pijl omhoog

Hebreeuws als spreektaal


Toen onze Here Jezus leefde en werkte in Israël sprak Hij Aramees, een taal die sterk verwant is aan het Hebreeuws, net zoals het Nederlands sterk verwant is aan het Duits. Het Aramees was de taal van de straat en de taal die in de gezinnen werd gesproken. Er zijn ook enkele gedeelten van boeken uit het Oude Testament geschreven in het Aramees. Het Hebreeuws werd in de dagen van Jezus alleen nog gebruikt in de synagogen en de leerhuizen. Als de wet werd gelezen in de synagoge was dat in het Hebreeuws, maar de preek daarna was weer Aramees, de landstaal.

De Septuaginta

Al voor het begin van onze jaartelling werd er bij de Joden behoefte gevoeld om de Tenach, ons Oude Testament, te vertalen in het Grieks, een taal die in die tijd door heel veel mensen werd gesproken, te vergelijken met de rol die het Engels nu speelt. We noemen die vertaling de Septuaginta, want 70 Joodse geleerden uit Alexandrië in Egypte hebben er aan gewerkt.

Aanvankelijk had de Septuaginta bij de Joden enig gezag, het waren immers Joden die deze vertaling hebben gemaakt. Ook was deze vertaling vaak de toegang voor de heidenen tot de geschriften van Israël. Zij werden geen Joden, maar zij vereerden de God van Israël wel. In de Bijbel komen we deze mensen ook tegen. Denk maar aan de Romeinse hoofdman van Kapernaüm en Cornelius, eveneens een Romein. In Ikonium ontmoet Paulus aanzienlijke vrouwen, die God vereerden. Ook kennen we Lydia, de purperverkoopster uit Tyatira, ook zij vereerde God. In Handelingen 17:4 is er zelfs sprake van een grote menigte Grieken, die God vereerden. Allemaal niet-Joden, die de God van Israël kenden, gevoed door het lezen van de Septuaginta.

De Joden keerden zich later weer af van deze vertaling, maar voor de christelijke gemeente, die deze Griekse vertaling gebruikte bij haar zending is zij van grote betekenis geweest.

postzegel: Jiddisj postzegel: Ladino

Zo bleef het Hebreeuws de taal van de synagoge en de leerhuizen tot de dag van vandaag. Thuis en op straat, op school en op het werk werd door de Joden de landstaal gesproken, waarbij er best veel Hebreeuwse woorden werden gebruikt. Voorbeelden daarvan zijn het Jiddisj, gesproken in Midden- en Oost Europa en het Ladino in de Romaanse wereld rond de Middellandse Zee.



In 1873 kwam de eerste emigratie naar Palestina, (de eerste aliya), van kleine groepen Joden, met name uit Litouwen en Rusland, tot stand. Zij vestigden zich in de kuststreek van Israël, in het gebied tussen Hadera en Petach Tiqva. Hoewel het veelal seculiere Joden waren die naar Palestina trokken, namen zij niet hun Jiddisje taal mee, maar wilden zij terugkeren naar het aloude Hebreeuws, een taal die al 2000 jaar niet meer werd gebruikt als omgangstaal.

Eliëzer Ben-Yehuda

De pionier bij uitstek bij de herleving van het Hebreeuws als spreektaal was Eliëzer Yitzhak Perelman, geboren in Luzhky, Litouwen, in 1858. Zoals alle Joodse kinderen in die tijd begon hij al heel jong Hebreeuws te leren als onderdeel van zijn religieuze opvoeding. Toch ging hij niet naar de talmoedschool, de yeshiva, maar in 1877 ging hij naar Parijs om daar medicijnen te gaan studeren en het was ook daar, dat hij de theorie ontwikkelde, dat het Joodse volk zich alleen zou kunnen handhaven als het naar Palestina terugkeerde en zijn eigen taal zou gaan spreken. In 1879 schreef hij daarover een artikel, uiteraard in het Hebreeuws, en dat maakte diepe indruk op zijn Hebreeuwse lezerskring. Hij was zeer onder de indruk gekomen van het herleven van het oude Griekenland als onafhankelijke staat in 1829 en Italië als erfgenaam van het klassieke Rome in 1849. Tijdens zijn verblijf in Parijs verklaarde Rusland de oorlog aan het Ottomaanse rijk om zo het Slavische broedervolk, de Bulgaren, te helpen in hun strijd tegen de Turken voor de nationale zelfstandigheid. Als de antieke volken als de Grieken en de Romeinen en zelfs een niet-antiek volk als de Bulgaren een eigen staat konden krijgen, waarom dan niet de Joden, het ‘Volk van het Boek’ en de erfgenamen van het historische Jeruzalem? Zeker, in het land Israël, het land van de Joden, woonden in die tijd nauwelijks Joden en hun taal, het Hebreeuws, was in feite uitsluitend een geschreven taal en werd nergens gebruikt als spreektaal. Maar deze obstakels konden worden overwonnen als de Joden maar terug zouden keren naar hun land en opnieuw hun eigen taal zouden gaan spreken.


Eliëzer voegde de daad bij het woord. In 1881 trok hij naar Palestina en vestigde zich in Jeruzalem onder de naam Eliëzer Ben-Yehuda. En toen in 1882 zijn eerste zoontje Ben-Zion Ben-Yehuda, werd geboren liet hij zijn vrouw Debora beloven, dat zij uitsluitend Hebreeuws zou spreken met haar zoontje. Zo werd Ben-Zion, ook wel bekend onder de naam Ittamar Ben-Avi, het eerste kind, dat uitsluitend Hebreeuws sprak sinds meer dan 2000 jaar.


Volgens Ben-Yehuda was dit heel belangrijk voor de herleving van het Hebreeuws als spreektaal, omdat met dit kind in huis, ouders en bezoekers wel Hebreeuws móésten spreken, niet alleen over de godsdienst, maar ook over alledaagse onderwerpen. En zodra het jongetje zelf begon te praten werd dit voor Ben-Yehuda het levende bewijs van een complete herleving van de taal.

De verdere ontwikkeling van de taal

De problemen waren groot. Wat te doen met gebruiksvoorwerpen als pop, ijsje, jam, omelet, zakdoek, badhanddoek, fiets, en ga zo maar door. Bij het opgroeien van het kind moesten honderden, zo niet duizenden woorden worden gevormd. Ben-Yehuda schreef ze allemaal in een boekje en hij zocht bij elk Frans woord een Hebreeuws equivalent.


Een volgende stap was het gebruik van het Hebreeuws op de scholen. De school is bij uitstek taalvormend. In zijn geboorteland, Rusland, werd het Russisch lang niet door iedereen gesproken, maar de schooltaal was in het hele rijk Russisch en dat maakte dat iedere volwassene Russisch kon spreken. Op grond van deze ervaring vroeg Ben-Yehuda aan de rabbi’s en de onderwijzers van de Joodse scholen in Palestina om Hebreeuws als instructietaal te gaan gebruiken, niet alleen voor religie, maar ook voor alle andere vakken. Dit verzoek van Ben-Yehuda werd overgenomen door de directeur van de Tora- en Avoda-school van Jeruzalem en deze vroeg aan Ben-Yehuda om les te komen geven op zijn school. Kinderen, komende uit verschillende landen en van verschillende taalachtergrond zouden in dezelfde klas, in dezelfde taal les krijgen. Hij ontwikkelde een systeem van taalonderwijs van Hebreeuws naar Hebreeuws, zonder vertaling in andere talen, zo als wij dat gewend zijn op onze middelbare scholen.


Toen mijn vrouw en ik Hebreeuws leerden in een kibboets in Israël en we in een klas zaten met 14 nationaliteiten, die 11 verschillende talen spraken, werd ook deze directe methode toegepast. Na zes weken konden we ons allemaal uitstekend redden in het Hebreeuws wanneer het ging om alledaagse zaken als eten, kleden, het dagelijks leven en alles wat in om het huis gebeurde.


Zo werd Hebreeuws een taal die is gegaan van de synagoge naar de talmoedschool, en vandaar naar de gewone school, en van de school naar de huizen en ... zo is het een levende taal geworden. Heel belangrijk was het feit, dat in een volgende generatie de moeders de eigen taal waarin zij opgevoed zijn niet meer gebruikten, maar uitsluitend Hebreeuws gingen spreken met hun opgroeiende kinderen.


Naast de jeugd dacht Ben-Yehuda ook aan de volwassenen. Daarom richtte hij een krant op, waarin van alles te lezen was, zoals onderwerpen over het eigen land, ook internationale zaken, weerberichten en mode. Deze krant werd tegen een uiterst lage prijs aangeboden. Dat leidde er toe, dat vrijwel iedere Joodse bewoner van Palestina tegen het einde van de 19e eeuw met niet al te veel moeite Hebreeuws kon lezen en verstaan. Ook werd deze krant gebruikt om nieuwe woorden te introduceren, zoals krant, uitgever, telegram, telefoon, trein, soldaat, mode en wat niet al. Allemaal zaken, die in de tijd van de aartsvaders niet aan de orde waren. Het bijbelse Hebreeuws omvat ca 8000 woorden, het moderne Hebreeuws telt meer dan 120.000 woorden.

site Milingua
Een van de websites met een lesprogramma is die van Milingua (www.milingua.com). Daar kun je je aanmelden voor regelmatige toezending van een Hebreeuws woord-voor-de-dag: de betekenis van een bepaalde stam en een paar woorden wordt uitgewerkt. Wilt u dat ook, kijk dan bij ‘Free Hebrew’ naar ‘A Hebrew Word a Day’ (u ziet de ‘luidsprekertjes’: op de website kunt u ook horen hoe de woorden uitgesproken worden.

Officiële erkenning

Toen de Engelsen het bestuur van Palestina overnamen, werd op 29 november 1922 officieel vastgesteld, dat het Hebreeuws de taal zou zijn van de Joodse bevolkingsgroep. Eliëzer Ben-Yehuda heeft dit nog net mee kunnen maken. Een maand na de publicatie van dit besluit, op 21 december 1922, stierf hij. In 1948 werd het Hebreeuws de officiële taal van de nieuwgevormde staat Israël. De tweede taal werd Arabisch. U ziet dat onder andere aan de postzegels uit Israël. De naam van het land staat er op in het Hebreeuws, het Arabisch en het Engels. Dat laatste om ook in het buitenland te laten weten, dat het om Israëlische postzegels gaat.

postzegel: hebreeuwse letters (slot-medeklinkers)


U merkt, dat ik steeds spreek over Hebreeuws, en niet Ivriet. Vaak wordt gezegd, dat de taal van Israël Ivriet is. Dat is niet onwaar, maar je zegt toch ook niet, dat er in Frankrijk Français wordt gesproken of in Duitsland Deutsch? Het is gewoon Frans in Frankrijk en Duits in Duitsland, en dus ook Hebreeuws in Israël.

Tenslotte

Het Hebreeuws is één van de oudste levende talen van de wereld. Al in de 12e eeuw voor Christus ontwikkelde de taal zich als een onafhankelijke taal. In de 1e eeuw voor Christus ontwikkelde het Hebreeuwse alfabet zich zoals dat nu nog in gebruik is. Het Oude Testament is in die taal geschreven. Het Hebreeuwse alfabet omvat 22 letters en bestaat geheel uit medeklinkers. Zo wordt het woord sjabbat geschreven met drie letters, de sj, de b en de t, geschreven van rechts naar links. Om een woord te kunnen lezen moet je het dus kennen. In de achtste eeuw van onze jaartelling is een systeem van punten en streepjes ontwikkeld, welke onder, boven of naast de medeklinkers worden geplaatst. Daardoor kunnen de klinkers benoemd worden. In de Bijbel staan die streepjes en puntjes er bij, ook wel in schoolboekjes, maar niet in de kranten, nieuwsbladen en boeken.


Het aardige van het moderne Hebreeuws is dat het met de kennis daarvan heel goed mogelijk is om de Bijbel in de oorspronkelijke taal te lezen. Omgekeerd is het voor diegenen, die bijbels Hebreeuws hebben geleerd, en dat zijn nog steeds al onze dominees, vrijwel onmogelijk om een Israëlische krant te lezen. Voor hen die de Bijbel in de oorspronkelijke taal willen leren lezen is het daarom zeker de moeite waard om het moderne Hebreeuws te leren. Dat is niet alleen leuk voor een vakantie in Israël, maar dat geeft ook de mogelijkheid om de schitterende taal van het Oude Testament beter te begrijpen en te verstaan.

drs.ir. Cor van der Spek
Vrede over Israël jrg. 49 nr. 5 (nov. 2005)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel