omhoog

Streven naar volmaaktheid?


Tekst:

Weest u dan volmaakt,
zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.
(Mattheüs 5:48, HSV)


In de Bergrede geeft Jezus aanwijzingen voor ons leven. Wat betekent de oproep ‘volmaakt’ te zijn? Dat doel kunnen wij immers nooit realiseren? Toch zegt Jezus: ‘Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is’ (Matth. 5:48). Het is goed om Joodse bronnen te raadplegen om na te gaan wat met deze uitspraak bedoeld kan zijn.


Mattheüs 5:48 is een moeilijke tekst, vooral voor christenen die hoge eisen aan zichzelf stellen. Herhaaldelijk blijkt dat we de hoogste normen niet halen. Daarom is begrijpelijk dat veel christenen met een boog om deze tekst heenlopen en zeggen: ‘Dat is toch niet mogelijk’. Zij benadrukken liever dat ze zondaars blijven tot hun laatste ademtocht.

Luther was erg somber over de Bergrede. Hij noemde de bepalingen nog erger dan de wetten van Mozes: ‘Mosissimus Moses’, wat zoveel betekent als ‘Mozes in het kwadraat’. De rede schetst volgens hem een onbereikbaar ideaal, vooral geschikt om ons onze zonden duidelijk te maken, waardoor wij de verlossing en genade van Christus nodig hebben. Maar is dat het doel van Jezus’ concrete onderwijs?

Hebreeuwse achtergrond

Volgens Mattheüs 5:1 neemt Jezus zijn discipelen mee een berg op en geeft Hij onderwijs. Daaruit blijkt dat het in het Koninkrijk van God anders toegaat dan in de wereld. Jezus begint met bemoedigingen en zaligsprekingen. Daarna klinken allerlei oproepen hoe met de medemensen om te gaan. Het hoofdstuk eindigt met de oproep ‘volmaakt’ te zijn. Deze vertaling is een weergave van het Griekse woord teleios: het gaat er om dat we een doel bereiken. Of het Evangelie naar Mattheüs nu wel of niet eerst in het Hebreeuws geschreven is, het is belangrijk te beseffen dat de Joodse lezers de Griekse woorden wel tegen die achtergrond lazen.

In onze tijd bestaan er twee verschillende ‘terugvertalingen’ van de tekst in het Hebreeuws. De ene vertaalt met de oproep temimiem te zijn, zoals de Vader tamiem is. De andere vertaalt met sjelemiem en met sjaleem.

Wanneer we het woord tamiem nagaan in het Oude Testament, valt op dat steeds heelheid en gaafheid bedoeld zijn. Een offerdier moet gaaf zijn en mag geen gebreken hebben (Ex. 12:5). Bij mensen gaat het om de houding van toewijding en eerlijkheid, zoals bij Noach: hij was een rechtvaardig en oprecht man onder zijn tijdgenoten (Gen. 6:9). En Abram krijgt de opdracht: ‘Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.’ (Gen. 17:1) Deze twee mannen waren groten in het Koninkrijk van God, en toch waren zij niet zondeloos. Ze waren gericht op God en aan Hem gehoorzaam.

In het Nieuwe Testament lezen we over Zacharias en Elizabeth die rechtvaardig voor God waren en onberispelijk wandelden volgens alle geboden en verordeningen (Luk. 1:6). Ze waren niet foutloos, maar wel toegewijd en gehoorzaam.

Het woord sjaleem levert een vergelijkbaar beeld op. In de boeken Koningen en Kronieken worden veel leiders beoordeeld op hun godsdienstige houding. Heel wat keren wordt de formulering ‘met een volkomen hart’ gebruikt. Met enige parallellen staat in 2 Kronieken 19:9 de opdracht van Josafat aan de rechters om ‘in de vreze van JHWH, in getrouwheid en met volkomen hart’ te handelen.

Slot van Mattheüs 5

Tegen deze achtergrond is het goed eens te kijken naar het slot van het eerste hoofdstuk van de Bergrede. Want waarom geeft Jezus de opdracht ‘volmaakt’ te zijn? Hij verstrekt concrete aanwijzingen voor ons leven. Als iemand jou beledigend op de rechterwang slaat, keer dan ook de linkerwang toe (vs. 39). En als iemand je dwingt één mijl te gaan, wees dan bereid ook een tweede mijl mee te gaan (vs. 40). Na deze aansporing vriendelijk te handelen en de minste te zijn, volgt een uitspraak over de houding tegenover vijanden. ‘Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en vervolgen’ (vs. 44). De Heiland heeft dit zelf ook in praktijk gebracht toen Hij bad om vergeving voor hen die Hem kruisigden.

Jezus geeft ook het doel aan van deze houding van vriendelijkheid: ‘Zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, die in de hemelen is’ (vs. 45). Het is dus de bedoeling dat we lijken op Hem.

Hoe gaat Hij om met mensen? ‘Hij laat zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Als Hij zo handelt, laten wij het dan ook doen.

Natuurlijk is het mogelijk je in een eigen kringetje terug te trekken. Dan help je alleen maar mensen die je aardig vindt, zoals de tollenaars doen (vs.46vv).

‘Dan’ in vers 48

Na deze verzen staat de oproep: Weest u dán volmaakt zoals uw Vader in de hemelen volmaakt is. Dán: op grond van wat genoemd is. Het gaat er dus om dat we het gedrag van de Vader, zoals in het voorafgaande beschreven is, gaan vertonen. Als de Vader zijn zon laat opgaan over slechte en goede mensen, en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen, toont Hij daarmee zijn liefde en goedheid. Dat gedrag behoren wij na te volgen.

In het verband gaat het dus niet over onze volmaaktheid en zondeloosheid, maar om het navolgen van het gedrag van de Vader naar anderen. De meeste Nederlandse vertalingen hebben ‘volmaakt’, maar de Willibrordvertaling heeft een weergave die beter past in het verband: ‘Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is.’ Het betreft dus de getoonde goedheid, en dat met een volkomen hart. Dit lijkt mij een goede weergave van de bedoelde heelheid en goedheid naar anderen. De bedoeling is dat wij volledig toegewijd zijn in het tonen van goedheid. Deze uitleg wordt bevestigd in Lukas 6. Daar staat: ‘Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is’ (6:36).

De discipelen die genade ontvangen hebben en God hun Vader mogen noemen, worden opgeroepen in de stijl van Gods koninkrijk te leven. Als ze horen bij God de Vader, laten ze dan zijn houding tonen!

Hulpmiddelen

Pinchas Lapide behandelt in zijn boekje De Bergrede — Utopie of program? ook deze tekst. Hij wijst de vertaling ‘volmaakt’ af en schrijft:

‘Maar in de Semitische invloedssfeer heeft het Griekse woord ‘teleios’ de betekenis van heelheid - als het tegendeel van de tweespalt, die ‘twee zielen in een borst’ herbergt en het daarom met zichzelf oneens is. Dit heelheidsbegrip (sjalem) behelst ook de sjalom (...) als een allesomvattende harmonie van de onverdeeldheid die in overeenstemming is met de eis van de onberispelijkheid en de reinheid des harten. Daaraan voldeden Noach, Abraham en Job, want zij waren zoals iemand als mens kan en moet zijn: heel en onverdeeld.’


Het slot van Mattheüs 5 roept in de meeste vertalingen veel vragen en zelfs onbegrip op. Door te letten op de Hebreeuwse achtergronden en door het raadplegen van Joodse deskundigen kunnen wij meermalen tot een beter begrip komen. Gelukkig dat steeds meer hulpmiddelen beschikbaar komen!



Gespreksvragen

  1. Naar aanleiding van de visie van Luther: Hoe vat u de Bergrede op?
  2. Maken concrete aansporingen tot een christelijke levenswandel u moedeloos? Zo ja, hoe kunt u hier anders mee omgaan?
  3. Wat vindt u van de voorgestelde vertaling van vers 48?


Prof. dr. M.J. Paul is onder meer hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.

dr. Mart-Jan Paul
Verbonden jrg. 65 nr. 4 (nov 2021)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden