omhoog

Dostojevski en de Joden


Wie is de man die in een brief schrijft: ik ben totaal geen vijand van de Joden en ben dat ook nooit geweest, terwijl hij in zijn beroemdste roman geen stelling neemt tegen het meest antisemitische verhaal dat er bestaat: dat Joden kinderen stelen en slachten voor Pesach?


Die man is Fjodor Michailjovitsj Dostojevski over wie we ongetwijfeld dit jaar veel zullen horen, want 200 jaar geleden werd deze beroemde Russische schrijver in Moskou geboren. Zijn grote romans (Misdaad en Straf, De Idioot, Duivels, De Broers Karamazov) behoren tot de top van de wereldliteratuur.

Maar dat wil niet zeggen dat iedereen zijn schrijfstijl waardeert. Veel mensen leggen al na het lezen van een paar bladzijden zijn boeken aan de kant. Ze komen er niet door. Te veel namen, ellenlange dialogen, geen natuur­beschrijvingen, nauwelijks actie. Voor Dostojevski is dat geen probleem, want het draait in zijn romans om mensen en hun religieuze en politieke ideeën, om mensen met hun dromen en driften. Wie vanuit die invalshoek zijn grote werken leest wordt binnen gezogen in diepzinnige en koortsachtige werelden.

Een bewogen leven

Al vroeg weet Dostojevski dat hij schrijver wil worden. Hij verlaat de religieuze stad Moskou en gaat wonen in de op Europa georiënteerde stad Sint-Petersburg. Hij schrijft er de roman die hem de eerste roem bezorgt: Arme Mensen. In die titel klinkt al de bijnaam door die Dostojevski later zal krijgen: de auteur van de vernederden en vertrapten.

In Sint-Petersburg raakt hij verzeild in vooruitstrevende, revolutionaire kringen, die verlichte ideeën aanhangen en die de lijfeigenschap (een vorm van slavernij) in Rusland sterk veroordelen. Het leidt ertoe dat hij wordt opgepakt en ter dood veroordeeld. Als hij op het executieterrein is aangekomen en de beul staat op het punt het vonnis te voltrekken, wordt hem op het nippertje gratie verleend. Het is een macabere grap van de tsaar. In plaats van de doodstraf wordt Dostojevski voor 10 jaar naar Siberië verbannen.

In het strafkamp in Siberië ontmoet Dostojevski waarschijnlijk voor het eerst in zijn leven een Joodse man, die hij in zijn boek over de kampervaringen (Aan­tekeningen uit het Dodenhuis) deels serieus en deels lachwekkend beschrijft. In zijn jaren in Sint-Petersburg kan Dostojevski geen Joden hebben ontmoet, want de stad was voor hen verboden gebied.

Schrijven over Joden

Als Dostojevski nog maar pas in Sint-Petersburg is, vertelt hij zijn broer dat hij een verhaal aan het schrijven is met de titel Jood Jankel. Het manuscript is nooit boven tafel gekomen, maar met dit verhaal wil Dostojevski naam maken. In een verhaal over Joden kon je je - vooral komisch - uitleven als schrijver. Poeskin deed het in Ridder Schraalhans, Gogol in Taras Bulba, Toergenjev in De Jood. Joden werden op de hak genomen, waarbij één item telkens naar voren kwam: geldgierigheid. Zo vaak als Dostojevski later in zijn romans het woord Jood gebruikt (ook als het over niet-Joden gaat) spreekt hij over woekeraars, pandjesbazen, profiteurs, drankverkopers.

Alledaags antisemitisme

De manier waarop Dostojevski en anderen het woord Jood gebruiken laat zien dat in Rusland onbeschaamd antisemitisme heerste. Men kende die term toen nog niet, maar men verachtte Joden. Er heerste een alledaags terloops anti­semitisme. Jood als scheldwoord.

Een voorbeeld uit de roman De Jongeling. Wanneer de jongeling, die geen Jood is, op een veiling iets heeft gekocht, ontmoet hij iemand die het van hem wil overkopen. Hij vraagt een hoge prijs, die de man niet wil betalen. Dan volgt de zin: de man 'keek mij met uitpuilende ogen aan; ik was goed gekleed: ik had niets van een jood of een opkoper.' Zo ziet alledaags antisemitisme eruit. Het is een stereotiep gebruik van het woord Jood; altijd met een negatieve lading.

De Joodse kwestie

Naast romans schreef Dostojevski ook talloze opiniërende artikelen en brieven. Dat is minder bekend, maar hij zat boven op het nieuws; vooral het nieuws uit de wereld van misdaad en rechtspraak. In de Nederlandse bundel Dagboek van een schrijver zijn veel van zijn artikelen te lezen. Een aantal gaat over zijn ervaringen met en visie op Joden. In de 19e eeuw begon ook in Rusland 'de Joodse kwestie' te spelen. Hoe moest je Joden zien in je samenleving: hoorden ze erbij of waren ze vreemdelingen? Dostojevski mengde zich in dat debat.

Ideologische antisemitisme

In dat debat blijkt dat Dostojevski na terugkeer uit Siberië steeds meer overtuigd is geraakt van de unieke christelijke positie van het Russische volk. Het Russische volk is het Christus-volk. In de Russische ziel leeft het ware mens-zijn. Het verdorven Europa gaat ten onder aan Godloosheid, terwijl het tsaristische, orthodoxe Rusland het volk wordt waarin God zich in Christus heilrijk voor heel de wereld laat kennen. De Russen hebben de positie van het Joodse volk overgenomen. Ze zijn het nieuwe Israël.

Zo groeit naast zijn visie op de Joden als woekeraars die met hun geld de Russische maatschappij willen domineren de overtuiging dat de Joden het bestaan van het Russische volk in de kern bedreigen. Van Joden als privé personen kan Dostojevski zeggen: ik haat ze niet; ik draag hen christelijke liefde toe. Maar als maatschappelijke personen gaat hij de Joden steeds meer zien als 'een vijfde kolonne', als een 'Staat in de Staat', zelfs als de personificatie van de Antichrist. Zijn antisemitisme krijgt een ideologische basis. Door zijn visie op de samenleving heeft hij er belang bij de Joden, die vasthouden aan hun eigen identiteit, zwart te maken en hun bestaan in Rusland ter discussie te stellen.

Als Luther

Opmerkelijk dat we bij latere Dostojevski dezelfde anti-Joodse houding aantreffen als bij de reformator Maarten Luther op zijn oude dag. Van beiden kun je zeggen dat ze indrukwekkende gedachten hebben gepresenteerd. Dostojevski in zijn romans, Maarten Luther in zijn christelijke leer van Gods genade. Maar zoals Luther een giftig boekje schreef over de Joden en hun leugens, zo weerspreekt Dostojevski in De broers Karamazov niet de giftige mythe dat Joden kinderen stelen en slachten en hun bloed gebruiken op Pesach. Het zijn grote geesten met helaas ook grote missers.

Blinde vlek

Velen in Rusland eerden Dostojevski tijdens zijn leven, omdat hij schreef over vernederde en vertrapte mensen. Hij had oog voor hun noden. Hij zag schoonheid in sloebers, hoeren, krotbewoners. Onder hun bruut, dwaas en onzedelijk gedrag ontdekte hij menselijkheid en zelfs vaak edele motieven.

Helaas kon hij niet zo naar Joden kijken. Hij had geen enkel oog voor hun achtergrond. In een boeiende correspondentie vraagt een Joodse man, die hem zeer waardeert: waarom bent u voor Joden, die bijna allemaal straatarm zijn, vergeten schrijver te zijn van vernederden en vertrapten?

Waakzaamheid

Dostojevski laat ons zien dat er een alledaags antisemitisme en een ideologisch antisemitisme is. Er is een antisemitisme in het dagelijks spraakgebruik, banaal en verwerpelijk, al zeggen mensen dat ze het niet slecht bedoelen. Er is ook een dieper liggend antisemitisme dat naar voren komt in misleidende verhalen over de Joodse macht en wereldheerschappij. Het is complotdenken.

Ook in onze tijd duiken zulke theorieën op. Het is nodig waakzaam te zijn en in het oog te houden welke belangen mensen met hun ideeën nastreven.


Ds. M.W. Vrijhof is voorzitter van het deputaatschap Kerk en Israël

ds. Rien Vrijhof
Verbonden jrg. 65 nr. 1 (jan. 2021)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden