pijl omhoog

Dynamisch en vitaal

Joden in naoorlogs Nederland

Vijfentwintig jaar na de bevrijding verscheen er een interviewbundel van de Joodse journalist Mau Kopuit en de niet-Joodse W.F. Klein van Elsevier met de simpele titel De Joden van Nederland. Zij vroegen zich af: Hoe gaat het nu eigenlijk met de Joden van Nederland? In het publieke domein was weinig van hen te horen en daarom wilden ze deze bevolkingsgroep verkennen en zo weer op de kaart zetten. Ook nu, in 2013, is er reden om ons af te vragen: Hoe is het de Nederlandse Joden sinds 1945 eigenlijk vergaan?


De benadering van Kopuit en Klein in 1969 was veelzeggend: zij zochten de leiders van de gemeenschap op, rabbijnen en bestuurders, en vroegen hen te vertellen hoe het nu in Joods Nederland ging. Het was duidelijk een benadering van bovenaf, de leiders vertelden hoe zij vonden dat het Joodse leven hoorde te zijn en waarin de eigen gemeenschap soms slaagde en soms faalde.

Verafstaanden

Hun voornaamste zorg, zo bleek over de hele linie, waren de ‘rechokiem’, de ‘ver­af­staanden’ — Joden die zich aan de rand van de gemeenschap bevonden, vaak geen lid waren van Joodse organisaties en in veel gevallen gemengd waren gehuwd. Sommigen van hen hadden na 1945 zelfs hun Joodse familienaam laten veranderen in namen die niet als Joods te herkennen waren. Zij zetten na de oorlog de onder­duik voort, veelal uit angst voor een herhaling van de oorlog en voor antisemitisme.

De leiders wilden deze ‘marginale Joden’ — zij die in de marge van de Joodse gemeenschap leefden — naar het centrum te trekken. Daartoe ontwikkelden de Joodse instanties tal van activiteiten om hen te bereiken. Zo was er een corps aan reizende leraren, die het hele land doorreisden om tot in de kleinste plaatsjes aan een handjevol Joodse kinderen en soms zelfs maar een enkel kind Joodse les te geven. Zij brachten de kinderen wat kennis van Joodse feesten en gebruiken bij, leerden ze een beetje Hebreeuws en vertelden ze over de nieuwe staat Israël. Ze kwamen veelal maar een uurtje per week, maar hun betekenis is nauwelijks te overschatten. Voor veel kinderen en hun ouders waren deze leraren het enige contact met de Joodse gemeenschap.

Joodse gemeenten gingen naast synagogediensten en religieuze activiteiten bewust ook culturele avonden organiseren. Zo wilden ze Joden die vervreemd waren van het jodendom toch bereiken en verbinden aan de gemeenschap. Met name lezingen en dia-vertoningen over Israël slaagden er nogal eens in om juist de ‘rechokiem’ toch te bereiken.

Mijn Jodendom

De inspanningen van het leiderschap om de ‘verafstaanden’ aan de gemeenschap te verbinden, slaagden uiteindelijk niet. Integendeel, vanaf de jaren tachtig werd het duidelijk dat juist zij de nieuwe meerderheid in Joods Nederland gingen vormen. Sinds de Tweede Wereldoorlog was het totaal aantal leden van de Joodse kerk­genootschappen gestaag blijven dalen door vertrek van actieve leden naar Israël en de Verenigde Staten, overlijden, maar vooral ook doordat jongeren geen lid werden. Toen in de jaren zestig Nederland in snel tempo ontkerkelijkte trof dat ook de Joodse kerkgenootschappen.

In de jaren tachtig was het zover dat geconstateerd moest worden dat de meeste Nederlandse Joden niet langer bij een kerkgenootschap waren aangesloten. Dat betekende ondertussen niet dat al die ‘ongebondenen’ — zoals ze worden genoemd — niets met hun Joodse identiteit deden. Integendeel, sinds de jaren zestig, door de hernieuwde aandacht voor de Jodenvervolging in de oorlog en de fascinatie voor de staat Israël begonnen zelfs de meest ‘verafstaanden’ zich weer voor hun achtergrond te interesseren. Maar dat gebeurde wel op een andere manier dan tot dusver Joodse identiteit werd ingevuld.

Veelzeggend is de titel van de interviewbundel van Dick Houwaart die begin jaren tachtig verscheen: Mijn Jodendom. Hierin zijn het niet langer de leiders van de gemeenschap die vertellen wat Jodendom is en hoe het gaat, maar komen allerlei toonaangevende Joden uit de Nederlandse samenleving aan het woord die zich veelal maar nauwelijks inzetten voor de Joodse instituties. Zij vertellen hoe ze elk op eigen wijze hun Joodse identiteit invullen: de een via een band met Israël, de ander door zich in te zetten tegen discriminatie en racisme, een derde door zich in te laten met Joodse cultuur.

Het levert een heel gevarieerd beeld op, waarbij opvalt dat voor de meesten Jodendom een individuele identiteit is, iets wat je voor jezelf beleeft en waarbij je de leiders en de gemeenschap niet langer nodig hebt. Het gaat niet langer over ‘hét Jodendom’, zoals dat eeuwenlang is doorgegeven door de rabbijnen, maar om ‘míjn Jodendom’, zoals men dat zelf vormgeeft.

Nederlandse samenleving

Het is een ontwikkeling die typerend is voor de Nederlandse samenleving als geheel. Ook bij protestanten en rooms-katholieken is in de naoorlogse periode sprake van afnemende ledenaantallen, van ontkerkelijking en van individualisering. Dit laat ons zien hoezeer Nederlandse Joden onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving.

Dat is wellicht opvallend, want direct na de oorlog waren heel wat Joden diep teleurgesteld in Nederland. Het land waar zij zich zo veilig waanden, waar zij zich zo diep mee verbonden voelden, had hen niet kunnen beschermen. Een deel van de bevolking had zelfs meegedaan aan hun uitsluiting en vervolging. Het is een gevoel dat sinds 1945 nooit meer helemaal is verdwenen, maar tegelijkertijd kozen de meesten er toch voor om in Nederland te blijven en daar hun leven weer op te bouwen. Zij kwamen uit families die vaak al vele honderden jaren in Nederland woonden, hadden hier hun hele sociale netwerk en zagen vooralsnog weinig kans om elders een nieuw leven op te bouwen.

Tegelijkertijd nam de verwevenheid met de Nederlandse samenleving alleen maar toe. Het aantal gemengde huwelijken tussen Joden en niet-Joden steeg fors. Gemengd gehuwden hadden in de oorlog meer kans gehad om het te overleven, waardoor ze na 1945 al direct sterker vertegenwoordigd waren. Maar de voor­naamste reden was wel dat de kleine Joodse gemeenschap niet voldoende huwelijks­partners bood en dat een groeiend aantal — ook zij zie in principe wel Joods hadden willen trouwen — uitweek naar niet-Joodse partners.

Door de verwevenheid met de Nederlandse samenleving is er ook sprake van een hoge participatiegraad. Meer dan Joden in naburige landen zijn Nederlandse Joden actief in de politiek, de culturele sector en in de media. Zij zetten zich in voor het algemeen belang en dragen zo volop bij aan de verdere ontwikkeling van de samenleving.

Internationale Joodse context

Toch is dit nog maar de helft van het verhaal. Want hoezeer Joden ook deel zijn van de Nederlandse samenleving, tegelijkertijd functioneren ze ook volop in inter­nationale Joodse verbanden en zijn ze verweven met bredere Joodse netwerken. Dat komt natuurlijk alleen al doordat na de oorlog ook tal van familieleden over de hele wereld zijn uitgewaaierd, waardoor een beetje Joodse familie contacten heeft in de Verenigde Staten, Israël, maar ook Australië en Zuid-Amerika. Die nieuwe Nederlands-Joodse diaspora smeedt hechte banden tussen Israël en de diaspora en tussen Nederland en de Verenigde Staten.

Naast die familiebanden, is er ook sprake van verwevenheid op andere manieren. Zo vormt de Amerikaans-Joodse gemeenschap sinds 1945 een belangrijk voorbeeld voor Nederlandse Joden. Zo werd de vorming van een ‘Joods cultureel centrum’ in Amsterdam, waarbij een synagoge is gecombineerd met sociale activi­teiten, afgekeken van Amerika. Ook was Amerika een belangrijke inspiratiebron voor religieuze vernieuwing: zo putte de liberale rabbijn Jacob Soetendorp uit Amerikaanse voorbeelden, maar kwam ook de vrome Chabadbeweging — die orthodoxie met een eigentijdse uitstraling combineert — uit de Verenigde Staten naar Nederland.

Uiteraard kreeg de staat Israël sinds 1948 een centrale plaats in het Nederlands-Joodse leven. Alle gebeurtenissen in Israël, de oorlogen en de politieke verschui­vingen, werden op de voet gevolgd. Ten tijde van oorlogen werd door grote demon­straties en bijeenkomsten solidariteit uitgedrukt. Maar ook in tijden van rust was er een voortdurende belangstelling voor Israël. Zo werden tal van stichtingen opgericht om specifieke goede doelen in Israël te ondersteunen. De eigen jeugd werd op de Joodse jeugdbewegingen bewust opgevoed met het idee naar Israël te emigreren. Op hun 15e jaar werden de kinderen geacht een reis naar Israël te maken om zo ver­trouwd te raken met het land en te overwegen voor de studie op alija te gaan.

Terwijl over de vooroorlogse Nederlands-Joodse gemeenschap wel eens wordt gezegd dat die geïsoleerd was geraakt van andere Joodse gemeenschap, kan dat sinds 1945 beslist niet meer gezegd worden. Joods Nederland is volop onderdeel geworden van de bredere Joodse context.

Dynamisch

Een van de opvallende dingen is dat het aantal Joden sinds 1945 in Nederland vrij stabiel is gebleven, tussen de 30.000 en 40.000. Ondertussen is de manier waarop Joodse identiteit wordt ingevuld wel sterk veranderd. Er is nu sprake van een grote diversiteit in Joods Nederland en vrijwel alle Joodse stromingen die internationaal voorkomen zijn ook in Nederland vertegenwoordigd. Het is een gemeenschap die voortdurend in beweging is, steeds in nauw contact met de Nederlandse samen­leving. En steeds opnieuw wordt aan een nieuwe generatie het Jodendom over­ge­bracht, in gezinsverband, via Joodse les of via internet. Zo blijft een kleine, maar vastbesloten Joodse gemeenschap de Nederlandse samenleving verrijken.

dr. Bart Wallet
Vrede over Israël jrg. 57 nr. 1 (jan. 2013)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel