pijl omhoog

Vrede over Israël

Opnieuw in oorlog

Het is bijzonder aangrijpend om, nu ons blad ‘Vrede over Israël’ vijftig jaar bestaat, aandacht te moeten geven aan de oorlogssituatie waarin Israël op dit moment verkeert. De naam van ons blad is destijds een weloverwogen keuze geweest. De naam is ontleend aan de bede waarmee Psalm 125 afsluit: ‘Vrede zij over Israël’.

Opnieuw is het Israël niet vergund om in vrede te leven in het land dat het volk reeds in de belofte aan Abraham door de HERE is toegezegd (Gen. 12:1). Nog steeds trekken de volkeren niet samen met Israël naar Jeruzalem op om zich daar ‘neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen’ (Zacharia 14:16).

Op grond van o.a. de genoemde teksten hebben we als kerken na 1948 leren inzien dat de terugkeer van het volk Israël naar het beloofde land ‘een teken van Gods trouw’ genoemd mag worden. Israël zelf spreekt over de terugkeer naar het land en de stichting van de staat Israël in het officiële gebed voor de staat over het ontluikend begin van onze verlossing. In het themanummer ‘50 jaar staat Israël’ (V.o.I, 42e jaargang, nummer 2, april 1998) is door ds. H.Biesma in positieve zin aan deze uitdrukking aandacht besteed.

Toch is deze verwachting van het joodse volk tot op heden een aangevochten zaak gebleven. Dat werd op een pijnlijke wijze duidelijk toen de terreurbeweging Hezbollah aan de Israelisch-Libanese grens twee Israëlische soldaten ontvoerde. De weloverwogen en goedvoorbereide ontvoering stortte zowel Israël als Libanon in de ellende van een vooral burgers treffende catastrofe. De handelingen van Hezbollah onder aanvoering van Hassan Nasrallah hebben een tweetal bijna onoplosbare problemen op de tafel van de regering van Israël gelegd: haat en raketdreiging.

Haat en raketdreiging

Fanatieke sji’itische moslimgeestelijken hebben in de tachtiger jaren de Hezbollah met steun van Iran opgericht. De beweging werd in het leven geroepen om Israël te vernietigen. Het gaat Hezbollah dus niet om recht en gerechtigheid, maar om het van de kaart vegen van Israël. De leider van Hezbollah, Hassan Nasralah, doet dan ook niets anders dan haat prediken tegen Israël. Hier liggen tevens de verbindingslijnen naar de Palestijnse Hamasbeweging, een beweging die tot op heden ook heel Palestina opeist. Beide bewegingen krijgen financiële steun van Iran. Voor Hezbollah gaat het hierbij om zo’n 60 miljoen dollar per jaar.

De vraag dringt zich op of haat zaaien te bestrijden is. Het heeft Israël in de ellende gestort, maar niet minder Libanon. Libanon, dat sinds de terugtrekking van Israël enige jaren geleden weer tot bloei kwam, is terug bij af. De infrastructuur is door de Israëlische bombardementen opnieuw voor een groot deel vernietigd. De machteloze regering weet zich daarnaast door Hezbollah gegijzeld en de gewone Libanese burgers, die niet om het optreden van Hezbollah gevraagd hebben, zijn het slachtoffer geworden.


Naar de zijde van Israël doet zich een nieuw verschijnsel voor. Iets waarop Israël tot op heden geen antwoord heeft weten te vinden: de raketdreiging. Dit is nieuw voor Israël en maakt het erg kwetsbaar.

Hezbollah blijkt de tijd na de terugtrekking van Israël uit Libanon in het jaar 2000, benut te hebben voor het aanschaffen van meer dan 10.000 Katjoesja-raketten voor de korte afstand. Deze raketten vormden van oudsher al een bedreiging voor het noorden van Israël. Inmiddels is het arsenaal echter uitgebreid met een groot aantal raketten voor langere afstanden. Raketten die de afstand naar Tel Aviv kunnen overbruggen. Deze raketdreiging jaagt de bevolking van Israël grote angst aan en dwingt het tot aan Haifa toe voortdurend in de schuilkelders te vluchten. Het leven is daardoor behoorlijk ontwricht. Dat Israël moeite heeft om een afdoend antwoord te vinden op deze bedreiging blijkt uit het feit dat, ondanks de bombardementen die Israël uitvoert, de regen van raketten aan blijft houden. Ook de bezetting van het zuidelijke deel van Libanon door Israël heeft geen einde kunnen brengen aan deze beschietingen.

Een en ander stelt Israël voor de vraag hoe deze kwestie moet worden opgelost. Daarbij moet één ding voorop staan: Israël mag, ja heeft de roeping om zijn land en burgers te beschermen tegen agressie. De vraag is alleen of de manier waarop Israël nu geantwoord heeft op de agressie, ook maar iets oplost. Er wordt gesproken over ‘disproportionele’ maatregelen, dus maatregelen die in Libanon meer leed veroorzaken dan waardoor Israël zelf wordt getroffen. Die bovendien in grotere mate de gewone Libanese bevolking treffen dan de aanhangers en strijders van de Hezbollah. De partijen zullen tot een staakt het vuren moeten komen en aan de onderhandelingstafel moeten plaatsnemen. Daarbij zal Israël zich geplaatst zien voor een uitdaging waarmee het al sinds de stichting van de staat in 1948 worstelt.

De heiliging van de naam

Bij de vijftigste verjaardag van de staat Israël in 1998 heb ik er in een artikel in Vrede over Israël getiteld ‘Conflicten in en om Israël’ (V.o.I, 42e jaargang, nummer 2, 1998) op gewezen, dat Israël zich voor een grote uitdaging gesteld wist. ‘Eindelijk’ zo vertelde een religieuze Jood in een interview ‘werd ons in de gave van de staat de mogelijkheid geschonken om ons godsdienstige leven in de maatschappij gestalte te geven.’ Naar de overtuiging van de geïnterviewde bestond voor 1948 voor Joden deze mogelijkheid alleen maar in huis of in de synagoge, in de privé-sector. In de nieuwe staat kan het op maatschappelijke en politieke wijze ingevuld worden.

Hij bracht met deze uitspraak iets zeer wezenlijks voor het jodendom onder woorden, namelijk: Het is en blijft voor een Jood een roeping om op alle levensgebieden aan de heiliging van de Naam gestalte te geven. Hij mag naar recht en gerechtigheid leven.

Mijns inziens zag Israël zich, zo schreef ik toen, geplaatst voor de kwestie een antwoord te geven op het terrein van tenminste drie probleemvelden. Dat is naar mijn mening ook nu nog het geval.

Het gaat om de probleemvelden:

  1. de identiteit van het joodse volk zelf;
  2. de plaats van de Arabische bevolking;
  3. de verhouding tot de internationale gemeenschap.


Vanuit de heiliging van de Naam kan de staat een middel zijn om op alle terreinen van het leven naar Gods wil te leren leven. In 1998 schreef ik daarover: ‘De bijbelse waarden en rechtvaardige wetten mogen centraal staan. Dat uitgangspunt betekent een geweldige uitdaging voor elke joodse staatsburger in zijn relatie tot God en tot zijn joodse landgenoot. Tegelijk mag het een geweldige uitdaging zijn om de niet joodse bewoners van het land een plek te geven waarin ze volledig tot hun recht komen.’

Zo mag men ook, zo voeg ik er nu aan toe, zoeken naar vrede met de buurlanden. ‘Bovendien mag op de christelijke en islamitische bewoners van het land (en van de buurlanden) een beroep gedaan worden om naar dezelfde waarden van recht en gerechtigheid, die zij vanuit hun heilige boeken met het joodse volk gemeenschappelijk hebben, te leven en zo hun plaats in de maatschappij in te nemen. De hantering van dit principe zal de manier mogen en moeten zijn om conflicten als een uitdaging te gaan zien en die vervolgens op een heilzame manier tot een oplossing trachten te brengen.’

Bidden om vrede

In het heden worden we geroepen om te bidden voor vrede.

  • Vrede voor het volk Israël.
    Het gaat nu ik dit stukje schrijf, gebukt onder een regen van raketten. Van verschillende zijden bereiken mij berichten die de nood onder woorden trachten te brengen. Ook vanuit Nes Ammim, de christelijke nederzetting in het noorden van Israël waarin wij als kerken participeren, komen verontrustende signalen. Men leeft er als het ware in de schuilkelders en tracht het leven draaglijk te maken. Nes Ammim tracht doorgaans een brug te vormen tussen de joodse en de Arabische bevolking waartussen hun mensen wonen. Zoeken naar vrede tussen Joden en Arabieren. Zij ervaren ook hoe een vreedzame samenleving in Israël door de oorlog met Libanon onder spanning staat.
  • Maar ook vrede voor Libanon.
    Het gaat gebukt onder de terreur van Hezbollah en de bombardementen en troepenbewegingen van Israël.
  • Bidden om een gesprek tussen de oorlogvoerende partijen waarin de bijbelse begrippen van recht en gerechtigheid centraal zullen staan.


We hopen en bidden dat het geweld spoedig afgelopen zal zijn, zodat de gewone mensen in beide landen weer veilig kunnen leven. Maar dan wel echt veilig, en niet gegijzeld door terreur.

drs. Kees van den Boogert
Vrede over Israël jrg. 50 nr. 4 (sept. 2006)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel