omhoog

Wedergeboren tot een levende hoop

N.a.v. 1 Petrus 1:3.


Bovenstaande woorden zijn woorden uit een loflied, waarmee Petrus zijn eerste brief begint. En een loflied moet je niet allereerst gaan ontleden en analyseren, maar vóór alles zingen, meezingen, want zo komt een loflied het meest tot zijn recht. De Kerk mag haar dichters dankbaar zijn als die dichters door hun werk de gemeente daarin dienstbaar zijn. Het neemt uiteraard niet weg dat het heel goed kan zijn je gedachten te laten gaan ook over een loflied, zeker als dat kan helpen des te beter het loflied mee te zingen.


In het Grieks is het hele gedeelte van vs. 3 t/m vs. 12 één zin. Men heeft daarom wel gesproken van een christelijke hymne in deze verzen; er zijn zelfs exegeten die spreken van een christelijk sjema. Het is niet helemaal onmogelijk dat Petrus gebruik gemaakt heeft van liturgische formuleringen die in de christelijke gemeente een plaats hadden gekregen.

Daarbij mag ons niet ontgaan dat de christelijke gemeente in bepaalde dingen aansloot bij de synagoge. Het jodendom kent vele lofprijzingen, waarbij o.a. te denken valt aan het zgn. Achttiengebed, een gebed dat drie maal per dag dient te worden uitgesproken. Het bevat achttien zegeningen, en in elk daarvan komt een lofprijzing voor: Geloofd zijt Gij Heer, met telkens een andere fundering voor de lofprijzing.


Hoezeer de vorm van de lofprijzing van 1 Petr. beïnvloed kan zijn door de synagoge, de inhoud van de lofprijzing is totaal anders dan de lofprijzingen zoals die in het jodendom aanwezig waren. In het loflied van 1 Petr. 1 wordt God geprezen, en God is de Vader van onze Here Jezus Christus. God die naar zijn grote barmhartigheid ons heeft doen wedergeboren worden door de opstanding van Jezus Christus tot een levende hoop. Die opstanding van Jezus Christus is zo belangrijk, zo diepingrijpend, dat als je dat gelooft, echt gelooft, je leven daardoor verandert. Het maakt heel je bestaan anders. Je wordt er een ander mens van, je wordt er een nieuw mens van. Heel je leven, heel je bestaan gaat er daardoor anders uitzien, je bestaan verandert er compleet door, je verandert er zelf compleet door. Dát is wat het woord wedergeboorte wil aangeven. Dát is de betekenis van de opstanding van Jezus Christus.


Het mag opvallend heten dat het woord wedergeboorte niet van joodse oorsprong is. Het hebreeuws heeft er geen woord voor. Het is afkomstig uit het algemene Griekse spraakgebruik en krijgt binnen het christelijk geloof een heel eigen betekenis. Een christen is iemand die anders is geworden. Daaraan voorbijgaan is tekort doen aan het christelijk geloof. Het gaat er in het christelijk geloof niet om dat mensen een beetje veranderen, een beetje bijgeschaafd worden, wat mooier gemaakt worden door een vernisje; de verandering wil fundamenteel zijn.

Het is heel opvallend dat juist door de Opstanding van Jezus Christus die volledige verandering bewerkt wordt. Petrus geeft ook aan waarin mensen dan veranderen. Ze worden een levende hoop. Het is geen ijdele hoop, het is geen lege hoop, maar het is levende hoop, hoop die echt doet leven en die ook echt leeft. Mensen worden daardoor mensen van de hoop. Dat alles doet de opstanding van Jezus Christus. En het is het Evangelie van Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heer, waardoor die radicale verandering plaatsvindt. Zo zegt Petrus het aan het einde van het eerste hoofdstuk: wedergeboren, en niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.


Het betekent niets minder dan dat het gesprek met Israël rondom dat Woord dient plaats te vinden. Het gaat erom met en in Israël zó de Schriften te lezen dat de klaarblijkelijkheid van wat op Hem betrekking had (Hand. 17:25) gezien en erkend worde (Taakomschrijving Israëlwerker).


We mogen er daarbij niet aan voorbijgaan, dat hoop iets is wat we in zeer sterke mate onder Israël aantreffen. Daarvan kan het lezen van joodse literatuur telkens weer overtuigen. Het is voor een deel ook hoop geweest, waardoor Israël gedaan heeft wat het heeft gedaan. De joodse hoogleraar in de pedagogie Lea Dasberg laat in haar boekje Pedagogie van de hoop voelen en merken hoezeer ook in Israël de hoop leeft. Die wetenschap hoeft er geen aanleiding toe te zijn dat de christelijke gemeente het geheel eigene van haar hoop dient in te slikken. En het geheel eigene van die hoop is dat het gebaseerd is op wat in Jezus Christus is gebeurd. Hij is opgestaan uit de doden, en daarmee is niets minder dan de dóód de doodssteek toegebracht. En dat brengt de lofzang op gang. Die lofzang mogen we laten horen, ook richting Israël.


Bezingt Gods lof als nooit tevoren

gij die naar zijn barmhartigheid

in Christus wederomgeboren

ten leven uitverkoren zijt

die hoop steekt onze vreugde aan:

de Heer is waarlijk opgestaan.

(Lied 27 bundel Schriftberijmingen.)

Gespreksvragen:

  1. Kan het goed zijn voor het gesprek met Israël op het spoor te komen van dingen die we met elkaar gemeen hebben?
  2. Is er verschil tussen de hoop die in Israël aanwezig is en de hoop zoals die leeft in de christelijke gemeente?
  3. Is het geheel eigene van de hoop van de christenen merkbaar en zichtbaar in de christelijke gemeente?
  4. Is de lofprijzing iets wat vruchtbaar is binnen het contact met Israël, m.a.w. kan de lofprijzing van de christelijke gemeente aanstekelijk werken?

ds. Kees van Atten
Vrede over Israël jrg. 32 nr. 2 (april 1988)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel