaGen. 18:1-22:24
haftara2 Kon. 4:1-37 (sefardim: 2 Kon. 4:1-23)
NTLuc. 17:28-37
inhoudWayera (“Hij verscheen”) opent met dat Abraham drie bijzondere gasten ontvangt die vertellen dat Sara zal bevallen. Ondanks Abrahams pogingen om God op andere gedachten te brengen, vernietigt God de steden Sodom en Gomorra. Lots familie wordt deels en ternauwernood gespaard. Sara baart Isaak, en Abraham stuurt Hagar en Ismaël weg. Op Gods bevel bereidt Abraham zich voor om Isaak te offeren, maar een engel van God zegt hem te stoppen. In plaats van zijn zoon offert Abraham dan een ram.

7 november 2026 (sjabbat)


naamחַיֵּי שָֹרָה  (chayee Sara)
parasjaGen. 23:1-25:18
haftara1 Kon. 1:1-31
NTJoh. 4:3-14
inhoudChajee Sara (“Het leven van Sara”) opent met Sara’s dood. Abraham koopt de grot van Machpela om haar daar te begraven. Hij stuurt zijn dienaar Eliëzer eropuit om een vrouw voor Isaak te vinden. De dienaar ontmoet Rebekka bij een bron, en Rebekka gaat met hem mee om met Isaak te trouwen. Abraham hertrouwt, krijgt meer kinderen en sterft op 175-jarige leeftijd.

10 november 2026 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Kislev
ToraNum. 28:1-15

11 november 2026 (woensdag)


naamRosj Chodesj Kislev
ToraNum. 28:1-15

14 november 2026 (sjabbat)


naamתּוֹלְדוֹת  (tolᵉdót)
parasjaGen. 25:19-28:9
haftaraMal. 1:1-2:7
NTMatt. 10:21-38
inhoudToledot (“Generaties”) opent met de geboorte van de tweeling van Isaak en Rebekka, Jakob en Esau. Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht aan Jakob in ruil voor soep. Isaak en Rebekka reizen naar Gerar, waar Isaak een vredesverdrag sluit met koning Abimelech. Isaak geeft Jakob de zegen die hij voor Esau bedoeld had. Jakob vlucht naar zijn oom Laban.

21 november 2026 (sjabbat)


naamוַיֵּצֵא  (wajeetsée)
parasjaGen. 28:10-32:3
haftaraHosea 12:13-14:10 (Joël 2:26-27) (sefardim: Hosea 11:7-12:12)
NTJoh. 1:41-51
inhoudWajeetsee (“Hij ging uit”) opent met dat Jakob droomt van engelen die een ladder op en af gaan. Hij vervolgt daarna zijn reis naar het huis van zijn oom Laban. Tijdens jaren van dienstbaarheid trouwt Jakob met Labans dochters Lea en Rachel, en krijgt hij kinderen met hen en met hun slavinnen Bilha en Zilpa.

28 november 2026 (sjabbat)


naamוַיִּשְׁלַח  (wajisjlách)
parasjaGen. 32:4-36:43
haftaraHosea 11:7-12:12 (sefardim: Obadja 1:1-21)
of Obadja
NTMatt. 2:13-23
inhoudWajisjlach (“Hij zond”) volgt Jakob en zijn familie. Jakob worstelt aan de rivier Jabbok met raadselachtige figuur. Hij krijgt de naam Israël. Hij verzoent zich met zijn broer Esau. Jakobs dochter Dina wordt verkracht door een Chiwitische prins, en haar broers plunderen uit wraak een stad. Rachel sterft wanneer zij Jakobs jongste kind, Benjamin, ter wereld brengt.

5 december 2026 (sjabbat)


naamוַיֵּשֶׁב  (wajeesjev)
parasjaGen. 37:1-40:23
haftaraAmos 2:6-3:8
NTMatt. 1:18-25 / Joh. 10:22-28
inhoudWajeesjev (“Hij vestigde zich”) begint het verhaal van Jozef en beschrijft zijn rivaliteit met zijn broers, hoe die hem verkopen waardoor hij als slaaf in Egypte komt, hoe hij in gevangenschap raakt nadat de vrouw van zijn meester hem vals beschuldigt heeft omdat Jozef haar avances afwees. Het bevat ook het verhaal van Tamar, haar echtgenoten en haar schoonvader Juda.

6 december 2026 (zondag)


naamChanoeka 2
ToraNum. 7:18-29

7 december 2026 (maandag)


naamChanoeka 3
ToraNum. 7:24-35

8 december 2026 (dinsdag)


naamChanoeka 4
ToraNum. 7:30-41

9 december 2026 (woensdag)


naamChanoeka 5
ToraNum. 7:36-47

10 december 2026 (donderdag)


naamChanoeka 6
ToraNum. 7:42-53

11 december 2026 (vrijdag)


naamChanoeka 7 (Rosj chodesj)
ToraNum. 28:1-15

12 december 2026 (sjabbat)


naamמִקֵּץ  (mikeets)
parasjaGen. 41:1-44:17
haftara1 Kon. 3:15-4:1
of Zach. 2:14-4:7
NTJoh. 10:22-28 / Luc. 24:13-29
inhoudMikeets (“Na verloop van tijd”) volgt Jozef terwijl hij de dromen van de farao uitlegt en opklimt tot onderkoning van Egypte. Wanneer Jozefs broers tijdens een hongersnood naar Egypte komen om voedsel te zoeken, beschuldigt Jozef hen van spionage. Hij eist dat zij terugkomen met hun jongste broer Benjamin. Jozef laat later een beker in Benjamins korenzak verstoppen. Benjamin lijkt de dief.

19 december 2026 (sjabbat)


naamוַיִּגַּשׁ  (wajigásj)
parasjaGen. 44:18-47:27
haftaraEzech. 37:15-28
NTLuc. 24:30-48
inhoudWajigasj (“Hij naderde”) opent met dat Juda Jozef smeekt Benjamin niet als gevangene vast te houden. Uiteindelijk maakt Jozef huilend en kussend zijn ware identiteit aan zijn broers bekend. De broers brengen Jakob vanuit Kanaän naar Egypte, en Jakob en zijn kinderen vestigen zich in Gosen. De parasja eindigt met dat Jozef het grootste deel van het land van Egypte opkoopt in ruil voor voedsel.

20 december 2026 (zondag)


naamVastendag 10 Tevet
ToraEx. 32:11-34:10

26 december 2026 (sjabbat)


naamוַיְחִי  (wajechí)
parasjaGen. 47:28-50:26
haftara1 Kon. 2:1-12
NTJoh. 13:1-19
inhoudWajechi (“Hij leefde”) is het laatste gedeelte van het boek Genesis. Jakob bereidt zich voor op zijn dood laat zijn zoon Jozef zweren hem in de grot van Machpela te begraven. Jakob zegent de twee zonen van Jozef en zijn eigen twaalf zonen en sterft daarna. Jakobs zonen begraven hem. De parasja eindigt met de dood van Jozef.

2 januari 2027 (sjabbat)


naamשְׁמוֹת  (sjᵉmót)
parasjaEx. 1:1-6:1
haftaraJes. 27:6-28:13, Jes. 29:22-23 (sefardim: Jer. 1:1-2:3)
NTMatt. 2:1-12
inhoudSjemot (“Namen”) is de eerste lezing uit het boek Exodus. Het opent met een beschrijving van de slavernij van de Israëlieten in Egypte. Mozes wordt geboren, in een mandje op de Nijl gelegd en opgenomen in het huis van de farao. Later ontmoet Mozes God in een brandende braamstruik en begint hij zijn missie om van de farao te eisen dat hij de Israëlieten laat gaan.

9 januari 2027 (sjabbat)


naamוָאֵרָא  (wa’erá)
parasjaEx. 6:2-9:35
haftaraEzech. 28:25-29:21
NTLuc. 11:14-22
inhoudWa’era (“Ik verscheen”) opent met dat God belooft de tot slaaf gemaakte Israëlieten te verlossen en hen naar het Beloofde Land te brengen. Wanneer de farao herhaaldelijk weigert hen te laten gaan, zendt God een reeks plagen: water dat in bloed verandert, kikkers, luizen, wilde dieren, de dood van het vee, zweren en hagel.

16 januari 2027 (sjabbat)


naamבֹּא  (bo)
parasjaEx. 10:1-13:16
haftaraJer. 46:13-28
NTJoh. 19:31-37
inhoudBo (“Kom”) vertelt over de laatste drie plagen die God over de Egyptenaren brengt: sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. God gebiedt de Israëlieten een Pesachlam te offeren. Na de laatste plaag laten de farao en de Egyptenaren de Israëlieten graag vertrekken ne geven ze hen nog kostbaarheden mee.

23 januari 2027 (sjabbat)


naamבְּשַׁלַּח  (bᵉsjalàch)
parasjaEx. 13:17-17:16
haftaraRicht. 4:4-5:31 (sefardim: Richt. 5:1-31)
NTMatt. 14:22-33
inhoudBesjalach (“Toen hij liet gaan”) beschrijft de splijting van de Rode Zee en het lied dat de Israëlieten zingen wanneer zij zijn overgestoken. In de woestijn maakt God bitter water zoet, brengt hij het volk bij de oase Elim en voorziet Hij in manna en kwartels. De parasja eindigt met de overwinning van de Israëlieten op een aanval van de Amalekieten.

30 januari 2027 (sjabbat)


naamיִתְרוֹ  (Jitro)
parasjaEx. 18:1-20:23
haftaraJes. 6:1-7:6, Jes. 9:5-6 (sefardim: Jes. 6:1-13)
NTMatt. 19:16-26
inhoudJitro (“Jetro”) begint met dat Mozes opgezocht wordt door zijn schoonvader Jetro en diens advies aanneemt om rechters aan te stellen die helpen de Israëlieten te besturen. De Israëlieten bereiden zich voor op een ontmoeting met God bij de berg Sinaï. God daalt neer te midden van vuur, rook, donder en het geluid van een sjofar en geeft de Tien Geboden.

6 februari 2027 (sjabbat)


naamמִּשְׁפָּטִים  (misjpatíem)
parasjaEx. 21:1-24:18
haftaraJer. 34:8-22, Jer. 33:25-26
of 2 Kon. 12:1-17
NTMatt. 26:20-30 / Matt. 17:22-27
inhoudMisjpatiem (“Wetten”) noemt een reeks wetten van God die Mozes aan de Israëlieten doorgeeft. Daartoe behoren wetten over de behandeling van slaven, schadevergoeding, leningen, het terugbrengen van verloren eigendom, de sabbat, het sabbatsjaar, feestdagen en het vernietigen van afgoderij. De parasja eindigt met dat Mozes de berg Sinaï bestijgt en daar veertig dagen blijft.

7 februari 2027 (zondag)


naamRosj Chodesj Adar
ToraNum. 28:1-15

8 februari 2027 (maandag)


naamRosj Chodesj Adar
ToraNum. 28:1-15

13 februari 2027 (sjabbat)


naamתְּרוּמָה  (tᵉroemá)
parasjaEx. 25:1-27:19
haftara1 Kon. 5:26-6:13
NTMarc. 12:35-44 / Matt. 6:14-29
inhoudTeroema (“Bijdrage”) opent met dat God Mozes opdraagt om ingezamelde materialen te verzamelen om een woonplaats voor God te bouwen, de Tabernakel. God beschrijft hoe de voorwerpen moeten worden gemaakt die de Tabernakel zullen vullen — waaronder de ark, de tafel, de menora en het offeraltaar — evenals de wanden en gordijnen van de Tabernakel.

20 februari 2027 (sjabbat)


naamתְּצַוֶּה  (tᵉtsavè)
parasjaEx. 27:20-30:10
haftaraEzech. 43:10-27
of 1 Sam. 15:2-34
NTMatt. 5:13-20 / Marc. 6:14-29
inhoudTetsavee (“Jij zult gebieden”) opent met dat God Mozes opdraagt Aäron en zijn zonen als priesters aan te stellen. God beschrijft hoe de priesterkleding moet worden gemaakt, hoe de priesters moeten worden geheiligd en offers gebracht tijdens de zeven dagen van inwijding van de Tabernakel, en hoe het gouden altaar moet worden gebouwd.

27 februari 2027 (sjabbat)


naamכִּי תִשָּׂא  (ki tiessà)
parasjaEx. 30:11-34:35
haftara1 Kon. 18:1-39 (sefardim: 1 Kon. 18:20-39)
of Ezech. 36:16-38
NTMarc. 9:1-10 / Joh. 11:47-56
inhoudKi-tiessa (“Wanneer jij optilt”) opent wanneer God Mozes opdraagt van alle Israëlieten een bijdrage van een halve sikkel te innen en de Tabernakel, de voorwerpen erin en de priesters te zalven. Mozes daalt nu af en wordt geconfronteerd met hoe de Israëlieten een gouden kalf aanbidden. Hij breekt de stenen tafelen. Weer gaat hij de berg op. Daar smeekt hij God om vergeving. Hij keert terug met een tweede stel tafelen.

6 maart 2027 (sjabbat)


naamוַיַּקְהֵל  (wajakheel)
parasjaEx. 35:1-38:20
haftara1 Kon. 7:40-50
NTMatt. 17:22-27
inhoudWajakheel (“Hij verzamelde”) opent met dat God de Israëlieten gebiedt de sabbat te onderhouden. Mozes vraagt om materiële bijdragen voor de bouw van de Tabernakel, en het volk geeft die. Een groep ambachtslieden, door God aangewezen, begint de Tabernakel en zijn voorwerpen te bouwen.

9 maart 2027 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Adar II
ToraNum. 28:1-15

10 maart 2027 (woensdag)


naamRosj Chodesj Adar II
ToraNum. 28:1-15

13 maart 2027 (sjabbat)


naamפְקוּדֵי  (pᵉkoedé)
parasjaEx. 38:21-40:38
haftara1 Kon. 7:51-8:21 (sefardim: 1 Kon. 7:40-50)
NTLuc. 16:1-13
inhoudPekudee (“Opsommingen van”) is de laatste lezing uit het boek Exodus. Het beschrijft de vervaardiging van de priesterlijke gewaden die in de Tabernakel worden gedragen en de voltooiing van de bouw ervan. Op Gods bevel richt Mozes de Tabernakel op en zet hij de voorwerpen op hun plaats, waarna Gods aanwezigheid de Tabernakel vervult.

20 maart 2027 (sjabbat)


naamוַיִּקְרָא  (wajikrá)
parasjaLev. 1:1-5:26
haftaraJes. 43:21-44:23
of 1 Sam. 15:2-34
NTMarc. 6:14-29 / Matt. 5:23-30
inhoudIn Wajikra (“Hij riep”), het eerste Tora-gedeelte in het boek Leviticus, vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel moeten worden gebracht. Daartoe behoren offers die volledig op het altaar worden verbrand, meeloffers van bloem en olie, vredeoffers en offers die worden gebracht voor onopzettelijke zonden.

22 maart 2027 (maandag)


naamVasten van Ester
ToraEx. 32:11-34:10

23 maart 2027 (dinsdag)


naamPoerim
ToraEx. 17:8-16

24 maart 2027 (woensdag)


naamSjoesjan Poerim
ToraEx. 17:8-16

27 maart 2027 (sjabbat)


naamצַו  (tsav)
parasjaLev. 6:1-8:36
haftaraJer. 7:21-8:3, Jer. 9:22-23
of Mal. 3:4-24
NTMatt. 9:13-25 / Matt. 17:9-13
inhoudIn Tsav (“Gebied!”), vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel worden gebracht, waaronder een meeloffer van de hogepriester, schuldoffers en dankoffers. Mozes wijdt Aäron en Aärons zonen in voor de priesterdienst in de Tabernakel.

3 april 2027 (sjabbat)


naamשְּׁמִינִי  (sjᵉminí)
parasjaLev. 9:1-11:47
haftara2 Sam. 6:1-7:17 (sefardim: 2 Sam. 6:1-19)
of Ezech. 36:16-38
NTJoh. 11:47-56 / Matt. 3:11-17
inhoudSjemini (“Achtste”) opent met de inwijding van de Tabernakel. Twee van Aärons zonen worden verteerd door een vuur dat door God wordt gezonden wanneer zij proberen met een “vreemd vuur” te offeren. God beschrijft de dieren, vogels en vissen die wel en niet gegeten mogen worden, evenals enkele wetten van rituele reinheid.

8 april 2027 (donderdag)


naamRosj Chodesj Nisan
ToraNum. 28:1-15

10 april 2027 (sjabbat)


naamתַזְרִיעַ  (tazría)
parasjaLev. 12:1-13:59
haftara2 Kon. 4:42-5:19
of Ezech. 45:16-46:18
NTLuc. 22:1-13
inhoudTazria (“Zij draagt zaad”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces voor een vrouw na een bevalling. Daarna beschrijft het verschillende vormen van tzara’at (“melaatsheid/huidvraat”), een verkleuringsaandoening van huid of kleding, en de verplichting voor een besmet persoon om alleen buiten het kamp te wonen en door een priester te worden onderzocht.

17 april 2027 (sjabbat)


naamמְּצֹרָע  (metsorá)
parasjaLev. 14:1-15:33
haftara2 Kon. 7:3-20
of Mal. 3:4-24
NTMatt. 17:9-13
inhoudMetzora (“Een met tzara’at besmette”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces en de bijbehorende offers voor iemand die met tzara’at is besmet, een verkleuringsaandoening van de huid. Daarna beschrijft het de behandeling van een huis dat met tzara’at is besmet en de rituele onreinheid die door bepaalde lichaamsvloeiingen ontstaat.

21 april 2027 (woensdag)


naamVasten vanwege eerstgeborenen
ToraEx. 32:11-34:10

22 april 2027 (donderdag)


naamPesach 1
ToraEx. 12:21-51
haftaraJozua 5:2-6:1
of Jozua 3:5-7, Joz. 5:2-6:1, Joz. 6:27
NTJoh. 19:31-20:1

23 april 2027 (vrijdag)


naamPesach 2
ToraLev. 22:26-23:44
haftara2 Kon. 23:1-9, 2 Kon. 23:21-25
NTMarc. 16:1-8

24 april 2027 (sjabbat)


naamPesach (sjabbat)
ToraEx. 33:12-34:26
haftaraEzech. 37:1-14

25 april 2027 (zondag)


naamPesach ch’m 2
ToraEx. 22:24-23:19

26 april 2027 (maandag)


naamPesach ch’m 3
ToraEx. 33:12-34:16

27 april 2027 (dinsdag)


naamPesach ch’m 4
ToraNum. 9:1-14

28 april 2027 (woensdag)


naamPesach 7
ToraEx. 13:17-15:26
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 20:1-14

29 april 2027 (donderdag)


naamPesach 8
ToraDeut. 15:19-16:17
haftaraJes. 10:32-12:6
NTJoh. 20:15-20

1 mei 2027 (sjabbat)


naamאַחֲרֵי מוֹת  (acharé mot)
parasjaLev. 16:1-18:30
haftaraEzech. 22:1-19 (sefardim: Ezech. 22:1-16)
of 1 Sam. 20:18-42
NTMatt. 15:10-20
inhoudAchree Mot (“Na de dood”) opent met een beschrijving van de rituele dienst van Jom Kipoer, de Grote Verzoendag. Daarna werkt het de verboden uit op het brengen van offers buiten de Tabernakel en op het eten van dierlijk bloed, en het eindigt met een lijst van verboden seksuele relaties.

7 mei 2027 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Iar
ToraNum. 28:1-15

8 mei 2027 (sjabbat)


naamקְדשִׁים  (kᵉdosjíem)
parasjaLev. 19:1-20:27
haftaraAmos 9:7-15 (sefardim: Ezech. 20:2-20)
NTMatt. 12:28-34 / Luc. 17:1-10
inhoudKedosjiem (“Heilig”) opent met de opdracht aan de Israëlieten om heilig te zijn. Het beschrijft tientallen wetten die alle aspecten van het leven regelen, waaronder het onderhouden van sjabbat, het liefhebben van de naaste en het laten liggen van delen van de oogst voor de armen. Het eindigt met een overzicht van straffen voor bepaalde vormen van afgoderij en seksueel wangedrag.

15 mei 2027 (sjabbat)


naamאֱמוֹר  (emór)
parasjaLev. 21:1-24:23
haftaraEzech. 44:15-31
NTMatt. 26:59-66, Matt. 26:64
inhoudEmor (“Zeg”) opent met wetten die het gedrag van priesters, het werken in de Tabernakel en het eten van offers en priesterlijk voedsel regelen. Het beschrijft de feestdagen Pesach, Sjawoeot (Wekenfeest), Rosj Hasjana (Nieuw jaar), Jom Kipoer (Grote Verzoendag) en Soekot (Loofhuttenfeest), en eindigt met een verhaal over een godslasteraar en zijn straf.

22 mei 2027 (sjabbat)


naamבְּהַר  (bᵉhár)
parasjaLev. 25:1-26:2
haftaraJer. 32:6-27
NTLuc. 4:14-22
inhoudBehar (“Op de berg”) beschrijft de wetten van het sabbatsjaar (Sjemita), waarin het bewerken van het land verboden is en schulden worden kwijtgescholden. Ook worden wetten uiteengezet over dienstbaarheid en over het jubeljaar (Jovel), wanneer bezit terugkeert naar de oorspronkelijke eigenaar.

29 mei 2027 (sjabbat)


naamבְּחֻקֹּתַי  (bᵉchoekotai)
parasjaLev. 26:3-27:34
haftaraJer. 16:19-17:14
NTMatt. 16:20-28
inhoudBechukotai (“In mijn wetten”) is het laatste gedeelte uit het boek Leviticus. Het begint met de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die komen door hun ontheiliging. Het eindigt met wetten over geloften en de wijding van mensen en bezit.

5 juni 2027 (sjabbat)


naamבְּמִדְבַּר  (bᵉmidbár)
parasjaNum. 1:1-4:20
haftaraHosea 2:1-22
of 1 Sam. 20:18-42
NTMatt. 4:1-17 / Matt. 24:29-36
inhoudBamidbar (“In de woestijn”) is het eerste gedeelte van het boek Numeri. Het beschrijft Gods bevel om een volkstelling te houden en geeft de kampopstelling van de Israëlieten in de woestijn weer. Ook begint het de verantwoordelijkheden van de Levieten op te sommen bij het vervoeren van de Tabernakel.

6 juni 2027 (zondag)


naamRosj Chodesj Sivan
ToraNum. 28:1-15

11 juni 2027 (vrijdag)


naamSjavoe’ot 1
ToraEx. 19:1-20:23
haftaraEzech. 1:1-28, Ezech. 3:12
NTHand. 2:1-21 / Joh. 4:10-24

12 juni 2027 (sjabbat)


naamSjavoe’ot 2 (sjabbat)
ToraDeut. 14:22-16:17
haftaraHab. 3:1-19

19 juni 2027 (sjabbat)


naamנָשׂא  (nasó)
parasjaNum. 4:21-7:89
haftaraRicht. 13:2-25
NTLuc. 1:11-20
inhoudNaso (“Houd een volkstelling”), de langste lezing uit de Tora, opent met een beschrijving van de verantwoordelijkheden van de Levieten. Het beschrijft ook de wetten over een vrouw die van overspel wordt verdacht, de nazireeër en de priesterzegen. De parasja eindigt met een opsomming van de gaven die de stamhoofden naar de Tabernakel brengen.

26 juni 2027 (sjabbat)


naamבְּהַעֲלֹתְךָ  (bᵉha’alótcha)
parasjaNum. 8:1-12:16
haftaraZach. 2:14-4:7
NTMatt. 14:14-21
inhoudBeha’alotcha (“Wanneer jij verheft”) opent met dat God Mozes opdraagt de Levieten in te wijden voor dienst in de Tabernakel. Het vertelt ook over mensen die om een tweede kans vragen om het Pesachoffer te brengen, over de klachten van de Israëlieten en hun straffen, en over een ziekte die Mirjam treft.

3 juli 2027 (sjabbat)


naamשְׁלַח־לְךָ  (sjᵉlách lᵉchá)
parasjaNum. 13:1-15:41
haftaraJozua 2:1-24
NTMatt. 10:1-14
inhoudShelach (“Zend”) vertelt het verhaal van Israëlitische verspieders die naar Kanaän trekken, het negatieve verslag dat zij terugbrengen en de straf die daardoor over de Israëlieten wordt uitgesproken: veertig jaar in de woestijn zwerven en daar sterven. Het eindigt met wetten over offers, het verhaal van een man die sjabbat ontheiligt en het gebod om rituele franjes te dragen.

5 juli 2027 (maandag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

6 juli 2027 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

10 juli 2027 (sjabbat)


naamקוֹרַח  (Kórach)
parasjaNum. 16:1-18:32
haftara1 Sam. 11:14-12:22
NTMatt. 26:13-24 / Joh. 19:1-17
inhoudKorach vertelt over de opstand van Korach (een neef van Mozes en Aäron), Datan, Aviram en hun 250 volgelingen. Sommigen van de opstandelingen worden door de aarde verzwolgen, anderen door vuur van God verteerd en weer anderen sterven aan een plaag. De parasja eindigt met een beschrijving van de gaven aan priesters en Levieten.

17 juli 2027 (sjabbat)


naamחֻקַּת - בָּלָק  (choekát - Balak)
parasjaNum. 19:1-25:9
haftaraMicha 5:6-6:8
NTMatt. 21:1-11
inhoudChoekat (“Instelling”) opent met een beschrijving van het verbranden van de rode vaars en het gebruik van haar as voor reiniging. Het vertelt ook de verhalen over de dood van Mirjam en Aäron, Mozes die op een rots slaat om water te laten komen, een plaag van giftige slangen en veldslagen tegen de Emoritische koningen Sichon en Og.
Balak vertelt het verhaal van de Moabitische koning Balak, die Bileam inhuurt om de Israëlieten te vervloeken. Onderweg spreekt de ezelin van Bileam. Uiteindelijk zégent Bileam de Israëlieten. De parasja eindigt met een verhaal over Israëlitische mannen die zondigen met Moabitische vrouwen en de doorsteking van een Israëliet en een Midjanitische vrouw.

22 juli 2027 (donderdag)


naamVastendag in Tammoez
ToraEx. 32:11-34:10

24 juli 2027 (sjabbat)


naamפִּינְחָס  (Pinchas)
parasjaNum. 25:10-30:1
haftara1 Kon. 18:46-19:21
Jer. 1:1-2:3 (17 tammoez, diaspora)
NTJoh. 2:13-22
inhoudPinchas opent met Gods belofte van een “verbond van vrede” voor de ijveraar Pinchas. Er komt een volkstelling. De dochters van Tselofchad vragen om nieuwe wetten met betrekking tot erfenis – die komen er. God draagt Mozes op Jozua voor te bereiden op leiderschap, en God beschrijft de verschillende offers die dagelijks en bij bijzondere gelegenheden worden gebracht.

31 juli 2027 (sjabbat)


naamמַּטּוֹת - מַסְעֵי  (matót - mas’ée)
parasjaNum. 30:2-36:13
haftaraJer. 2:4-28; 3:4 (sefardim: Jer. 2:4-28, Jer. 4:1-12)
NTMarc. 11:12-25 / Marc. 9:40-50
inhoudMatot (“Stammen”) opent met wetten over geloften. Het gaat verder met de oorlog van de Israëlieten tegen de Midjanieten en de verdeling van de buit. De stammen Ruben en Gad vragen buiten het land Israël te mogen wonen; Mozes stemt toe op voorwaarde dat zij helpen het land te veroveren.
Mas’ee (“Reizen”), het laatste gedeelte van het boek Numeri, opent met een lijst van plaatsen waar de Israëlieten in de woestijn zijn geweest. God gebiedt de Israëlieten de afgoderij in het land Israël te vernietigen, schetst de grenzen van Israël en geeft de wetten over vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers.

4 augustus 2027 (woensdag)


naamRosj Chodesj Av
ToraNum. 28:1-15

7 augustus 2027 (sjabbat)


naamדְּבָרִים  (dᵉvariem)
parasjaDeut. 1:1-3:22
haftaraJes. 1:1-27
NTMatt. 24:1-22
inhoudDevariem (“Woorden”) is het eerste gedeelte van het boek Deuteronomium, het laatste boek van de Tora. Mozes herinnert aan gebeurtenissen tijdens de reis van de Israëlieten door de woestijn, zoals de aanstelling van rechters, de zonde van de verspieders en de oorlogen met de Emoritische koningen Sichon en Og.

12 augustus 2027 (donderdag)


naamVastendag 9 Av
ToraDeut. 4:25-40
haftaraJer. 8:13-9:23

14 augustus 2027 (sjabbat)


naamוָאֶתְחַנַּן  (wa’etchanán)
parasjaDeut. 3:23-7:11
haftaraJes. 40:1-26
Shabbat Nachamu
NTLuc. 3:2-15
inhoudWa’etchanan (“Ik smeekte”) opent met dat Mozes beschrijft hoe hij God smeekte hem alsnog het land Israël binnen te laten gaan. Mozes waarschuwt de Israëlieten voor afgoderij en vertelt opnieuw over het geven van de Tien Geboden. De parasja bevat ook het Sjema (Hoor, Israël) – een geloofsverklaring en een zeer centrale tekst in het Joodse gebed.

21 augustus 2027 (sjabbat)


naamעֵקֶב  (ékev)
parasjaDeut. 7:12-11:25
haftaraJes. 49:14-51:3
NTMatt. 16:13-20
inhoudIn Ekev (“Als gevolg daarvan”) vermeldt Mozes gebeurtenissen die in de woestijn plaatsvonden, waaronder het manna, het gouden kalf en de dood van Aäron. Mozes beschrijft de zegeningen die God de Israëlieten zal schenken als zij Gods wet volgen en de straffen die zij zullen ondervinden als zij ongehoorzaam zijn.

28 augustus 2027 (sjabbat)


naamרְאֵה  (rᵉ’ée)
parasjaDeut. 11:26-16:17
haftaraJes. 54:11-55:5
of Jes. 66:1-24
NTMatt. 9:40-50 / Joh. 6:35-51
inhoudRe’ee (“Zie”) beschrijft een reeks wetten vooruitlopend op de intocht van de Israëlieten in het land Israël. Daartoe behoren de verplichting afgoderij te vernietigen, wetten over tienden en liefdadigheid, spijswetten, feestwetten en het verbod offers te brengen buiten de plaats die door God is aangewezen.

2 september 2027 (donderdag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

3 september 2027 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

4 september 2027 (sjabbat)


naamשׁוֹפְטִים  (sjoftíem)
parasjaDeut. 16:18-21:9
haftaraJes. 51:12-52:12
NTJoh. 14:9-20
inhoudSjofetiem (“Rechters”) bespreekt richtlijnen voor leiderschap, beginnend met een gebod om rechters aan te stellen en vervolgens wetten over koningen, priesters en profeten. Het beschrijft ook wetten met betrekking tot vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers, valse getuigen, oorlogvoering en de rite die wordt uitgevoerd in een geval van onopgeloste moord.

11 september 2027 (sjabbat)


naamכִּי־תֵצֵא  (ki teetsée)
parasjaDeut. 21:10-25:19
haftaraJes. 54:1-10
NTMatt. 24:29-42
inhoudKi teetzee (“Wanneer jij uitgaat”) bevat talrijke wetten, meer dan in enig ander Tora-gedeelte voorkomen. Daartoe behoren wetten over de behandeling van een krijgsgevangen vrouw, het terugbrengen van verloren voorwerpen, verboden vermengingen, het bouwen van een borstwering op het dak, verkrachting, onderpand en het loon van arbeiders.

18 september 2027 (sjabbat)


naamכִּי־תָבוֹא  (ki tavó)
parasjaDeut. 26:1-29:8
haftaraJes. 60:1-22
NTMatt. 4:13-24
inhoudKi tavo (“Wanneer jij komt”) opent met een beschrijving van de ceremonie van het offeren van de eerstelingen (bikkoeriem) en de verklaring die wordt afgelegd na voltooiing van het afdragen van de tienden. Het sluit af met een gedetailleerde beschrijving van de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die gepaard gaan met hun ontheiliging.

25 september 2027 (sjabbat)


naamנִצָּבִים - וַיֵּלֶךְ  (nitsavíem - wajéleech)
parasjaDeut. 29:9-31:30
haftaraJes. 61:10-63:9
NTJoh. 12:41-50
inhoudIn Nitzaviem (“Staande”) spreekt Mozes de Israëlieten toe en benadrukt hij het belang van trouw aan Gods verbond en van het niet vereren van andere goden. Hij beschrijft het proces van berouw en terugkeer tot God en benadrukt dat Gods geboden uitvoerbaar zijn en “niet in de hemel” zijn.
Wajeelech (“Hij ging”) opent met dat Mozes de Israëlieten vertelt dat híj hen niet het land Israël in zal leiden maar dat Jozua het zal overnemen. Hij draagt de Israëlieten op zich elke zeven jaar te verzamelen en de Tora openbaar te lezen. Gods gebiedt Mozes een lied te maken dat getuigt van Gods verbond met de Israëlieten en van Israëls ongehoorzaamheid.

2 oktober 2027 (sjabbat)


naamRosj Hasjana 1 (sjabbat)
ToraGen. 21:1-34
en ook: Num. 29:1-6
haftara1 Sam. 1:1-2:10
NTMatt. 24:29-36

3 oktober 2027 (zondag)


naamRosj Hasjana 2
ToraGen. 22:1-24
en ook: Num. 29:1-6
haftaraJer. 31:1-19
NTLuc. 1:39-55

4 oktober 2027 (maandag)


naamVastendag van Gedalja
ToraEx. 32:11-34:10

9 oktober 2027 (sjabbat)


naamהַאֲזִינוּ  (ha’ᵃzínoe)
parasjaDeut. 32:1-52
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 6:26-35 / Matt. 18:21-35 / 21:33-46
inhoudHa’azienu (“Luister”) begint met het lied van Mozes waarin hij God prijst en de zonden van de Israëlieten aankondigt. Hij beschrijft de tegenslagen die de Israëlieten zullen treffen en de schade die God uiteindelijk hun onderdrukkers zal toebrengen. De parasja eindigt met dat God Mozes opdraagt de berg Nebo te beklimmen, waar hij zal sterven.

11 oktober 2027 (maandag)


naamJom Kipoer a.m.
ToraLev. 16:1-34
en ook: Num. 29:7-11
haftaraJes. 57:14-58:14
NTMatt. 25:31-46

naamJom Kipoer p.m.
ToraLev. 18:1-30
en ook: Num. 29:7-11
haftaraJona 1-4, Micha 7:18-20

16 oktober 2027 (sjabbat)


naamSoekot 1 (sjabbat)
ToraLev. 22:26-23:44
en ook: Num. 29:12-16
haftaraZach. 14:1-21
NTLuc. 2:1-20

17 oktober 2027 (zondag)


naamSoekot 2
ToraLev. 22:26-23:44
en ook: Num. 29:12-16
haftara1 Kon. 8:2-21
NTJoh. 7:1-10

18 oktober 2027 (maandag)


naamSoekot ch’m 1
ToraNum. 29:17-22

19 oktober 2027 (dinsdag)


naamSoekot ch’m 2
ToraNum. 29:20-25

20 oktober 2027 (woensdag)


naamSoekot ch’m 3
ToraNum. 29:23-28

21 oktober 2027 (donderdag)


naamSoekot ch’m 4
ToraNum. 29:26-31

22 oktober 2027 (vrijdag)


naamSoekot Hosjana Raba
ToraNum. 29:26-34

23 oktober 2027 (sjabbat)


naamSjmini atsèrèt (sjabbat)
ToraDeut. 14:22-16:17
en ook: Num. 29:35-20:1
haftara1 Kon. 8:54-66
NTLuc. 2:21-32

24 oktober 2027 (zondag)


naamSimchat Tora
ToraDeut. 33:1-34:12, Gen. 1:1-2:3
en ook: Num. 29:35-20:1
haftaraJozua 1:1-18

30 oktober 2027 (sjabbat)


naamבְּרֵאשִׁית  (bᵉreesjíet)
parasjaGen. 1:1-6:8
haftaraJes. 42:5-43:10 (sefardim: Jes. 42:5-21)
NTJoh. 1:1-17
inhoudBereesjiet (“In het begin”), de eerste parasja in de jaarlijkse cyclus van de Toralezing, begint met hoe God alles schiep. De eerste mensen, Adam en Eva, eten van de Boom van Kennis en worden uit de Hof van Eden verdreven. Hun oudste zoon, Kaïn, doodt zijn broer Abel, en zal voortaan een zwervend bestaan moeten leiden. Er volgen twee geslachtsregisters, die parallellen vertonen.

31 oktober 2027 (zondag)


naamRosj Chodesj Chesjvan
ToraNum. 28:1-15

1 november 2027 (maandag)


naamRosj Chodesj Chesjvan
ToraNum. 28:1-15

6 november 2027 (sjabbat)


naamנֹחַ  (Noach)
parasjaGen. 6:9-11:32
haftaraJes. 54:1-55:5 (sefardim: Jes. 54:1-10)
NTLuc. 17:20-27
inhoudNoach (“Noach”) begint met Gods besluit de mensheid door een zondvloed te vernietigen. Op Gods bevel bouwt Noach een ark, waarin hij, zijn familie en uitgekozen dieren de vloed overleven. Na de vloed sluit God een verbond met de mensen. De kinderen van Noach krijgen op hun beurt kinderen, en verschillende generaties ontwikkelen zich. Ze willen een hemelhoge toren bouwen, maar dan verwart God hun taal en blijft de Toren van Babel onaf.

13 november 2027 (sjabbat)


naamלֶךְ־לְךָ  (lech lᵉcha)
parasjaGen. 12:1-17:27
haftaraJes. 40:27-41:16
NTJoh. 8:51-58
inhoudLech Lecha (“Ga uit”) vertelt over hoe God begon tot Abram te spreken, en hoe deze in geloof en gehoorzaamheid op reis ging naar Kanaän, met o.a. zijn neef Lot. Verder over hoe Abram door een hongersnood in Egypte beland, hoe Abram en Lot uiteengaan; hoe Abram Lot en zijn stadgenoten bevrijdt; hoe Abram een zoon krijgt – Israël – via Hagar; hoe God hem de naam Abraham geeft en een verbond met hem en zijn nakomelingen sluit, en daarbij gebiedt om – ook voortaan – alle mannen van zijn huis te besnijden.

20 november 2027 (sjabbat)


naamוַיֵּרָא  (wajerá)
parasjaGen. 18:1-22:24
haftara2 Kon. 4:1-37 (sefardim: 2 Kon. 4:1-23)
NTLuc. 17:28-37
inhoudWayera (“Hij verscheen”) opent met dat Abraham drie bijzondere gasten ontvangt die vertellen dat Sara zal bevallen. Ondanks Abrahams pogingen om God op andere gedachten te brengen, vernietigt God de steden Sodom en Gomorra. Lots familie wordt deels en ternauwernood gespaard. Sara baart Isaak, en Abraham stuurt Hagar en Ismaël weg. Op Gods bevel bereidt Abraham zich voor om Isaak te offeren, maar een engel van God zegt hem te stoppen. In plaats van zijn zoon offert Abraham dan een ram.

27 november 2027 (sjabbat)


naamחַיֵּי שָֹרָה  (chayee Sara)
parasjaGen. 23:1-25:18
haftara1 Kon. 1:1-31
NTJoh. 4:3-14
inhoudChajee Sara (“Het leven van Sara”) opent met Sara’s dood. Abraham koopt de grot van Machpela om haar daar te begraven. Hij stuurt zijn dienaar Eliëzer eropuit om een vrouw voor Isaak te vinden. De dienaar ontmoet Rebekka bij een bron, en Rebekka gaat met hem mee om met Isaak te trouwen. Abraham hertrouwt, krijgt meer kinderen en sterft op 175-jarige leeftijd.

30 november 2027 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Kislev
ToraNum. 28:1-15

1 december 2027 (woensdag)


naamRosj Chodesj Kislev
ToraNum. 28:1-15

4 december 2027 (sjabbat)


naamתּוֹלְדוֹת  (tolᵉdót)
parasjaGen. 25:19-28:9
haftaraMal. 1:1-2:7
NTMatt. 10:21-38
inhoudToledot (“Generaties”) opent met de geboorte van de tweeling van Isaak en Rebekka, Jakob en Esau. Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht aan Jakob in ruil voor soep. Isaak en Rebekka reizen naar Gerar, waar Isaak een vredesverdrag sluit met koning Abimelech. Isaak geeft Jakob de zegen die hij voor Esau bedoeld had. Jakob vlucht naar zijn oom Laban.

11 december 2027 (sjabbat)


naamוַיֵּצֵא  (wajeetsée)
parasjaGen. 28:10-32:3
haftaraHosea 12:13-14:10 (Joël 2:26-27) (sefardim: Hosea 11:7-12:12)
NTJoh. 1:41-51
inhoudWajeetsee (“Hij ging uit”) opent met dat Jakob droomt van engelen die een ladder op en af gaan. Hij vervolgt daarna zijn reis naar het huis van zijn oom Laban. Tijdens jaren van dienstbaarheid trouwt Jakob met Labans dochters Lea en Rachel, en krijgt hij kinderen met hen en met hun slavinnen Bilha en Zilpa.

18 december 2027 (sjabbat)


naamוַיִּשְׁלַח  (wajisjlách)
parasjaGen. 32:4-36:43
haftaraHosea 11:7-12:12 (sefardim: Obadja 1:1-21)
of Obadja
NTMatt. 2:13-23
inhoudWajisjlach (“Hij zond”) volgt Jakob en zijn familie. Jakob worstelt aan de rivier Jabbok met raadselachtige figuur. Hij krijgt de naam Israël. Hij verzoent zich met zijn broer Esau. Jakobs dochter Dina wordt verkracht door een Chiwitische prins, en haar broers plunderen uit wraak een stad. Rachel sterft wanneer zij Jakobs jongste kind, Benjamin, ter wereld brengt.

25 december 2027 (sjabbat)


naamוַיֵּשֶׁב  (wajeesjev)
parasjaGen. 37:1-40:23
haftaraAmos 2:6-3:8
NTMatt. 1:18-25 / Joh. 10:22-28
inhoudWajeesjev (“Hij vestigde zich”) begint het verhaal van Jozef en beschrijft zijn rivaliteit met zijn broers, hoe die hem verkopen waardoor hij als slaaf in Egypte komt, hoe hij in gevangenschap raakt nadat de vrouw van zijn meester hem vals beschuldigt heeft omdat Jozef haar avances afwees. Het bevat ook het verhaal van Tamar, haar echtgenoten en haar schoonvader Juda.

26 december 2027 (zondag)


naamChanoeka 2
ToraNum. 7:18-29

27 december 2027 (maandag)


naamChanoeka 3
ToraNum. 7:24-35

28 december 2027 (dinsdag)


naamChanoeka 4
ToraNum. 7:30-41

29 december 2027 (woensdag)


naamChanoeka 5
ToraNum. 7:36-47

30 december 2027 (donderdag)


naamChanoeka 6
ToraNum. 7:42-53

31 december 2027 (vrijdag)


naamChanoeka 7 (Rosj chodesj)
ToraNum. 28:1-15

1 januari 2028 (sjabbat)


naamמִקֵּץ  (mikeets)
parasjaGen. 41:1-44:17
haftara1 Kon. 3:15-4:1
of Zach. 2:14-4:7
NTJoh. 10:22-28 / Luc. 24:13-29
inhoudMikeets (“Na verloop van tijd”) volgt Jozef terwijl hij de dromen van de farao uitlegt en opklimt tot onderkoning van Egypte. Wanneer Jozefs broers tijdens een hongersnood naar Egypte komen om voedsel te zoeken, beschuldigt Jozef hen van spionage. Hij eist dat zij terugkomen met hun jongste broer Benjamin. Jozef laat later een beker in Benjamins korenzak verstoppen. Benjamin lijkt de dief.

8 januari 2028 (sjabbat)


naamוַיִּגַּשׁ  (wajigásj)
parasjaGen. 44:18-47:27
haftaraEzech. 37:15-28
NTLuc. 24:30-48
inhoudWajigasj (“Hij naderde”) opent met dat Juda Jozef smeekt Benjamin niet als gevangene vast te houden. Uiteindelijk maakt Jozef huilend en kussend zijn ware identiteit aan zijn broers bekend. De broers brengen Jakob vanuit Kanaän naar Egypte, en Jakob en zijn kinderen vestigen zich in Gosen. De parasja eindigt met dat Jozef het grootste deel van het land van Egypte opkoopt in ruil voor voedsel.

9 januari 2028 (zondag)


naamVastendag 10 Tevet
ToraEx. 32:11-34:10

15 januari 2028 (sjabbat)


naamוַיְחִי  (wajechí)
parasjaGen. 47:28-50:26
haftara1 Kon. 2:1-12
NTJoh. 13:1-19
inhoudWajechi (“Hij leefde”) is het laatste gedeelte van het boek Genesis. Jakob bereidt zich voor op zijn dood laat zijn zoon Jozef zweren hem in de grot van Machpela te begraven. Jakob zegent de twee zonen van Jozef en zijn eigen twaalf zonen en sterft daarna. Jakobs zonen begraven hem. De parasja eindigt met de dood van Jozef.

22 januari 2028 (sjabbat)


naamשְׁמוֹת  (sjᵉmót)
parasjaEx. 1:1-6:1
haftaraJes. 27:6-28:13, Jes. 29:22-23 (sefardim: Jer. 1:1-2:3)
NTMatt. 2:1-12
inhoudSjemot (“Namen”) is de eerste lezing uit het boek Exodus. Het opent met een beschrijving van de slavernij van de Israëlieten in Egypte. Mozes wordt geboren, in een mandje op de Nijl gelegd en opgenomen in het huis van de farao. Later ontmoet Mozes God in een brandende braamstruik en begint hij zijn missie om van de farao te eisen dat hij de Israëlieten laat gaan.

29 januari 2028 (sjabbat)


naamוָאֵרָא  (wa’erá)
parasjaEx. 6:2-9:35
haftaraEzech. 28:25-29:21
NTLuc. 11:14-22
inhoudWa’era (“Ik verscheen”) opent met dat God belooft de tot slaaf gemaakte Israëlieten te verlossen en hen naar het Beloofde Land te brengen. Wanneer de farao herhaaldelijk weigert hen te laten gaan, zendt God een reeks plagen: water dat in bloed verandert, kikkers, luizen, wilde dieren, de dood van het vee, zweren en hagel.

5 februari 2028 (sjabbat)


naamבֹּא  (bo)
parasjaEx. 10:1-13:16
haftaraJer. 46:13-28
NTJoh. 19:31-37
inhoudBo (“Kom”) vertelt over de laatste drie plagen die God over de Egyptenaren brengt: sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. God gebiedt de Israëlieten een Pesachlam te offeren. Na de laatste plaag laten de farao en de Egyptenaren de Israëlieten graag vertrekken ne geven ze hen nog kostbaarheden mee.

12 februari 2028 (sjabbat)


naamבְּשַׁלַּח  (bᵉsjalàch)
parasjaEx. 13:17-17:16
haftaraRicht. 4:4-5:31 (sefardim: Richt. 5:1-31)
NTMatt. 14:22-33
inhoudBesjalach (“Toen hij liet gaan”) beschrijft de splijting van de Rode Zee en het lied dat de Israëlieten zingen wanneer zij zijn overgestoken. In de woestijn maakt God bitter water zoet, brengt hij het volk bij de oase Elim en voorziet Hij in manna en kwartels. De parasja eindigt met de overwinning van de Israëlieten op een aanval van de Amalekieten.

19 februari 2028 (sjabbat)


naamיִתְרוֹ  (Jitro)
parasjaEx. 18:1-20:23
haftaraJes. 6:1-7:6, Jes. 9:5-6 (sefardim: Jes. 6:1-13)
NTMatt. 19:16-26
inhoudJitro (“Jetro”) begint met dat Mozes opgezocht wordt door zijn schoonvader Jetro en diens advies aanneemt om rechters aan te stellen die helpen de Israëlieten te besturen. De Israëlieten bereiden zich voor op een ontmoeting met God bij de berg Sinaï. God daalt neer te midden van vuur, rook, donder en het geluid van een sjofar en geeft de Tien Geboden.

26 februari 2028 (sjabbat)


naamמִּשְׁפָּטִים  (misjpatíem)
parasjaEx. 21:1-24:18
haftaraJer. 34:8-22, Jer. 33:25-26
of 2 Kon. 12:1-17
NTMatt. 26:20-30 / Matt. 17:22-27
inhoudMisjpatiem (“Wetten”) noemt een reeks wetten van God die Mozes aan de Israëlieten doorgeeft. Daartoe behoren wetten over de behandeling van slaven, schadevergoeding, leningen, het terugbrengen van verloren eigendom, de sabbat, het sabbatsjaar, feestdagen en het vernietigen van afgoderij. De parasja eindigt met dat Mozes de berg Sinaï bestijgt en daar veertig dagen blijft.

27 februari 2028 (zondag)


naamRosj Chodesj
ToraNum. 28:1-15

28 februari 2028 (maandag)


naamRosj Chodesj
ToraNum. 28:1-15

4 maart 2028 (sjabbat)


naamתְּרוּמָה  (tᵉroemá)
parasjaEx. 25:1-27:19
haftara1 Kon. 5:26-6:13
NTMarc. 12:35-44 / Matt. 6:14-29
inhoudTeroema (“Bijdrage”) opent met dat God Mozes opdraagt om ingezamelde materialen te verzamelen om een woonplaats voor God te bouwen, de Tabernakel. God beschrijft hoe de voorwerpen moeten worden gemaakt die de Tabernakel zullen vullen — waaronder de ark, de tafel, de menora en het offeraltaar — evenals de wanden en gordijnen van de Tabernakel.

9 maart 2028 (donderdag)


naamVasten van Ester
ToraEx. 32:11-34:10

11 maart 2028 (sjabbat)


naamתְּצַוֶּה  (tᵉtsavè)
parasjaEx. 27:20-30:10
haftaraEzech. 43:10-27
of 1 Sam. 15:2-34
NTMatt. 5:13-20 / Marc. 6:14-29
inhoudTetsavee (“Jij zult gebieden”) opent met dat God Mozes opdraagt Aäron en zijn zonen als priesters aan te stellen. God beschrijft hoe de priesterkleding moet worden gemaakt, hoe de priesters moeten worden geheiligd en offers gebracht tijdens de zeven dagen van inwijding van de Tabernakel, en hoe het gouden altaar moet worden gebouwd.

12 maart 2028 (zondag)


naamPoerim
ToraEx. 17:8-16

13 maart 2028 (maandag)


naamSjoesjan Poerim
ToraEx. 17:8-16

18 maart 2028 (sjabbat)


naamכִּי תִשָּׂא  (ki tiessà)
parasjaEx. 30:11-34:35
haftara1 Kon. 18:1-39 (sefardim: 1 Kon. 18:20-39)
of Ezech. 36:16-38
NTMarc. 9:1-10 / Joh. 11:47-56
inhoudKi-tiessa (“Wanneer jij optilt”) opent wanneer God Mozes opdraagt van alle Israëlieten een bijdrage van een halve sikkel te innen en de Tabernakel, de voorwerpen erin en de priesters te zalven. Mozes daalt nu af en wordt geconfronteerd met hoe de Israëlieten een gouden kalf aanbidden. Hij breekt de stenen tafelen. Weer gaat hij de berg op. Daar smeekt hij God om vergeving. Hij keert terug met een tweede stel tafelen.

25 maart 2028 (sjabbat)


naamוַיַּקְהֵל - פקודי  (wajakheel - pᵉkoedé)
parasjaEx. 35:1-40:38
haftaraEzech. 45:16-46:18
NTLuc. 22:1-13
inhoudWajakheel (“Hij verzamelde”) opent met dat God de Israëlieten gebiedt de sabbat te onderhouden. Mozes vraagt om materiële bijdragen voor de bouw van de Tabernakel, en het volk geeft die. Een groep ambachtslieden, door God aangewezen, begint de Tabernakel en zijn voorwerpen te bouwen.
Pekudee (“Opsommingen van”) is de laatste lezing uit het boek Exodus. Het beschrijft de vervaardiging van de priesterlijke gewaden die in de Tabernakel worden gedragen en de voltooiing van de bouw ervan. Op Gods bevel richt Mozes de Tabernakel op en zet hij de voorwerpen op hun plaats, waarna Gods aanwezigheid de Tabernakel vervult.

28 maart 2028 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Nisan
ToraNum. 28:1-15

1 april 2028 (sjabbat)


naamוַיִּקְרָא  (wajikrá)
parasjaLev. 1:1-5:26
haftaraJes. 43:21-44:23
of 1 Sam. 15:2-34
NTMarc. 6:14-29 / Matt. 5:23-30
inhoudIn Wajikra (“Hij riep”), het eerste Tora-gedeelte in het boek Leviticus, vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel moeten worden gebracht. Daartoe behoren offers die volledig op het altaar worden verbrand, meeloffers van bloem en olie, vredeoffers en offers die worden gebracht voor onopzettelijke zonden.

8 april 2028 (sjabbat)


naamצַו  (tsav)
parasjaLev. 6:1-8:36
haftaraJer. 7:21-8:3, Jer. 9:22-23
of Mal. 3:4-24
NTMatt. 9:13-25 / Matt. 17:9-13
inhoudIn Tsav (“Gebied!”), vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel worden gebracht, waaronder een meeloffer van de hogepriester, schuldoffers en dankoffers. Mozes wijdt Aäron en Aärons zonen in voor de priesterdienst in de Tabernakel.

10 april 2028 (maandag)


naamVasten vanwege eerstgeborenen
ToraEx. 32:11-34:10

11 april 2028 (dinsdag)


naamPesach 1
ToraEx. 12:21-51
haftaraJozua 5:2-6:1
of Jozua 3:5-7, Joz. 5:2-6:1, Joz. 6:27
NTJoh. 19:31-20:1

12 april 2028 (woensdag)


naamPesach 2
ToraLev. 22:26-23:44
haftara2 Kon. 23:1-9, 2 Kon. 23:21-25
NTMarc. 16:1-8

13 april 2028 (donderdag)


naamPesach ch’m 1
ToraEx. 13:1-16

14 april 2028 (vrijdag)


naamPesach ch’m 2
ToraEx. 22:24-23:19

15 april 2028 (sjabbat)


naamPesach (sjabbat)
ToraEx. 33:12-34:26
haftaraEzech. 37:1-14

16 april 2028 (zondag)


naamPesach ch’m 3
ToraEx. 33:12-34:16

17 april 2028 (maandag)


naamPesach 7
ToraEx. 13:17-15:26
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 20:1-14

18 april 2028 (dinsdag)


naamPesach 8
ToraDeut. 15:19-16:17
haftaraJes. 10:32-12:6
NTJoh. 20:15-20

22 april 2028 (sjabbat)


naamשְּׁמִינִי  (sjᵉminí)
parasjaLev. 9:1-11:47
haftara2 Sam. 6:1-7:17 (sefardim: 2 Sam. 6:1-19)
of Ezech. 36:16-38
NTJoh. 11:47-56 / Matt. 3:11-17
inhoudSjemini (“Achtste”) opent met de inwijding van de Tabernakel. Twee van Aärons zonen worden verteerd door een vuur dat door God wordt gezonden wanneer zij proberen met een “vreemd vuur” te offeren. God beschrijft de dieren, vogels en vissen die wel en niet gegeten mogen worden, evenals enkele wetten van rituele reinheid.

26 april 2028 (woensdag)


naamRosj Chodesj Iar
ToraNum. 28:1-15

27 april 2028 (donderdag)


naamRosj Chodesj Iar
ToraNum. 28:1-15

29 april 2028 (sjabbat)


naamתַזְרִיעַ - מְּצֹרָע  (tazría - mᵉtsorá)
parasjaLev. 12:1-15:33
haftara2 Kon. 7:3-20
of. Jes. 66:1-24
NTMarc. 9:40-50 / Luc. 2:22-35 & Marc. 1:35-45
inhoudTazria (“Zij draagt zaad”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces voor een vrouw na een bevalling. Daarna beschrijft het verschillende vormen van tzara’at (“melaatsheid/huidvraat”), een verkleuringsaandoening van huid of kleding, en de verplichting voor een besmet persoon om alleen buiten het kamp te wonen en door een priester te worden onderzocht.
Metzora (“Een met tzara’at besmette”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces en de bijbehorende offers voor iemand die met tzara’at is besmet, een verkleuringsaandoening van de huid. Daarna beschrijft het de behandeling van een huis dat met tzara’at is besmet en de rituele onreinheid die door bepaalde lichaamsvloeiingen ontstaat.

6 mei 2028 (sjabbat)


naamאַחֲרֵי מוֹת - קְדשִׁים  (achᵃré mot - kᵉdosjiem)
parasjaLev. 16:1-20:27
haftaraAmos 9:7-15 (sefardim: Ezech. 20:2-20)
NTMatt. 15:10-20
inhoudAchree Mot (“Na de dood”) opent met een beschrijving van de rituele dienst van Jom Kipoer, de Grote Verzoendag. Daarna werkt het de verboden uit op het brengen van offers buiten de Tabernakel en op het eten van dierlijk bloed, en het eindigt met een lijst van verboden seksuele relaties.
Kedosjiem (“Heilig”) opent met de opdracht aan de Israëlieten om heilig te zijn. Het beschrijft tientallen wetten die alle aspecten van het leven regelen, waaronder het onderhouden van sjabbat, het liefhebben van de naaste en het laten liggen van delen van de oogst voor de armen. Het eindigt met een overzicht van straffen voor bepaalde vormen van afgoderij en seksueel wangedrag.

13 mei 2028 (sjabbat)


naamאֱמוֹר  (emór)
parasjaLev. 21:1-24:23
haftaraEzech. 44:15-31
NTMatt. 26:59-66, Matt. 26:64
inhoudEmor (“Zeg”) opent met wetten die het gedrag van priesters, het werken in de Tabernakel en het eten van offers en priesterlijk voedsel regelen. Het beschrijft de feestdagen Pesach, Sjawoeot (Wekenfeest), Rosj Hasjana (Nieuw jaar), Jom Kipoer (Grote Verzoendag) en Soekot (Loofhuttenfeest), en eindigt met een verhaal over een godslasteraar en zijn straf.

20 mei 2028 (sjabbat)


naamבְּהַר - בְּחֻקֹּתַי  (bᵉhár - bᵉchoekotai)
parasjaLev. 25:1-27:34
haftaraJer. 16:19-17:14
NTMatt. 16:20-28 / & Luc. 4:14-22
inhoudBehar (“Op de berg”) beschrijft de wetten van het sabbatsjaar (Sjemita), waarin het bewerken van het land verboden is en schulden worden kwijtgescholden. Ook worden wetten uiteengezet over dienstbaarheid en over het jubeljaar (Jovel), wanneer bezit terugkeert naar de oorspronkelijke eigenaar.
Bechukotai (“In mijn wetten”) is het laatste gedeelte uit het boek Leviticus. Het begint met de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die komen door hun ontheiliging. Het eindigt met wetten over geloften en de wijding van mensen en bezit.

26 mei 2028 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Sivan
ToraNum. 28:1-15

27 mei 2028 (sjabbat)


naamבְּמִדְבַּר  (bᵉmidbár)
parasjaNum. 1:1-4:20
haftaraHosea 2:1-22
of 1 Sam. 20:18-42
NTMatt. 4:1-17 / Matt. 24:29-36
inhoudBamidbar (“In de woestijn”) is het eerste gedeelte van het boek Numeri. Het beschrijft Gods bevel om een volkstelling te houden en geeft de kampopstelling van de Israëlieten in de woestijn weer. Ook begint het de verantwoordelijkheden van de Levieten op te sommen bij het vervoeren van de Tabernakel.

31 mei 2028 (woensdag)


naamSjavoe’ot 1
ToraEx. 19:1-20:23
haftaraEzech. 1:1-28, Ezech. 3:12
NTHand. 2:1-21 / Joh. 4:10-24

1 juni 2028 (donderdag)


naamSjavoe’ot 2
ToraDeut. 15:19-16:17
haftaraHab. 3:1-19
NTHand. 2:22-42

3 juni 2028 (sjabbat)


naamנָשׂא  (nasó)
parasjaNum. 4:21-7:89
haftaraRicht. 13:2-25
NTLuc. 1:11-20
inhoudNaso (“Houd een volkstelling”), de langste lezing uit de Tora, opent met een beschrijving van de verantwoordelijkheden van de Levieten. Het beschrijft ook de wetten over een vrouw die van overspel wordt verdacht, de nazireeër en de priesterzegen. De parasja eindigt met een opsomming van de gaven die de stamhoofden naar de Tabernakel brengen.

10 juni 2028 (sjabbat)


naamבְּהַעֲלֹתְךָ  (bᵉha’alótcha)
parasjaNum. 8:1-12:16
haftaraZach. 2:14-4:7
NTMatt. 14:14-21
inhoudBeha’alotcha (“Wanneer jij verheft”) opent met dat God Mozes opdraagt de Levieten in te wijden voor dienst in de Tabernakel. Het vertelt ook over mensen die om een tweede kans vragen om het Pesachoffer te brengen, over de klachten van de Israëlieten en hun straffen, en over een ziekte die Mirjam treft.

17 juni 2028 (sjabbat)


naamשְׁלַח־לְךָ  (sjᵉlách lᵉchá)
parasjaNum. 13:1-15:41
haftaraJozua 2:1-24
NTMatt. 10:1-14
inhoudShelach (“Zend”) vertelt het verhaal van Israëlitische verspieders die naar Kanaän trekken, het negatieve verslag dat zij terugbrengen en de straf die daardoor over de Israëlieten wordt uitgesproken: veertig jaar in de woestijn zwerven en daar sterven. Het eindigt met wetten over offers, het verhaal van een man die sjabbat ontheiligt en het gebod om rituele franjes te dragen.

24 juni 2028 (sjabbat)


naamקוֹרַח  (Kórach)
parasjaNum. 16:1-18:32
haftara1 Sam. 11:14-12:22
NTMatt. 26:13-24 / Joh. 19:1-17
inhoudKorach vertelt over de opstand van Korach (een neef van Mozes en Aäron), Datan, Aviram en hun 250 volgelingen. Sommigen van de opstandelingen worden door de aarde verzwolgen, anderen door vuur van God verteerd en weer anderen sterven aan een plaag. De parasja eindigt met een beschrijving van de gaven aan priesters en Levieten.

25 juni 2028 (zondag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

1 juli 2028 (sjabbat)


naamחֻקַּת  (choekat)
parasjaNum. 19:1-22:1
haftaraRicht. 11:1-33
NTJoh. 2:1-12 / 19:38-42
inhoudChoekat (“Instelling”) opent met een beschrijving van het verbranden van de rode vaars en het gebruik van haar as voor reiniging. Het vertelt ook de verhalen over de dood van Mirjam en Aäron, Mozes die op een rots slaat om water te laten komen, een plaag van giftige slangen en veldslagen tegen de Emoritische koningen Sichon en Og.

8 juli 2028 (sjabbat)


naamבָּלָק  (Balák)
parasjaNum. 22:2-25:9
haftaraMicha 5:6-6:8
NTMatt. 21:1-11
inhoudBalak vertelt het verhaal van de Moabitische koning Balak, die Bileam inhuurt om de Israëlieten te vervloeken. Onderweg spreekt de ezelin van Bileam. Uiteindelijk zégent Bileam de Israëlieten. De parasja eindigt met een verhaal over Israëlitische mannen die zondigen met Moabitische vrouwen en de doorsteking van een Israëliet en een Midjanitische vrouw.

11 juli 2028 (dinsdag)


naamVastendag in Tammoez
ToraEx. 32:11-34:10

15 juli 2028 (sjabbat)


naamפִּינְחָס  (Pinchas)
parasjaNum. 25:10-30:1
haftara1 Kon. 18:46-19:21
Jer. 1:1-2:3 (17 tammoez, diaspora)
NTJoh. 2:13-22
inhoudPinchas opent met Gods belofte van een “verbond van vrede” voor de ijveraar Pinchas. Er komt een volkstelling. De dochters van Tselofchad vragen om nieuwe wetten met betrekking tot erfenis – die komen er. God draagt Mozes op Jozua voor te bereiden op leiderschap, en God beschrijft de verschillende offers die dagelijks en bij bijzondere gelegenheden worden gebracht.

22 juli 2028 (sjabbat)


naamמַּטּוֹת - מַסְעֵי  (matót - mas’ée)
parasjaNum. 30:2-36:13
haftaraJer. 2:4-28; 3:4 (sefardim: Jer. 2:4-28, Jer. 4:1-12)
NTMarc. 11:12-25 / Marc. 9:40-50
inhoudMatot (“Stammen”) opent met wetten over geloften. Het gaat verder met de oorlog van de Israëlieten tegen de Midjanieten en de verdeling van de buit. De stammen Ruben en Gad vragen buiten het land Israël te mogen wonen; Mozes stemt toe op voorwaarde dat zij helpen het land te veroveren.
Mas’ee (“Reizen”), het laatste gedeelte van het boek Numeri, opent met een lijst van plaatsen waar de Israëlieten in de woestijn zijn geweest. God gebiedt de Israëlieten de afgoderij in het land Israël te vernietigen, schetst de grenzen van Israël en geeft de wetten over vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers.

24 juli 2028 (maandag)


naamRosj Chodesj Av
ToraNum. 28:1-15

29 juli 2028 (sjabbat)


naamדְּבָרִים  (dᵉvariem)
parasjaDeut. 1:1-3:22
haftaraJes. 1:1-27
NTMatt. 24:1-22
inhoudDevariem (“Woorden”) is het eerste gedeelte van het boek Deuteronomium, het laatste boek van de Tora. Mozes herinnert aan gebeurtenissen tijdens de reis van de Israëlieten door de woestijn, zoals de aanstelling van rechters, de zonde van de verspieders en de oorlogen met de Emoritische koningen Sichon en Og.

1 augustus 2028 (dinsdag)


naamVastendag 9 Av
ToraDeut. 4:25-40
haftaraJer. 8:13-9:23

5 augustus 2028 (sjabbat)


naamוָאֶתְחַנַּן  (wa’etchanán)
parasjaDeut. 3:23-7:11
haftaraJes. 40:1-26
Shabbat Nachamu
NTLuc. 3:2-15
inhoudWa’etchanan (“Ik smeekte”) opent met dat Mozes beschrijft hoe hij God smeekte hem alsnog het land Israël binnen te laten gaan. Mozes waarschuwt de Israëlieten voor afgoderij en vertelt opnieuw over het geven van de Tien Geboden. De parasja bevat ook het Sjema (Hoor, Israël) – een geloofsverklaring en een zeer centrale tekst in het Joodse gebed.

12 augustus 2028 (sjabbat)


naamעֵקֶב  (ékev)
parasjaDeut. 7:12-11:25
haftaraJes. 49:14-51:3
NTMatt. 16:13-20
inhoudIn Ekev (“Als gevolg daarvan”) vermeldt Mozes gebeurtenissen die in de woestijn plaatsvonden, waaronder het manna, het gouden kalf en de dood van Aäron. Mozes beschrijft de zegeningen die God de Israëlieten zal schenken als zij Gods wet volgen en de straffen die zij zullen ondervinden als zij ongehoorzaam zijn.

19 augustus 2028 (sjabbat)


naamרְאֵה  (rᵉ’ée)
parasjaDeut. 11:26-16:17
haftaraJes. 54:11-55:5
of Jes. 66:1-24
NTMatt. 9:40-50 / Joh. 6:35-51
inhoudRe’ee (“Zie”) beschrijft een reeks wetten vooruitlopend op de intocht van de Israëlieten in het land Israël. Daartoe behoren de verplichting afgoderij te vernietigen, wetten over tienden en liefdadigheid, spijswetten, feestwetten en het verbod offers te brengen buiten de plaats die door God is aangewezen.

22 augustus 2028 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

23 augustus 2028 (woensdag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

26 augustus 2028 (sjabbat)


naamשׁוֹפְטִים  (sjoftíem)
parasjaDeut. 16:18-21:9
haftaraJes. 51:12-52:12
NTJoh. 14:9-20
inhoudSjofetiem (“Rechters”) bespreekt richtlijnen voor leiderschap, beginnend met een gebod om rechters aan te stellen en vervolgens wetten over koningen, priesters en profeten. Het beschrijft ook wetten met betrekking tot vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers, valse getuigen, oorlogvoering en de rite die wordt uitgevoerd in een geval van onopgeloste moord.

2 september 2028 (sjabbat)


naamכִּי־תֵצֵא  (ki teetsée)
parasjaDeut. 21:10-25:19
haftaraJes. 54:1-10
NTMatt. 24:29-42
inhoudKi teetzee (“Wanneer jij uitgaat”) bevat talrijke wetten, meer dan in enig ander Tora-gedeelte voorkomen. Daartoe behoren wetten over de behandeling van een krijgsgevangen vrouw, het terugbrengen van verloren voorwerpen, verboden vermengingen, het bouwen van een borstwering op het dak, verkrachting, onderpand en het loon van arbeiders.

9 september 2028 (sjabbat)


naamכִּי־תָבוֹא  (ki tavó)
parasjaDeut. 26:1-29:8
haftaraJes. 60:1-22
NTMatt. 4:13-24
inhoudKi tavo (“Wanneer jij komt”) opent met een beschrijving van de ceremonie van het offeren van de eerstelingen (bikkoeriem) en de verklaring die wordt afgelegd na voltooiing van het afdragen van de tienden. Het sluit af met een gedetailleerde beschrijving van de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die gepaard gaan met hun ontheiliging.

16 september 2028 (sjabbat)


naamנִצָּבִים - וַיֵּלֶךְ  (nitsavíem - wajéleech)
parasjaDeut. 29:9-31:30
haftaraJes. 61:10-63:9
NTJoh. 12:41-50
inhoudIn Nitzaviem (“Staande”) spreekt Mozes de Israëlieten toe en benadrukt hij het belang van trouw aan Gods verbond en van het niet vereren van andere goden. Hij beschrijft het proces van berouw en terugkeer tot God en benadrukt dat Gods geboden uitvoerbaar zijn en “niet in de hemel” zijn.
Wajeelech (“Hij ging”) opent met dat Mozes de Israëlieten vertelt dat híj hen niet het land Israël in zal leiden maar dat Jozua het zal overnemen. Hij draagt de Israëlieten op zich elke zeven jaar te verzamelen en de Tora openbaar te lezen. Gods gebiedt Mozes een lied te maken dat getuigt van Gods verbond met de Israëlieten en van Israëls ongehoorzaamheid.

21 september 2028 (donderdag)


naamRosj Hasjana 1
ToraGen. 21:1-34
en ook: Num. 29:1-6
haftara1 Sam. 1:1-2:10
NTMatt. 24:29-36

22 september 2028 (vrijdag)


naamRosj Hasjana 2
ToraGen. 22:1-24
en ook: Num. 29:1-6
haftaraJer. 31:1-19
NTLuc. 1:39-55

23 september 2028 (sjabbat)


naamהַאֲזִינוּ  (ha’ᵃzínoe)
parasjaDeut. 32:1-52
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 6:26-35 / Matt. 18:21-35 / 21:33-46
inhoudHa’azienu (“Luister”) begint met het lied van Mozes waarin hij God prijst en de zonden van de Israëlieten aankondigt. Hij beschrijft de tegenslagen die de Israëlieten zullen treffen en de schade die God uiteindelijk hun onderdrukkers zal toebrengen. De parasja eindigt met dat God Mozes opdraagt de berg Nebo te beklimmen, waar hij zal sterven.

24 september 2028 (zondag)


naamVastendag van Gedalja
ToraEx. 32:11-34:10

30 september 2028 (sjabbat)


naamJom Kipoer p.m.
ToraLev. 18:1-30
en ook: Num. 29:7-11
haftaraJona 1-4, Micha 7:18-20

5 oktober 2028 (donderdag)


naamSoekot 1
ToraLev. 22:26-23:44
en ook: Num. 29:12-16
haftaraZach. 14:1-21
NTLuc. 2:1-20

6 oktober 2028 (vrijdag)


naamSoekot 2
ToraLev. 22:26-23:44
en ook: Num. 29:12-16
haftara1 Kon. 8:2-21
NTJoh. 7:1-10

7 oktober 2028 (sjabbat)


naamSoekot (sjabbat)
ToraEx. 33:12-34:26
haftaraEzech. 38:18-39:16

8 oktober 2028 (zondag)


naamSoekot ch’m 2
ToraNum. 29:20-25

9 oktober 2028 (maandag)


naamSoekot ch’m 3
ToraNum. 29:23-28

10 oktober 2028 (dinsdag)


naamSoekot ch’m 4
ToraNum. 29:26-31

11 oktober 2028 (woensdag)


naamSoekot Hosjana Raba
ToraNum. 29:26-34

12 oktober 2028 (donderdag)


naamSjmini atsèrèt
ToraDeut. 14:22-16:17
en ook: Num. 29:35-20:1
haftara1 Kon. 8:54-66
NTLuc. 2:21-32

13 oktober 2028 (vrijdag)


naamSimchat Tora
ToraDeut. 33:1-34:12, Gen. 1:1-2:3
en ook: Num. 29:35-20:1
haftaraJozua 1:1-18

14 oktober 2028 (sjabbat)


naamבְּרֵאשִׁית  (bᵉreesjíet)
parasjaGen. 1:1-6:8
haftaraJes. 42:5-43:10 (sefardim: Jes. 42:5-21)
NTJoh. 1:1-17
inhoudBereesjiet (“In het begin”), de eerste parasja in de jaarlijkse cyclus van de Toralezing, begint met hoe God alles schiep. De eerste mensen, Adam en Eva, eten van de Boom van Kennis en worden uit de Hof van Eden verdreven. Hun oudste zoon, Kaïn, doodt zijn broer Abel, en zal voortaan een zwervend bestaan moeten leiden. Er volgen twee geslachtsregisters, die parallellen vertonen.

20 oktober 2028 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Chesjvan
ToraNum. 28:1-15

21 oktober 2028 (sjabbat)


naamנֹחַ  (Noach)
parasjaGen. 6:9-11:32
haftaraJes. 54:1-55:5 (sefardim: Jes. 54:1-10)
NTLuc. 17:20-27
inhoudNoach (“Noach”) begint met Gods besluit de mensheid door een zondvloed te vernietigen. Op Gods bevel bouwt Noach een ark, waarin hij, zijn familie en uitgekozen dieren de vloed overleven. Na de vloed sluit God een verbond met de mensen. De kinderen van Noach krijgen op hun beurt kinderen, en verschillende generaties ontwikkelen zich. Ze willen een hemelhoge toren bouwen, maar dan verwart God hun taal en blijft de Toren van Babel onaf.

28 oktober 2028 (sjabbat)


naamלֶךְ־לְךָ  (lech lᵉcha)
parasjaGen. 12:1-17:27
haftaraJes. 40:27-41:16
NTJoh. 8:51-58
inhoudLech Lecha (“Ga uit”) vertelt over hoe God begon tot Abram te spreken, en hoe deze in geloof en gehoorzaamheid op reis ging naar Kanaän, met o.a. zijn neef Lot. Verder over hoe Abram door een hongersnood in Egypte beland, hoe Abram en Lot uiteengaan; hoe Abram Lot en zijn stadgenoten bevrijdt; hoe Abram een zoon krijgt – Israël – via Hagar; hoe God hem de naam Abraham geeft en een verbond met hem en zijn nakomelingen sluit, en daarbij gebiedt om – ook voortaan – alle mannen van zijn huis te besnijden.

4 november 2028 (sjabbat)


naamוַיֵּרָא  (wajerá)
parasjaGen. 18:1-22:24
haftara2 Kon. 4:1-37 (sefardim: 2 Kon. 4:1-23)
NTLuc. 17:28-37
inhoudWayera (“Hij verscheen”) opent met dat Abraham drie bijzondere gasten ontvangt die vertellen dat Sara zal bevallen. Ondanks Abrahams pogingen om God op andere gedachten te brengen, vernietigt God de steden Sodom en Gomorra. Lots familie wordt deels en ternauwernood gespaard. Sara baart Isaak, en Abraham stuurt Hagar en Ismaël weg. Op Gods bevel bereidt Abraham zich voor om Isaak te offeren, maar een engel van God zegt hem te stoppen. In plaats van zijn zoon offert Abraham dan een ram.

11 november 2028 (sjabbat)


naamחַיֵּי שָֹרָה  (chayee Sara)
parasjaGen. 23:1-25:18
haftara1 Kon. 1:1-31
NTJoh. 4:3-14
inhoudChajee Sara (“Het leven van Sara”) opent met Sara’s dood. Abraham koopt de grot van Machpela om haar daar te begraven. Hij stuurt zijn dienaar Eliëzer eropuit om een vrouw voor Isaak te vinden. De dienaar ontmoet Rebekka bij een bron, en Rebekka gaat met hem mee om met Isaak te trouwen. Abraham hertrouwt, krijgt meer kinderen en sterft op 175-jarige leeftijd.

18 november 2028 (sjabbat)


naamתּוֹלְדוֹת  (tolᵉdót)
parasjaGen. 25:19-28:9
haftaraMal. 1:1-2:7
NTMatt. 10:21-38
inhoudToledot (“Generaties”) opent met de geboorte van de tweeling van Isaak en Rebekka, Jakob en Esau. Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht aan Jakob in ruil voor soep. Isaak en Rebekka reizen naar Gerar, waar Isaak een vredesverdrag sluit met koning Abimelech. Isaak geeft Jakob de zegen die hij voor Esau bedoeld had. Jakob vlucht naar zijn oom Laban.

19 november 2028 (zondag)


naamRosj Chodesj Kislev
ToraNum. 28:1-15

25 november 2028 (sjabbat)


naamוַיֵּצֵא  (wajeetsée)
parasjaGen. 28:10-32:3
haftaraHosea 12:13-14:10 (Joël 2:26-27) (sefardim: Hosea 11:7-12:12)
NTJoh. 1:41-51
inhoudWajeetsee (“Hij ging uit”) opent met dat Jakob droomt van engelen die een ladder op en af gaan. Hij vervolgt daarna zijn reis naar het huis van zijn oom Laban. Tijdens jaren van dienstbaarheid trouwt Jakob met Labans dochters Lea en Rachel, en krijgt hij kinderen met hen en met hun slavinnen Bilha en Zilpa.

2 december 2028 (sjabbat)


naamוַיִּשְׁלַח  (wajisjlách)
parasjaGen. 32:4-36:43
haftaraHosea 11:7-12:12 (sefardim: Obadja 1:1-21)
of Obadja
NTMatt. 2:13-23
inhoudWajisjlach (“Hij zond”) volgt Jakob en zijn familie. Jakob worstelt aan de rivier Jabbok met raadselachtige figuur. Hij krijgt de naam Israël. Hij verzoent zich met zijn broer Esau. Jakobs dochter Dina wordt verkracht door een Chiwitische prins, en haar broers plunderen uit wraak een stad. Rachel sterft wanneer zij Jakobs jongste kind, Benjamin, ter wereld brengt.

9 december 2028 (sjabbat)


naamוַיֵּשֶׁב  (wajeesjev)
parasjaGen. 37:1-40:23
haftaraAmos 2:6-3:8
NTMatt. 1:18-25 / Joh. 10:22-28
inhoudWajeesjev (“Hij vestigde zich”) begint het verhaal van Jozef en beschrijft zijn rivaliteit met zijn broers, hoe die hem verkopen waardoor hij als slaaf in Egypte komt, hoe hij in gevangenschap raakt nadat de vrouw van zijn meester hem vals beschuldigt heeft omdat Jozef haar avances afwees. Het bevat ook het verhaal van Tamar, haar echtgenoten en haar schoonvader Juda.

13 december 2028 (woensdag)


naamChanoeka 1
ToraNum. 7:1-17

14 december 2028 (donderdag)


naamChanoeka 2
ToraNum. 7:18-29

15 december 2028 (vrijdag)


naamChanoeka 3
ToraNum. 7:24-35

16 december 2028 (sjabbat)


naamמִקֵּץ  (mikeets)
parasjaGen. 41:1-44:17
haftara1 Kon. 3:15-4:1
of Zach. 2:14-4:7
NTJoh. 10:22-28 / Luc. 24:13-29
inhoudMikeets (“Na verloop van tijd”) volgt Jozef terwijl hij de dromen van de farao uitlegt en opklimt tot onderkoning van Egypte. Wanneer Jozefs broers tijdens een hongersnood naar Egypte komen om voedsel te zoeken, beschuldigt Jozef hen van spionage. Hij eist dat zij terugkomen met hun jongste broer Benjamin. Jozef laat later een beker in Benjamins korenzak verstoppen. Benjamin lijkt de dief.

17 december 2028 (zondag)


naamChanoeka 5
ToraNum. 7:36-47

18 december 2028 (maandag)


naamChanoeka 6
ToraNum. 7:42-53

19 december 2028 (dinsdag)


naamChanoeka 7 (Rosj chodesj)
ToraNum. 28:1-15

20 december 2028 (woensdag)


naamChanoeka 8
ToraNum. 7:54-8:4

23 december 2028 (sjabbat)


naamוַיִּגַּשׁ  (wajigásj)
parasjaGen. 44:18-47:27
haftaraEzech. 37:15-28
NTLuc. 24:30-48
inhoudWajigasj (“Hij naderde”) opent met dat Juda Jozef smeekt Benjamin niet als gevangene vast te houden. Uiteindelijk maakt Jozef huilend en kussend zijn ware identiteit aan zijn broers bekend. De broers brengen Jakob vanuit Kanaän naar Egypte, en Jakob en zijn kinderen vestigen zich in Gosen. De parasja eindigt met dat Jozef het grootste deel van het land van Egypte opkoopt in ruil voor voedsel.

28 december 2028 (donderdag)


naamVastendag 10 Tevet
ToraEx. 32:11-34:10

30 december 2028 (sjabbat)


naamוַיְחִי  (wajechí)
parasjaGen. 47:28-50:26
haftara1 Kon. 2:1-12
NTJoh. 13:1-19
inhoudWajechi (“Hij leefde”) is het laatste gedeelte van het boek Genesis. Jakob bereidt zich voor op zijn dood laat zijn zoon Jozef zweren hem in de grot van Machpela te begraven. Jakob zegent de twee zonen van Jozef en zijn eigen twaalf zonen en sterft daarna. Jakobs zonen begraven hem. De parasja eindigt met de dood van Jozef.

6 januari 2029 (sjabbat)


naamשְׁמוֹת  (sjᵉmót)
parasjaEx. 1:1-6:1
haftaraJes. 27:6-28:13, Jes. 29:22-23 (sefardim: Jer. 1:1-2:3)
NTMatt. 2:1-12
inhoudSjemot (“Namen”) is de eerste lezing uit het boek Exodus. Het opent met een beschrijving van de slavernij van de Israëlieten in Egypte. Mozes wordt geboren, in een mandje op de Nijl gelegd en opgenomen in het huis van de farao. Later ontmoet Mozes God in een brandende braamstruik en begint hij zijn missie om van de farao te eisen dat hij de Israëlieten laat gaan.

13 januari 2029 (sjabbat)


naamוָאֵרָא  (wa’erá)
parasjaEx. 6:2-9:35
haftaraEzech. 28:25-29:21
NTLuc. 11:14-22
inhoudWa’era (“Ik verscheen”) opent met dat God belooft de tot slaaf gemaakte Israëlieten te verlossen en hen naar het Beloofde Land te brengen. Wanneer de farao herhaaldelijk weigert hen te laten gaan, zendt God een reeks plagen: water dat in bloed verandert, kikkers, luizen, wilde dieren, de dood van het vee, zweren en hagel.

17 januari 2029 (woensdag)


naamRosj Chodesj Sjevat
ToraNum. 28:1-15

20 januari 2029 (sjabbat)


naamבֹּא  (bo)
parasjaEx. 10:1-13:16
haftaraJer. 46:13-28
NTJoh. 19:31-37
inhoudBo (“Kom”) vertelt over de laatste drie plagen die God over de Egyptenaren brengt: sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. God gebiedt de Israëlieten een Pesachlam te offeren. Na de laatste plaag laten de farao en de Egyptenaren de Israëlieten graag vertrekken ne geven ze hen nog kostbaarheden mee.

27 januari 2029 (sjabbat)


naamבְּשַׁלַּח  (bᵉsjalàch)
parasjaEx. 13:17-17:16
haftaraRicht. 4:4-5:31 (sefardim: Richt. 5:1-31)
NTMatt. 14:22-33
inhoudBesjalach (“Toen hij liet gaan”) beschrijft de splijting van de Rode Zee en het lied dat de Israëlieten zingen wanneer zij zijn overgestoken. In de woestijn maakt God bitter water zoet, brengt hij het volk bij de oase Elim en voorziet Hij in manna en kwartels. De parasja eindigt met de overwinning van de Israëlieten op een aanval van de Amalekieten.

3 februari 2029 (sjabbat)


naamיִתְרוֹ  (Jitro)
parasjaEx. 18:1-20:23
haftaraJes. 6:1-7:6, Jes. 9:5-6 (sefardim: Jes. 6:1-13)
NTMatt. 19:16-26
inhoudJitro (“Jetro”) begint met dat Mozes opgezocht wordt door zijn schoonvader Jetro en diens advies aanneemt om rechters aan te stellen die helpen de Israëlieten te besturen. De Israëlieten bereiden zich voor op een ontmoeting met God bij de berg Sinaï. God daalt neer te midden van vuur, rook, donder en het geluid van een sjofar en geeft de Tien Geboden.

10 februari 2029 (sjabbat)


naamמִּשְׁפָּטִים  (misjpatíem)
parasjaEx. 21:1-24:18
haftaraJer. 34:8-22, Jer. 33:25-26
of 2 Kon. 12:1-17
NTMatt. 26:20-30 / Matt. 17:22-27
inhoudMisjpatiem (“Wetten”) noemt een reeks wetten van God die Mozes aan de Israëlieten doorgeeft. Daartoe behoren wetten over de behandeling van slaven, schadevergoeding, leningen, het terugbrengen van verloren eigendom, de sabbat, het sabbatsjaar, feestdagen en het vernietigen van afgoderij. De parasja eindigt met dat Mozes de berg Sinaï bestijgt en daar veertig dagen blijft.

15 februari 2029 (donderdag)


naamRosj Chodesj
ToraNum. 28:1-15

16 februari 2029 (vrijdag)


naamRosj Chodesj
ToraNum. 28:1-15

17 februari 2029 (sjabbat)


naamתְּרוּמָה  (tᵉroemá)
parasjaEx. 25:1-27:19
haftara1 Kon. 5:26-6:13
NTMarc. 12:35-44 / Matt. 6:14-29
inhoudTeroema (“Bijdrage”) opent met dat God Mozes opdraagt om ingezamelde materialen te verzamelen om een woonplaats voor God te bouwen, de Tabernakel. God beschrijft hoe de voorwerpen moeten worden gemaakt die de Tabernakel zullen vullen — waaronder de ark, de tafel, de menora en het offeraltaar — evenals de wanden en gordijnen van de Tabernakel.

24 februari 2029 (sjabbat)


naamתְּצַוֶּה  (tᵉtsavè)
parasjaEx. 27:20-30:10
haftaraEzech. 43:10-27
of 1 Sam. 15:2-34
NTMatt. 5:13-20 / Marc. 6:14-29
inhoudTetsavee (“Jij zult gebieden”) opent met dat God Mozes opdraagt Aäron en zijn zonen als priesters aan te stellen. God beschrijft hoe de priesterkleding moet worden gemaakt, hoe de priesters moeten worden geheiligd en offers gebracht tijdens de zeven dagen van inwijding van de Tabernakel, en hoe het gouden altaar moet worden gebouwd.

28 februari 2029 (woensdag)


naamVasten van Ester
ToraEx. 32:11-34:10

1 maart 2029 (donderdag)


naamPoerim
ToraEx. 17:8-16

2 maart 2029 (vrijdag)


naamSjoesjan Poerim
ToraEx. 17:8-16

3 maart 2029 (sjabbat)


naamכִּי תִשָּׂא  (ki tiessà)
parasjaEx. 30:11-34:35
haftara1 Kon. 18:1-39 (sefardim: 1 Kon. 18:20-39)
of Ezech. 36:16-38
NTMarc. 9:1-10 / Joh. 11:47-56
inhoudKi-tiessa (“Wanneer jij optilt”) opent wanneer God Mozes opdraagt van alle Israëlieten een bijdrage van een halve sikkel te innen en de Tabernakel, de voorwerpen erin en de priesters te zalven. Mozes daalt nu af en wordt geconfronteerd met hoe de Israëlieten een gouden kalf aanbidden. Hij breekt de stenen tafelen. Weer gaat hij de berg op. Daar smeekt hij God om vergeving. Hij keert terug met een tweede stel tafelen.

10 maart 2029 (sjabbat)


naamוַיַּקְהֵל - פקודי  (wajakheel - pᵉkoedé)
parasjaEx. 35:1-40:38
haftaraEzech. 45:16-46:18
NTLuc. 22:1-13
inhoudWajakheel (“Hij verzamelde”) opent met dat God de Israëlieten gebiedt de sabbat te onderhouden. Mozes vraagt om materiële bijdragen voor de bouw van de Tabernakel, en het volk geeft die. Een groep ambachtslieden, door God aangewezen, begint de Tabernakel en zijn voorwerpen te bouwen.
Pekudee (“Opsommingen van”) is de laatste lezing uit het boek Exodus. Het beschrijft de vervaardiging van de priesterlijke gewaden die in de Tabernakel worden gedragen en de voltooiing van de bouw ervan. Op Gods bevel richt Mozes de Tabernakel op en zet hij de voorwerpen op hun plaats, waarna Gods aanwezigheid de Tabernakel vervult.

17 maart 2029 (sjabbat)


naamוַיִּקְרָא  (wajikrá)
parasjaLev. 1:1-5:26
haftaraJes. 43:21-44:23
of 1 Sam. 15:2-34
NTMarc. 6:14-29 / Matt. 5:23-30
inhoudIn Wajikra (“Hij riep”), het eerste Tora-gedeelte in het boek Leviticus, vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel moeten worden gebracht. Daartoe behoren offers die volledig op het altaar worden verbrand, meeloffers van bloem en olie, vredeoffers en offers die worden gebracht voor onopzettelijke zonden.

24 maart 2029 (sjabbat)


naamצַו  (tsav)
parasjaLev. 6:1-8:36
haftaraJer. 7:21-8:3, Jer. 9:22-23
of Mal. 3:4-24
NTMatt. 9:13-25 / Matt. 17:9-13
inhoudIn Tsav (“Gebied!”), vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel worden gebracht, waaronder een meeloffer van de hogepriester, schuldoffers en dankoffers. Mozes wijdt Aäron en Aärons zonen in voor de priesterdienst in de Tabernakel.

30 maart 2029 (vrijdag)


naamVasten vanwege eerstgeborenen
ToraEx. 32:11-34:10

31 maart 2029 (sjabbat)


naamPesach 1 (sjabbat)
ToraEx. 12:21-51
haftaraJozua 5:2-6:1
NTJoh. 19:31-20:1

1 april 2029 (zondag)


naamPesach 2
ToraLev. 22:26-23:44
haftara2 Kon. 23:1-9, 2 Kon. 23:21-25
NTMarc. 16:1-8

2 april 2029 (maandag)


naamPesach ch’m 1
ToraEx. 13:1-16

3 april 2029 (dinsdag)


naamPesach ch’m 2
ToraEx. 22:24-23:19

4 april 2029 (woensdag)


naamPesach ch’m 3
ToraEx. 33:12-34:16

5 april 2029 (donderdag)


naamPesach ch’m 4
ToraNum. 9:1-14

6 april 2029 (vrijdag)


naamPesach 7
ToraEx. 13:17-15:26
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 20:1-14

7 april 2029 (sjabbat)


naamPesach 8 (sjabbat)
ToraDeut. 14:22-16:17
haftaraJes. 10:32-12:6
NTJoh. 20:15-20

14 april 2029 (sjabbat)


naamשְּׁמִינִי  (sjᵉminí)
parasjaLev. 9:1-11:47
haftara2 Sam. 6:1-7:17 (sefardim: 2 Sam. 6:1-19)
of Ezech. 36:16-38
NTJoh. 11:47-56 / Matt. 3:11-17
inhoudSjemini (“Achtste”) opent met de inwijding van de Tabernakel. Twee van Aärons zonen worden verteerd door een vuur dat door God wordt gezonden wanneer zij proberen met een “vreemd vuur” te offeren. God beschrijft de dieren, vogels en vissen die wel en niet gegeten mogen worden, evenals enkele wetten van rituele reinheid.

15 april 2029 (zondag)


naamRosj Chodesj Iar
ToraNum. 28:1-15

16 april 2029 (maandag)


naamRosj Chodesj Iar
ToraNum. 28:1-15

21 april 2029 (sjabbat)


naamתַזְרִיעַ - מְּצֹרָע  (tazría - mᵉtsorá)
parasjaLev. 12:1-15:33
haftara2 Kon. 7:3-20
of. Jes. 66:1-24
NTMarc. 9:40-50 / Luc. 2:22-35 & Marc. 1:35-45
inhoudTazria (“Zij draagt zaad”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces voor een vrouw na een bevalling. Daarna beschrijft het verschillende vormen van tzara’at (“melaatsheid/huidvraat”), een verkleuringsaandoening van huid of kleding, en de verplichting voor een besmet persoon om alleen buiten het kamp te wonen en door een priester te worden onderzocht.
Metzora (“Een met tzara’at besmette”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces en de bijbehorende offers voor iemand die met tzara’at is besmet, een verkleuringsaandoening van de huid. Daarna beschrijft het de behandeling van een huis dat met tzara’at is besmet en de rituele onreinheid die door bepaalde lichaamsvloeiingen ontstaat.

28 april 2029 (sjabbat)


naamאַחֲרֵי מוֹת - קְדשִׁים  (achᵃré mot - kᵉdosjiem)
parasjaLev. 16:1-20:27
haftaraAmos 9:7-15 (sefardim: Ezech. 20:2-20)
NTMatt. 15:10-20
inhoudAchree Mot (“Na de dood”) opent met een beschrijving van de rituele dienst van Jom Kipoer, de Grote Verzoendag. Daarna werkt het de verboden uit op het brengen van offers buiten de Tabernakel en op het eten van dierlijk bloed, en het eindigt met een lijst van verboden seksuele relaties.
Kedosjiem (“Heilig”) opent met de opdracht aan de Israëlieten om heilig te zijn. Het beschrijft tientallen wetten die alle aspecten van het leven regelen, waaronder het onderhouden van sjabbat, het liefhebben van de naaste en het laten liggen van delen van de oogst voor de armen. Het eindigt met een overzicht van straffen voor bepaalde vormen van afgoderij en seksueel wangedrag.

5 mei 2029 (sjabbat)


naamאֱמוֹר  (emór)
parasjaLev. 21:1-24:23
haftaraEzech. 44:15-31
NTMatt. 26:59-66, Matt. 26:64
inhoudEmor (“Zeg”) opent met wetten die het gedrag van priesters, het werken in de Tabernakel en het eten van offers en priesterlijk voedsel regelen. Het beschrijft de feestdagen Pesach, Sjawoeot (Wekenfeest), Rosj Hasjana (Nieuw jaar), Jom Kipoer (Grote Verzoendag) en Soekot (Loofhuttenfeest), en eindigt met een verhaal over een godslasteraar en zijn straf.

12 mei 2029 (sjabbat)


naamבְּהַר - בְּחֻקֹּתַי  (bᵉhár - bᵉchoekotai)
parasjaLev. 25:1-27:34
haftaraJer. 16:19-17:14
NTMatt. 16:20-28 / & Luc. 4:14-22
inhoudBehar (“Op de berg”) beschrijft de wetten van het sabbatsjaar (Sjemita), waarin het bewerken van het land verboden is en schulden worden kwijtgescholden. Ook worden wetten uiteengezet over dienstbaarheid en over het jubeljaar (Jovel), wanneer bezit terugkeert naar de oorspronkelijke eigenaar.
Bechukotai (“In mijn wetten”) is het laatste gedeelte uit het boek Leviticus. Het begint met de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die komen door hun ontheiliging. Het eindigt met wetten over geloften en de wijding van mensen en bezit.

15 mei 2029 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Sivan
ToraNum. 28:1-15

19 mei 2029 (sjabbat)


naamבְּמִדְבַּר  (bᵉmidbár)
parasjaNum. 1:1-4:20
haftaraHosea 2:1-22
of 1 Sam. 20:18-42
NTMatt. 4:1-17 / Matt. 24:29-36
inhoudBamidbar (“In de woestijn”) is het eerste gedeelte van het boek Numeri. Het beschrijft Gods bevel om een volkstelling te houden en geeft de kampopstelling van de Israëlieten in de woestijn weer. Ook begint het de verantwoordelijkheden van de Levieten op te sommen bij het vervoeren van de Tabernakel.

20 mei 2029 (zondag)


naamSjavoe’ot 1
ToraEx. 19:1-20:23
haftaraEzech. 1:1-28, Ezech. 3:12
NTHand. 2:1-21 / Joh. 4:10-24

21 mei 2029 (maandag)


naamSjavoe’ot 2
ToraDeut. 15:19-16:17
haftaraHab. 3:1-19
NTHand. 2:22-42

26 mei 2029 (sjabbat)


naamנָשׂא  (nasó)
parasjaNum. 4:21-7:89
haftaraRicht. 13:2-25
NTLuc. 1:11-20
inhoudNaso (“Houd een volkstelling”), de langste lezing uit de Tora, opent met een beschrijving van de verantwoordelijkheden van de Levieten. Het beschrijft ook de wetten over een vrouw die van overspel wordt verdacht, de nazireeër en de priesterzegen. De parasja eindigt met een opsomming van de gaven die de stamhoofden naar de Tabernakel brengen.

2 juni 2029 (sjabbat)


naamבְּהַעֲלֹתְךָ  (bᵉha’alótcha)
parasjaNum. 8:1-12:16
haftaraZach. 2:14-4:7
NTMatt. 14:14-21
inhoudBeha’alotcha (“Wanneer jij verheft”) opent met dat God Mozes opdraagt de Levieten in te wijden voor dienst in de Tabernakel. Het vertelt ook over mensen die om een tweede kans vragen om het Pesachoffer te brengen, over de klachten van de Israëlieten en hun straffen, en over een ziekte die Mirjam treft.

9 juni 2029 (sjabbat)


naamשְׁלַח־לְךָ  (sjᵉlách lᵉchá)
parasjaNum. 13:1-15:41
haftaraJozua 2:1-24
NTMatt. 10:1-14
inhoudShelach (“Zend”) vertelt het verhaal van Israëlitische verspieders die naar Kanaän trekken, het negatieve verslag dat zij terugbrengen en de straf die daardoor over de Israëlieten wordt uitgesproken: veertig jaar in de woestijn zwerven en daar sterven. Het eindigt met wetten over offers, het verhaal van een man die sjabbat ontheiligt en het gebod om rituele franjes te dragen.

13 juni 2029 (woensdag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

14 juni 2029 (donderdag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

16 juni 2029 (sjabbat)


naamקוֹרַח  (Kórach)
parasjaNum. 16:1-18:32
haftara1 Sam. 11:14-12:22
NTMatt. 26:13-24 / Joh. 19:1-17
inhoudKorach vertelt over de opstand van Korach (een neef van Mozes en Aäron), Datan, Aviram en hun 250 volgelingen. Sommigen van de opstandelingen worden door de aarde verzwolgen, anderen door vuur van God verteerd en weer anderen sterven aan een plaag. De parasja eindigt met een beschrijving van de gaven aan priesters en Levieten.

23 juni 2029 (sjabbat)


naamחֻקַּת  (choekat)
parasjaNum. 19:1-22:1
haftaraRicht. 11:1-33
NTJoh. 2:1-12 / 19:38-42
inhoudChoekat (“Instelling”) opent met een beschrijving van het verbranden van de rode vaars en het gebruik van haar as voor reiniging. Het vertelt ook de verhalen over de dood van Mirjam en Aäron, Mozes die op een rots slaat om water te laten komen, een plaag van giftige slangen en veldslagen tegen de Emoritische koningen Sichon en Og.

30 juni 2029 (sjabbat)


naamבָּלָק  (Balák)
parasjaNum. 22:2-25:9
haftaraMicha 5:6-6:8
NTMatt. 21:1-11
inhoudBalak vertelt het verhaal van de Moabitische koning Balak, die Bileam inhuurt om de Israëlieten te vervloeken. Onderweg spreekt de ezelin van Bileam. Uiteindelijk zégent Bileam de Israëlieten. De parasja eindigt met een verhaal over Israëlitische mannen die zondigen met Moabitische vrouwen en de doorsteking van een Israëliet en een Midjanitische vrouw.

1 juli 2029 (zondag)


naamVastendag in Tammoez
ToraEx. 32:11-34:10

7 juli 2029 (sjabbat)


naamפִּינְחָס  (Pinchas)
parasjaNum. 25:10-30:1
haftara1 Kon. 18:46-19:21
Jer. 1:1-2:3 (17 tammoez, diaspora)
NTJoh. 2:13-22
inhoudPinchas opent met Gods belofte van een “verbond van vrede” voor de ijveraar Pinchas. Er komt een volkstelling. De dochters van Tselofchad vragen om nieuwe wetten met betrekking tot erfenis – die komen er. God draagt Mozes op Jozua voor te bereiden op leiderschap, en God beschrijft de verschillende offers die dagelijks en bij bijzondere gelegenheden worden gebracht.

13 juli 2029 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Av
ToraNum. 28:1-15

14 juli 2029 (sjabbat)


naamמַּטּוֹת - מַסְעֵי  (matót - mas’ée)
parasjaNum. 30:2-36:13
haftaraJer. 2:4-28; 3:4 (sefardim: Jer. 2:4-28, Jer. 4:1-12)
NTMarc. 11:12-25 / Marc. 9:40-50
inhoudMatot (“Stammen”) opent met wetten over geloften. Het gaat verder met de oorlog van de Israëlieten tegen de Midjanieten en de verdeling van de buit. De stammen Ruben en Gad vragen buiten het land Israël te mogen wonen; Mozes stemt toe op voorwaarde dat zij helpen het land te veroveren.
Mas’ee (“Reizen”), het laatste gedeelte van het boek Numeri, opent met een lijst van plaatsen waar de Israëlieten in de woestijn zijn geweest. God gebiedt de Israëlieten de afgoderij in het land Israël te vernietigen, schetst de grenzen van Israël en geeft de wetten over vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers.

21 juli 2029 (sjabbat)


naamדְּבָרִים  (dᵉvariem)
parasjaDeut. 1:1-3:22
haftaraJes. 1:1-27
NTMatt. 24:1-22
inhoudDevariem (“Woorden”) is het eerste gedeelte van het boek Deuteronomium, het laatste boek van de Tora. Mozes herinnert aan gebeurtenissen tijdens de reis van de Israëlieten door de woestijn, zoals de aanstelling van rechters, de zonde van de verspieders en de oorlogen met de Emoritische koningen Sichon en Og.

22 juli 2029 (zondag)


naamVastendag 9 Av
ToraDeut. 4:25-40
haftaraJer. 8:13-9:23

28 juli 2029 (sjabbat)


naamוָאֶתְחַנַּן  (wa’etchanán)
parasjaDeut. 3:23-7:11
haftaraJes. 40:1-26
Shabbat Nachamu
NTLuc. 3:2-15
inhoudWa’etchanan (“Ik smeekte”) opent met dat Mozes beschrijft hoe hij God smeekte hem alsnog het land Israël binnen te laten gaan. Mozes waarschuwt de Israëlieten voor afgoderij en vertelt opnieuw over het geven van de Tien Geboden. De parasja bevat ook het Sjema (Hoor, Israël) – een geloofsverklaring en een zeer centrale tekst in het Joodse gebed.

4 augustus 2029 (sjabbat)


naamעֵקֶב  (ékev)
parasjaDeut. 7:12-11:25
haftaraJes. 49:14-51:3
NTMatt. 16:13-20
inhoudIn Ekev (“Als gevolg daarvan”) vermeldt Mozes gebeurtenissen die in de woestijn plaatsvonden, waaronder het manna, het gouden kalf en de dood van Aäron. Mozes beschrijft de zegeningen die God de Israëlieten zal schenken als zij Gods wet volgen en de straffen die zij zullen ondervinden als zij ongehoorzaam zijn.

11 augustus 2029 (sjabbat)


naamרְאֵה  (rᵉ’ée)
parasjaDeut. 11:26-16:17
haftaraJes. 54:11-55:5
of Jes. 66:1-24
NTMatt. 9:40-50 / Joh. 6:35-51
inhoudRe’ee (“Zie”) beschrijft een reeks wetten vooruitlopend op de intocht van de Israëlieten in het land Israël. Daartoe behoren de verplichting afgoderij te vernietigen, wetten over tienden en liefdadigheid, spijswetten, feestwetten en het verbod offers te brengen buiten de plaats die door God is aangewezen.

12 augustus 2029 (zondag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

18 augustus 2029 (sjabbat)


naamשׁוֹפְטִים  (sjoftíem)
parasjaDeut. 16:18-21:9
haftaraJes. 51:12-52:12
NTJoh. 14:9-20
inhoudSjofetiem (“Rechters”) bespreekt richtlijnen voor leiderschap, beginnend met een gebod om rechters aan te stellen en vervolgens wetten over koningen, priesters en profeten. Het beschrijft ook wetten met betrekking tot vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers, valse getuigen, oorlogvoering en de rite die wordt uitgevoerd in een geval van onopgeloste moord.

25 augustus 2029 (sjabbat)


naamכִּי־תֵצֵא  (ki teetsée)
parasjaDeut. 21:10-25:19
haftaraJes. 54:1-10
NTMatt. 24:29-42
inhoudKi teetzee (“Wanneer jij uitgaat”) bevat talrijke wetten, meer dan in enig ander Tora-gedeelte voorkomen. Daartoe behoren wetten over de behandeling van een krijgsgevangen vrouw, het terugbrengen van verloren voorwerpen, verboden vermengingen, het bouwen van een borstwering op het dak, verkrachting, onderpand en het loon van arbeiders.

1 september 2029 (sjabbat)


naamכִּי־תָבוֹא  (ki tavó)
parasjaDeut. 26:1-29:8
haftaraJes. 60:1-22
NTMatt. 4:13-24
inhoudKi tavo (“Wanneer jij komt”) opent met een beschrijving van de ceremonie van het offeren van de eerstelingen (bikkoeriem) en de verklaring die wordt afgelegd na voltooiing van het afdragen van de tienden. Het sluit af met een gedetailleerde beschrijving van de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die gepaard gaan met hun ontheiliging.

8 september 2029 (sjabbat)


naamנִצָּבִים  (nitsavíem)
parasjaDeut. 29:9-30:20
haftaraJes. 61:10-63:9
NTJoh. 12:41-50
inhoudIn Nitzaviem (“Staande”) spreekt Mozes de Israëlieten toe en benadrukt hij het belang van trouw aan Gods verbond en van het niet vereren van andere goden. Hij beschrijft het proces van berouw en terugkeer tot God en benadrukt dat Gods geboden uitvoerbaar zijn en “niet in de hemel” zijn.

10 september 2029 (maandag)


naamRosj Hasjana 1
ToraGen. 21:1-34
en ook: Num. 29:1-6
haftara1 Sam. 1:1-2:10
NTMatt. 24:29-36

11 september 2029 (dinsdag)


naamRosj Hasjana 2
ToraGen. 22:1-24
en ook: Num. 29:1-6
haftaraJer. 31:1-19
NTLuc. 1:39-55

12 september 2029 (woensdag)


naamVastendag van Gedalja
ToraEx. 32:11-34:10

15 september 2029 (sjabbat)


naamוַיֵּלֶךְ  (wajéleech)
parasjaDeut. 31:1-30
haftaraHosea 14:2-10, Micha 7:18-20, Joël 2:15-27
op Shabbat Shuva, anders Jes. 61:10-63:9
NTMatt. 18:21-35
inhoudWajeelech (“Hij ging”) opent met dat Mozes de Israëlieten vertelt dat híj hen niet het land Israël in zal leiden maar dat Jozua het zal overnemen. Hij draagt de Israëlieten op zich elke zeven jaar te verzamelen en de Tora openbaar te lezen. Gods gebiedt Mozes een lied te maken dat getuigt van Gods verbond met de Israëlieten en van Israëls ongehoorzaamheid.

19 september 2029 (woensdag)


naamJom Kipoer a.m.
ToraLev. 16:1-34
en ook: Num. 29:7-11
haftaraJes. 57:14-58:14
NTMatt. 25:31-46

naamJom Kipoer p.m.
ToraLev. 18:1-30
en ook: Num. 29:7-11
haftaraJona 1-4, Micha 7:18-20

22 september 2029 (sjabbat)


naamהַאֲזִינוּ  (ha’ᵃzínoe)
parasjaDeut. 32:1-52
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 6:26-35 / Matt. 18:21-35 / 21:33-46
inhoudHa’azienu (“Luister”) begint met het lied van Mozes waarin hij God prijst en de zonden van de Israëlieten aankondigt. Hij beschrijft de tegenslagen die de Israëlieten zullen treffen en de schade die God uiteindelijk hun onderdrukkers zal toebrengen. De parasja eindigt met dat God Mozes opdraagt de berg Nebo te beklimmen, waar hij zal sterven.

24 september 2029 (maandag)


naamSoekot 1
ToraLev. 22:26-23:44
en ook: Num. 29:12-16
haftaraZach. 14:1-21
NTLuc. 2:1-20

25 september 2029 (dinsdag)


naamSoekot 2
ToraLev. 22:26-23:44
en ook: Num. 29:12-16
haftara1 Kon. 8:2-21
NTJoh. 7:1-10

26 september 2029 (woensdag)


naamSoekot ch’m 1
ToraNum. 29:17-22

27 september 2029 (donderdag)


naamSoekot ch’m 2
ToraNum. 29:20-25

28 september 2029 (vrijdag)


naamSoekot ch’m 3
ToraNum. 29:23-28

29 september 2029 (sjabbat)


naamSoekot (sjabbat)
ToraEx. 33:12-34:26
haftaraEzech. 38:18-39:16

30 september 2029 (zondag)


naamSoekot Hosjana Raba
ToraNum. 29:26-34

1 oktober 2029 (maandag)


naamSjmini atsèrèt
ToraDeut. 14:22-16:17
en ook: Num. 29:35-20:1
haftara1 Kon. 8:54-66
NTLuc. 2:21-32

2 oktober 2029 (dinsdag)


naamSimchat Tora
ToraDeut. 33:1-34:12, Gen. 1:1-2:3
en ook: Num. 29:35-20:1
haftaraJozua 1:1-18

6 oktober 2029 (sjabbat)


naamבְּרֵאשִׁית  (bᵉreesjíet)
parasjaGen. 1:1-6:8
haftaraJes. 42:5-43:10 (sefardim: Jes. 42:5-21)
NTJoh. 1:1-17
inhoudBereesjiet (“In het begin”), de eerste parasja in de jaarlijkse cyclus van de Toralezing, begint met hoe God alles schiep. De eerste mensen, Adam en Eva, eten van de Boom van Kennis en worden uit de Hof van Eden verdreven. Hun oudste zoon, Kaïn, doodt zijn broer Abel, en zal voortaan een zwervend bestaan moeten leiden. Er volgen twee geslachtsregisters, die parallellen vertonen.

9 oktober 2029 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Chesjvan
ToraNum. 28:1-15

10 oktober 2029 (woensdag)


naamRosj Chodesj Chesjvan
ToraNum. 28:1-15

13 oktober 2029 (sjabbat)


naamנֹחַ  (Noach)
parasjaGen. 6:9-11:32
haftaraJes. 54:1-55:5 (sefardim: Jes. 54:1-10)
NTLuc. 17:20-27
inhoudNoach (“Noach”) begint met Gods besluit de mensheid door een zondvloed te vernietigen. Op Gods bevel bouwt Noach een ark, waarin hij, zijn familie en uitgekozen dieren de vloed overleven. Na de vloed sluit God een verbond met de mensen. De kinderen van Noach krijgen op hun beurt kinderen, en verschillende generaties ontwikkelen zich. Ze willen een hemelhoge toren bouwen, maar dan verwart God hun taal en blijft de Toren van Babel onaf.

20 oktober 2029 (sjabbat)


naamלֶךְ־לְךָ  (lech lᵉcha)
parasjaGen. 12:1-17:27
haftaraJes. 40:27-41:16
NTJoh. 8:51-58
inhoudLech Lecha (“Ga uit”) vertelt over hoe God begon tot Abram te spreken, en hoe deze in geloof en gehoorzaamheid op reis ging naar Kanaän, met o.a. zijn neef Lot. Verder over hoe Abram door een hongersnood in Egypte beland, hoe Abram en Lot uiteengaan; hoe Abram Lot en zijn stadgenoten bevrijdt; hoe Abram een zoon krijgt – Israël – via Hagar; hoe God hem de naam Abraham geeft en een verbond met hem en zijn nakomelingen sluit, en daarbij gebiedt om – ook voortaan – alle mannen van zijn huis te besnijden.

27 oktober 2029 (sjabbat)


naamוַיֵּרָא  (wajerá)
parasjaGen. 18:1-22:24
haftara2 Kon. 4:1-37 (sefardim: 2 Kon. 4:1-23)
NTLuc. 17:28-37
inhoudWayera (“Hij verscheen”) opent met dat Abraham drie bijzondere gasten ontvangt die vertellen dat Sara zal bevallen. Ondanks Abrahams pogingen om God op andere gedachten te brengen, vernietigt God de steden Sodom en Gomorra. Lots familie wordt deels en ternauwernood gespaard. Sara baart Isaak, en Abraham stuurt Hagar en Ismaël weg. Op Gods bevel bereidt Abraham zich voor om Isaak te offeren, maar een engel van God zegt hem te stoppen. In plaats van zijn zoon offert Abraham dan een ram.

3 november 2029 (sjabbat)


naamחַיֵּי שָֹרָה  (chayee Sara)
parasjaGen. 23:1-25:18
haftara1 Kon. 1:1-31
NTJoh. 4:3-14
inhoudChajee Sara (“Het leven van Sara”) opent met Sara’s dood. Abraham koopt de grot van Machpela om haar daar te begraven. Hij stuurt zijn dienaar Eliëzer eropuit om een vrouw voor Isaak te vinden. De dienaar ontmoet Rebekka bij een bron, en Rebekka gaat met hem mee om met Isaak te trouwen. Abraham hertrouwt, krijgt meer kinderen en sterft op 175-jarige leeftijd.

8 november 2029 (donderdag)


naamRosj Chodesj Kislev
ToraNum. 28:1-15

10 november 2029 (sjabbat)


naamתּוֹלְדוֹת  (tolᵉdót)
parasjaGen. 25:19-28:9
haftaraMal. 1:1-2:7
NTMatt. 10:21-38
inhoudToledot (“Generaties”) opent met de geboorte van de tweeling van Isaak en Rebekka, Jakob en Esau. Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht aan Jakob in ruil voor soep. Isaak en Rebekka reizen naar Gerar, waar Isaak een vredesverdrag sluit met koning Abimelech. Isaak geeft Jakob de zegen die hij voor Esau bedoeld had. Jakob vlucht naar zijn oom Laban.

17 november 2029 (sjabbat)


naamוַיֵּצֵא  (wajeetsée)
parasjaGen. 28:10-32:3
haftaraHosea 12:13-14:10 (Joël 2:26-27) (sefardim: Hosea 11:7-12:12)
NTJoh. 1:41-51
inhoudWajeetsee (“Hij ging uit”) opent met dat Jakob droomt van engelen die een ladder op en af gaan. Hij vervolgt daarna zijn reis naar het huis van zijn oom Laban. Tijdens jaren van dienstbaarheid trouwt Jakob met Labans dochters Lea en Rachel, en krijgt hij kinderen met hen en met hun slavinnen Bilha en Zilpa.

24 november 2029 (sjabbat)


naamוַיִּשְׁלַח  (wajisjlách)
parasjaGen. 32:4-36:43
haftaraHosea 11:7-12:12 (sefardim: Obadja 1:1-21)
of Obadja
NTMatt. 2:13-23
inhoudWajisjlach (“Hij zond”) volgt Jakob en zijn familie. Jakob worstelt aan de rivier Jabbok met raadselachtige figuur. Hij krijgt de naam Israël. Hij verzoent zich met zijn broer Esau. Jakobs dochter Dina wordt verkracht door een Chiwitische prins, en haar broers plunderen uit wraak een stad. Rachel sterft wanneer zij Jakobs jongste kind, Benjamin, ter wereld brengt.

1 december 2029 (sjabbat)


naamוַיֵּשֶׁב  (wajeesjev)
parasjaGen. 37:1-40:23
haftaraAmos 2:6-3:8
NTMatt. 1:18-25 / Joh. 10:22-28
inhoudWajeesjev (“Hij vestigde zich”) begint het verhaal van Jozef en beschrijft zijn rivaliteit met zijn broers, hoe die hem verkopen waardoor hij als slaaf in Egypte komt, hoe hij in gevangenschap raakt nadat de vrouw van zijn meester hem vals beschuldigt heeft omdat Jozef haar avances afwees. Het bevat ook het verhaal van Tamar, haar echtgenoten en haar schoonvader Juda.

2 december 2029 (zondag)


naamChanoeka 1
ToraNum. 7:1-17

3 december 2029 (maandag)


naamChanoeka 2
ToraNum. 7:18-29

4 december 2029 (dinsdag)


naamChanoeka 3
ToraNum. 7:24-35

5 december 2029 (woensdag)


naamChanoeka 4
ToraNum. 7:30-41

6 december 2029 (donderdag)


naamChanoeka 5
ToraNum. 7:36-47

7 december 2029 (vrijdag)


naamChanoeka 6
ToraNum. 7:42-53

8 december 2029 (sjabbat)


naamמִקֵּץ  (mikeets)
parasjaGen. 41:1-44:17
haftara1 Kon. 3:15-4:1
of Zach. 2:14-4:7
NTJoh. 10:22-28 / Luc. 24:13-29
inhoudMikeets (“Na verloop van tijd”) volgt Jozef terwijl hij de dromen van de farao uitlegt en opklimt tot onderkoning van Egypte. Wanneer Jozefs broers tijdens een hongersnood naar Egypte komen om voedsel te zoeken, beschuldigt Jozef hen van spionage. Hij eist dat zij terugkomen met hun jongste broer Benjamin. Jozef laat later een beker in Benjamins korenzak verstoppen. Benjamin lijkt de dief.

9 december 2029 (zondag)


naamChanoeka 8
ToraNum. 7:54-8:4

15 december 2029 (sjabbat)


naamוַיִּגַּשׁ  (wajigásj)
parasjaGen. 44:18-47:27
haftaraEzech. 37:15-28
NTLuc. 24:30-48
inhoudWajigasj (“Hij naderde”) opent met dat Juda Jozef smeekt Benjamin niet als gevangene vast te houden. Uiteindelijk maakt Jozef huilend en kussend zijn ware identiteit aan zijn broers bekend. De broers brengen Jakob vanuit Kanaän naar Egypte, en Jakob en zijn kinderen vestigen zich in Gosen. De parasja eindigt met dat Jozef het grootste deel van het land van Egypte opkoopt in ruil voor voedsel.

16 december 2029 (zondag)


naamVastendag 10 Tevet
ToraEx. 32:11-34:10

22 december 2029 (sjabbat)


naamוַיְחִי  (wajechí)
parasjaGen. 47:28-50:26
haftara1 Kon. 2:1-12
NTJoh. 13:1-19
inhoudWajechi (“Hij leefde”) is het laatste gedeelte van het boek Genesis. Jakob bereidt zich voor op zijn dood laat zijn zoon Jozef zweren hem in de grot van Machpela te begraven. Jakob zegent de twee zonen van Jozef en zijn eigen twaalf zonen en sterft daarna. Jakobs zonen begraven hem. De parasja eindigt met de dood van Jozef.

29 december 2029 (sjabbat)


naamשְׁמוֹת  (sjᵉmót)
parasjaEx. 1:1-6:1
haftaraJes. 27:6-28:13, Jes. 29:22-23 (sefardim: Jer. 1:1-2:3)
NTMatt. 2:1-12
inhoudSjemot (“Namen”) is de eerste lezing uit het boek Exodus. Het opent met een beschrijving van de slavernij van de Israëlieten in Egypte. Mozes wordt geboren, in een mandje op de Nijl gelegd en opgenomen in het huis van de farao. Later ontmoet Mozes God in een brandende braamstruik en begint hij zijn missie om van de farao te eisen dat hij de Israëlieten laat gaan.

5 januari 2030 (sjabbat)


naamוָאֵרָא  (wa’erá)
parasjaEx. 6:2-9:35
haftaraEzech. 28:25-29:21
NTLuc. 11:14-22
inhoudWa’era (“Ik verscheen”) opent met dat God belooft de tot slaaf gemaakte Israëlieten te verlossen en hen naar het Beloofde Land te brengen. Wanneer de farao herhaaldelijk weigert hen te laten gaan, zendt God een reeks plagen: water dat in bloed verandert, kikkers, luizen, wilde dieren, de dood van het vee, zweren en hagel.

12 januari 2030 (sjabbat)


naamבֹּא  (bo)
parasjaEx. 10:1-13:16
haftaraJer. 46:13-28
NTJoh. 19:31-37
inhoudBo (“Kom”) vertelt over de laatste drie plagen die God over de Egyptenaren brengt: sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. God gebiedt de Israëlieten een Pesachlam te offeren. Na de laatste plaag laten de farao en de Egyptenaren de Israëlieten graag vertrekken ne geven ze hen nog kostbaarheden mee.

19 januari 2030 (sjabbat)


naamבְּשַׁלַּח  (bᵉsjalàch)
parasjaEx. 13:17-17:16
haftaraRicht. 4:4-5:31 (sefardim: Richt. 5:1-31)
NTMatt. 14:22-33
inhoudBesjalach (“Toen hij liet gaan”) beschrijft de splijting van de Rode Zee en het lied dat de Israëlieten zingen wanneer zij zijn overgestoken. In de woestijn maakt God bitter water zoet, brengt hij het volk bij de oase Elim en voorziet Hij in manna en kwartels. De parasja eindigt met de overwinning van de Israëlieten op een aanval van de Amalekieten.

26 januari 2030 (sjabbat)


naamיִתְרוֹ  (Jitro)
parasjaEx. 18:1-20:23
haftaraJes. 6:1-7:6, Jes. 9:5-6 (sefardim: Jes. 6:1-13)
NTMatt. 19:16-26
inhoudJitro (“Jetro”) begint met dat Mozes opgezocht wordt door zijn schoonvader Jetro en diens advies aanneemt om rechters aan te stellen die helpen de Israëlieten te besturen. De Israëlieten bereiden zich voor op een ontmoeting met God bij de berg Sinaï. God daalt neer te midden van vuur, rook, donder en het geluid van een sjofar en geeft de Tien Geboden.

2 februari 2030 (sjabbat)


naamמִּשְׁפָּטִים  (misjpatíem)
parasjaEx. 21:1-24:18
haftaraJer. 34:8-22, Jer. 33:25-26
of 2 Kon. 12:1-17
NTMatt. 26:20-30 / Matt. 17:22-27
inhoudMisjpatiem (“Wetten”) noemt een reeks wetten van God die Mozes aan de Israëlieten doorgeeft. Daartoe behoren wetten over de behandeling van slaven, schadevergoeding, leningen, het terugbrengen van verloren eigendom, de sabbat, het sabbatsjaar, feestdagen en het vernietigen van afgoderij. De parasja eindigt met dat Mozes de berg Sinaï bestijgt en daar veertig dagen blijft.

3 februari 2030 (zondag)


naamRosj Chodesj Adar
ToraNum. 28:1-15

4 februari 2030 (maandag)


naamRosj Chodesj Adar
ToraNum. 28:1-15

9 februari 2030 (sjabbat)


naamתְּרוּמָה  (tᵉroemá)
parasjaEx. 25:1-27:19
haftara1 Kon. 5:26-6:13
NTMarc. 12:35-44 / Matt. 6:14-29
inhoudTeroema (“Bijdrage”) opent met dat God Mozes opdraagt om ingezamelde materialen te verzamelen om een woonplaats voor God te bouwen, de Tabernakel. God beschrijft hoe de voorwerpen moeten worden gemaakt die de Tabernakel zullen vullen — waaronder de ark, de tafel, de menora en het offeraltaar — evenals de wanden en gordijnen van de Tabernakel.

16 februari 2030 (sjabbat)


naamתְּצַוֶּה  (tᵉtsavè)
parasjaEx. 27:20-30:10
haftaraEzech. 43:10-27
of 1 Sam. 15:2-34
NTMatt. 5:13-20 / Marc. 6:14-29
inhoudTetsavee (“Jij zult gebieden”) opent met dat God Mozes opdraagt Aäron en zijn zonen als priesters aan te stellen. God beschrijft hoe de priesterkleding moet worden gemaakt, hoe de priesters moeten worden geheiligd en offers gebracht tijdens de zeven dagen van inwijding van de Tabernakel, en hoe het gouden altaar moet worden gebouwd.

23 februari 2030 (sjabbat)


naamכִּי תִשָּׂא  (ki tiessà)
parasjaEx. 30:11-34:35
haftara1 Kon. 18:1-39 (sefardim: 1 Kon. 18:20-39)
of Ezech. 36:16-38
NTMarc. 9:1-10 / Joh. 11:47-56
inhoudKi-tiessa (“Wanneer jij optilt”) opent wanneer God Mozes opdraagt van alle Israëlieten een bijdrage van een halve sikkel te innen en de Tabernakel, de voorwerpen erin en de priesters te zalven. Mozes daalt nu af en wordt geconfronteerd met hoe de Israëlieten een gouden kalf aanbidden. Hij breekt de stenen tafelen. Weer gaat hij de berg op. Daar smeekt hij God om vergeving. Hij keert terug met een tweede stel tafelen.

2 maart 2030 (sjabbat)


naamוַיַּקְהֵל  (wajakheel)
parasjaEx. 35:1-38:20
haftara1 Kon. 7:40-50
NTMatt. 17:22-27
inhoudWajakheel (“Hij verzamelde”) opent met dat God de Israëlieten gebiedt de sabbat te onderhouden. Mozes vraagt om materiële bijdragen voor de bouw van de Tabernakel, en het volk geeft die. Een groep ambachtslieden, door God aangewezen, begint de Tabernakel en zijn voorwerpen te bouwen.

5 maart 2030 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Adar II
ToraNum. 28:1-15

6 maart 2030 (woensdag)


naamRosj Chodesj Adar II
ToraNum. 28:1-15

9 maart 2030 (sjabbat)


naamפְקוּדֵי  (pᵉkoedé)
parasjaEx. 38:21-40:38
haftara1 Kon. 7:51-8:21 (sefardim: 1 Kon. 7:40-50)
NTLuc. 16:1-13
inhoudPekudee (“Opsommingen van”) is de laatste lezing uit het boek Exodus. Het beschrijft de vervaardiging van de priesterlijke gewaden die in de Tabernakel worden gedragen en de voltooiing van de bouw ervan. Op Gods bevel richt Mozes de Tabernakel op en zet hij de voorwerpen op hun plaats, waarna Gods aanwezigheid de Tabernakel vervult.

16 maart 2030 (sjabbat)


naamוַיִּקְרָא  (wajikrá)
parasjaLev. 1:1-5:26
haftaraJes. 43:21-44:23
of 1 Sam. 15:2-34
NTMarc. 6:14-29 / Matt. 5:23-30
inhoudIn Wajikra (“Hij riep”), het eerste Tora-gedeelte in het boek Leviticus, vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel moeten worden gebracht. Daartoe behoren offers die volledig op het altaar worden verbrand, meeloffers van bloem en olie, vredeoffers en offers die worden gebracht voor onopzettelijke zonden.

18 maart 2030 (maandag)


naamVasten van Ester
ToraEx. 32:11-34:10

19 maart 2030 (dinsdag)


naamPoerim
ToraEx. 17:8-16

20 maart 2030 (woensdag)


naamSjoesjan Poerim
ToraEx. 17:8-16

23 maart 2030 (sjabbat)


naamצַו  (tsav)
parasjaLev. 6:1-8:36
haftaraJer. 7:21-8:3, Jer. 9:22-23
of Mal. 3:4-24
NTMatt. 9:13-25 / Matt. 17:9-13
inhoudIn Tsav (“Gebied!”), vertelt God Mozes over de offers die in de Tabernakel worden gebracht, waaronder een meeloffer van de hogepriester, schuldoffers en dankoffers. Mozes wijdt Aäron en Aärons zonen in voor de priesterdienst in de Tabernakel.

30 maart 2030 (sjabbat)


naamשְּׁמִינִי  (sjᵉminí)
parasjaLev. 9:1-11:47
haftara2 Sam. 6:1-7:17 (sefardim: 2 Sam. 6:1-19)
of Ezech. 36:16-38
NTJoh. 11:47-56 / Matt. 3:11-17
inhoudSjemini (“Achtste”) opent met de inwijding van de Tabernakel. Twee van Aärons zonen worden verteerd door een vuur dat door God wordt gezonden wanneer zij proberen met een “vreemd vuur” te offeren. God beschrijft de dieren, vogels en vissen die wel en niet gegeten mogen worden, evenals enkele wetten van rituele reinheid.

4 april 2030 (donderdag)


naamRosj Chodesj Nisan
ToraNum. 28:1-15

6 april 2030 (sjabbat)


naamתַזְרִיעַ  (tazría)
parasjaLev. 12:1-13:59
haftara2 Kon. 4:42-5:19
of Ezech. 45:16-46:18
NTLuc. 22:1-13
inhoudTazria (“Zij draagt zaad”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces voor een vrouw na een bevalling. Daarna beschrijft het verschillende vormen van tzara’at (“melaatsheid/huidvraat”), een verkleuringsaandoening van huid of kleding, en de verplichting voor een besmet persoon om alleen buiten het kamp te wonen en door een priester te worden onderzocht.

13 april 2030 (sjabbat)


naamמְּצֹרָע  (metsorá)
parasjaLev. 14:1-15:33
haftara2 Kon. 7:3-20
of Mal. 3:4-24
NTMatt. 17:9-13
inhoudMetzora (“Een met tzara’at besmette”) opent met een beschrijving van het reinigingsproces en de bijbehorende offers voor iemand die met tzara’at is besmet, een verkleuringsaandoening van de huid. Daarna beschrijft het de behandeling van een huis dat met tzara’at is besmet en de rituele onreinheid die door bepaalde lichaamsvloeiingen ontstaat.

17 april 2030 (woensdag)


naamVasten vanwege eerstgeborenen
ToraEx. 32:11-34:10

18 april 2030 (donderdag)


naamPesach 1
ToraEx. 12:21-51
haftaraJozua 5:2-6:1
of Jozua 3:5-7, Joz. 5:2-6:1, Joz. 6:27
NTJoh. 19:31-20:1

19 april 2030 (vrijdag)


naamPesach 2
ToraLev. 22:26-23:44
haftara2 Kon. 23:1-9, 2 Kon. 23:21-25
NTMarc. 16:1-8

20 april 2030 (sjabbat)


naamPesach (sjabbat)
ToraEx. 33:12-34:26
haftaraEzech. 37:1-14

21 april 2030 (zondag)


naamPesach ch’m 2
ToraEx. 22:24-23:19

22 april 2030 (maandag)


naamPesach ch’m 3
ToraEx. 33:12-34:16

23 april 2030 (dinsdag)


naamPesach ch’m 4
ToraNum. 9:1-14

24 april 2030 (woensdag)


naamPesach 7
ToraEx. 13:17-15:26
haftara2 Sam. 22:1-51
NTJoh. 20:1-14

25 april 2030 (donderdag)


naamPesach 8
ToraDeut. 15:19-16:17
haftaraJes. 10:32-12:6
NTJoh. 20:15-20

27 april 2030 (sjabbat)


naamאַחֲרֵי מוֹת  (acharé mot)
parasjaLev. 16:1-18:30
haftaraEzech. 22:1-19 (sefardim: Ezech. 22:1-16)
of 1 Sam. 20:18-42
NTMatt. 15:10-20
inhoudAchree Mot (“Na de dood”) opent met een beschrijving van de rituele dienst van Jom Kipoer, de Grote Verzoendag. Daarna werkt het de verboden uit op het brengen van offers buiten de Tabernakel en op het eten van dierlijk bloed, en het eindigt met een lijst van verboden seksuele relaties.

3 mei 2030 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Iar
ToraNum. 28:1-15

4 mei 2030 (sjabbat)


naamקְדשִׁים  (kᵉdosjíem)
parasjaLev. 19:1-20:27
haftaraAmos 9:7-15 (sefardim: Ezech. 20:2-20)
NTMatt. 12:28-34 / Luc. 17:1-10
inhoudKedosjiem (“Heilig”) opent met de opdracht aan de Israëlieten om heilig te zijn. Het beschrijft tientallen wetten die alle aspecten van het leven regelen, waaronder het onderhouden van sjabbat, het liefhebben van de naaste en het laten liggen van delen van de oogst voor de armen. Het eindigt met een overzicht van straffen voor bepaalde vormen van afgoderij en seksueel wangedrag.

11 mei 2030 (sjabbat)


naamאֱמוֹר  (emór)
parasjaLev. 21:1-24:23
haftaraEzech. 44:15-31
NTMatt. 26:59-66, Matt. 26:64
inhoudEmor (“Zeg”) opent met wetten die het gedrag van priesters, het werken in de Tabernakel en het eten van offers en priesterlijk voedsel regelen. Het beschrijft de feestdagen Pesach, Sjawoeot (Wekenfeest), Rosj Hasjana (Nieuw jaar), Jom Kipoer (Grote Verzoendag) en Soekot (Loofhuttenfeest), en eindigt met een verhaal over een godslasteraar en zijn straf.

18 mei 2030 (sjabbat)


naamבְּהַר  (bᵉhár)
parasjaLev. 25:1-26:2
haftaraJer. 32:6-27
NTLuc. 4:14-22
inhoudBehar (“Op de berg”) beschrijft de wetten van het sabbatsjaar (Sjemita), waarin het bewerken van het land verboden is en schulden worden kwijtgescholden. Ook worden wetten uiteengezet over dienstbaarheid en over het jubeljaar (Jovel), wanneer bezit terugkeert naar de oorspronkelijke eigenaar.

25 mei 2030 (sjabbat)


naamבְּחֻקֹּתַי  (bᵉchoekotai)
parasjaLev. 26:3-27:34
haftaraJer. 16:19-17:14
NTMatt. 16:20-28
inhoudBechukotai (“In mijn wetten”) is het laatste gedeelte uit het boek Leviticus. Het begint met de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die komen door hun ontheiliging. Het eindigt met wetten over geloften en de wijding van mensen en bezit.

1 juni 2030 (sjabbat)


naamבְּמִדְבַּר  (bᵉmidbár)
parasjaNum. 1:1-4:20
haftaraHosea 2:1-22
of 1 Sam. 20:18-42
NTMatt. 4:1-17 / Matt. 24:29-36
inhoudBamidbar (“In de woestijn”) is het eerste gedeelte van het boek Numeri. Het beschrijft Gods bevel om een volkstelling te houden en geeft de kampopstelling van de Israëlieten in de woestijn weer. Ook begint het de verantwoordelijkheden van de Levieten op te sommen bij het vervoeren van de Tabernakel.

2 juni 2030 (zondag)


naamRosj Chodesj Sivan
ToraNum. 28:1-15

7 juni 2030 (vrijdag)


naamSjavoe’ot 1
ToraEx. 19:1-20:23
haftaraEzech. 1:1-28, Ezech. 3:12
NTHand. 2:1-21 / Joh. 4:10-24

8 juni 2030 (sjabbat)


naamSjavoe’ot 2 (sjabbat)
ToraDeut. 14:22-16:17
haftaraHab. 3:1-19

15 juni 2030 (sjabbat)


naamנָשׂא  (nasó)
parasjaNum. 4:21-7:89
haftaraRicht. 13:2-25
NTLuc. 1:11-20
inhoudNaso (“Houd een volkstelling”), de langste lezing uit de Tora, opent met een beschrijving van de verantwoordelijkheden van de Levieten. Het beschrijft ook de wetten over een vrouw die van overspel wordt verdacht, de nazireeër en de priesterzegen. De parasja eindigt met een opsomming van de gaven die de stamhoofden naar de Tabernakel brengen.

22 juni 2030 (sjabbat)


naamבְּהַעֲלֹתְךָ  (bᵉha’alótcha)
parasjaNum. 8:1-12:16
haftaraZach. 2:14-4:7
NTMatt. 14:14-21
inhoudBeha’alotcha (“Wanneer jij verheft”) opent met dat God Mozes opdraagt de Levieten in te wijden voor dienst in de Tabernakel. Het vertelt ook over mensen die om een tweede kans vragen om het Pesachoffer te brengen, over de klachten van de Israëlieten en hun straffen, en over een ziekte die Mirjam treft.

29 juni 2030 (sjabbat)


naamשְׁלַח־לְךָ  (sjᵉlách lᵉchá)
parasjaNum. 13:1-15:41
haftaraJozua 2:1-24
NTMatt. 10:1-14
inhoudShelach (“Zend”) vertelt het verhaal van Israëlitische verspieders die naar Kanaän trekken, het negatieve verslag dat zij terugbrengen en de straf die daardoor over de Israëlieten wordt uitgesproken: veertig jaar in de woestijn zwerven en daar sterven. Het eindigt met wetten over offers, het verhaal van een man die sjabbat ontheiligt en het gebod om rituele franjes te dragen.

1 juli 2030 (maandag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

2 juli 2030 (dinsdag)


naamRosj Chodesj Tammoez
ToraNum. 28:1-15

6 juli 2030 (sjabbat)


naamקוֹרַח  (Kórach)
parasjaNum. 16:1-18:32
haftara1 Sam. 11:14-12:22
NTMatt. 26:13-24 / Joh. 19:1-17
inhoudKorach vertelt over de opstand van Korach (een neef van Mozes en Aäron), Datan, Aviram en hun 250 volgelingen. Sommigen van de opstandelingen worden door de aarde verzwolgen, anderen door vuur van God verteerd en weer anderen sterven aan een plaag. De parasja eindigt met een beschrijving van de gaven aan priesters en Levieten.

13 juli 2030 (sjabbat)


naamחֻקַּת - בָּלָק  (choekát - Balak)
parasjaNum. 19:1-25:9
haftaraMicha 5:6-6:8
NTMatt. 21:1-11
inhoudChoekat (“Instelling”) opent met een beschrijving van het verbranden van de rode vaars en het gebruik van haar as voor reiniging. Het vertelt ook de verhalen over de dood van Mirjam en Aäron, Mozes die op een rots slaat om water te laten komen, een plaag van giftige slangen en veldslagen tegen de Emoritische koningen Sichon en Og.
Balak vertelt het verhaal van de Moabitische koning Balak, die Bileam inhuurt om de Israëlieten te vervloeken. Onderweg spreekt de ezelin van Bileam. Uiteindelijk zégent Bileam de Israëlieten. De parasja eindigt met een verhaal over Israëlitische mannen die zondigen met Moabitische vrouwen en de doorsteking van een Israëliet en een Midjanitische vrouw.

18 juli 2030 (donderdag)


naamVastendag in Tammoez
ToraEx. 32:11-34:10

20 juli 2030 (sjabbat)


naamפִּינְחָס  (Pinchas)
parasjaNum. 25:10-30:1
haftara1 Kon. 18:46-19:21
Jer. 1:1-2:3 (17 tammoez, diaspora)
NTJoh. 2:13-22
inhoudPinchas opent met Gods belofte van een “verbond van vrede” voor de ijveraar Pinchas. Er komt een volkstelling. De dochters van Tselofchad vragen om nieuwe wetten met betrekking tot erfenis – die komen er. God draagt Mozes op Jozua voor te bereiden op leiderschap, en God beschrijft de verschillende offers die dagelijks en bij bijzondere gelegenheden worden gebracht.

27 juli 2030 (sjabbat)


naamמַּטּוֹת - מַסְעֵי  (matót - mas’ée)
parasjaNum. 30:2-36:13
haftaraJer. 2:4-28; 3:4 (sefardim: Jer. 2:4-28, Jer. 4:1-12)
NTMarc. 11:12-25 / Marc. 9:40-50
inhoudMatot (“Stammen”) opent met wetten over geloften. Het gaat verder met de oorlog van de Israëlieten tegen de Midjanieten en de verdeling van de buit. De stammen Ruben en Gad vragen buiten het land Israël te mogen wonen; Mozes stemt toe op voorwaarde dat zij helpen het land te veroveren.
Mas’ee (“Reizen”), het laatste gedeelte van het boek Numeri, opent met een lijst van plaatsen waar de Israëlieten in de woestijn zijn geweest. God gebiedt de Israëlieten de afgoderij in het land Israël te vernietigen, schetst de grenzen van Israël en geeft de wetten over vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers.

31 juli 2030 (woensdag)


naamRosj Chodesj Av
ToraNum. 28:1-15

3 augustus 2030 (sjabbat)


naamדְּבָרִים  (dᵉvariem)
parasjaDeut. 1:1-3:22
haftaraJes. 1:1-27
NTMatt. 24:1-22
inhoudDevariem (“Woorden”) is het eerste gedeelte van het boek Deuteronomium, het laatste boek van de Tora. Mozes herinnert aan gebeurtenissen tijdens de reis van de Israëlieten door de woestijn, zoals de aanstelling van rechters, de zonde van de verspieders en de oorlogen met de Emoritische koningen Sichon en Og.

8 augustus 2030 (donderdag)


naamVastendag 9 Av
ToraDeut. 4:25-40
haftaraJer. 8:13-9:23

10 augustus 2030 (sjabbat)


naamוָאֶתְחַנַּן  (wa’etchanán)
parasjaDeut. 3:23-7:11
haftaraJes. 40:1-26
Shabbat Nachamu
NTLuc. 3:2-15
inhoudWa’etchanan (“Ik smeekte”) opent met dat Mozes beschrijft hoe hij God smeekte hem alsnog het land Israël binnen te laten gaan. Mozes waarschuwt de Israëlieten voor afgoderij en vertelt opnieuw over het geven van de Tien Geboden. De parasja bevat ook het Sjema (Hoor, Israël) – een geloofsverklaring en een zeer centrale tekst in het Joodse gebed.

17 augustus 2030 (sjabbat)


naamעֵקֶב  (ékev)
parasjaDeut. 7:12-11:25
haftaraJes. 49:14-51:3
NTMatt. 16:13-20
inhoudIn Ekev (“Als gevolg daarvan”) vermeldt Mozes gebeurtenissen die in de woestijn plaatsvonden, waaronder het manna, het gouden kalf en de dood van Aäron. Mozes beschrijft de zegeningen die God de Israëlieten zal schenken als zij Gods wet volgen en de straffen die zij zullen ondervinden als zij ongehoorzaam zijn.

24 augustus 2030 (sjabbat)


naamרְאֵה  (rᵉ’ée)
parasjaDeut. 11:26-16:17
haftaraJes. 54:11-55:5
of Jes. 66:1-24
NTMatt. 9:40-50 / Joh. 6:35-51
inhoudRe’ee (“Zie”) beschrijft een reeks wetten vooruitlopend op de intocht van de Israëlieten in het land Israël. Daartoe behoren de verplichting afgoderij te vernietigen, wetten over tienden en liefdadigheid, spijswetten, feestwetten en het verbod offers te brengen buiten de plaats die door God is aangewezen.

29 augustus 2030 (donderdag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

30 augustus 2030 (vrijdag)


naamRosj Chodesj Eloel
ToraNum. 28:1-15

31 augustus 2030 (sjabbat)


naamשׁוֹפְטִים  (sjoftíem)
parasjaDeut. 16:18-21:9
haftaraJes. 51:12-52:12
NTJoh. 14:9-20
inhoudSjofetiem (“Rechters”) bespreekt richtlijnen voor leiderschap, beginnend met een gebod om rechters aan te stellen en vervolgens wetten over koningen, priesters en profeten. Het beschrijft ook wetten met betrekking tot vrijsteden voor onopzettelijke doodslagers, valse getuigen, oorlogvoering en de rite die wordt uitgevoerd in een geval van onopgeloste moord.

7 september 2030 (sjabbat)


naamכִּי־תֵצֵא  (ki teetsée)
parasjaDeut. 21:10-25:19
haftaraJes. 54:1-10
NTMatt. 24:29-42
inhoudKi teetzee (“Wanneer jij uitgaat”) bevat talrijke wetten, meer dan in enig ander Tora-gedeelte voorkomen. Daartoe behoren wetten over de behandeling van een krijgsgevangen vrouw, het terugbrengen van verloren voorwerpen, verboden vermengingen, het bouwen van een borstwering op het dak, verkrachting, onderpand en het loon van arbeiders.

14 september 2030 (sjabbat)


naamכִּי־תָבוֹא  (ki tavó)
parasjaDeut. 26:1-29:8
haftaraJes. 60:1-22
NTMatt. 4:13-24
inhoudKi tavo (“Wanneer jij komt”) opent met een beschrijving van de ceremonie van het offeren van de eerstelingen (bikkoeriem) en de verklaring die wordt afgelegd na voltooiing van het afdragen van de tienden. Het sluit af met een gedetailleerde beschrijving van de zegeningen die volgen op gehoorzaamheid aan Gods wetten en de vervloekingen die gepaard gaan met hun ontheiliging.

21 september 2030 (sjabbat)


naamנִצָּבִים - וַיֵּלֶךְ  (nitsavíem - wajéleech)
parasjaDeut. 29:9-31:30
haftaraJes. 61:10-63:9
NTJoh. 12:41-50
inhoudIn Nitzaviem (“Staande”) spreekt Mozes de Israëlieten toe en benadrukt hij het belang van trouw aan Gods verbond en van het niet vereren van andere goden. Hij beschrijft het proces van berouw en terugkeer tot God en benadrukt dat Gods geboden uitvoerbaar zijn en “niet in de hemel” zijn.
Wajeelech (“Hij ging”) opent met dat Mozes de Israëlieten vertelt dat híj hen niet het land Israël in zal leiden maar dat Jozua het zal overnemen. Hij draagt de Israëlieten op zich elke zeven jaar te verzamelen en de Tora openbaar te lezen. Gods gebiedt Mozes een lied te maken dat getuigt van Gods verbond met de Israëlieten en van Israëls ongehoorzaamheid.

- geen tekst gevonden -

✖