Hier ziet u hoe de pagina er ongeveer uit komt te zien als u die afdrukt.


normale weergave

print deze pagina


Ernst & Jan

Ernst & Jan


Wat hebben deze voornamen te maken met Kerk & Israël? Het zijn voornamen van theologen die een theologische briefwisseling aangingen over hun visie op Israël.


Kort geleden verschenen deze brieven van Ernst Leeftink, predikant in de NGK, en van Jan Hoek, hoogleraar behorend tot de PKN. Ze schreven elkaar elk drie brieven aangaande hun visie op het volk Israël. Deze brieven, gepubliceerd op de website CVandaag, zijn illustratief voor de verschillende visies op het gereformeerde erf.

Wissel

Leeftink redeneert helemaal in de lijn van Abraham Kuyper als hij zegt: Het huidige Joodse volk neemt binnen Gods heilsplan met heel de wereld geen bijzondere plaats meer in. Vanaf Pinksteren is de rol van Israël als verbondsvolk van God uitgespeeld: Inmiddels zijn we bijna tweeduizend jaar verder en heeft geen enkel volk meer een streepje voor. Scherp verwoord: Joden die Jezus verwerpen, zijn niet meer Gods volk. Natuurlijk blijft er wel hoop voor Israël, maar die is niet wezenlijk anders dan bijvoorbeeld voor atheïsten of moslims. Alleen door geloof in Christus is er behoud! Er zijn toch geen twee heilswegen tot God?

Trouw

Hoek staat niet voor een twee-wegen-leer. Waarvoor dan wel? Voor de overtuiging dat God zijn beloften niet loslaat. Anders ge­zegd: Gods weg met Israël is geen tijdelijk intermezzo geweest en heeft niet slechts pedagogische betekenis gehad. Het is de door­gaande lijn van Gods verbondstrouw waardoor hij in verwachting uitziet naar wat God gaat doen. Hoek stelt: Door heel het Oude Testament heen worstelt de HEERE om het hart van Zijn volk. Zou Hij dan tegelijkertijd een plan uitvoeren dat inhoudt dat verreweg het grootste deel van dit volk buiten het heil valt?

Verschil

Voor beide posities is iets te zeggen vanuit de Bijbel. Maar misschien is de vraag vooral: hoe weeg je wat er geschreven staat?

Wat Paulus in Romeinen 9-11 schrijft, ademt enorme pijn én intense verwachting. De apostel zegt dat hij bijna zou bidden zelf vervloekt te worden, omwille van zijn volksgenoten. Hij heeft Gods volk Israël zó lief, dat hij voortdurend door verdriet gekweld wordt (9:1-5). Dat wordt over geen enkel ander volk zó gezegd in de Schriften, waarvan wij belijden dat zij door Gods Geest geïnspireerd zijn.

Tegelijk ziet Paulus uit naar wat God gaat doen, als hij aan de gemeente in Rome schrijft: Omwille van u zijn ze Gods vijanden geworden door het evangelie af te wijzen, maar toch blijven ze Gods geliefden omwille van de aartsvaders, die Hij heeft uitgekozen. De genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan (11:28-29). Laten wij ernst maken met dát vertrouwen!

L. van Dalen
Verbonden jrg. 71 nr. 2 (2026-05)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden
A R T I K E L
N U M M E R