omhoog

Jezus en Nicodemus. Een gesprek tussen joden

Enkele gedachten over Joh. 3:1-21


In hoofdstuk 3 van zijn evangelie maakt de apostel Johannes ons deelgenoot van een gesprek dat op een nacht tussen Jezus en Nicodemus plaats vond. In 21 verzen geeft hij althans de hoofdzaak weer van wat er die nacht tussen twee joden gezegd werd.


Het is een bekend Schriftgedeelte, dat we ditmaal willen lezen met het oog op de contacten die er in de laatste jaren zijn gekomen tussen de Kerk van Jezus Christus en de joden. Hoewel de joden voor het merendeel zeggen geen behoefte te hebben aan een theologische discussie, kunnen we toch als christenen veel leren van Jezus’ houding t.o.v. Zijn volksgenoten.


Mij zijn in elk geval de volgende zes aspecten opgevallen:


1. We lezen dat Nicodemus een Farizeeër was, een overste der joden. Hij was dus gevormd door de leraars van de meest nauwgezette richting, zoals Paulus het noemde (Hand. 26:5). De Farizeeërs hielden naast de schriftelijke overlevering (Tenach: Genesis - Zacharia), ook de mondelinge overlevering (de later zo genoemde Misjna) in ere. Nicodemus vertegenwoordigde slechts één richting binnen het jodendom van zijn dagen. De Sadduceeërs bijvoorbeeld, die geen opstanding der doden erkenden en van de geschreven traditie alleen de vijf boeken van Mozes (Tora), antwoordde de Heere Jezus alleen op grond van die boeken (zie Matt. 22:23-33)

Zo is het ook voor het gesprek met het huidige Israël belangrijk te beseffen wie we voor ons hebben. Eerste vereiste zal toch zijn dat we elkaars achtergrond zullen moeten leren kennen. In welke traditie staan wij? Dat voorkomt, of in elk geval: verkleint het gevaar van langs elkaar heen te praten.


2. Nicodemus kwam in de nacht. Daar is veel kwaad van gesproken door exegeten en predikanten. Maar is het nu echt zo onbegrijpelijk dat Nicodemus een wat diepgaander gesprek wil met Jezus zonder andere mensen erbij? Openlijke gedachtenwisselingen en confrontaties van meningen kunnen nuttig zijn, maar dringen de deelnemenden toch al gauw in een hoek waar ze eigenlijk niet willen zitten. En is het niet zo dat de echt persoonlijke beslissingen pas genomen worden nadat men de waarheid van dichterbij in een intieme ontmoeting heeft leren kennen? Informele individuele contacten tussen joden en Christenen zijn misschien belangrijker dan congressen, hoe nuttig en nodig die ook zijn.


3. Nicodemus wil met Jezus spreken op voet van gelijkheid als leraar. Hij begint het gesprek met te erkennen dat Jezus een leraar is, van God gekomen. Nicodemus kan niet om de duidelijke tekenen heen, die Jezus gedaan heeft. Deze erkenning betekent veel. Zij houdt op zijn minst in dat Nicodemus zeker ernstig zal overwegen wat deze leraar te zeggen heeft. Van Zijn kant erkent Jezus Nicodemus ook als zodanig: Zijt gij een leraar in Israël (vs. 10)? Dat was een eervolle betiteling, zeker niet sarcastisch of kleinerend bedoeld, al lag er wel een verwijt in deze vraag. We mogen uit deze wederzijdse erkenning wel opmaken dat die als zodanig een getuigend gesprek niet in de weg behoeft te staan. De vraag is echter wat we van elkaar erkennen, nu het niet meer om een intern joods gesprek gaat.


4. Al direct komt de Heere Jezus tot het meest wezenlijke. Hij spreekt over de wedergeboorte, die alleen het werk van God is. Het Griekse woord dat hier staat betekent vooral van boven. Tenzij dat iemand van Boven geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien

Is het Jezus’ fijngevoeligheid voor de joodse schroom om de heilige naam van God niet uit te spreken dat Hij die ook niet noemt? Ook dat respect kunnen wij van Hem leren.

In ieder geval stelt Hij het werk van de Heilige Geest als onmisbaar voor het juiste zicht op het Koninkrijk Gods. Dat geldt zowel voor joden als voor heidenen.


5. Jezus gaat dan het geheimenis van de wedergeboorte nader omschrijven. Dan vallen de woorden water en Geest. Nicodemus moet toch geweten hebben dat Ezechiël deze woorden gebruikte toen hij in zijn profetie (hoofdstuk 36) sprak over de komende heilstijd van Israël. De messiaanse tijd, die Israël zelf niet verdiend had en die de HEERE zeker niet omwille van Zijn volk zou doen aanbreken, maar alleen omwille van Zijn heilige Naam, Die Israël onder de volken ontheiligd had (vs. 22).

Het initiatief ligt alleen bij God, Die Zelf Israël uit al de landen zal halen en in het land terugbrengen (vs. 24). Dan zal Ik rein water op u sprengen en gij zult rein worden (vs. 25). En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u (vs. 27).

Dan stelt Jezus tegenover het menselijke wij weten van Nicodemus (vs. 2) Zijn eigen Wij weten (vs. 11): Wij spreken wat Wij weten en getuigen wat Wij gezien hebben. Hij komt inderdaad van God - maar dat houdt meer in dan Nicodemus bedoelde. Niemand is opgevaren naar de hemel dan Die uit de hemel nedergedaald is, namelijk de Zoon des mensen (vs. 13). Jezus is ook meer dan een leraar. En Hij is óók meer dan in welk messiaans verwachtingspatroon ooit is uitgedrukt. Hij gaat namelijk over de noodzakelijkheid van Zijn kruisdood spreken en verwijst Nicodemus naar Num. 21. Het murmurerende volk werd door een slangenplaag gestraft, maar wie gelovig op de koperen slang keek, bleef in leven. Jezus vergelijkt Zich met die verhoogde slang, die Israël van het oordeel des doods bevrijdde. Dát is Zijn messiaanse middelaarswerk!

Dan volgen die overbekende woorden het Evangelie in een notedop - over de liefde van God, Die Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. En voorts nog méér woorden over het behoud dat God wil en niet het oordeel dat over ongelovigen komt en reeds is (vs. 11, 18).

Tenslotte ook over het geestelijke verschil tussen het licht en de duisternis (vs. 19-21). Jezus’ laatste woorden tot Nicodemus in die donkere nacht waren: Wie de waarheid doet komt tot het licht, opdat van zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn. Die werken, houdt Hij de Farizeeër voor, zullen dus altijd met het geloof in Hem te maken hebben.


6. Hoe de uiteindelijke reactie van Nicodemus is op deze woorden lezen we niet. We vermoeden dat hij zwijgend en boordevol indrukken naar huis is gegaan. Wat is de betekenis van Jezus’ Persoon en werk voor het heil van Israël? En voor Nicodemus zelf? Later blijkt hij tot de sympathisanten van Jezus te behoren. Zie Joh. 7:51 en 19:39. Maar was hij een overtuigd belijder van Jezus als Heere, de van God gezonden Verlosser van Israël? Waren zijn werken in God gedaan (vs. 21)? Het blijft een open vraag en een oordeel komt ons niet toe.


We hebben als Christenen van Godswege de opdracht om trouw te blijven aan Zijn openbaring. De joden verwachten ook niet anders in een eerlijk gesprek. In zo’n gesprek met Israël zullen we de (oudtestamentische) Schriften, die we gemeenschappelijk hebben, als basis moeten nemen. Jezus heeft Zelf gezegd, dat die van Hem getuigen (Joh. 5:39, 46; Luk. 24:25-27).

Voor ons geldt dat wij ons ook in de ontmoeting met Israël volkomen afhankelijk hebben te weten van het werk van de Geest van Boven. En dat wij bij een eerlijk, getuigend gesprek de uitkomst daarvan aan Hem hebben over te laten.

Gespreksvragen:

  1. Welke mogelijkheden van gesprek met Israël kunnen er zijn? Aan welke gesprekspartners denkt u dan (aan joodse en Christelijke zijde)?
  2. Johannes tekent Nicodemus als een jood die komt vragen naar Jezus’ Persoon en betekenis. Komt deze luisterhouding bij de joden ook nu voor?
  3. Door welke oorzaken is de Kerk voor de joden niet aantrekkelijk? Waar zal desondanks het recht van spreken/ getuigen van de Kerk op gegrond zijn?
  4. Tot welke erkenning zijn wij als Kerk bereid als het gaat om het joodse volk en zijn godsdienst? Wat zijn punten van overeenkomst en verschil?

ds. Harry Rietveld
Vrede over Israël jrg. 32 nr. 1 (jan. 1988)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel