omhoog

Inleiding

U vindt hier zeven lesvoorbereidingsformulieren die kunnen helpen bij de voorbereiding van catechese-lessen (volwassencatechese, jongerencatechese) over verschillende thema’s rondom Kerk en Israël.

De lesvoorbereidingsformulieren zijn ingedeeld naar de verschillende stellingen die voorkomen in het visiedocument Voorgoed verbonden dat vastgesteld is door de Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, in 2010.



Opbouw van de serie

  1. Gods trouw aan Israël
  2. Jezus, een Jood
  3. Vier groepen
  4. Geopende Schriften
  5. Antisemitisme
  6. Politiek
  7. Toekomst

Opbouw van elke les

Wat u in elke les terugvindt:
Stelling: hier wordt aangegeven bij welke stelling uit Voorgoed verbonden de les aansluit
Voorbereiding (klik hierop om uit- of in te klappen)
Voorbereidingsvragen in elke les oftewel:
1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit? leerinhoud
2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren? doelstelling, betekenisgeving
3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al? beginsituatie, inzetten van voorkennis
4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met hun leefwereld? motivatie
5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les? doelstelling in leerlingentaal
Uitvoering (idem)

bijvoorbeeld:

Fasen van de les Wat doe ik? Wat doen de catechisanten? Hulpmiddelen
1e fase
aandachtsrichter
10 minuten
Laat catechisanten van tevoren een voorbeeld zoeken van hedendaags antisemitisme Vertellen wat ze gevonden hebben over of zelf hebben meegekregen van antisemitisme. Iets uit krant/journaal over antisemitisme
2e fase
Bijbelstudie
15 minuten
De bijbel vertelt minstens twee geschiedenissen waarin het voortbestaan van het Joodse volk bedreigd wordt: Exodus 1:8-22; Esther 3 Geven een verklaring voor waarom God het Joodse volk in het verleden van de ondergang gered heeft. Bijbels
etc.

Les 1: Gods trouw aan Israël

God blijft trouw aan Israël
Stelling 1: God blijft trouw aan Israël, het volk dat Hij als eerste gekozen heeft en liefheeft
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijs­activiteit?

Gods blijvende trouw aan het volk Israël uit zich in Gods verkiezend handelen en het oprichten van het verbond met dit volk.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

De God waarin wij als christenen ons geloof belijden, de God en Vader van Jezus Christus, is de God van Israël. Dat betekent voor de catechisanten dat een verbinding hebben met deze God inhoudt ook een verbinding te hebben met Israël.

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

De beginsituatie en voorkennis kan binnen de groep heel verschillend zijn. Terwijl sommigen zich wellicht al uitgebreid in dit onderwerp hebben verdiept, is het voor anderen de eerste keer dat zij hierover nadenken.

Catechisanten hebben allerlei verschillende associaties bij het horen van het woord ‘Israël’. Ze denken aan de staat Israël of het land. Ze denken aan de kerk. Ze denken aan het Joodse volk. Ze denken aan vakantie. Ze denken aan Joodse buren. Enzovoort.

Als catechisanten bij Israël denken aan ‘het volk van God’ is daarmee niet gezegd dat ze denken aan Joden.

Catechisanten weten dat Israël in de Bijbel genoemd wordt. Hoe dat gebeurt, is voor de één duidelijker dan voor de ander.

Veel (moderne) christelijke liederen gaan over Gods liefde en trouw. Deze kleuren de kijk van catechisanten zowel positief als negatief. Over het algemeen zal voor de catechisanten vast staan dat God trouw is. Elke week horen ze het votum in de kerkdiensten.

Het past bij de tijdsgeest (individualisme, nadruk op beleving) om vooral in het kader van hun persoonlijke relatie tot God na te denken over Gods trouw. Het is echter de vraag of ze ook in een breder kader daar over hebben nagedacht en gestimuleerd zijn daarover na te denken.

Het kan de eerste keer zijn dat ze nadenken over de vraag: wat betekent Gods trouw aan Israël vandaag? Ook bij zo’n vraag zullen catechisanten meer gemotiveerd zijn te luisteren als duidelijk wordt dat het antwoord van belang is voor hun persoonlijk geloof.

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met hun leefwereld?

De catechisanten komen ‘Israël’ op allerlei manieren tegen (in het nieuws, de kerk, persoonlijke Bijbelstudie, enz.). Zij hebben vragen of krijgen vragen van anderen.

De catechisanten geloven in God en/of maken deel uit van een kerk waarin geloof in God beleden wordt. Gods liefde en trouw zijn belangrijk voor hun persoonlijke omgang met God. Wat die trouw inhoudt, wordt vooral duidelijk door te kijken naar de trouw die Hij toont aan Israël.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze evalueren de betekenis van Gods blijvende trouw aan Israël voor hun eigen omgang met Israël.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les Wat doe ik? Wat doen de catechisanten? Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
10 minuten

Spin ‘Israël’:

  • Schrijf midden op het bord ‘Israël’ en trek er een cirkel omheen. Geef één van de catechisanten een ‘stift’. Laat hem/haar een streep trekken vanaf de cirkel en daarbij opschrijven waar hij aan denkt bij het horen van dit woord. Laat dit uitleggen (stel bijvoorbeeld vragen in de zin van: welke plaats neem jij zelf in in dit antwoord?)
  • Laat deze de ‘stift’ aan een ander geven (of geef hem zelf aan een ander)
  • Mogelijkheden: o.a. volk, land, staat.

Maak duidelijk dat het in deze les gaat om het VOLK Israël.
Een groot deel daarvan woont tegenwoordig in het Middellandse Zeegebied, maar een groter deel woont daar niet.

Vertellen aan de hand van de spin waar ze aan denken bij ‘Israël’

Whiteboard, krijtbord, flipover o.i.d. met bijbehorend schrijfmateriaal

2e fase
15 minuten

Opdrachten over de verbinding tussen God en Israël.

Verkennen Deut. 7:6-9 en Hand. 13:17-19 op kenmerken van de verhouding God – Israël.

Eventueel kijken verschillende groepen naar verschillende gedeelten (zie noten bij stelling 1 van het visiedocument voor meer tekst­verwijzingen)

Na de verkenning geven ze in eigen woorden weer welke kenmerken zij gevonden hebben.

Bijbels

3e fase
10 minuten

Doceren.

Lijn van ‘verbinding’ naar ‘verbond’.

Gebruik de informatie onder het kopje ‘Gods verkiezend handelen’ (laat dit eventueel door de catechisanten [hardop] lezen).

Luisteren, lezen.

4e fase
25 minuten

Discussie.

Stelling 1: Gods trouw aan Israël is voorbij
(eventueel Deut. 7:10 inbrengen om de discussie op gang te brengen. Ook is het (als discussie uitblijft) mogelijk catechisanten op te dragen een bepaalde positie in te nemen en daar argumenten voor te bedenken).

Stelling 2: Ik heb Israël nodig

Beargumenteren.

Ze geven conclusies aan.

Als er meer lessen volgen kan het goed zijn om de catechisanten hun conclusies te laten opschrijven.

TIP:

Mogelijke activerende werkvormen bij de stellingen (vormen zijn te combineren):

  • 3 stappen interview, met groepen van drie personen (A, B en C):
    A interviewt B één minuut over de stelling en C luistert,
    B interviewt C één minuut over de stelling en A luistert,
    C interviewt A één minuut over de stelling en B luistert.
  • hoeken: 3 hoeken ‘mee-eens’, ‘mee eens en oneens’, ‘oneens’. Catechisanten gaan in de hoek staan van hun standpunt.
  • lijndiscussie: voor en tegenstanders staan in een rij tegenover elkaar en brengen hun argumenten in. Na een minuut schuift één rij door en gaan ze in discussie met de volgende gesprekspartner.

Les 2: Jezus, een Jood

Jezus, de enige weg tot de Vader voor Jood en niet-Jood, is de Messias van Israël en heeft een Joodse identiteit
Stelling 2: Jezus Christus is de beloofde Messias, die allereerst tot Israël kwam. Hij is de enige weg tot de Vader.
Stelling 4: Omdat Jezus Christus, onze Heiland, via Israël tot ons is gekomen, bestaat er een levende en wezenlijke verbondenheid van de kerk met Israël.
Stelling 6: Diep verbonden met Israël beleven wij als kerk een smartelijke scheiding: het grootste deel van Israël erkent Jezus Christus niet als de vervulling van de Schriften.
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit?

Jezus, de enige weg tot de Vader voor Jood en niet-Jood is de Messias van Israël en heeft een Joodse identiteit.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

Als ze zichzelf willen kennen moeten ze in de spiegel kijken. Ze vinden hun identiteit in Jezus. Dan worden ze automatisch verbonden met Zijn Joodse identiteit.

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

De beginsituatie en voorkennis kan binnen de groep heel verschillend zijn. Terwijl sommigen zich wellicht al uitgebreid in dit onderwerp hebben verdiept, is het voor anderen de eerste keer dat zij hierover nadenken.

Catechisanten zijn opgegroeid met kinderbijbels waarin een westerse/niet-Joodse Jezus is afgebeeld. Ze hebben lang niet altijd stil gestaan bij Zijn Joodse achtergrond.

Ze hebben het beeld van een universele Jezus die als het ware boven de volken staat. Daarbij hebben ze er niet bij stil gestaan dat het onmogelijk is dat Jezus geen bepaalde etniciteit zou bezitten.

Ze begrijpen dat Jezus een identiteit heeft, maar verbinden die niet direct aan hun eigen identiteit of hun omgang met Joden.

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met de leefwereld van de catechisanten?

Ze zoeken naar eigen identiteit. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen?

Ze hebben gehoord dat je tot je doel komt als je Jezus kent, maar niet nagedacht over welke plaats de Joodse identiteit van Jezus daarin heeft. Door een kennismaking met de Joodse Jezus, leren ze Hem beter kennen en krijgen ze een beter zicht op Gods grote gang in de wereld, nl. een weg via het volk Israël.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze herkennen de Joodse identiteit van Jezus in wat Hij doet, zegt en viert.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les

Wat doe ik?

Wat doen de catechisanten?

Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
15 minuten

Lezen (eventueel in groepen) Johannes 7:2-14 en 10:22-23.

Schrijven op welk feest Jezus viert en zoeken naar achtergrondinformatie over dit feest.

Ze beredeneren waarom Jezus deze feesten viert.

Bijbels

Pen en papier

Concordantie, computer, bijbelse encyclopedie, etc.

2e fase
15 minuten

Debat over de stelling: Jezus had ook een Chinees kunnen zijn.

Wanneer er in de groep geen duidelijke voor- of tegenstanders aanwezig zijn, is het mogelijk om een deel van de groep de stelling te laten verdedigen, terwijl een ander deel de opdracht krijgt de stelling te bestrijden.

Andere stellingen zijn ook mogelijk als ze maar oproepen tot nadenken over vragen als:

  • Waarom was Jezus een Jood?
  • Wat heeft Zijn Jood-zijn jou vandaag te zeggen?
  • Wat heeft Zijn Jood-zijn Joden te zeggen?

Speculeren over wat de consequentie zou zijn als Jezus geen Jood was.

Bord of iets anders waarop de stelling(en) geschreven (geprojecteerd) kunnen worden.

3e fase
15 minuten

Bijbelstudie over Johannes 4

Eventueel in groepen.

5 minuten per vraag

Lezen Johannes 4

  • Hoe komt het Jood-zijn van Jezus naar voren?
  • Wat bedoelt Jezus met vers 22?
  • Waarom wordt Jezus in vers 42 “Heiland van de wereld” genoemd?

Bijbels

Bijbelstudievragen op papier of in een presentatie.

4e fase
5 minuten

Korte evaluatie

Vertellen hun bevindingen bij de Bijbelstudie.

Les 3: Vier groepen

In het Nieuwe Testament komen we vier groepen tegen, nl. Joden, Joodse christenen, heiden-christenen en heidenen
Stelling 3: Gelovigen uit de volken mogen zich met hun kinderen ingelijfd weten bij Israël, als wilde takken geënt op de oude stam van een olijfboom.
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit?

In het N.T. kun je vier groepen onderscheiden: nl. Joden, Joodse christenen, heidenchristenen en heidenen.

Voor de relaties tussen die verschillende groepen biedt het N.T. verschillende metaforen.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

Catechisanten leren

  • wat de wortels van de kerk zijn (waar de kerk vandaan komt)
  • hoe je in de kerk met elkaar omgaat
  • hoe de kerk zich in relatie tot heidenen verhoudt (zending)
  • hoe de kerk zich tot Joden verhoudt

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

Ze kennen bepaalde vergelijkingen en beelden die in het N.T. gebruikt worden voor de relatie tussen de verschillende groepen. Daarbij maken ze meestal niet het onderscheid tussen de verschillende groepen of is hen niet duidelijk welke groep wanneer wordt bedoeld.

Sommige catechisanten zullen niet kunnen omschrijven wat het verschil is tussen Joodse en heidense gelovigen in Jezus.

Het besef dat het verschil tussen heidenchristenen onderling en tussen Joodse en heidense christenen een principieel verschilpunt is.

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met de leefwereld van de catechisanten?

Ze leven allemaal in een multiculturele samenleving. Ook in de kerken groeit de diversiteit. Ze zoeken een weg hoe ze daarmee om moeten gaan. De Bijbel biedt modellen voor de omgang met diversiteit in de kerk.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze herkennen en onderscheiden de vier groepen waarover het N.T. spreekt en passen dat toe in hun leefwereld.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les

Wat doe ik?

Wat doen de catechisanten?

Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
5 minuten

In het NT kom je vier groepen tegen die hierboven zijn genoemd. Schrijf die op het bord en vraag de catechisanten voor iedere groep een aantal kenmerken te noemen. Laat zo het onderscheid uitkomen tussen Joden, Joodse christenen, heidenchristenen en heidenen.

Ontdekken en benoemen dat in het NT vier groepen een rol spelen.

Bord o.i.d.

2e fase

Bijbelstudie

15 minuten

Hoe moeten de vier groepen met elkaar omgaan? Dat is de inzet van een discussie tussen de apostelen in Handelingen 15.

Lees dat met elkaar en laat de catechisanten ontdekken wat de rol is van Joden (Mozes lezen en volgens de Tora leven), Joodse christenen (volgens de Tora leven en in Jezus geloven), heidenchristenen (in Jezus geloven, maar geen Jood hoeven worden en niet de Tora houden, wel een eigen christelijke levensstijl), heidenen (levensstijl die haaks staat op het Koninkrijk van God).

Laat zien hoe Joodse en heidense christenen samenleven in de christelijke gemeente. Daarnaast hoe de verhouding is tot Joden (belangrijk want ze lezen Mozes; met hen kun je spreken over de Schriften) en heidenen (zending).

Leiden uit Handelingen 15 af wat de rol is van Joden, Joodse christenen, heidenchristenen, heidenen.

Bijbels

3e fase
rollenspel
20 minuten

Verdeel de groep in de vier subgroepen en leg de vraag voor: Wie is Jezus? Laat elke groep vanuit de eigen rol daarop reageren.

Bijvoorbeeld:

  • Joden: Jezus was een Joodse rabbijn uit het begin van de jaartelling, meer niet
  • Joodse christenen: Jezus is de Messias van Israël
  • heidense christenen: Jezus is de Heiland van de wereld
  • heidenen: Jezus was een gewone man

Fase 2:

  • laat de “Joodse christenen” de “Joden” hun standpunt over Jezus uitleggen
  • Laat de “heidense christenen” de “heidenen” hun standpunt over Jezus uitleggen

Speculeren hoe elke groep (Joden, Joodse christenen, heidenchristenen, heidenen) reageert op de vraag: wie is Jezus?

Oefenen in het uitleggen van en in gesprek gaan over wie Jezus is in verschillende contexten.


4e fase
10 minuten

We leven in een multiculturele samenleving met ook veel diversiteit. Laat een paar afbeeldingen zien van Nederlandse moslims en vraag bij welke groep (van de vier) zij precies thuishoren.

Maak het verschil duidelijk tussen de verhouding van christenen tot Joden en tot moslims. Verschil tussen gesprek/dialoog enerzijds en zending/missie anderzijds.

Maken keuze tot welke groep moslims behoren en rechtvaardigen die keuze met argumenten uit wat ze geleerd hebben van het Nieuwe Testament.

Afbeeldingen van moslims

Les 4: Geopende Schriften

Luisteren, dienen en getuigen in het samen met Israël de Schriften openen
Stelling 5: De levende en wezenlijke verbondenheid van de kerk met Israël vraagt erom samen te luisteren naar de Schriften. Zoals het Oude Testament niet volkomen kan worden begrepen zonder het Nieuwe, zo het Nieuwe niet zonder het Oude.
Stelling 8: Diep bewogen zoeken wij de ontmoeting met Israël en willen ons daarin voor het Evangelie niet schamen.
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit?

Luisteren, dienen en getuigen in het samen met Israël de Schriften openen, waarbij luisteren geen opgeven van de Waarheid is en getuigen geen opdringen van de Waarheid.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

Wij zijn niet de eersten die de Schriften openen en ook niet de enigen die de Schriften hebben ontvangen. Kerk en Israël luisteren naar woorden van dezelfde God. Israël doet dat langer dan wij.

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

De beginsituatie en voorkennis kan binnen de groep heel verschillend zijn. Terwijl sommigen zich wellicht al uitgebreid in dit onderwerp hebben verdiept, is het voor anderen de eerste keer dat zij hierover nadenken.

Dit onderwerp kan een gevoelige snaar raken. Binnen de kerken wordt al heel verschillend gedacht over de waarde en betekenis van het Oude en Nieuwe Testament. Samen luisteren naar de Schriften gaat binnen de kerk al moeilijk. Laat staan dat het eenvoudig wordt om dat samen te doen met dat deel van Israël dat Jezus niet als Messias erkent.

Luisteren naar de ander zal het moeilijkst zijn.

Lang niet alle catechisanten zien het nut van deze bezigheid. Waarvoor heb je anderen (en al helemaal zij die Jezus niet als Messias erkennen) nodig om naar de Schrift te luisteren als je zelf de Geest hebt ontvangen?

Anderen zijn gecharmeerd van de Joodse exegese, maar dat wil niet altijd zeggen dat ze ook de waarde inzien van een ontmoeting met Joden rondom een geopende Bijbel.

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met de leefwereld van de catechisanten?

De Bijbel die zij hebben, bevat ongewijzigd (i.t.t. de Koran) voor veel meer dan de helft boeken die ook behoren tot de heilige boeken van de Joden (de TeNaCH). Deze boeken zijn aan hen gegeven. Alleen door de Messias van Israël hebben ook wij toegang tot deze boeken.

Catechisanten vinden het lezen van de Bijbel lang niet altijd eenvoudig. Het besef dat ze niet de eerste en enige lezers zijn, kan hen ook helpen bij hun eigen begrijpen van de Bijbel.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze openen samen met Israël de Schriften.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les

Wat doe ik?

Wat doen de catechisanten?

Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
10 minuten

TeNaCH en NT samenstellen

Geef de catechisanten de namen van de Bijbelboeken op losse stukken karton. Laat hen deze stukken verdelen over twee stapels: een stapel met boeken die Joden ook hebben en een stapel met boeken die zij niet hebben als heilige boeken.

Laat hen vervolgens de Bijbelboeken van de twee stapels in de juiste volgorde leggen. Let op dat de “Joodse” stapel de volgorde van de TeNaCH krijgt.

Bespreek wat er eerder was: de TeNaCH of de Bijbel?

Wie hadden die eerste boeken eerder: Joden of christenen?

(Verdiep je van tevoren in de verschillen in de volgorde van de christelijke en Joodse canon)

Onderscheiden welke Bijbelboeken wel en niet behoren tot de heilige boeken van (niet-messiasbelijdende) Joden.

Geven een verklaring voor het feit dat een deel van de heilige boeken van christenen en Joden met elkaar overeenstemmen.

Namen van de Bijbelboeken op losse stukken karton

2e fase
10 minuten

Stelling: De boeken van het Oude Testament zijn alleen bestemd voor degenen die Jezus als Messias aannemen.

Beargumenteren aan de hand van de stelling hoe zinvol het is om samen met (niet messias­belijdende) Joden naar de Schriften te luisteren

Bord o.i.d. om de stelling op te schrijven of te projecteren

3e fase

30 minuten

Kijk welk stuk van de Tora a.s. Sabbat in de synagoge wordt gelezen, zoek de verklaring op die gegeven wordt op een van de websites hieronder.

Wijs erop dat de Joodse manier van Bijbellezen veel aandacht geeft aan de precieze manier waarop de Bijbeltekst is geschreven (in het Hebreeuws). Daaruit komen vaak verrassende verklaringen.

Bespreken een Joodse verklaring van de Tora-lezing van deze week.

Ze geven in eigen woorden weer wat ze hiervan leren voor hun persoonlijke Bijbelstudie. (Wat leer je hiervan voor je eigen manier van Bijbellezen?

Gegevens van diverse websites (zie hieronder)

TIP:

Tora-lezing van deze week

Verklaringen

Les 5: Antisemitisme

De schuld van de Kerk en antisemitisme
Stelling 7: Diep ootmoedig erkennen wij de schuld van de kerk in hoogmoed, traagheid en vormen van antisemitisme
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit?

De kerk is verantwoording schuldig voor zijn opstelling naar het Joodse volk in verleden, heden en toekomst.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd hem te herhalen.

“Wir haben es nicht gewußt” was na WO II een veel gebruikte uitleg wanneer Duitse burgers naar de holocaust gevraagd werd.

“We wisten het niet” zou over 10 jaar ook wel eens de verklaring van veel catechisanten kunnen worden als hen tegen die tijd gevraagd wordt naar hun rol in de bestrijding van het antisemitisme in onze dagen.

Een goede bezinning haalt de grond onder dat excuus weg en kan hen motiveren hun verantwoordelijkheid te nemen en een houding aan te nemen die daarbij past.

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

De meesten zullen bekend zijn met waartoe antisemitisme in de jaren ’30 en ’40 van de 20e eeuw geleid heeft (WO II, holocaust (Sjoa)).

Op scholen wordt geleerd wat er in die periode gebeurd is en het ontkennen van de holocaust is strafbaar volgens de artikelen 137c en 137e van het Wetboek van Strafrecht.

Vormen van hedendaags antisemitisme zullen wellicht minder bekend zijn.

Verantwoordelijkheid nemen, zich verantwoordelijk voelen, voor wat anderen in het verleden in naam van de kerk verkeerd gedaan hebben, is soms ver te zoeken.

Over het algemeen zal elke catechisant direct beamen dat “antisemitisme” verkeerd is. Net zo goed als men het over het algemeen verkeerd vindt dat iemand gediscrimineerd wordt op grond van zijn of haar huidskleur of geaardheid.

De vraag is echter of catechisanten zien dat er naast overeenkomsten ook verschillen zijn tussen antisemitisme en andere vormen van discriminatie. Is het hen duidelijk wat hun eigen positie en die van de kerk is als het gaat om antisemitisme?

Hebben ze zicht op hoe Gods volk in de loop van de geschiedenis vaker met uitroeiing bedreigd is en waarom? (Denk aan het boek: Esther)

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met de leefwereld van de catechisanten?

Als ze er op letten, zullen ze merken hoe vaak het Joodse volk binnen en buiten de kerk onderwerp van discussie is. Ook zij hebben een rol te spelen in die discussie.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze nemen hun verantwoordelijkheid voor de houding van de kerk in de naam van Christus in verleden, heden ten opzichte van het Joodse volk. Schuld erkennen kan een begin zijn.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les

Wat doe ik?

Wat doen de catechisanten?

Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
10 minuten

Laat catechisanten van tevoren een voorbeeld zoeken van hedendaags antisemitisme.

Neem zelf een recent fragment (journaal/krantenartikel) mee over hedendaags antisemitisme.

Hou de bespreking kort en benadruk de actualiteit van het onderwerp.

Vertellen wat ze gevonden hebben over of zelf hebben meegekregen van hedendaags antisemitisme.

Recent fragment journaal/krantenartikel over hedendaags antisemitisme (eventueel van tevoren aan catechisanten vragen dit op te zoeken en mee te nemen)

Zie ook hieronder, bij TIP.

2e fase
15 minuten

Inventariseer de opvattingen. Doe dat aan de hand van de methode “Opstaan en delen”. Stappen:

  1. Formuleer zorgvuldig de vraag waarom het gaat. Ga na of daar meer dan twee of drie verschillende antwoorden op te verwachten zijn.
    Bijv. Vraag: Welke houding vraagt God van christenen als het gaat om antisemitisme?
    Of: Wat vind je van de stelling dat je als christen schuld moet erkennen voor de bijdrage die de kerk in het verleden geleverd heeft aan antisemitisme?
  2. Stel de vraag in de groep en geef iedereen gepaste denktijd om het antwoord te formuleren.
  3. Vraag iedereen op te staan.
  4. Vraag één van de catechisanten om zijn of haar antwoord te geven. De catechisant mag daarna gaan zitten. De catechisanten met hetzelfde antwoord in gedachten mogen ook gaan zitten.
  5. Vraag opnieuw een catechisant en herhaal dit proces totdat iedereen zit.
  6. Spreek eventueel door over de gegeven antwoorden.

Evalueren hun verantwoordelijkheid/houding ten aanzien van antisemitisme

3e fase
bijbelstudie
15 minuten

De bijbel vertelt minstens twee geschiedenissen waarin het voortbestaan van het Joodse volk bedreigd wordt: Exodus 1:8-22; Esther 3

Bespreek welke wending God deze geschiedenissen geeft en waarom Hij dat doet. Trek een lijn naar de vorige lessen over Gods trouw en Zijn verbond. Laat zien: de haat tegen het Joodse volk is ten diepte haat tegen de God van het Joodse volk.

Geven een verklaring voor waarom God het Joodse volk in het verleden van de ondergang gered heeft.

Bijbels

4e fase
10 minuten

Naar aanleiding van de Bijbelstudie mag duidelijk zijn dat God het Joodse volk een bijzondere plaats in de (heils)geschiedenis heeft gegeven.

Tijd voor een stelling:

Er is voor mij geen verschil tussen antisemitisme en andere vormen van racisme.

Laat de voor- en tegenstanders bij elkaar gaan zitten en laat hen reageren. Neem zelf eventueel ook een positie in (als er alleen maar voor- of tegenstanders zijn, is het aan te raden dat je zelf de tegenovergestelde positie kiest).

Andere optie: Er is een diepe uitspraak van Abel Herzberg waar je de catechisanten op kunt laten reflecteren:

Antisemitisme is dat de heiden in de christen in opstand komt tegen de Jood.

Laat ze elkaar proberen uit te leggen wat Herzberg daarmee bedoelt en hoe hij daarmee de diepste grond van het antisemitisme bloot­legt: we geloven in een Joodse God en een Joodse Jezus en zijn daarom verbonden aan Israël. Dat wil de heiden niet, maar dat moet de christen toch leren.

Besluiten op basis van argumenten welke houding de kerk dient aan te nemen ten opzichte van het Joodse volk.

TIP:

Kijk op de website van het NIOD (www.niod.knaw.nl). Het NIOD is bezig met een onderzoek naar Hedendaags antisemitisme.

Zie ook:

Les 6: Politiek

Verzoening, vrede, Kerk, Israël en politiek
Stelling 9:Verzoening in Christus is een geschenk met persoonlijke maar ook politieke perspectieven
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit?

Verzoening is (hier): weer tot vrede gebracht worden. Vrede is “eenheid”, “heelheid”. Verzoening in Christus plaatst ons in de juiste verhouding tot God en dat zou door moeten werken in onze verhouding tot andere mensen.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

Het in Christus verbonden zijn met Israël heeft praktische consequenties.

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

De beginsituatie en voorkennis kan binnen de groep heel verschillend zijn. Terwijl sommigen zich wellicht al uitgebreid in dit onderwerp hebben verdiept, is het voor anderen de eerste keer dat zij hierover nadenken.

Verzoening is een lastig begrip. Wij gebruiken dit woord voor twee verschillende zaken: “bedekken” (van zonde) en “tot vrede brengen” (met God). Het is de vraag of catechisanten begrijpen wat er in de kerk mee bedoeld wordt. Laat staan dat ze weten welke plaats verzoening in het Jodendom heeft.

Ditzelfde geldt in mindere mate ook voor het begrip “vrede”. Ze weten dat Joden elkaar groeten met “sjalom”, maar het is de vraag of ze weten wat daarmee uitgesproken wordt. Catechisanten zullen waarschijnlijk eerder geneigd zijn een negatieve definitie te geven (“geen oorlog”) dan een positieve (“goede relatie”, “welstand”, “voorspoed”, “eenheid”).

Wanneer voor hen duidelijk is wat verzoening en vrede inhouden, kunnen zij zelf de rest van de stelling daar wel uit afleiden. Meteen zal duidelijk zijn dat er persoonlijke en politieke perspectieven aan verbonden zijn.

Er zal echter verschil van mening zijn over welke persoonlijke en politieke perspectieven dat zijn.

“Politiek” wordt in het visiedocument uitgewerkt in de richting van de politieke situatie in de staat Israël.

Afhankelijk van de politieke betrokkenheid van de groep kan dit tot grote onrust (onvrede) en meningsverschillen leiden.

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met de leefwereld van de catechisanten?

Geregeld vernemen catechisanten nieuws over de politieke situatie in de staat Israël. Deze stelling motiveert hen en daagt hen uit het licht van de verzoening in Christus hierover te laten schijnen en vanuit dat perspectief de situatie te bekijken.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze evalueren wat de betekenis van de verzoening in Christus inhoudt voor hun eigen kijk op Joden en op de staat Israël.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les

Wat doe ik?

Wat doen de catechisanten?

Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
10 minuten

Toon een recent fragment (journaal/krantenartikel) over het Arabisch-Israëlisch conflict.

Vraag de catechisanten: Wat betekent de verzoening van Jezus hiervoor?

Leg eventueel uit wat “verzoening” inhoudt (tot vrede brengen, tot eenheid brengen)

Proberen vanuit de verzoening van Jezus naar dit concrete moment in het Arabisch-Israëlisch conflict te kijken.

Recent fragment journaal/krantenartikel over Arabisch-Israëlisch conflict.

2e fase
10 minuten

Schets de context waarin Jezus tijdens Zijn leven op aarde was. Ook toen was er een conflict, want er was sprake van bezetting door de Romeinen.

Bespreek welke positie Jezus daarin inneemt.

Gebruik bijvoorbeeld de methode “hoeken”. Laat catechisanten positie kiezen door in een bepaalde hoek te gaan staan.
Hoek A: Jezus was een verzetsstrijder
Hoek B: Jezus was een verrader
Hoek C: Jezus houdt zich afzijdig
Hoek D: Anders

Vraag waarom catechisanten in een bepaalde hoek zijn gaan staan.

Beargumenteren de politieke positie die Jezus inneemt in het Joods-Romeins conflict.

3e fase
Bijbelstudie
15 minuten

Leg uit dat vrede (sjalom) betekent: “eenheid”, “heelheid”, “herstel van relatie”, etc.

Na Zijn opstanding groet Jezus Zijn discipelen met: vrede zij u

Laat zien hoe die vrede in de gemeenschap van de kerk zichtbaar wordt door met elkaar Efeze 2:11-22 te lezen.

Leggen vanuit Efeze 2:11-22 uit wat de consequentie is van de vrede die Jezus heeft gebracht voor de omgang met diversiteit en verschillen tussen mensen.

Bijbels

4e fase
15 minuten

Leg uit de christenen niet aan de zijlijn hoeven te staan.

Deel de groep eventueel in subgroepen en geef hen de volgende opdracht: ontwerp een plan hoe je met 10.000 euro een positieve bijdrage levert aan verzoening in het Arabisch-Israëlisch conflict.

Als conclusie is het goed mogelijk om te wijzen op projecten die al plaatsvinden en hoe Nederlandse christenen daarbij betrokken zijn.

Vraag eventueel een informatiepakket over Yad Elie aan bij het Centrum voor Israëlstudies (hetcis.nl, info@hetcis.nl)

Ontwerpen een plan hoe zij als groep of individu een bijdrage kunnen leveren aan verzoening in het Arabisch-Israëlisch conflict.

Voorbeelden van projecten die vanuit Nederland worden gestimuleerd:

  • Jemima (project in [Arabisch] Bethlehem)
  • Nes Ammim (christelijk project, dialoog/‘trialoog’)
  • Yad Elie (Joods project, zorgt voor goede lunch voor kinderen op Joodse én Arabische scholen)

Les 7: Toekomst

Kerk en Israël en de toekomst

Stelling 10: Met Israël geloven wij dat God een nieuwe toekomst schept; als kerk geloven wij dat deze toekomst al begonnen is met de komst van Jezus de Messias en wij zien met verwachting uit naar het behoud van heel Israël.
Voorbereiding
Voorbereidingsvragen

1. Wat is de inhoud van deze onderwijsactiviteit?

Hoewel Kerk en Israël nu gescheiden naast elkaar staan, belooft God dat in de toekomst het hele volk van God verenigd wordt.

2. Waarom moeten de catechisanten dit eigenlijk leren?

In Gods Woord wordt verteld over de toekomst die God met Zijn volk voor ogen heeft.

3. Wat moet ik weten over de catechisanten en wat weten zij al?

Hoewel de ene catechisant (van huis uit) meer bepaald is bij de eschatologie (leer van de toekomstige dingen) dan de andere, zullen de meesten toch wel nieuws­gierig zijn naar wat Gods Woord over de toekomst zegt. De toekomst raakt hen zelf heel direct. Ze willen graag weten welke plaats zij in die toekomst hebben.

Vanuit dat vertrekpunt kan het enige inspanning vragen van de catecheet om de catechisanten te bepalen bij het feit dat in Gods spreken over de toekomst Israël een belangrijke plaats inneemt. Velen zullen niet in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in de toekomst van Israël, maar in hun eigen toekomst.

Vanuit Gods Woord moet blijken hoe die twee met elkaar verweven zijn.

4. Hoe kan ik de leerstof verbinden met de leefwereld van de catechisanten?

Catechisanten zijn nieuwsgierig naar wat de Bijbel zegt over de toekomst. Dat zal hen bepalen bij de vraag wat de plaats die Israël krijgt in het spreken van de Bijbel over de toekomst hen te zeggen heeft.

5. Wat moeten ze kunnen aan het eind van de les?

Ze creëren een kunstwerk dat hun kijk op Kerk, Israël, henzelf en Gods toekomst tot uitdrukking brengt.

Uitvoering

Let op: tijdsplanning, activeren, juist abstractieniveau

Fasen van de les

Wat doe ik?

Wat doen de catechisanten?

Hulpmiddelen

1e fase
aandachtsrichter
10 minuten

Deel post-it blaadjes uit in drie verschillende kleuren.

Vraag de catechisanten om in maximaal een minuut op het eerste post-it blaadje te zetten waar ze als eerste aan denken als het gaat om de toekomst.

Laat ze op het tweede blaadje schrijven waar ze aan denken bij wat God in de Bijbel zegt over de toekomst.

Laat ze op het derde blaadje zetten waar ze aan denken bij de toekomst van het volk Israël. Laat ze meenemen wat ze in de vorige lessen hebben geleerd.

Verzamel de post-its en plak ze op het bord (de kleuren bij elkaar).

Als het er niet te veel zijn, kun je oplezen wat opgeschreven is. Wanneer ook lege blaadjes zijn ingeleverd, kun je aan de groep vragen waarom het moeilijk zou kunnen zijn antwoord te geven op deze vragen. Toon hier begrip voor, maar houd de bespreking kort.

Bedenken wat hen bekend is over de toekomst, wat Gods Woord daarover zegt en welke plaats Israël daarin inneemt.

Post-it blaadjes in drie verschillende kleuren.

Bord/muur om Post-it op te plakken

2e fase
20 minuten

Het boek Openbaring is bij uitstek het Bijbelboek over het eschaton/de toekomst. Wijs de catechisanten daarop en zoek samen Openbaring 5:8 op.

De twaalf stammen van Israël en de 12 oudsten van de kerk buigen samen voor het Lam.

Verdeel al naar gelang het aantal catechisanten Openb. 4 en 5 in een aantal delen en laat iedere groep overeenkomsten opschrijven met Daniël 7. Laat ze dat vervolgens aan elkaar presenteren. Breng dat daarna bij elkaar en laat zien dat er allerlei Joodse/oud­testamentische elementen te ontdekken zijn in Openbaring.

Accentueer dat Kerk en Israël nu weliswaar gescheiden naast elkaar staan, maar dat God belooft dat in de toekomst het hele volk van God verenigd wordt. Tevens is dit de gelegenheid om uit te leggen dat er in Openbaring veel beelden en metaforen worden gebruikt, dat we die niet als een krantenbericht kunnen en mogen lezen, maar dat het eerder zoiets als een kunstwerk is: we vergapen ons eraan, bewonderen het, maar vatten het niet helemaal. Zo weten we ook dat God in de toekomst grote dingen gaat doen met Israël en met de Kerk, dat bewonderen we nu al, maar kunnen we niet helemaal in onze vingers krijgen. Wat we mogen weten, is dat Hij de toekomst in Zijn vingers heeft.

Verkennen een korte perikoop uit de Bijbel die gaat over Gods toekomst met Zijn volk. Ze stellen vast dat er door de Bijbel heen een patroon is van hoe God over die toekomst spreekt.

Bijbels

3e fase
25 minuten

Verdeel, wanneer nodig, de groep in subgroepen.

Laat eventueel alle catechisanten apart aan de volgende opdracht werken.

Laat ze zelf een kunstwerk maken over kerk en Israël in het eschaton. Het is zeker aan te raden dat ze daarin elementen uit de Bijbelstudie verwerken.

Het kunstwerk moet iets vertellen over de toekomst die God voor ogen heeft en welke plaats kerk, Israël en zijzelf daarin hebben.

Wellicht kunnen de kunstwerken ergens een plaats krijgen waar ze aanleiding kunnen geven tot een gesprek met anderen (gemeenteleden?) over dit onderwerp.

Creëren een kunstwerk dat hun kijk op Kerk, Israël, henzelf en Gods toekomst tot uitdrukking brengt.

Knutselmateriaal (papier, tijdschriften, lijm, scharen, stiften, verf, doek, etc,)

4e fase
5 minuten

Grijp terug op de post-its. Is er verschil tussen wat aan het begin van de les is opgeschreven en wat ze hebben verwerkt in hun kunstwerk?

Vergelijken de kennis die ze hadden aan het begin van de les met de kennis die ze aan het einde van de les hebben en evalueren of ze in kennis gegroeid zijn.